<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>SP Leiderdorp &#187; Allert Goossens</title>
	<atom:link href="http://www.spleiderdorp.nl/author/allert-goossens/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.spleiderdorp.nl</link>
	<description>Leiderdorp is van de burger... En zo is het!</description>
	<lastBuildDate>Sun, 29 Jan 2012 20:58:13 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Lof der zotheid</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Sep 2011 10:13:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Beeld]]></category>
		<category><![CDATA[Colijn]]></category>
		<category><![CDATA[debacle]]></category>
		<category><![CDATA[der]]></category>
		<category><![CDATA[Dogma]]></category>
		<category><![CDATA[Het Blok]]></category>
		<category><![CDATA[Historisch]]></category>
		<category><![CDATA[keer]]></category>
		<category><![CDATA[Lof]]></category>
		<category><![CDATA[Lof Der Zotheid]]></category>
		<category><![CDATA[Religie]]></category>
		<category><![CDATA[Schepen]]></category>
		<category><![CDATA[Schout]]></category>
		<category><![CDATA[Slapen]]></category>
		<category><![CDATA[Standaard]]></category>
		<category><![CDATA[sterk]]></category>
		<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[Voer]]></category>
		<category><![CDATA[W4]]></category>
		<category><![CDATA[werd]]></category>
		<category><![CDATA[Zi]]></category>
		<category><![CDATA[zotheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/?p=2890</guid>
		<description><![CDATA[Het is de laatste jaren weer in zwang, om vanuit de politiek hel en verdoemenis te preken als de denkbeelden van de preker niet stipt zouden worden gevolgd. Historisch is het doempreken natuurlijk allang een gevestigd instrument om het ‘domme gepeupel’ in het gareel te houden. De Kerk voer er eeuwen lang wel bij, zij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a rel="attachment wp-att-2892" href="http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/zothied/"><img class="alignleft size-medium wp-image-2892" title="zothied" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2011/09/zothied-300x216.jpg" alt="zothied" width="201" height="144" /></a>Het is de laatste jaren weer in zwang, om vanuit de politiek hel en verdoemenis te preken als de denkbeelden van de preker niet stipt zouden worden gevolgd. Historisch is het doempreken natuurlijk allang een gevestigd instrument om het ‘domme gepeupel’ in het gareel te houden. De Kerk voer er eeuwen lang wel bij, zij het dat zo nu en dan wat zieltjes moesten sneven op brandstapel, het blok of – bij gebrek aan feeksig drijfvermogen – de stadsgracht. Het instrument van verdoemen is inmiddels echter allang weer ‘non-religieus’ geworden. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het een tijd lang wat uit beeld. Het ‘Gaat u lekker slapen’ van Colijn – niet toevallig één van de hoofdveroorzakers van onze eervorige ‘grootste crisis’ met zijn kwalijk dogmatische vasthouden aan de Gouden Standaard – was één van de laatste staaltjes van politiek doempreken.<span id="more-2890"></span></p>
<p>Doemdenken is iets anders dan aan waar- en werkelijkheden refereren in tegenspraak op andermans ideeën of voorstellen. In de retorica wordt oppositioneel denken, praten en redeneren vaak lichtvaardig tot doemdenken gedevalueerd. Dat is echter meestal onjuist en onwerkelijk. Doemdenken is redeneren en denken in de trant van totale kaalslag, apocalyptische beelden, wereldcrises en overige vormen van Bijbelse plagen. Het is een superlatief, meestal bedoeld als overdrijving middels opperste bangmaking van de ontvangende partij.</p>
<p>Dat doemdenken is weer helemaal terug. Het is deze keer niet te koppelen aan een religie, tenzij ‘het milieu’ het nieuwe dogma is. Het ‘wij zijn slim en u bent dom’ gedachtengoed ligt eraan te grondslag. Anders gezegd: “wij – de elite – bepalen wel wat goed voor u is”. In het Leiderdorpse was dat heel sterk aanwezig bij de W4 debacle. Oppositieleden met argumenten en juiste onderbouwing van zaken werd geridiculiseerd met de meest vreselijke verwensingen en bangmakingen. De oppositie werd door Victor Molkenboer – toen nog schepen in plaats van schout – geridiculiseerd en zijn plan voor ‘Leythendorp Superior’ straffeloos verheerlijkt. O wee als je daartegen in ging. Het zou het bankroet van Leiderdorp betekenen. De pers was jarenlang volledig ingepalmd en kritiekloos en vrijwel de gehele politiek liet zich gijzelen, onder straffe aanvoering van PvdA en CDA en laffe medewerking van GL. Het werkte. Er was in Leiderdorp geen oppositie tegen W4 mogelijk. Dat het uiteindelijk bleek dat juist de paar oppositieleden gelijk hadden gehad en het College en haar klap- en stemvee ongelijk, deed daaraan niets af. Achteraf gelijk krijgen loont immers niet en daar maken sluwe politici op haast natuurlijke wijze gebruik van. Zij bezitten de eloquentie en het charisma om het doemdenken te verpakken in een voor hunzelf gunstige context.</p>
<p>Doemdenken en inhoudelijk beargumenteerd en onderbouwd tegenwerpen zijn dus twee ongelijken, maar ze worden desondanks vaak verbonden door volksmenners. Ze worden vereenzelvigd, door de ‘doelen’ van het oppositioneel geluid. Een kabinet, een bedrijf of een economische sector preken graag hel en verdoemenis en iedere buitenstaander of oppositioneel type wordt verketterd of geridiculiseerd. Het doemdenken van nu is echter voor de verandering niet in de handen van de linkse Kerk. Wie hoort immers het staccato gezever en geklaag van een Socialistische Partij nog? Dat is allang tot ‘the usual buzz’ verworden. Nee, het doemdenken wordt vooral door rechtse politici en schaamteloze kapitalisten gebezigd. En over hen die hun hel en verdoemenis bestrijden, wordt de lof der zotheid gegoten!</p>
<p><strong>Doemdenken</strong></p>
<p>Het is geen toeval geweest dat het een Jezuïet was, die doemdenken herintroduceerde. Balkenende, toch al befaamd om zijn misplaatste exclamaties – zijn tragische ‘waar is toch die VOC mentaliteit’ is reeds een klassieker – preekte hel en verdoemenis zouden wij in 2005 als Nederland in een referendum ‘neen’ tegen de Europese grondwet zeggen. De muren van Jericho – een metafoor voor de muren rond de Unie – zouden instorten. Nederland zou zich onmogelijk en volslagen belachelijk maken in Europa en het einde van de Unie zou nabij zijn dankzij – niet ondanks, wat oprechter zou zijn geweest – de Nederlandse burger. Een ander staaltje van apocalyptisch voorzeggen was de ‘tour du monde’ die Balkenende en frater Verhagen ondernamen in prelude op ‘Fitna’ van Geert Wilders. Heel de wereld werd profylactisch diplomatiek ‘afgestempeld’ en bezworen om lokale rellen wegens Fitna direct te smoren, omdat het Nederlandse volk in weerwil van Wilders in feite heel moslim knuffelig was. Bos en Balkenende – vermoedelijk ooit in de toekomst getypeerd als het slechtste of een der slechtste staven der kabinetten na de oorlog – zullen ongetwijfeld roepen dat dankzij hun diplomatie in de wereld, Fitna niet tot rellen leidde. Onderwijl had men vele doempreken in binnen- en buitenland gegeven, die het inhoudelijk gehalte van het gevreesde Fitna ver overstegen qua opruiing. Want Fitna nam vrijwel niemand serieus, maar de premier en zijn Hekking (nog) wel.</p>
<p>Toen de kredietcrisis (2007) aanstaande was, hadden we – met recht – doemdenkers in ons midden. Economen zoals Willem Middelkoop, die de enorme crisis aan zagen komen. Ondergetekende verkocht al in 2006 al zijn aandelen, omdat de schuldenberg in de wereld zo hoog leek op te lopen dat een barst in de zeepbel niet kon uitblijven. Als een volslagen amateur als auteur dezes met slechts wat atheneum economie en een beetje gezond verstand zoiets inziet, waarom dan niet een Minister van Financiën? PvdA’er Wouter Bos echter, deed een Colijntje. We moesten rustig gaan slapen, de crisis in Amerika zou niet zomaar naar Nederland overwaaien. Mede daarom bespaarde het Kabinet Bakellende IV nauwelijks, tot groot ongenoegen van de VVD. Kort nadien viel Lehman Bros om. Iedereen kent de gevolgen. Wouter Bos had opeens tijd nodig om de kinderwagen wat vaker aan te duwen. Ondertussen had hij wel twee banken voor ons aangekocht.</p>
<p>Met het failliete Griekenland binnen de monetaire unie waar wij aan mee schijnen te doen, zijn nieuwe doemprofetieën ontstaan. Het mooiste is dat de ene doemdenker de andere tegenspreekt, dus doem moet ons lot uiteindelijk wel zijn, zou je denken. De één spreekt uit dat Griekenland koste wat het kost in de Euro moet worden gehouden, omdat anders de gevolgen van de Kredietcrisis van 2007 overtroffen zouden worden door een verkruimelde Akropolis. De andere stelt juist dat een redding van Griekenland apocalyptische gevolgen voor Europa zal hebben, omdat we het geïnvesteerde geld nooit meer terugkrijgen en andere Euro landen met wankele begrotingen nu denken dat ze ook gered zullen worden.</p>
<p>De politici, vooral die op links, preken momenteel doem en hel over het kapitalisme en vooral het neoliberalisme. De nationaal ongekroonde kampioen liberalisme bashen is de SP’er Roemer, die iedere keer als ik hem op televisie zie me weer heel patriarchaal richting keuken doet uitroepen dat de hamsterweken weer zijn uitgebroken. Het is echter zelfs de PvdA tandem “Zak &amp; As” – Job Cohen en Ronald Plasterk – gelukt om de verdoemenis van de, immers ook door de sociaaldemocraten omhelsde, neoliberalistische samenleving inmiddels te preken. Het neoliberalisme is de schuld van alles en moet deaud. Dat is de boodschap van links. Zo niet, dan is de onderkant van de samenleving gedoemd. De oplossing vanuit links is voor de hand liggend: het wetboek van Strafrecht moet worden uitgebreid met een sectie over ‘misdadig succes’. De straffen op succes moeten flink worden verhoogd terwijl de bonussen voor falen aanzienlijk dienen te stijgen. In sociale hoek heet dat ‘rechtvaardige herverdeling’. Ik doe niet zo gauw aan doemdenken. Ik denk dat het Nederlandse volk zo verstandig is dat het bij meerderheid inziet dat de socialisten de politiek al 25 jaar niet veel nieuws meer bieden, en dat een duo zoals “Zak &amp; As” Nederland wel satire biedt, maar geen ‘alternatief’. Toch is ook Europees de socialisten een doekje voor het bloeden gegeven. De bankbelasting wordt ingevoerd. En daarover valt veel te zeggen.<br />
