Standpunt Ringweg Oost

header

Commissie Ruimte 10 januari 2010

Aan:
-    Raadscommissie Ruimte van de gemeente Leiderdorp
-    College van B&W van Leiderdorp

Van:                    Joop van der Hoogt
Datum:               8 januari 2010
Onderwerp:     cR100112 Standpunt BBL Ringweg Oost

Bijlagen:

Op 12 januari 2010 bespreekt de Commissie Ruimte weer het voorstel van het college om met de gemeente Leiden de Ringweg Oost aan te leggen. Deze Ringweg moet worden gevormd door de Kanaalweg, een nieuw tracé langs De Waard, een tunnel onder de Zijl, de Zijldijk, de Rietschans, het noordelijke deel van de Engelendaal en de Oude Spoorbaan om daarmee aan te sluiten op de Willem de Zwijgerlaan.

Aan dit besluit is een langdurig proces van verschillende vormen van overleg voorafgegaan. Ateliers waarin de plannen werden ontvouwd, ambtelijk en bestuurlijk overleg tussen Leiden en Leiderdorp en gezamenlijke informatieve vergaderingen voor de raadscommissies van beide gemeenten.

De insteek van de Ringweg voor Leiden is om de Leidse binnenstad autoluw te maken en om een verkeersstroom te creëren waardoor de Hooigracht inderdaad geschikt is te maken voor de aanleg van de Rijn Gouwe lijn.
Ook voor Leiderdorp worden voordelen veronderstelt. Zo staat in het voorstel aan de raad dat de beoogde effecten zijn het verkeer zoveel mogelijk op de hoofdwegen te laten rijden, waardoor het verkeer op lager geprioriteerde wegen zal afnemen, waardoor vervolgens de leefbaarheid in Leiderdorp wordt vergroot. Ook worden er mogelijkheden voor optimaliseren van het Openbaar Vervoer aangehaald en zal er een verbetering optreden in de fietsverbinding tussen Leiden en Leiderdorp.

In de aanloop naar het raadsvoorstel, tijdens de vele en gevarieerde bijeenkomsten zijn een elftal scenario’s ontwikkeld, waarvan er uiteindelijk slechts één is overgebleven, het tracé zoals hierboven omschreven.

Voor de Leiderdorpse gemeenteraad was en is een terugvalvariant van tweemaal éénrichting verkeer over de Sumatrastraat en de Zijldijk onbespreekbaar. Ook heeft de Leiderdorpse raad aangegeven dat de Ringweg Oost een verbetering van de Leiderdorpse verkeerssituatie moet geven.

Een dergelijk omvangrijk en, ook technisch, complex project kost natuurlijk enorm veel geld. Op dit moment wordt geschat dat de aanleg van de Ringweg Oost honderdvijfenzestig miljoen Euro zal gaan kosten. Dat geld zal moeten worden opgebracht door de gemeente Leiden, het Rijk en de provincie. Ook Leiderdorp zal een bijdrage van vijf miljoen Euro leveren, zo staat in het voorstel aan de raad. En die bijdrage zal worden betaalt uit de net gevormde reserve uit de resterende opbrengst van de verkoop van de NUON-aandelen.

Zowel in de Algemene Beschouwingen van november 2009, de raadsvergadering van 14 december 2010 en de daaraan voorgaande vergadering van de Commissie Ruimte heeft BBL zich op het standpunt gesteld dat de besluitvorming over de Ringweg Oost pas genomen kan worden na de verkiezingen van 3 maart aanstaande. Een bij de algemene beschouwingen ingediende motie van die strekking is toen en in de raadsvergadering van 14 december aangehouden.

Voor BBL waren er drie redenen voor een langer durend uitstel van een Ringweg Oost besluit:
1. De milieueffecten van de Ringweg Oost (lucht en geluid) zijn nog onvoldoende in kaart gebracht. Daarnaar zijn aanvullende onderzoeken nodig die uit moeten wijzen welke maatregelen nodig zijn om de negatieve effecten te neutraliseren. Het is niet te verwachten dat die onderzoeken en het vaststellen van noodzakelijke maatregelen op korte termijn afdoende zullen zijn afgerond.
2. Slechts drie maanden vóór de commissie en raadsbehandeling van het Ringweg Oost voorstel hebben commissie en raad gesproken over de besteding van de opbrengst van de NUON-gelden. Een groot deel van die opbrengst is als gevolg van het in september genomen raadsbesluit voor diverse zaken ingezet. De raad heeft besloten dat het restant van zes miljoen euro voorlopig in een aparte reserve wordt gehouden, waarbij zorgvuldig zal worden gekeken naar een toekomstige bestemming.
Tijdens de voorafgaande commissiebehandeling van de besteding van de NUON-opbrengsten deden de fracties de volgende uitspraken: “voorlopig in reserve houden om onzekerheden op te vangen, m.n. in het W4 project” (BBL), “Er zullen zeker nog tegenvallers komen die daarmee [reserve NUON-opbrengsten] kunnen worden opgevangen” (VVD), “De € 6 miljoen moet voorlopig beschikbaar blijven voor tegenvallers en creëert ook enige lucht voor volgende raden en volgende perioden. Dit geeft bijv. ook wat ruimte in een volgende kerntakendiscussie” (PvdA), “ Het is verstandig behoedzaam en zorgvuldig met de resterende € 6 miljoen om te gaan; voordat daar verdere uitspraken over gedaan worden, dient er een gedegen stuk voor te liggen zodat er goede afwegingen gemaakt kunnen worden” (CDA), “Het is zaak voorzichtig te zijn met het resterende bedrag van € 6 miljoen” (GL).
3. Zo kort na dergelijke uitspraken en zo kort voor de verkiezingen een besluit nemen over de besteding van de NUON-gelden is voor BBL niet verenigbaar. Dat is financieel over je graf heen regeren. Zo’n beslissing moet aan de volgende raad worden overgelaten.

In de vergadering van 24 november 2009 heeft de Commissie Ruimte gesproken over een toen ingediend voorstel Ringweg Oost. Daarbij heeft fractie van BBL nogmaals aangegeven dat een aantal onderzoeken eerst dient te zijn afgerond voordat een kaderbesluit kan worden genomen. In het voorstel is aangegeven dat er voor Leiderdorp macro gezien enige voordelen zitten maar dat er geen sprake is van de oplossing van Leiderdorpse problemen. Bovendien leidt de Ringweg Oost micro gezien op een aantal plaatsen in Leiderdorp tot grote problemen, die eerst zorgvuldig onderzocht dienen te worden en waarvoor oplossingen dienen te worden aangedragen voordat zelfs een kaderbesluit kan worden genomen. Bovendien houdt de fractie van BBL vast aan haar principiële standpunt waar het gaat over de medefinanciering van de Ringweg Oost.

Nu staat het onderwerp weer op de agenda. Er is weer een – druk bezochte – inspraakavond geweest in de vorm van een gezamenlijk fractiespreekuur, waarin een aantal zaken zijn aangevoerd die nadrukkelijk nadere beschouwing of nader onderzoek vragen.

BBL heeft nu haar standpunt over de Ringweg Oost gebaseerd op de volgende argumenten.

NUT EN NOODZAAK VAN EEN RINGWEG OOST VOOR LEIDERDORP.