<strong><br />
<a rel="attachment wp-att-2896" href="http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/euro/"><img class="alignleft size-full wp-image-2896" title="euro" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2011/09/euro.jpg" alt="euro" width="123" height="92" /></a>De bankbelasting </strong></p>
<p>Je hoorde en zag het aankomen. De banken hebben de kredietcrisis van 2007 veroorzaakt. Dat vindt men. Dat de banken een symptoom en geen oorzaak waren, doet er niets aan af. De banken moeten worden gestraft. Banken staan symbool voor kapitalisme, voor graaien. En toegegeven, als je Gooische fossielen als Boele Staal inzet om je als sector te vertegenwoordigen richting ‘maatschappij’, dan doe je ook heel erg je best om je als sector als kapitalisten en grootgraaiers te profileren. Als ik Boele Staal hoor spreken – en bovendien naar hem luister – word ook ik bijna voorstander van een belasting van banken. Boele Staal is de juiste man op de verkeerde plaats.</p>
<p>Omdat er heel veel banken moesten worden gered, die in problemen kwamen vanwege de derivatenhandel dominoramp in 2007, bedacht men een bankenbelasting als een genoegdoening. Alsof de banken werden gered vanwege de noodlijdende directies of aandeelhouders! Welnee. De banken werden gered omdat de maatschappelijke gevolgen veel te groot zouden zijn als er een decimering zou plaatsvinden. Het waren de gewone rekeninghouders – Jan met en Jan zonder Pet – die moesten worden gered. De enige die Jan zonder Pet extra hielp, was nota bene Wouter Bos, de sociaal democraat. Die vond dat hij woekersparende vermogende Nederlanders in IJsland in plaats van gewoon 40,000 euro maar liefst 100,000 euro staatsgarantie kon toezeggen! Overigens niet uit zijn eigen ruif, maar die van u en mij. Ik opteerde direct voor een politicibelasting om dat soort weggeefprojecten te kunnen financieren in de toekomst, maar Wouter was al weg. In schaamte deed hij een half jaar alsof hij matriarchaal was geworden om vervolgens zelf lekker te gaan grootgraaien bij een van de overbodige grootadviseurs in den lande. Zoals we weten eindigt niemand binnen de PvdA meer zoals Den Uyl. De lijst miljonairs ná een PvdA carrière overstijgt die van alle partijen. Dat realiseert u zich toch, als u die partij wederom het vertrouwen geeft? Partij van de Afgunst, totdat er zelf kan worden gegraaid. En dat is geen doemdenken – au contraire!</p>
<p>De bankenbelasting betalen de gewone burgers. Dat weet iedere socialist in Europa. Maargoed, de Unie is in tegenstelling tot wat populistische roeptoeters als Roemer zeggen, ook helemaal geen liberaal of neoliberaal product, maar een socialistisch kindje. Zowel de economische als de monetaire unie zijn in hoofdzaak geboetseerd uit sociaaldemocratische klei. De essentiële bewegingen vonden plaats in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, waarbij de sociaalchristenen en sociaaldemocraten in Europa domineerden. Daarom distantieerde het conservatieve Engeland zich ook zo van de unies. Het waren met name mannen als Helmut Kohl (sociaalchristen) – die met zijn visieloze rappe samensmelting van zijn twee Duitslanden ook bijna zijn thuisland om zeep hielp – en Francois Mitterand (socialist) die het Europa van nu vormden. Kohl was daarin zo dominant dat een bepaald niet rechtse sociaalchristen en globalist als Ruud Lubbers met hem meermaals in aanvaring kwam. Het verdrag van Maastricht uit 1992 legde de basis voor zowel de politieke als de economisch-monetaire unie. Het waren Kohl en Mitterand die de controlerende en (be)dwingende instrumenten buiten de Unie afspraken hielden. Hoewel Nederland er toen en nadien flink op aan zou dringen sancties te zetten op overtreden van monetaire afspraken, werd dat door de meeste Europese landen inclusief Duitsland tegengehouden. Als doekje voor het bloeden mocht Nederland de eerste monetaire baas leveren, de onvolprezen Wim Duisenberg.</p>
<p>Dat banken zich inmiddels hebben ontpopt tot volledig commerciële bedrijven, waar gewoon geld wordt verdiend, schijnt inmiddels als immoreel te moeten worden bestempeld. Merkwaardig, dat een economische gemeenschap zoals de EU, mede ontwikkeld om de geconsolideerde Europese economie te versterken en te vergroten, een banksector dergelijke rechten ontzegd. Des te merkwaardiger, daar banken juist de motoren van de economie zijn. Immers, zonder uitlenen van geld stokt de economie. Als we alles moeten doen met slechts het geld wat we werkelijk bezitten, vertraagt de economie tot nul met vervolgens een decennialange krimp. Banken zorgen er echter voor dat overheden, bedrijven en particulieren kunnen investeren. Het investeren levert activiteiten op. Op ons geld zitten niet. De bankenbelasting leidt dus – zouden de banken het werkelijk zelf betalen – tot een economische vertraging van enorme proporties. Maar – dat hebben de politici allang overwogen – onze bestuurders weten dat die bankenbelasting bij u en mij wordt weggehaald. Zoals de accijns op tabak, alcohol en brandstof ook bij de gebruiker worden gehaald. Het is dus gewoon een extra indirecte belasting voor de burgers. En als de banken het nu maar gewoon omslaan per transactie, worden vanzelf de meer vermogende en meer handelende bankklanten het zwaarste aangeslagen. Is dat even mooi sociaal geregeld? Jammer alleen dat de politiek er zo oneerlijk over is.<br />
<strong><br />
<a rel="attachment wp-att-2897" href="http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/gerrit-zalm/"><img class="alignleft size-full wp-image-2897" title="gerrit zalm" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2011/09/gerrit-zalm.jpg" alt="gerrit zalm" width="120" height="164" /></a>Gerrit Zalm<br />
</strong><br />
Gelukkig hebben we Gerrit Zalm. Een gluiperd van ongekend formaat. Ik heb wel eens met de man gedineerd. Hij kwam de VVD Leiderdorp bezoeken. Schichtig liep hij de keurig georganiseerde evenementen af, overal en nergens zijn sigaretje rokend, ieder hem aankijkend oog vermijdend. Hij verloochende zijn PvdA wortels niet. Hij kan ongelofelijk goed slijmen en draaien, hoewel hij mensen nooit aankijkt. Een leugentje of smoesje wordt gevolgd door het reflexmatige lachje, waarbij de hardste leugen of de lastigste vraag wordt ontweken met een korte geacteerde lach met de bekende nekbeweging. Even het hoofd in de nek, vooral bij de grote leugentjes. Gerrit Zalm is een geboren politicus. Vertelt kleine en grote leugentjes als tweede natuur, reflexmatig. Kwam niet voor niets voorbij in het dossier DSB. Hij was onze langstzittende minister van financiën. Geholpen door een hypersterke economische tsunami, die ertoe leidde dat droompredikers (de minstens zo gevaarlijke tegenpolen van de doempredikers) spraken van een ‘nieuwe economie’ – ofwel een economie zonder grote (neerwaartse) herstelbewegingen – en geloofd werden, leek hij een erg goede schatbewaarder. Zalm, die werkelijk enige tijd zijn best deed om de monetaire unie een sterk apparaat met repressieve macht te laten worden, verloochende ons echter. Hij liet zijn eisen volledig varen, beloofde ons niets dan voorspoed met die euro, en vertrok nadien als minister om bij een schimmige bank een beetje te gaan cashen. Zijn staatssecretaris Wouter Bos was hem niet vergeten. Toen de vazal meester was geworden, werd de oude meester gevraagd om het genationaliseerde vehicle Fortis-ABN AMRO te gaan leiden.</p>
<p>Zalm presteerde het vandaag – zondag 4 september 2011 – om te gaan doempreken over bankbelasting en de euro. Dat de bankbelasting aan klanten wordt doorberekend, is geen nieuws. Dat had iedereen al bedacht, was ook de (eigenlijke) opzet. Over Griekenland en het immer zurige VVD orakel Bolkestein zijn recente oraties had Zalm ware woorden, althans, ze konden me bekoren. Maar toen kwam het: “Als de Euro uiteen zou vallen, zou een recessie ontstaan waarbij de jaren dertig nog slechts een schijntje waren”. Wat een gecertificeerd gelul! Wat een doempreek!</p>
<p>Als de Euro morgen voor lokale valuta moet worden ingewisseld, dan is er geen crisis zoals in de jaren dertig. Als dat wel zo is, dan verklaart Gerrit Zalm zich een nog grotere leugenaar en slangenbezweerder dan hij al was. Hij is het die ons naar de Euro leidde en ‘peace in our time’ predikte met die geweldige monetaire eenheid. Ik weet niet hoe het u lezers vergaat, maar ik heug mij heel vette negentiger jaren. We verdienden goud, we konden ons alles permitteren en de economische groei was schier eindeloos. Dat was met de gulden, mark, frank, lire, drachme, peseta en kroon als dagelijkse betaalmiddelen. Wij stompzinnige zonderlingen beseften kennelijk niet dat het eigenlijk ontzettend slecht ging met ons en dat de euro ons gered heeft van een reprise van de jaren dertig. Zalm opteert vandaag dus eigenlijk voor een standbeeld naast Michiel Adriaanszoon de Ruyter, omdat hij ons een eigentijds Chatham heeft gegeven: de Euro. Zonder die euro waren we gedoemd geweest, ergo, als we hem nu weer inleveren, steken we collectief de Styx over zonder dat we twee euro op de ogen hebben kunnen leggen om de veerman te betalen. Non-existentiële vraag: wie betaalt de veerman? Ikzelf vermoed de Chinezen, die met hun enorme Dollar voorraad het economische lot van de gehele wereld toch al in handen hebben.</p>
<p><strong>Doempreken is voor losers</strong></p>
<p>Zalm dus, met zijn doempreek. Mensen die doem preken, zonder dat ze dat ook maar fractioneel waar kunnen maken, zijn losers. Het zijn letterlijk of figuurlijk (in Zalm zijn geval: beide) hele kleine mensjes. Als je doem moet prediken om je boodschap te laten landen, mis je kennelijk de statuur en de geloofwaardigheid om inhoudelijk je gehoor te overtuigen. Heel Nederland voelde plaatsvervangende schaamte toen een van weinig testosteron voorziene premier Balkenende ineens met (veel te) hoge stem van de kansel stond te schreeuwen “waar is toch die VOC mentaliteit?”. Niemand die antwoorden durfde “nou, gewoon, zo rond de knoflookgrens, waar zwart geld en morshandel nog steeds gewoongoed zijn”. Want dat is natuurlijk de werkelijkheid. De VOC zelf was immers nooit zo rijk, maar wel de tussenhandel. En dat is nu precies wat onder de knoflookgrens speelt. De staten zijn arm, maar de volken rijk. Wij ‘Ollanders hebben geen oude sokken meer. Wij hadden een Boerenleenbank. In ons buurlandje België heeft men de oude sok nooit helemaal afgeschaft, maar in het Mediterrane zit het pensioen vrijwel volledig gewoon in de oude sok. Traditioneel vertrouwt men daar de overheid niet, en, zo blijkt, terecht. Het wordt ons voorgespiegeld alsof die landen straks volslagen failliet gaan als de vergrijzing toeslaat, maar niets is minder waar. Wij hebben alles transparant in de boeken, zij niet. Wij hebben de spaarboekjes, zij de holle matras. Wij betalen de belasting en krijgen dan de helft terug, zij betalen geen belasting en houden het volle pond. Wie doet er nu iets niet goed? Zijn de Grieken gek of zijn wij door de Ouzo bevangen?</p>
<p>Doempreken is voor losers en niet alleen omdat ze altijd ongelijk hebben. En omdat het losers zijn, krijgen ze nauwelijks gehoor. Wie neemt Gerrit Zalm nou nog echt serieus? De man die alles weglacht met zijn pathologische zenuwlachje. Die man vraag je op gesprek voor het ontspannen tv momentje. Wie neemt Balkenende, Verhagen of Donner serieus? De Jezuïeten processie die vanuit hun achtergrond traditioneel de hel en verdoemenis als middel aanwenden om hun zin door te drijven. Alsof we met zijn allen nog in de zak en roe van Sinterklaas geloven, de ook al uit Katholieke hoek ontsproten, vermeend kindervriendelijke, sanctieprofeet uit Spanje, waar je als klein kind al bang voor werd gemaakt. De zak van Sinterklaas werd je in het vooruitzicht gesteld als je niet luisterde. Als we het kabinet Rutte I zouden steunen, zou Bruin Nederland ons lot worden – we zouden aan fascisten ten prooi vallen, zo meldde ons een belangrijk deel van redeloos links. Inmiddels zijn we een jaar verder en er is nog geen onvertogen ethisch of etnisch discussiestuk gepasseerd. Slechts reparatiebeleid na teveel spenderen door alweer een christelijk-sociale politieke samenwerking. ‘Fitna’ leverde niets aan rellen op behalve een treurspel in onze eigen rechtszalen, omdat enkele bijzonder aandoenlijke linkse lieden de vrijheid van meningsuiting trachten te monopoliseren; zoals rechtse demonstraties bijna altijd alleen maar uit de hand lopen door linkse provocaties. Dat de Europese grondwet er niet (helemaal) kwam was een zegen, maar leidde geenszins tot vallende muren, eerder tot verbeterde afspraken. Dat we hier nimmer een Sharia gaan invoeren en dat we echt niet vervallen in een theocratie met een raad van Ayatollahs in plaats van een Raad van State, is wel duidelijk. Wilders zijn doempreken passen bij zijn chargerende retoriek. Wie Wilders en zijn clubje serviele sponsdieren serieus neemt, moet nodig even uitwaaien. Hoe het met de wereld loopt in ecologische zin, moeten we nog even afwachten. De massa’s doemprofeten die ons een ongemakkelijke waarheid voorspellen en het einde van de wereld op basis van een CO2 sommetje beloven, moeten nog in het ongelijk worden gesteld. Formeel dan, want ‘onder professoren’ is men er allang uit dat de CO2 kwestie een grote hoax was, die echter wel voor een ongekende subsidiestroom zorgde. Daar waar een ecoloog of aanverwant gildegenoot vroeger in de VS bij de gratie Gods een baan kon vinden, wonen ze nu met tig keer modaal in de suburbs. Doemprofetieën die iets positiefs opleveren, een mooie paradox!</p>
<p><strong><a rel="attachment wp-att-2893" href="http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/erasmus-lof-der-zotheid/"><img class="alignleft size-medium wp-image-2893" title="erasmus-lof-der-zotheid" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2011/09/erasmus-lof-der-zotheid-196x300.jpg" alt="erasmus-lof-der-zotheid" width="137" height="211" /></a>Erasmus </strong></p>
<p>Begin 16e eeuw, nog voor Nederland in een vlaag van economische overmoed een fenomeen als de tulpenmanie – de bubble van eind jaren negentig van de vorige eeuw avant-la-lettre – leerde kennen, schreef Erasmus zijn beroemde “Lof der Zotheid”. Daarin werd de maatschappij een beeld voorgehouden van zijn meest extreme en lachwekkende uitwassen. Mede geïnspireerd op het tamelijk wezenloze ‘Utopia’ van Thomas More, waarin een droombeeld van een vermeend ideale wereld wordt geschapen. Erasmus neemt in de Lof de elite op de hak, maar vooral ook de theologen en de mensen van hoge statuur (met kennis en macht). Dezer dagen zou hij zich ongetwijfeld laten inspireren door doemprofeten in de politiek, of ze nu in de vorm van economische of maatschappelijke doemmodellen trachten aandacht voor hun gekoeterwaal te krijgen. Erasmus zou zich vast bewegen in een grote stoet van andere schrijvers, zoals we de laatste maanden en jaren de ene na de andere econoom mogen lezen, die het altijd wel geweten heeft. Dàt wist waarover hij voordien zweeg, zullen we maar zeggen. Doem wacht ons als we vele economen mogen geloven.</p>
<p>De moderne theocraten zijn politici en economen. Erasmus had zich er kostelijk mee vermaakt. Ik ben gestopt met luisteren naar doemprofeten. Ik luister graag naar mensen met een goed verhaal, met een doorwrochte onderbouwing, ook als de boodschap erachter bedreigend kan zijn. Iemand die me echter een doemscenario zonder behoorlijke argumenten voorhoudt, verliest mijn aandacht. En al helemaal als mensen doemscenario’s voorhouden in volslagen onvoorspelbare zaken als economie of milieu. Zoals echte wetenschappers weten, zijn dat zogenaamde chaosmodellen. Modellen met zoveel variabelen, dat een uitkomst niet te voorspellen is, hoogstens met theses is te benaderen of te suggereren. Geen enkele ruimte dus voor bizarre uitspraken als “dan staat Europa een crisis te wachten, die de jaren dertig crisis tot een schijntje maakt”. Zeker niet door een man, die als hij gelijk heeft, zelf aan de basis stond van dit doemscenario. Als hij uiteindelijk toch gelijke heeft, dan neig ik niet naar Erasmus te verwijzen, maar meer naar de maatregelen die het gepeupel nam toen het zich door Johan de Witt belazerd voelde. Ofwel, “hang him high”! Want het zou volslagen zot zijn om hem een andere vorm van lof toe te zwaaien!.</p>
<p><strong>Allert Goossens</strong></p>
<p><strong><a rel="attachment wp-att-2900" href="http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/foto_allert/"><img class="alignleft size-full wp-image-2900" title="foto_allert" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2011/09/foto_allert.jpg" alt="foto_allert" width="80" height="53" /></a><br />
</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2011/09/lof-der-zotheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe groter het schaakbord …</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/11/hoe-groter-het-schaakbord-%e2%80%a6/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/11/hoe-groter-het-schaakbord-%e2%80%a6/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Nov 2009 08:45:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[borden]]></category>
		<category><![CDATA[claude shannon]]></category>
		<category><![CDATA[goede]]></category>
		<category><![CDATA[groter]]></category>
		<category><![CDATA[hoe]]></category>
		<category><![CDATA[kiezen]]></category>
		<category><![CDATA[leven]]></category>
		<category><![CDATA[maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[Maurice]]></category>
		<category><![CDATA[Per]]></category>
		<category><![CDATA[schaakbord]]></category>
		<category><![CDATA[schaken]]></category>
		<category><![CDATA[soms]]></category>
		<category><![CDATA[spel]]></category>
		<category><![CDATA[stellingen]]></category>
		<category><![CDATA[sterk]]></category>
		<category><![CDATA[Vroeger]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/?p=1914</guid>
		<description><![CDATA[… des te minder goede spelers. Schaken is een spel dat niet veel met behendigheid heeft te maken, niets met geluk of toeval, maar alles met intelligentie, overzicht en analytisch vermogen van de spelers. Dat komt doordat het een strategisch spel is waarin de spelers vooruit moeten denken, de strategie van de tegenstander moeten zien [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaakbord.jpg" rel="shadowbox[post-1914];player=img;"><img class="alignleft size-medium wp-image-1920" title="schaakbord" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaakbord-300x241.jpg" alt="schaakbord" width="231" height="185" /></a>… des te minder goede spelers. Schaken is een spel dat niet veel met behendigheid heeft te maken, niets met geluk of toeval, maar alles met intelligentie, overzicht en analytisch vermogen van de spelers. Dat komt doordat het een strategisch spel is waarin de spelers vooruit moeten denken, de strategie van de tegenstander moeten zien te ontrafelen en pareren en onderwijl zelf een winnende strategie moeten ontwikkelen op het bord. Een spel van keuzes. Gewogen keuzes.</p>
<p>Veel keuzes ook, want volgens de wiskundige Claude Shannon is de speltheoretische complexiteit op het met 64 vakken en 32 stukken getooide speelveld uit te drukken in het aantal theoretische stellingen van maar liefst 10E120. Ofwel 10 tot de 120e macht. Reglementair ligt het aantal zetten ‘gelukkig’ beduidend lager met 10E43. Ongekend hoge getallen. Vanuit een gemiddelde willekeurige stelling heeft de speler aan zet de mogelijkheid uit 30 tot 218 zetten te kiezen. Ga er maar aanstaan in het dagelijks leven!<span id="more-1914"></span></p>
<p>Schaken is een strategisch spel waarbij topspelers meestal hyper intelligente mensen zijn. De absolute topschakers uit de geschiedenis waren geestelijk briljant, zaten zelfs vaak tegen de ‘waanzin’ aan. Dat is goed te begrijpen. Want een topschaker denkt zoveel zetten vooruit dat hij soms duizenden stellingen in zijn hoofd benaderd, om nog maar niet te spreken van de elite die blind simultaan schaakt, ofwel zonder de borden voor zich te zien tegen meerdere goede spelers tegelijk speelt.</p>