Was er in het voorstel dat in november in de commissie is besproken nog sprake van enig voordeel van de Ringweg Oost kan daar in dit voorstel niet meer over gesproken worden. Op verzoek van de commissie zijn in de tabel over de verwachte verkeersbewegingen per etmaal de locaties Zijldijk en Rietschans toegevoegd.
Met die toegevoegde gegevens kan niet meer gesproken worden van een macro-bezien voordeel voor Leiderdorp. Ten opzichte van de autonome situatie in 2020 krijgt Leiderdorp bij de Ringweg Oost te maken met 14.500 (= 5,5%) méér voertuigen per etmaal. Bij het 0+ scenario is er sprake van 11.300 meer voertuigen per etmaal. Per saldo is de RWO dus ongunstiger dan de 0+-variant.
Alleen deze constatering is natuurlijk niet voldoende.
Bij de Ringweg Oost is er sprake van een explosieve toename van verkeer op de Oude Spoorbaan ter hoogte van de Zijlbrug (+ 14.500 = +302%), op de Rietschans (+13.800 = + 132%), de Oude Spoorbaan (+ 17.000 = +50%)en van een forse toename op de Engelendaal (+6.200 = +15%). De grootste afname van verkeersbewegingen bij de Ringweg Oost zijn te zien op de van der valk Boumanweg tussen de Laan van Ouderzorg en de Spanjaardsbrug (-1.700 = -94%), de van der Marckstraat (-8.200 = – 81%), op de van der Valk Boumanweg bij de Persant Snoepweg (-9.800 = -68%) en de Laan van Ouderzorg bij de van der Valk Boumanweg (-8.000 = -65%).
Bij de 0+ variant is sprake van een explosieve toename van verkeer op de van der Valk Boumanweg tussen de Laan van Ouderzorg en de Spanjaardsbrug (+7.100 = +394%) en van een forse stijging op de Engelendaal N van de Persant Snoepweg (+ 9.100 = + 40%) en de Engelendaal (+ 14.000 = +34%).
De grootste afnamen van verkeer zijn te zien op de van der Marckstraat (- 7.500 = -74%), de Laan van Ouderzorg (-7.300 = -59%) en de Vronkenlaan (-4.400 = – 27%).
Beide opties tegen elkaar afzettend zijn de effecten op de volgende locaties (nagenoeg) gelijk: Oude Spoorbaan, Acacialaan, Persant Snoepweg ter hoogte van het ziekenhuis, Vronkenlaan, Laan van Ouderzorg en de van der Marckstraat.
De grote verschillen in beide opties in het voordeel van de Ringweg Oost zullen optreden op de Van der Valk Boumanweg tussen de Laan van Ouderzorg en de Spanjaardsbrug (8.800), Engelendaal (8.800), Persant Snoepweg bij de Leiderdorpse brug (12.500) en de van der valk Boumanweg bij de Persant Snoepweg (8.600).
De grote verschillen in beide opties in het voordeel van de 0+ variant zullen optreden op de Zijldijk (14.900), de Rietschans (14.300), de Oude Spoorbaan bij de Zijlbrug (12.100) en de Vronkenlaan (700).
Bij de verwachte negatieve effecten die zullen optreden bij de 0+ variant maakt BBL wel de volgende kanttekening. Een deel van die effecten wordt veroorzaakt door de verkeersmaatregelen die in Leiden worden genomen waardoor het verkeer “naar buiten”, dus naar Leiderdorp wordt gedrukt. Op zich is dat logisch. BBL stelt zich wel op het standpunt dat ook maar eens bekeken moet worden welke verkeersmaatregelen Leiderdorp kan nemen om die negatieve effecten zo veel mogelijk te beperken.

LEIDERDORPSE BIJDRAGE AAN DE RINGWEG OOST

BBL blijft op het standpunt dat op dit moment NUON gelden aanwenden voor de medefinanciering van de Ringweg Oost wel in heel erg schril contrast staat tot de in augustus en september gedane uitspraken in commissie en raad. BBL vindt zich zelf ongeloofwaardig als zij zo kort na die stellige uitspraken nu zal instemmen met het verminderen van de NUON reserve met ruim 80%. Zeker wanneer we in beschouwing nemen dat de bijdragen uit het gemeentefonds voor de periode 2010-2011 bevroren zijn en het te verwachten is dat gemeenten in 2012 20% gekort worden op de uitkering uit het gemeentefonds.
Daarbij is BBL van mening dat de investering in de Ringweg Oost in geen verhouding staat tot de voor Leiderdorp te behalen resultaten.