<p>Schaken draait om keuzes, net als het leven. En daarin is een aansprekende maatschappelijke parallel te trekken.</p>
<p><strong><a href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaak_01.jpg" rel="shadowbox[post-1914];player=img;"><img class="alignleft size-medium wp-image-1922" title="schaak_01" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaak_01-180x300.jpg" alt="schaak_01" width="90" height="149" /></a>De zetten des levens</strong><br />
Het leven is vaak net als een schaakspel. Iedere dag maakt een mens vele keuzes, waarin hij of zij de strategie des levens formeert. Veel keuzes maken we onbewust, gestuurd of zelfs instinctief. Maar in de moderne maatschappij moeten we ook steeds meer bewuste keuzes maken. Daartoe worden we gedwongen, door allerlei omstandigheden.</p>
<p>De sterk toenemende wereldbevolking leidt, zeker in druk bevolkte gebieden, tot een exponentiële toename in keuzes. Want de toename van de bevolking leidt tot evidente toename in persoonlijke interacties, of we het nou willen of niet. Sommige mensen zoeken dat op, denken dat prettig te vinden, noemen zich bijvoorbeeld stadsmensen of sociaal contactbehoeftig. Anderen ontlopen het, zoeken rustiger oorden op of ontlopen anderszins een sociaal druk bestaan.</p>
<p>De globalisering en evolutie van het maatschappelijk en economisch denken leidde tot een structureel toenemende druk op de werkvloer. Of het nu in de publieke of private sector is, iedere oudere werknemer, die bewust in het leven staat, heeft de laatste decennia een sterk toegenomen druk tot presteren gevoeld. Zelfs een werkzoekende ervaart tegenwoordig veel meer druk dan een aantal decennia geleden, want werkloos zijn met recht op een uitkering geeft allerhande verplichtingen. Arbeid is niet langer vrijblijvend, een loopbaan is niet langer een lange rechte weg, maar jaarlijks voorsorteren geworden. Prestatiebeloningen dwingen zelfs rechtstreeks contractueel een prestatie af of stimuleren die zodanig dat niet presteren een faux-pas is. Collectieve mores dwingen de collegae zich te conformeren. Niet meedoen is afhaken. Niet mee hollen, is jezelf buitenspel zetten.</p>
<p>In onze privétijd worden we in toenemende mate met keuzes geconfronteerd. En dan is het vaak moeten kiezen in plaats van mogen kiezen. Er waren tijden, nog niet zo heel lang geleden, dat je bij 45,000 gulden bruto jaarinkomen wist dat je je particulier moest verzekeren tegen ziektekosten. Daaronder was je ziekenfonds verzekerd. Hoefde je je niet druk te maken. Die loongrens was voor een groot deel ook een intelligentiegrens, want de meeste minder begaafde mensen – tenzij begaafd eigen ondernemer – kwamen niet zo gauw boven de drempel.</p>
<p>Andere keuzes zijn er evenzo steeds meer te maken. Vroeger reed je standaard volgens dezelfde weg naar je werk en terug. Vandaag de dag overweeg je meerdere routes, als je die beschikbaar hebt, omdat de files of de snel ingepaste afspraak aan het eind van de dag je tot die keuzes dwingen. Binnenkort kies ik standaard voor binnendoor. Scheelt me 7 cent per kilometer, zelfs buiten de spits. Weet de overheid bovendien lekker even niet waar ik zit. Althans, als ik het mobieltje thuis laat of de chip in elk geval niet meeneem.</p>
<p>Vroeger lag een erfenis bijna bij wet vast. Overlevende wettige partner en kinderen kregen hun minimale erfdeel. Het kleine restant kon je naar eigen goeddunken verdelen. Tegenwoordig kun je het grotendeels zelf bepalen. Je moet keuzes maken, waarbij je je realiseert dat de erfgenaam straks weet dat jij vermoedelijk welbewust erf hebt gelaten of juist niet! Een post mortem ontboezeming met wellicht veel impact.</p>
<p>Er waren tijden dat je wist dat de winkels overdag van 9 tot 6 open waren, op donderdagavond koopavond en op zondag serene stilte. Vandaag de dag heb je de keuze om iedere avond te winkelen of de zondag daarvoor te selecteren. Dat helpt overigens wel het probleem oplossen van de drammende partner, die echt iets wil ondernemen het weekend, want anders is er maandag bij de koffie op werk zo weinig te vertellen. En dat mag niet gebeuren, want als burgerlijk worden afgeschilderd in de pauze op werk is een afgang.</p>
<p>De telefoon was vroeger PTT. De post ook. Nu moet je kiezen. En iedere paar jaar weer. Want de techniek gaat zo snel dat je bakeliet telefoon tegenwoordig zelfs al retro is. Het voordeel van de vrije postmarkt is dat je nu op Valentijnsdag de gehele dag kan worden verrast. Want tussen 9 en 7 komen er zo’n vijf postbodes langs, van vijf verschillende bezorgorganisaties. Dat is efficiënt, zelfs goedkoper volgens onpeilbare economische modellen en bovendien breidt het je kennissenkring weer uit. Die van de hond ook trouwens …</p>
<p>Stroom kwam ooit gewoon uit je stopcontact. Na afschaffing van het muntapparaat in de huiskamer, was er decennialang geen keuze. Of je wilde of niet, je kreeg stroom van de lokale stroomboer. Ging je ergens anders wonen, dan had je maar te slikken dat de lokale prikleverancier je van 220 volt voorzag. Een situatie die natuurlijk volkomen onhoudbaar was. Vandaag de dag kun je gelukkig kiezen uit tientallen aanbieders, die allemaal aan je (virtuele) voordeur staan te colporteren met heel overzichtelijke vergelijkingen, zodat je je bijna gratis stroom en gas eenvoudig kunt betrekken van de stroomleverancier in bijvoorbeeld Zuid-Frankrijk. Rete interessant natuurlijk, dat de centen voor vakantie in Zuid-Frankrijk er niet zijn; maar wel lekker in eigen huis elektrisch steengrillen met stroom uit de Dordogne. Wie had dat gedacht, kernenergie uit Frankrijk om je Argentijnse biefstukje thuis in Nederland te grillen. Wie zei er dat globalisering slecht was?</p>
<p>Als je in de zeventiger jaren een beetje pijn in de buik had, belde je de huisarts en kon je dezelfde dag even de boel laten checken. Geen poortwachter in de vorm van een assistente die gezeten in de volle wachtkamer je gehele medische dossier even met je doorneemt. (fictief voorbeeld) ‘U hebt last van pijn in de onderbuik? Waar precies? Oh, hebt u moeite met plassen? Met copuleren? Ja, vervelend. Even kijken of ik een gaatje voor u heb hoor! Is overmorgen om 11:45 uur voor u in orde?’ De hele wachtkamer met enige kennis van de medische encyclopedie heeft inmiddels een diagnose al klaar. Niet zó erg, want ze zien me toch niet. Gelukkig heeft de assistente een oplossing voor de ‘mystery guest’, ze eindigt met ‘tot donderdag dan meneer Goossens’. Nu weet tenminste niemand wie er last van zijn prostaat had …</p>
<p>Diezelfde huisarts heeft het antwoord niet. ‘Ik wil dat toch laten nakijken in het ziekenhuis’. Vroeger wist je dan waar je aan toe was. Dokter die en die, in ziekenhuis zus en zo. Nu niet. Je mag zelf kiezen. Beetje internetshoppen om te kijken op de ‘kijk en vergelijk’ pagina van een of ander schimmig specialistenevaluatieplatform. Ja, niet vergeleken op internet is een doodszonde tegenwoordig. Want internet biedt de nieuwe waarheid. Ik kies een ziekenhuis om de hoek. De huisarts kijkt me aan in de trant van ‘gemiste kans’, maar ja, ik denk nog wat traditioneel.</p>
<p>De werkgever heeft dit jaar slechts 2% opslag geboden. Dat kan ik niet aanvaarden. De inflatie is slechts 0,5% geweest en voor een verhoging van 1,5% doe ik het niet. Ik monster me aan op een internet board en ga eens even comfi surfen in de baas zijn tijd naar mijn volgende voorsorteervak op de maatschappelijke snelweg. Gelukkig heb ik tientallen opties, wat de keuze eenvoudig maakt. Ik draai even een standaard sollicitatiebrief uit van internet en voeg mij personalia toe. Met een porto envelop van de zaak stuur ik mijn nieuwe potentiële bazen mijn wervende ‘save as’ sollicitatiebrief.</p>
<p>’s Avonds op de bank tot mijn vreugde de keuze uit 40 zenders op tv en 100 op de radio. Die saaie Nederland 1, 2 en 3 en de doodvermoeiende vijf Hilversums zijn goddank allang aangevuld door kwaliteitstelevisie van formaat. Als ik wil kan ik 900 zenders krijgen, maar 40 kwaliteitszenders vind ik wel voldoende. Wel lekker hoor dat zappen, hoewel de RSI kansen aan mijn rechterduim wel beteugeld moeten worden. Alleen die batterijen kosten goud!</p>
<p>De krant heb ik er inmiddels gelukkig uit kunnen gooien. Internet biedt me betrouwbaar nieuws, direct heet van de naald en met de kwaliteitsjournalistiek op internet zit het veel beter dan in die ouderwetse krant. Bovendien krijg ik standaard de opinies van de bezoekers die het nieuwtje allang voor mij lazen en kan ik me vast een beeld vormen wat ik van dat nieuws moet vinden. Datzelfde heb ik met verkiezingen. Vroeger bedacht ik me wat ik moest kiezen door de flarden die via Nederland 1, 2 of 3 tot me doordrongen. Wat de buren kozen, was een raadsel. Dankzij Maurice de Hond hoef ik echter nooit meer naar een opinie te zoeken. Ik kan heel makkelijk met de meerderheid meeleuren, nu me dagelijks door de Hond wordt verteld wat Nederland ergens van vindt. Ik zou het niet meer willen missen, die barometer van de Hond die me dagelijks verteld hoe afgestompt dom Nederland aan het worden is.</p>
<p>Ik ben voorts zielsgelukkig met de keuzes die ik krijg als het op verkiezingen aankomt. Twintig partijen, alleen al op de voorkant van het formaat A2 formulier. Er zal er toch wel eentje bij zitten, die het goed met me voor heeft en 100% zoals ik denkt? Bovendien, als ze dat onderweg niet blijken te doen, dan kies ik de volgende keer toch een ander? Fijn dat de traditionele partijen me ook dagelijks verrassen met een statutenvreemd voorstel. Ze gaan gelukkig mee in de dynamiek van het verkiezingsveld. Doodvermoeiend en saai dat je vroeger van tevoren wist waarvoor die traditionele partijen voor stonden. Gelukkig heb ik daarin nu niet alleen keuzes, maar kan ik die mede dankzij Maurice de Hond dagelijks bijstellen. Laat niemand me zeggen dat ik niet ‘modisch’ ben!</p>
<p>De supermarkt was vroeger veel te klein. Ik wist er de weg, dus het was een oersaai bezoek. En van iedere productsoort slechts zo’n tien verschillende kwaliteiten en prijzen. Die lastige prijskaartjes op de producten, die altijd los kwamen in je zak of die je er helemaal niet afkreeg. Nooit eens wervende acties, behalve dan eens in de tien jaar voetbalplaatjes bij de Appie. Gelukkig is de supermarkt tegenwoordig precies wat de naam zegt. Iedere week staan de standjes anders ingedeeld, dus ieder bezoek is weer alsof je een nieuwe buurtsuper bezoekt. De prijzen fluctueren per dag, dus inkopen doen doe je alsof je de AEX afstruint naar een aandelenkoopje. Per productsoort ongeveer 150 keuzemogelijkheden en er wordt middels slechts zo’n 50 verschillende handige symbolen op de verpakking aangegeven of je bij het nuttigen van een product grote kans maakt voor je 50e te sterven aan obesitas, hart- en vaatziekten of diabetis. Dat maakt de keuzes eenvoudig. De maandelijks wisselende spaaracties zijn erg handig en leuk voor de kinderen, die dus graag meegaan om de boodschappen te helpen tillen. Dat was vroeger wel anders! Heerlijk om te gaan shoppen in eigen supermarkt! Een avontuur.</p>
<p>Vroeger was het saai in het openbaar vervoer. Je had in onze regio slechts NZH. En die reden jaar in jaar uit op dezelfde route en volgens hetzelfde boekje. Je had het schema in je hoofd. Wat moet je met die informatie? Slaapverwekkend om iedere dag min of meer op tijd diezelfde route te rijden op die rode bankjes met bijna dezelfde mensen. Gelukkig hebben we nu halfjaarlijks aangepaste routes, uitvallende bussen en regelmatig nieuwe maatschappijen die rijden. Dat maakt openbaar vervoer een dynamisch begin en eind van de werkdag. En dynamiek is goed, want dat levert beleving. Mijn OV forenzenslaapje behoort tot het verleden. Prima, want het straalde toch een stuk verveling uit. Slecht voorbeeld voor de jeugd …</p>
<p><strong><a href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaak_02.jpg" rel="shadowbox[post-1914];player=img;"><img class="alignleft size-medium wp-image-1924" title="schaak_02" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaak_02-179x300.jpg" alt="schaak_02" width="90" height="151" /></a>Schaakborden en vrijmarktdenken</strong><br />
Het neoliberalisme zorgde ervoor dat mensen vanaf de jaren tachtig steeds meer keuzes hebben gekregen. Niet alleen meer de keuzes t.a.v. belangrijke zaken in het leven, maar beïnvloedbare, min of meer vrije keuzes die dag in dag uit moeten worden gemaakt over triviale zaken. Dat gaat veel verder dan ‘wat draag ik vandaag’ en ‘wat eten we vanavond’. Van eerste oogopslag tot het snaveltje toe, is het keuzes maken. De vrijheid van het individu, noemen doorgeslagen liberalen dat met een porum dat op ‘mooi toch?’ staat.</p>
<p>De vrijwel absolute vrijheid van het individu staat qua ambitie diametraal op de wetenschap van de mensenkunde. Als mensen werkelijk de vrijheid wordt gegund, ontstaat anarchie. Het ongebreidelde streven naar vrije markten, naar private verzorgingsomgevingen en winst uit virtueel alles in het economische en maatschappelijke verkeer is gelijk aan het volgen van een crash koers. De afgelopen twee jaar is de wereld geconfronteerd met de macro economische gevolgen. Desondanks maken veel economen en politici alweer statements als zouden we op weg zijn naar duurzaam herstel. Klinkklare nonsens, maar … de macro economie is massapsychologie. Als je maar hard genoeg gelooft, komen we er wel.</p>
<p>Vrije marktdenken heeft beslist voordelen. Ten aanzien van productenverkeer waarbij een gezond concurrerende en ongekunstelde markt kan ontstaan, heeft de vrije markt meer voor- dan nadelen. Die fase van de vrije markt hebben we allang geleden bereikt. Maar de harde vrije marktdenkers willen meer. Dat vrije marktdenken is geïnstitutionaliseerd in de tegenwoordige moederstaat EG. Die tikt lidstaten snel op de vingers als de vrije markt wordt beteugeld. Alle denkbare processen en systemen moeten worden geliberaliseerd, gegoten worden in bestaande of gecreëerde concurrerende modellen en ertoe leiden dat u als individu zelf kunt beslissen.</p>
<p>Er zijn niet veel gezond liberaal denkende mensen meer over. Gezond liberaal zijn betekent het onderscheid kunnen maken tussen systemen, processen en producten waar vrijemarktdenken een werkelijke verrijking betekent, oprecht goed is voor het individu en (h)erkennen waar het ophoudt en waar dus een zekere mate van collectivisme of centralisme mag blijven. Doorgewinterde liberalen (libertijnen en aanverwante extremisten) verliezen totaal uit het oog welke belasting de ongebreidelde vrije markt het individu oplevert. En er zijn tegenwoordig veel meer libertariërs dan men denkt. De EG wordt er door beheerst, maar het is zelfs in de geesten van veel politici geslopen die denken dat ze veel gemiddelder zijn georiënteerd.</p>
<p>Steeds meer mensen moeten afhaken in de maatschappij, omdat ze de overdaad aan keuzes niet kunnen beantwoorden, omdat ze veel te vaak de verkeerde keuzes maken, omdat ze niet willen of simpelweg niet kunnen kiezen of – nog basaler – omdat ze in het ongeremde ‘vooruitgangsproces’ niet meer kunnen aanhaken. Want het individu dat afhaakt in de race voor meer, beter, groter en duurder, kan zich wel eens neerslachtig gaan voelen. Kan wel eens een ‘loser’ gevoel krijgen. Paria’s hebben het slecht in een asociale libertijns ingerichte samenleving.</p>
<p>De maatschappij die we inmiddels met elkaar creëren – c.q. al goeddeels gecreëerd hebben – is er één van meten is weten. Iedereen wordt gemeten, gevraagd of ongevraagd, bewust of onbewust. Uw gegevens zijn alom bekend. Het land staat vol ‘servers’ die databases bijhouden die uw doen en laten, uw denken en kunnen, uw grenzen en beperkingen en uw kansen en bedreigingen laten zien. Een druk op de knop en uw gegevens rollen eruit. Als je daarin geen inzicht hebt of daar bijvoorbeeld geen inzicht in wilt hebben, dan word je elke dag op tv of radio ongevraagd wel gestuurd. De media storten een overvloed aan opinies en polls over ons uit. Als je niet weet wat je moet vinden – wat meestal betekent dat je weloverwogen een keuze maakt of een zaak je niet interesseert – dan word je al snel als afhaker betiteld. Je moet wat vinden, want anders ben je een loser, hoor je er niet bij. Geen mening is gelijk geen ruggengraat. Tegenwoordig worden mensen zonder mening steeds minder gemeld. Het is gewoon 48% voor en 51% tegen. Iedereen duidelijk dat 1 op de 100 geen mening had, de loser.</p>
<p>Het ergste vind ik de maatschappelijke glijbaan waar steeds meer mensen zich op wanen of weten. De overvloed aan keuzes – het doorgeslagen vrije markt denken – is voor steeds meer mensen een reden of aanleiding om af te haken. Ze vinden vaak zelf dat ze niet meer meedoen, niet meer meetellen. Ze kunnen de keuzes niet meer aan, moeten zich in kleine lettertjes gaan verdiepen zonder de schijn van een opleiding te hebben, kunnen niet meer leunen op vertrouwde getoetste paden, maar ontwaren op de voorheen lange rechte weg met hier en daar een flauwe bocht, ineens een circuit met kruisingen. De overdaad aan keuzes beangstigt steeds meer mensen, dwingt hen tot aanhaken of afvallen, dwingt hen tot keuzes waar ze het gewogen oordeel voor missen. De weerslag van die processen op onze maatschappelijke en geestelijke gezondheid wordt zorgvuldig onder de mat geschoven, maar is immens. Sociaal zwakker krijgt een nieuwe definitie.</p>
<p>Schaken is met 64 velden en 32 stukken op het bord al een spel dat maar weinig mensen goed beheersen. De strategische keuzes die je als speler constant moet maken, de analyses van de stand op het bord, die zich na iedere zet wijzigen, doen steeds meer denken aan het dagelijkse leven. Doen denken aan de overlevingsstrategieën in de huidige competitieve maatschappij.  Daarin worden zelfs niet-schakers gedwongen steeds meer zetten bedenken op het schaakbord des levens. Maar steeds meer spelers aan dat bord, hebben de grootste moeite aan te haken en staan binnen de kortste tijd schaak, of zelfs mat. Eén op de tien mensen heeft tegenwoordig psychische problemen van ernstige orde.</p>
<p><strong><a href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaak_03.jpg" rel="shadowbox[post-1914];player=img;"><img class="alignleft size-medium wp-image-1925" title="schaak_03" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/11/schaak_03-187x300.jpg" alt="schaak_03" width="90" height="145" /></a>Eindspel</strong><br />
De schaker die het eindspel bereikt heeft goed partij gegeven. Maar de vraag wordt steeds prangender hoeveel spelers in het simultaantoernooi des levens vroegtijdig afvallen. Het schaakbord met zijn onnoemelijk vele zetmogelijkheden kent weinig spelers die tot de top behoren. Als we het schaakbord nog meer zouden vergroten, vallen er nog veel meer potentieel goede schakers af of het maakt de selectie aan de top zo dun dat er niet eens meer op niveau geschaakt kan worden.</p>
<p>De huidige doorgeslagen vrije markt en überconcurrerende samenleving biedt niet alleen de economische ongewenstheid van de dictatuur van de markt, niet slechts de schikking naar vermogende en onvermogende mensen in de zin van saldi op de bank, maar zorgt ook voor een steeds grotere toename in maatschappelijke afvallers, die het enorme palet aan keuzes niet meer aankunnen. Mensen die in essentie de kansen hadden uitstekend mee te kunnen in de beheerste samenleving, maar die de letterlijke ‘vaart der volkeren’, de druk van moeten presteren, moeten kiezen, moeten mee hollen, niet meer aankunnen en afglijden in de schaduw van de voortrazende succestrein.</p>
<p>Er is niets mis met beheerst commercieel denken, niets fout of verwerpelijks aan met gezond verstand economisch verkeer middels beteugeld marktdenken te regelen. Maar extremisme ziet men niet alleen in ideologische uitersten als communisme of fascisme, zoals de huidige tijd ons weer eens wil doen geloven. Extremisme zit net zo goed in extreem libertarisch denken, in het opzoeken van dwingende en/of ultieme vrijheid van de markt. Als mensen toch eens gingen inzien dat de werkelijke waarheid van een leefbare samenleving zich a priori ergens rond het midden bevindt in plaats van in de uiterste van het grote spectrum, dan zouden we daarmee de weg terug gaan vinden naar beheersing, naar overzicht.</p>