ONZEKERHEDEN, RISICO’S EN ONDUIDELIJKHEDEN

De fractie van BBL is van mening dat aan het project te veel onzekerheden en risico’s kunnen kleven om in te kunnen stemmen met dit kadervoorstel. Ook zijn er nog een aantal onduidelijkheden in het voorstel.

In het raadsvoorstel wordt gesteld dat in de 0+ variant vooral de drukte op de hoofdwegen onacceptabel wordt en er in de wijken meer verkeer rijdt. Dat laatste wordt met name zichtbaar op de van der Valk Boumanweg. Dit als argument gebruiken vóór de Ringweg Oost is maar een deel van het verhaal. Immers, zoals hierboven al aangegeven, heeft ook de Ringweg Oost voor bepaalde woonwijken sterk negatieve gevolgen. Voor de van der Valk Boumanweg gaat het om bijna 9.000 voertuigbewegingen per etmaal. Bij de Ringweg Oost is de verslechtering voor de Rietschans, de Zijldijk en de Driegatenbrug 12.100 tot 14.900 voertuigen per etmaal.

Als argument wordt onder andere aangevoerd dat de RGL het regionale OV-systeem verbetert. Wanneer daarmee wordt bedoeld dat de RGL sec de RWO noodzakelijk maakt, is BBL toch een andere mening toegedaan. Het was een Leidse keuze om voor de RGL te kiezen voor de Hooigracht en niet voor de Breestraat. En het is dus de Leidse keuze geweest die de Hooigracht niet meer geschikt maakt als verkeersader.

Terecht wordt het argument gebruikt dat de veiligheid voor fietsers bij de Spanjaardsbrug groter is wanneer geen ander verkeer gekruist hoeft te worden. Maar dat is niet hetzelfde als de stelling dat het nu voor de fietsers onveilig is. En wanneer fietsveiligheid als argument gebruikt wordt, is BBL van mening dat dat argument overal gebruikt moet worden, dus ook bij de geplande turborotonde bij de Rietschans. Een tweede argument is de fietsverbinding met Leiden. Zonder aan het belang van die verbinding iets af te willen doen, concludeert BBL dat het college een andere, door de raad in het IVVP vastgestelde, hoofdfietsverbinding nu wel heel erg makkelijk vergeet: de verbinding over de Zijldijk met de Boterhuispolder en de daarachter gelegen gebieden.

Voor een financiële bijdrage wordt gesteld dat de provincie Zuid-Holland bijdraagt aan de kosten van de Ringweg Oost. Voor zo ver BBL kan nagaan is die bijdrage puur ter financiering van een tunnel onder de spoorlijn bij de Lammenschans, alleen maar om te voorkomen dat een gelijkvloerse kruising met de spoorlijn het doorstromende karakter van de ringweg te niet doet of in ieder geval erg negatief beïnvloedt. Ook in Leiderdorp zijn in het huidige voorstel “remmende” objecten in het RWO-trace te onderkennen. Waar blijft hier de provinciale subsidie om daar wat aan te doen?

De rechtvaardiging van de Leiderdorpse bijdrage is een redenering die BBL absoluut niet kan volgen. De provincie en Leiden beschouwen de twee keer éénrichtingvariant uitdrukkelijk als alternatief. Leiderdorp heeft al even nadrukkelijk aangegeven dat niet acceptabel te vinden. Dus nu is de redenering dat wij moeten bijdragen omdat anders de keuze wel eens de twee keer éénrichting variant kan zijn. Er is nog een andere optie, namelijk geen RWO over Leiderdorps grondgebied. En de onacceptabele hoeveelheid te verwerken verkeer terugdringen kan in plaats van met een tunnel mogelijk ook met autonome Leiderdorpse verkeersmaatregelen. BBL wil niet het principe “oog om oog, tand om tand” toe passen, maar wenst evenmin te buigen voor een soort morele afpersing.