<p>Als er één eigenschap typerend is voor de goede schaker, is het beheersing. Want er is vrijwel geen schaker in de top die agressief spel beloond ziet met ELO punten voor de ranglijst. Beheersing is het sleutelwoord. Bij schaken draait het namelijk vooral om de ontwikkeling van het spel midden op het bord. Het middenspel. Zoals de maatschappelijke inrichting in wezen zou moeten draaien om de oriëntatie vanuit het maatschappelijke middenveld. Want het middenveld bepaalt de balans tussen aanval en verdediging. Zonder middenveld wordt het aanvallen of verdedigen. Leuk voor het kijkspel, slecht voor het hart.</p>
<p><strong>Allert Goossens</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/11/hoe-groter-het-schaakbord-%e2%80%a6/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Banken: een tophypotheek op de toekomst</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/10/banken-een-tophypotheek-op-de-toekomst/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/10/banken-een-tophypotheek-op-de-toekomst/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 27 Oct 2009 23:01:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[aandelen]]></category>
		<category><![CDATA[banken]]></category>
		<category><![CDATA[facilitators]]></category>
		<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[middeleeuwen]]></category>
		<category><![CDATA[toekomst]]></category>
		<category><![CDATA[tophypotheek]]></category>
		<category><![CDATA[voc]]></category>
		<category><![CDATA[winston churchill]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/?p=1644</guid>
		<description><![CDATA[In de politiek is het tegenwoordig welhaast een doodzonde om naar het verleden te kijken. Terugkijken acht men in het bestuur exponenten van een conservatieve instelling of een afrekencultuur, omdat het verleden huidige bestuurders zo vaak als incompetent bewijst. Toch is het verleden de leerschool voor het heden. Zoals de bekende Britse demagoog Winston Churchill [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignleft size-full wp-image-1645" title="abnamrobank_efteling" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/abnamrobank_efteling.jpg" alt="abnamrobank_efteling" width="201" height="150" />In de politiek is het tegenwoordig welhaast een doodzonde om naar het verleden te kijken. Terugkijken acht men in het bestuur exponenten van een conservatieve instelling of een afrekencultuur, omdat het verleden huidige bestuurders zo vaak als incompetent bewijst. Toch is het verleden de leerschool voor het heden. Zoals de bekende Britse demagoog Winston Churchill al eens zei dat een volk zonder kennis van het verleden, geen toekomst heeft. Daarmee doelende op de noodzaak van een volksidentiteit (op basis van prestaties uit het verleden) en de lering die het verleden kan bieden, ten goede en ten kwade overigens. Balkenende – een non-demagoog – beoogde in wezen hetzelfde met zijn onhandige VOC metafoor.<span id="more-1644"></span></p>
<p>Banken waren in het verleden – om met een modern woord te spreken – facilitators. Ze boden de bezitters van enig tijdelijk overtollig geld de mogelijkheid dat centraal, goed beheerd en met enige compensatie voor geldontwaarding te parkeren. Banken waren beheerders en bewakers. Dat was het verleden. Hoe banken zich ontwikkelden, en welke gevolgen dat kan hebben, heeft de zeer recente geschiedenis ons getoond.</p>
<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-1646" title="muntleiden" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/muntleiden.jpg" alt="muntleiden" width="98" height="110" />Korte geschiedenis</strong><br />
In de Middeleeuwen was geld nog een ruilmiddel dat zuiver op de intrinsieke [werkelijke] waarde van het betaalmiddel dreef. Daarom waren munten van goud of zilver, soms van minderwaardiger materiaal. Omdat er in die dagen geen sprake was van een centrale Munt waar geld geslagen (of gedrukt) werd, waren het de metaalmeesters (smidsen) die munten vervaardigden. Zij waren het met metallurgische kennis.</p>
<p>Italië was de bakermat van de westerse banken. Stout gezegd – niet toevalligerwijs ook van witte boorden criminelen die men als maffia placht aan te duiden. Het verband zal spoedig duidelijk worden.</p>
<p>Omdat Italië in die dagen uit een veelheid aan staten bestond, en de handel grensoverschrijdend was, kwamen allerhande vreemde betaalmiddelen bij lokale gemeenschappen in omloop. Onbekende betaalmiddelen dus, wat ertoe leidde dat er altijd een betrouwbaarheidskwestie speelde. Vreemde munten werden dan naar de smidse gebracht, waar de smid voor een paar centen tegenprestatie aan het geluid en gewicht kon vaststellen of een munt ‘zuiver’ was en welke waarde deze vertegenwoordigde. De smidse deed dat op zijn stenen of marmeren werkbank, wat in het Italiaans een ‘banca’ heette. Zie daar de etymologische betekenis van het moderne begrip ‘bank’.</p>
<p>Die smidsen waren de eerste banken. Zij sloegen ook geld op, waren dus ook bewaarders. Bovendien wisselden ze om, in lokale munt. Kortom, allerlei bankhandelingen zoals we ze vandaag de dag kennen. Voor ingeleverd geld kreeg men een bewijs, wat men dezer dagen als een ‘wissel’ zou betitelen. Die wissel was het bewijs dat men het geld bezat. Men kon daarmee dat geld ophalen, maar evenzo daarmee betalen. Uiteindelijk ontstond uit deze cultuur de eerste bank, eind 15e eeuw. Die bank ging ook spoedig geld uit haar snel groeiende opslag uitlenen tegen een vergoeding. Zodoende ontstond heel snel de bank zoals we die goed kennen.</p>
<p>In Nederland was de eerste bank de ‘Amsterdamse Wisselbank’ die ontstond in het jaar dat het Twaalfjarig Bestand in ging, 1609. Kort daarvoor was de VOC opgericht. De bank mocht overigens van het Gewest géén leningen verschaffen. De toeval van de oprichting in het jaar van het ontstaan van de VOC was in werkelijkheid koele berekening. De handel floreerde inmiddels in met name het Amsterdamse. De bank ging echter korte tijd na de teloorgang van de VOC zelf ook over de kop, in 1820. Koning Willem I richtte vier jaar nadien de Nederlandse Handelsmaatschappij op, een soort handelsbank. Nadien volgden enige spaarbanken, waarvan de SNS spaarbank nog steeds bestaat.</p>
<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-1649" title="solvabiliteit" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/solvabiliteit.jpg" alt="solvabiliteit" width="99" height="46" />Banken en solvabiliteit</strong><br />
Al spoedig na hun ontstaan ontstonden dus bij banken financiële diensten, zoals het uitlenen van geld. Uitlenen van geld vergroot als het ware het geldvolume in omloop. Want als meneer X 100 euro naar de bank brengt en meneer Y leent tegelijkertijd 50 euro van de bank, dan is er in feite sprake van 150 euro in de markt, die uit die 100 euro ontstond. Dat dit dus een virtueel mechanisme is, beseffen maar weinig mensen. Maar men kan zich voorstellen dat dit de basis is onder het bankwezen. De banken beheren uw geld wel, maar het gros van uw geld geeft de bank weer uit aan leningen (en tegenwoordig investeringen). Binnen de geldstroom in een systeem is dus veel geld dat in feite ‘dubbel’ gebruikt wordt. Banken hebben dus nooit zoveel geld in kas als zijn ontvangen hebben.</p>
<p>Als dus een run op een bank ontstaat, dan is het duidelijk dat de bank niet al haar (virtueel) bewaarde geld kan uitbetalen, want de schuldenaren komen niet tegelijkertijd ineens bij de bank allemaal hun schulden aflossen. Om banken toch pieken in opnames met goed fatsoen te kunnen laten doen én het risico te laten beperken, worden aan banken solvabiliteitseisen gesteld. Solvabiliteit is een moeilijk woord voor de verhouding tussen bezittingen (geld, middelen, eigendommen) en vreemd vermogen (door derden opeisbare geld, middelen en zaken). Men bedenkt dan dat ook u als spaarder in principe (niet altijd) bij een bank tot het vreemde vermogen van die bank wordt gerekend. De bank is u immers uw gespaarde vermogen schuldig.</p>
<p>Banken moeten een zeker percentage van hun activa (eigen vermogen en bezittingen) in kas houden om hun vreemde vermogen (geleend geld) te kunnen dekken. U hebt immers (meestal) een direct opeisbaar saldo op de bank staan. De eisen voor banken liggen momenteel rond een solvabiliteit van 10% (varieert per land enigszins). Dat betekent kort gezegd dat een bank van iedere 100 euro aan totale schuld 10 euro werkelijk liquide kan maken uit zijn bezittingen en eigen vermogen.</p>
<p>Het is wellicht duidelijk dat de waarde van de bezittingen wel eens arbitrair kan zijn. Bezittingen van banken zijn bijvoorbeeld hypotheekleningen. Een hypotheeklening wordt vrijwel volledig als bezitting opgevoerd, want de schuldenaar zal deze immers uiteindelijk terug moeten betalen. Een beperkte correctie wordt toegepast voor een standaard percentage wanbetaling. Als een bank echter veel tophypotheken [hypotheken die de executiewaarde van de onderliggende zaak ruim te boven gaan] heeft vergeven, en deze hypotheken toch goeddeels in haar activa bestanden opneemt, dan is duidelijk dat die activa in wezen overdreven hoog worden aangeslagen. Immers, een normale hypotheek leidt bij wanbetaling tot het bezit van de onderhavige zaak (huis, kantoor, etc.), maar bij een tophypotheek blijft in zo’n geval een fikse restschuld achter. Die restschuld kan de bank vaak niet verhalen op de wanbetaler, want die is zelden in staat die restschuld uiteindelijk alsnog op te hoesten. Men kan zich ook voorstellen dat als huizenprijzen ineens dalen, banken massaal hun hypotheken moeten herwaarderen op risico. De executiewaarde van hun onderpanden neemt dan immers ook af. Het is dus heel belangrijk om de door banken opgevoerde activa kundig te beoordelen op hun tastbare waarde.</p>
<p>Datzelfde geldt (in mindere mate) voor de eveneens aan banken opgelegde garantievermogentoets. Het garantievermogen van een bank is onderdeel van de balans, van het eigen vermogen. Banken moeten een bepaald percentage van het uitgeleende geld reserveren. Dat mag in gestort kapitaal (echt geld) of in aandelen, of in achtergestelde leningen. Spaarder die een bank een achtergestelde lening verschaffen krijgen daarvoor meer rente, maar behoren te weten dat de terugbetaling van een dergelijke lening, die bij faillissement achtergesteld opeisbaar is, helemaal achteraan bij de schuldeisers staat. Dan is er meestal geen geld meer uit een faillissement dat terugbetaald kan worden. Het is vermoedelijk duidelijk dat banken dergelijke vermogenseisen vervelend vinden, omdat ze met dat geparkeerde kapitaal geen investering kunnen doen en dus geen winst kunnen maken. Er is dus een motivatie aanwezig om de netto som van het uitgeleende geld ‘te manipuleren’ zodanig dat dit lager uitkomt. Want hoe lager die netto som, hoe lager het geparkeerde kapitaal en des te meer kapitaal vrijvalt voor investering.</p>
<p>De solvabiliteitstoets (en de garantievermogeneis) – alsmede de beoordeling van de werkelijke waarde van opgevoerde activa – raakt nu juiste de kern van de financiële crisis waar de wereld recent in geraakte. Banken hadden massaal buitengewoon onzekere activa (bezittingen) op hun balans gezet, waardoor het weliswaar leek alsof ze de solvabiliteitstoets haalden, maar waarbij de solvabiliteit bij veel banken naar vrijwel nul zakte, toen bleek dat hun bezittingen geen of nauwelijks waarde hadden. Dat fenomeen werd algemeen aangeduid in de media als windhandel. Men had zelfs risicoportefeuilles verhandeld en als bezittingen opgevoerd. Ook portefeuilles met waardes die vrijwel geheel nominaal waren, ofwel slechts bij de waan van de dag waarde hadden. Zodoende ontstonden bij alle banken zorgen omtrent de balans en leende men elkaar opeens niets meer uit omdat men zelf liquiditeiten moest verzamelen om ‘gezond’ te blijven. En als banken elkaar niets meer lenen, stokt de gehele economie, want dan lenen ze bedrijven in het geheel niets meer.</p>
<p><strong>Verschuiving van bankdoelen</strong><br />
In het verleden waren er slechts enige types banken. Naast de nationale (centrale) bank, die het gehele financiële systeem beheert, had men had de spaarbank, de handels (of zaken) bank en de privé bank. De eerste was de bank waar men in feite niet veel meer deed dan geld naartoe brengen (sparen) of juist geld haalde (lenen). Dat werd naoorlogs uitgebreid tot spaarbanken of commerciële banken, waarbij die laatste consumentenbankzaken combineerden met retailzaken. De handelsbank was een risicovoller onderneming waarbij men voor grotere handelskredieten terecht kon en waar men zakelijk kon bankieren. Later kwamen daar de faciliteiten rond beleggen bij. De private bank was de bank voor vermogende cliënten. Een overzichtelijk stelsel.</p>
<p>De laatste decennia zijn de banktypes grotendeels in elkaar geschoven. Banken zijn in wezen grote concerns geworden, waar men vrijwel altijd alle bovengenoemde activiteiten pleegt en waar zelfs veel aan is toegevoegd, zoals verzekeringen, grootschalige effectenhandel en grootschalige investeringen. Banken werden grote risicodragende ondernemingen in plaats van faciliterende risicoarme dienstencentra. Daar waar vroeger banken – met uitzondering van de handelsbanken – vrijwel volledig afhankelijk waren van winsten uit betalingsverkeer en primaire financiële diensten (rente), zijn banken de laatste decennia veel meer afhankelijk geworden van winsten uit zelfbedachte producten (koopsommen, koppelingen verzekeringen en leningen, beleggingsrekeningen, etc.), beleggingen en investeringen. Hoewel de cliënt altijd de basis is gebleven voor de bank, is de afstand tussen die basis en de bankdoelstellingen veel groter geworden. Dat was het geval tot aan de zomer van 2008 …</p>
<p>Banken waren tot in de jaren zestig/zeventig zelfstandig opererende entiteiten, hoewel toen al heel wat, voorheen onafhankelijke, kleine banken waren samengegaan. Nadien ontstond de rush om toch maar van private onderneming naar naamloos vennootschap om te gaan en een notering aan de belangrijkste indices [beurzen] te bemachtigen. Banken gingen toen dus niet meer rechtstreeks het geld van de cliënten betrekken maar indirect, middels niet-preferente aandelen en obligatieleningen, geld van investeerders aantrekken. Emissies en obligatieleningen genereerden enorme vermogens, waarmee banken werkelijk gingen ondernemen. Als eerste ging men andere kleinere banken overnemen. Zo ontstonden de grote overnamegolven, die met name in het neoliberale tijdperk (1980-2000) tot enorm grote banken uitgroeiden. In Nederland waren twee fusies spraakmakend. ABN en AMRO, beiden al banken die uit fusies groter waren geworden, en ING en de Postbank, voordien ook al (kleinere) fusiebanken. De overname van de toch al grote internationale bank ABN-AMRO door een conglomeraat van banken (met Fortis als sleutelspeler) is niemand ontgaan. In het buitenland ontstonden ook ware molochen.</p>
<p>Het is voor iedereen helder dat die reusachtige banken weinig oog meer hadden voor de individuele rekeninghouder. Zelfs in een klein land als Nederland, was de rekeninghouder nauwelijks meer van belang. Banken waren vooral van de aandeelhouders en obligatiehouders afhankelijk geworden, en de rekeninghouder deed er niet zoveel meer toe. De traditionele verbinding tussen rekeninghouder en bank was dus met de massale beursgang van bancaire instellingen in wezen vrijwel verbroken. Dat op zichzelf moet te denken geven, maar dat gaf het in wezen niet. Althans, men beperkte de zorg erover niet tot de kern van de zaak, maar tot de afdekking van risico’s.</p>
<p>De overweging dat banken nauwelijks meer verbondenheid met de rekeninghouder voelden (de rekeninghouder overigens wél met zijn bank!), maar desondanks wel steeds groter en machtiger werden, leidde tot de definitie van het begrip ‘systeembanken’. Op zich is een systeembank geen banktype in eigenlijke zin, maar een bank die zich zodanig laat definiëren dat het omvallen ervan zou leiden tot een massale ontwrichting van het financiële systeem. Nationaal of internationaal. Er ontstond dus de kwestie bij Nationale Banken dat het omvallen van grote banken zou leiden tot ongebreidelde kettingreacties of buitenproportionele aanslagen op nationale of internationale financiële systemen. Daarop werden afspraken gemaakt door overheden om systeembanken te kunnen ondersteunen als deze in zwaar weer zouden komen.</p>
<p>Daarnaast was er al sinds 1978 [Collectieve Garantieregeling] sprake van een garantie vanuit de Staat (in feite vanuit het bankwezen zelf, maar opgelegd vanuit de Staat) voor een beperkt deel van de saldi die particulieren (en kleine ondernemingen) bij een bank hadden uitstaan bij een faillerende bank. Sinds twee jaar is die garantie flink uitgebouwd. Was het voorheen dat er 20,000 euro werd gegarandeerd op een rekeningsaldo, tegenwoordig is dat 100,000 euro. Dit laatste is echter nog steeds een noodregeling. Het betekent dat de oorspronkelijke 20,000 euro nog steeds in hoofdzaak door de banken zelf wordt opgebracht uit een speciaal fonds. De rest wordt door de Staat zelf gegarandeerd. De regeling houdt dus indirect een groot (extra) risico in voor wel gezonde banken, want zij betalen zelf de regeling tot de 20,000 euro limiet. Bovendien is als kritiek te leveren op de regeling, dat particulieren die onder de grens van gegarandeerde sommen ‘leuren’ met hun spaargeld bij banken die het meeste (rente) betalen – en dus in de regel meer risico’s aanvaarden – niet worden bestraft voor hun risicodragend ‘leuren’, omdat andere banken die minder risicovol met geld omgaan – en dus minder rente betalen – uiteindelijk toch moeten bijspringen als de leurende spaarder wordt gedupeerd. En die kritiek lijkt volkomen terecht. Uiteindelijk zijn het dus alle spaarders die de risico’s van de leurende spaarder bekostigen, want de ‘stevige’ banken verrekenen de kosten voor het risicofonds uiteraard met de eigen rekeninghouders. De regeling zou dus in dat opzicht moeten worden gewijzigd.</p>
<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-1648" title="ing" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/ing.jpg" alt="ing" width="125" height="83" />Bizarre fenomenen<br />
</strong>Banken hebben dus in de loop van de tijd de band met de ‘gewone’ spaarder losgelaten en zijn zich veel meer op – grotendeels zelfgecreëerde – nieuwe markten gaan storten. Banken en verzekeraars – vaak verbonden in één concern of middels samenwerkingen zodanig samen – hebben talloze feitelijk overbodige producten bedacht en verkocht, die slechts tot doel hadden winst te maken terwijl de risico’s voor henzelf minimaal waren of zelfs verminderden.</p>
<p>Als men geld leent van een bank betaalt men daarvoor rente. Die rente is veel hoger dan ontvangen rente als men spaart. De te betalen rente dekt immers ook risico’s af van banken. Het risico dat u niet of te laat terugbetaalt is zo’n af te dekken kwestie. Onderwijl hebben banken echter allerlei nieuwe producten ontwikkeld die zowel hun risico verminderen als hun winsten vergroten. Denkt u daarbij aan koopsompolissen en verzekeringen die uw vroegtijdig overlijden of arbeidsongeschiktheid als risico afdekken. U betaalt daarvoor dik geld, dat de bank weer als ‘afdekking’ gebruikt. Maar u betaalt in feite een veelvoud meer dan het feitelijk risico dat uw verzekeringspolis wordt aangesproken. Onderwijl is de betaalde rente nauwelijks gedaald. Kortom, er wordt van twee wallen gegeten door de kredietverstrekker.</p>
<p>Andere zaken zien vooral op beleggingen, in de breedste zin des woords. Reeds in de VOC tijd kon de deelnemer handelen in aandelen die de leverancier niet eens bezat. Pure speculatie en een voorloper van ‘naked short’ gaan (zie onder). Opties werden in allerlei vormen en maten ingevoerd. Dat zijn verkoop- of kooprechten op een mandje (meestal honderd) aandelen. Futures (termijn contracten) zijn transacties waarbij men ‘vandaag’ een prijs afspreekt voor een levering van ‘morgen’. Alle voornoemde financiële producten zijn zogenaamde afgeleide producten, of met een moeilijk woord ‘derivaten’. Ze hebben in wezen – net als de banken met de rekeninghouders – indirecte verbinding met het tastbare product.</p>