Pas in een later stadium – uiterlijk 1 juni 2010 – zal er duidelijkheid zijn over de verdeling van de beheerskosten. Wij stellen ons op het standpunt dat daarover al duidelijkheid moet zijn voor dat een kaderbesluit wordt genomen. Wij vrezen dat er dan weinig meer uit te onderhandelen valt omdat het point of no return over de RWO dan al lang gepasseerd is. Wij zien de beheerskosten als één van de grootste structurele financiële risico’s. De vergelijking met “De Sterrentuin” als project waarvan het college zelf heeft aangegeven dat alles wat mis kon gaan mis is gegaan, zien wij al opdoemen.

Bij de kanttekeningen wordt aangegeven dat de leefbaarheid van de woningen direct langs de route zo veel mogelijk zal worden gewaarborgd. Dat is voor BBL absoluut onvoldoende. Dit laat zich te makkelijk uitleggen als inspanningsverplichting, zo rekbaar als elastiek.

In de samenwerkingsovereenkomst zijn ook bepalingen opgenomen ten aanzien van de HOV-verbinding voor Leiderdorp. Sterker nog, die is zelfs gekoppeld aan de betalingsmomenten van Leiderdorp. Maar ook hier is sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Daarmee is het in onze ogen ook een te groot risico geworden.

Onder milieu lezen we dat de zuiniger wordende en minder schadelijke stoffen uitstotende auto’s feitelijkheden zijn. Een stelligheid waarvan BBL zich afvraagt of dat waar is en in hoeverre dat gaat. Ergens zal er een grens bereikt worden, alleen waar en wanneer? Wij zien het dan ook meer als hoopvolle verwachting dan als feit. En dus moet dit met de nodige reserve worden gehanteerd bij een project als de RWO, die zo door of dicht langs woon- en werklocaties loopt.

Ook zijn de milieueffecten op de nog te ontwikkelen ROC-locatie nog niet onderzocht, omdat de invulling van die locatie nog niet duidelijk is. Op zich een logische gedachte. Maar draaien wij het om, welke gevolgen kan een genomen besluit RWO voor die wijk hebben. Anders gezegd, kan een RWO als het besluit is genomen, op basis van milieueisen invloed hebben op de ontwikkeling van het ROC terrein en welke risico’s kan dat voor Leiderdorp hebben, vooral op financieel en volkshuisvestingsgebied? Ook dat is voor ons een te grote onzekere factor en waarschijnlijk risico.

DE INSPRAAKREACTIES

Op een aantal onderwerpen van de inspraak tijdens het gezamenlijke fractieoverleg van 5 januari wil BBL de volgende reacties geven.

Op dit moment bestaat grote onduidelijkheid over de technische mogelijkheden, de (technische) risico’s en de kosten om die risico’s te elimineren bij de bouw van de tunnel onder de Zijl. Onduidelijkheid door het globale karakter van de tot nu toe verrichte onderzoeken (er moeten immers nog vervolgonderzoeken plaatsvinden) en de kritische kanttekeningen die door een gezaghebbend deskundige hierover zijn gemaakt.

De stelling dat de mededelingen over de staat van het dijklichaam tussen Spanjaardsbrug en de Baanderij aanleiding tot grote zorg geven is de understatement van de dag. Hier is, zelfs helemaal los van de Ringweg Oost een nader onderzoek noodzakelijk. De wijze waarop een en ander uitgezocht moet worden, zowel toekomst-, dus oplossingsgericht, als ook historisch gericht (wie is waarvoor verantwoordelijk te houden) heeft BBL nog in beraad. Een officiële reactie waarbij wordt verwezen naar een in opdracht van de gemeente Leiden uitgevoerd globaal onderzoek van Arcadis is voor ons in ieder geval volstrekt onvoldoende.

Over een lengte van 1250 meter zijn er in het huidige plan een tiental obstakels te onderkennen die het ringweg karakter te niet doen. Ook wij zijn van mening dat remmers op zo’n kort traject zullen gaan leiden tot stagnatie in de doorstroming met de daaraan verbonden negatieve gevolgen voor met name de luchtkwaliteit.

In de inspraak wordt gesteld dat een hoofdroute onverenigbaar is met een gebiedsontsluitingsroute. Graag vernemen wij op korte termijn van of via het college hierover een reactie van deskundigen.

Met de insprekers zijn wij van mening dat een fietstunnel onder de aan te leggen turborotonde geen plus-optie is maar een harde verkeersveiligheidsnoodzaak. Daarnaast doet een dergelijke tunnel ook recht aan de bestemming van de fietsroute Leiderdorp – Boterhuispolder en veder als hoofdfietsroute. En voor zo’n tunnel hebben we eenvoudig het geld niet.

STANDPUNT BBL

Het eerder verwachte voordeel van de Ringweg Oost is niet in die mate aanwezig dat de aanleg van een Ringweg Oost gerechtvaardigd is. Omdat er geen afweging meer behoeft te worden gemaakt tussen voor- en nadelen, immers een voordeel is er niet meer, is voor BBL een verder uitstel van de besluitvorming niet meer noodzakelijk. In tegendeel, voor een grote groep Leiderdorpse inwoners moet nu snel duidelijkheid komen. BBL zal niet instemmen met het kadervoorstel. Bovendien kleven er aan de aanleg te veel onzekerheden, zowel technisch, op het gebied van waterhuishouding en milieueffecten. BBL is van mening dat het instemmen met een kaderbesluit met zulke onzekerheden absoluut niet verantwoord is.

Geschreven door Persbericht

8 januari 2010

1 reactie

Laatste reactie door Brussee

1 reactie op 'Standpunt Ringweg Oost'

Abonner op reacties met RSS or TrackBack to 'Standpunt Ringweg Oost'.

  1. In diverse onderzoeksrapporten (o.a. DGMR) worden ideeën die mogelijk voor verbetering van de luchtkwaliteit zorgen gekoppeld aan het project Ringweg Oost die vrijwel zeker voor een kwaliteitsverslechtering zorgen. De link tussen die twee is verre van solide en biedt m.i. geen enkele garantie op verbetering. Omwonenden aan dit project – mn Zijldijk, Rietschans en Driegatenbrug waarbij de luchtkwaliteit zal verslechteren, moeten bij voorbaat accepteren dat hun universele recht op schone lucht en een goede gezondheid wordt opgeofferd aan de economische belangen van anderen (lees buurgemeente Leiden als hoofdbelangenbehartiger en Leiderdorp als  “handlanger”), zonder recht op rechtsbescherming of effectieve (alsmede onvoldoende onderzochte) mitigerende maatregelen. Nòg hogere geluidsschermen, optrekken van normen van wettelijke eisen geluidshinder, turborotonde, stil asfalt e.d. worden als dè effectieve maatregelen geadviseerd. Dan wordt toch aangetoond dat op sommige gedeelten de leefbaarheid (het kleine beetje schone lucht dat nog overblijft) zwaar onder druk komt te staan.
    De uiteindelijke nieuwe situatie  - mn dat stuk nieuwe weg inclusief turborotonde gelocaliseerd in Leiderdorp inclusief  de Leiderdorpse tunnelbuisuitmonding zal de luchtkwaliteit op de Zijdijk, Rietschans, omgeving LOI, Leo Kannerschool en Driegatenbrug in betekenende mate verslechteren.

    Naar mijn mening zijn de compenserende maatregelen uit het rapport van DGMR niet voldoende om deze verslechtering in eerder genoemde straten tegen te gaan. Er dient nog veel te onderzocht worden. Ik sluit me dan ook volledig aan bij het betoog van de BBL. Ik hoop dat andere raadsfracties op grond van hun geweten en inzicht dit voorbeeld eveneens volgen (desnoods via motie!) tot een nader te bepalen datum.

    Brussee

    9 januari 2010

Reageer op dit bericht.