<p>In eigenlijke zin zijn het niets meer of minder dan de betere gokproducten. Want vroeger kon men slechts in opties handelen als men de onderliggende aandelen bezat of werkelijk zou aanschaffen (en dit moest borgen). Later hoefde dat alles niet meer. Men kon opties op aandelen die men virtueel bezat gaan verkopen, zo lang het maar aannemelijk was dat men kon betalen als dat noodzakelijk was. Betalen, want men kon de niet in bezit zijnde aandelen immers niet leveren als de kooptermijn van de optie was gepasseerd en men boter bij de vis moest doen. Nog veel zuiverder gokproducten zijn opties op de aandelenindices. Zo kan men al sinds jaar en dag opties verhandelen die de fluctuaties van de diverse indices tot virtueel product hebben verheven. U kunt dus bijvoorbeeld een call-optie (kooprecht) kopen dat de AEX volgende week boven de 350 punten sluit. Een feitelijk product – dat men onderliggende waarde noemt – is er niet. Want als uw optie expireert (verloopt) kunt u geen werkelijk aandeel kopen; er ontstaat dus geen werkelijk kooprecht. Het is dus een gokproduct, hoewel het uiteraard ontstaan is om risicovolle aankopen van aandelen af te dekken.</p>
<p>Datzelfde geldt in nog veel sterkere mate voor ‘short’ gaan. Short gaan is het verkopen van aandelen die men feitelijk niet bezit. Men leent die aandelen en verkoopt ze, met als uitgangspunt (lees: hoop) dat de aandelen zullen dalen. Men kan dan het verschil verzilveren. Hoewel er eveneens redenen van risicoafdekking bij ‘short’ gaan zijn te bedenken (treasuring), wordt het product in feite vrijwel alleen maar als speculatiemiddel gebruikt. Het is een volkomen onwerkelijk financieel product, omdat het geen enkele duurzame economische doelstelling nastreeft. Zuiver een speculatief element, al dan niet gekoppeld aan risico afdekking. Een superlatief van ‘short’ gaan is ‘naked short’ gaan, wat inhoudt dat men de aandelen niet eens leent, maar gewoon volkomen ‘naakt’ speculeert. Dat ‘naked short’ gaan is voor particulieren sinds kort nauwelijks meer mogelijk overigens, omdat men in is gaan zien dat dit product werkelijk een casino van de beurs maakte.</p>
<p>‘Futures’ werden al vroeg als financieel product geïntroduceerd. In wezen heel begrijpelijk. Als men met zijn afnemers prijsafspraken maakt om over enkele maanden te leveren, maar het onderliggende product moet nog worden vervaardigd, wil men zekerheid dat de grondstoffen niet veel duurder worden voordat men geleverd heeft. Zodoende verkocht men het product aan de ene kant en kocht vast grondstoffen voor de toekomstige levering aan de andere kant. Zodoende liep men geen prijsrisico. Maar ook de futures werden spoedig ontdekt als pure speculatie. Zo wordt tegenwoordig in olie zo levendig gehandeld dat een gemiddeld vat Midden Oosten olie tussen de twintig en dertig keer van eigenaar verwisseld voordat het is geleverd. De handel in futures bepaalt zelfs een voornaam deel van de olieprijs. Men kan zich immers voorstellen dat future contracten een vraag (mede) bepalen. Daarmee kan men flink speculeren.</p>
<p>Banken vertolken uiteraard sleutelrollen in de handel rond aandelen en derivaten. Niet alleen hebben banken (en aanverwante financiële instellingen) alleenrecht op het in omloop brengen van deze producten, maar ze zijn ook sterk betrokken bij de emissiekandidaten (bedrijven die naar de beurs willen om daar genoteerd te worden) als zakenbankier, bezitten zelf aandelen, creëren zelf fondsen (mandjes) en hebben dus zowel linksom als rechtsom invloed en belang bij de handel. Daarom blijkt uit onderzoeken dat het er alle schijn van heeft dat banken regelmatig aandelen aanbieden aan cliënten met mooie prospectussen of – bij reeds verhandelde fondsen – met mooie verkooppraatjes, die ze zelf graag kwijt willen of waar ze zelf graag winst op willen draaien. De cliënt denkt dan te beleggen in een goed product of bedrijf, maar de bank wilde vooral graag die aandelen kwijt en centjes verdienen.</p>
<p>Veel kwalijker is het nog geworden toen banken andersoortige risico’s gingen aanbieden in de zakelijke en interbancaire sfeer. Zoals banken al veel langer elkaars risico’s afdekken of delen, begon men creatieve risicoportefeuilles te vormen waarvan men de risico’s begon te verhandelen. Als het ware afgeleide producten (derivaten) van risicoportefeuilles. Zodoende kwamen onwerkelijke Amerikaanse hypotheken (hypotheken die zo ver boven het vermogen van hun afnemers lagen dat terugbetaling vrijwel kansloos was) indirect ook op balansen van West-Europese banken terecht. Toen alle banken vervolgens in de afgelopen twee jaar hun risico’s opnieuw moesten gaan waarderen, bleken vrijwel alle grote banken heel veel lucht te hebben op de waarde van hun bezittingen. Dergelijke derivaten hadden namelijk nauwelijks of geen waarde en werden door herwaardering ankers aan de solvabiliteit van de banken. Die solvabiliteit kelderde overal, wat alle banken op de rem deed trappen. Zodoende ontstond de situatie waarbij banken elkaar niets meer wilden, zelfs niets meer konden lenen. Ze moesten immers allemaal opeens liquiditeit genereren om niet spontaan om te vallen. Een groots domino-effect was het gevolg.</p>
<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-1650" title="wallstreet" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/wallstreet.jpg" alt="wallstreet" width="112" height="169" />De schrik van de herfst 2008</strong><br />
Toen de financiële crisis uit de VS ineens naar Europa overwoei, waren de epidemische effecten niet van de lucht. Een wereldcrisis ontstond, vanuit een financieel perspectief (blokkering geldstromen), en niet vanuit een economisch perspectief (groter aanbod dan vraag). Mega banken bleken ineens kwetsbare papieren molochen. De werkelijkheid haalde de leugen van virtueel geld en windhandel in. Heel het financiële systeem stond op de grondvesten te schudden.</p>
<p>Men zou zeggen dat de wereld een ‘wake-up call’ kreeg die niet te missen was, maar vooralsnog is daarvan geen signaal op te vangen. Ja, men schrok zich wezenloos. Maar die schrik is nu al uit de benen. In de VS zijn meer dan 100 banken van formaat omgevallen, maar men is daar alweer over tot de orde van de dag. Er werden honderden miljarden in de Amerikaanse bankensector gepompt door de Amerikaanse Staat, maar de bonussen werden en worden rustig op peil gehouden. De vrije markt beeft. De bakermat van libertijns denken, de VS, neigt naar wetgeving die bonusculturen beteugelen moet. Het feit dat de grootste financiële crisis sinds 1929 de wereld trof was geen signaal voor de internationale bankiers dat het anders moet. Het libertijnse denken, de ongebreidelde markteconomie, heeft net zo’n saillante crash gemaakt als het communisme in 1989, maar krijgt de kans om te doen alsof er slechts een verkoudheidje van het financiële systeem aan de orde was. Onwerkelijk, maar waar.</p>
<p>In Nederland, dat met (uitzonderingen daar gelaten) nooit aan de bizarre bonuscultuur meedeed, is er weinig veranderd. Iedereen is weer over tot de orde van de dag. Een nieuwe bankfusie staat voor de deur – Fortis en ABN-AMRO – en de banken keren zich weer richting rekeninghouder. Hé, wat zeg ik nu? De banken keren zich weer naar de rekeninghouder? Dus toch iets veranderd? Nou nee, men keert zich niet uit morele overwegingen weer richting rekeninghouder, maar uit commerciële overwegingen. Omdat nu immers blijkt dat de rekeninghouder weer melkkoe kan zijn in tijden van droog brood in andere marktsegmenten, is de rekeninghouder nu de verschaffer van het weerstands- en werkvermogen van banken geworden. Want hoewel de Euribor rente – de rente die banken (als basis) onderling rekenen – met 0,5% extreem laag staat, wordt er voor een beetje lening gerust 12% rente aan de consument gevraagd. Mensen met hypotheekcontracten op basis van variabele rente, betalen niet een procent of 4, zoals gebruikelijk zou zijn, maar gerust 7 of 8% of meer. Bankkosten voor gewoon bankkieren zijn steeds hoger aan het worden. Particulieren betalen opeens tientallen euro’s per jaar voor een simpel bankpasje. Hoewel men zou verwachten dat alle elektronische bankzaken de kosten voor banken hebben verlaagd, betaalt men juist steeds meer aan de bank voor volledig geautomatiseerde transacties. Zakelijke cliënten zijn al helemaal de sigaar. Op gewone zakenrekeningen krijgt men geen cent rente, maar voor iedere overboeking betaalt men geld, naast de reguliere maandelijkse afrekening voor het feit dat men überhaupt een zakelijke rekening heeft. Er zijn nog steeds banken – zoals staatsbank Fortis bijvoorbeeld – die geld via lucratieve tussenrekeningen overboeken, zodat het niet direct maar pas een werkdag later op de rekening staat. Dat terwijl het geld per direct interbancair overboekbaar is. Banken zijn grootgraaiers, waarbij de exorbitante bonussen slechts symptomen zijn van een doodzieke branche, die structureel enorme winsten maakten over de ruggen van eenvoudige rekeninghouders. De vraag dringt zich nadrukkelijk op in welke mate systeembanken nog commerciële beursgenoteerde instellingen zouden moeten zijn.</p>
<p><img class="alignleft size-full wp-image-1647" title="dsb_bank" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/dsb_bank.jpg" alt="dsb_bank" width="141" height="86" />DSB bank werd door de media op een genante manier gecriminaliseerd de afgelopen tijd. Niet dat DSB onwerkelijke beschuldigingen van woekeren aan de broek kreeg, maar zij is geen uitzondering in de branche, en de media suggereerden dat wel. Alle banken hebben gewoekerd bij het leven, maar hadden geen Lakeman om het aan de kaak te stellen. Kennelijk zijn de Nederlandse media vergeten dat vrijwel alle verzekeraars inmiddels schikkingen hebben getroffen voor woekerpolissen, dat banken stelselmatig onwerkelijke provisies vangen voor eenvoudige dienstverlening, dat verzekeraars eenvoudige medewerkers ongelofelijke bonussen en emolumenten bieden op kosten van de verzekerden en dat aandelen-lease producten door vele banken werden aangeboden.</p>
<p>Banken en verzekeraars zijn instellingen geworden die onwerkelijke winsten maken. Winsten die in grote mate mogelijk worden gemaakt door de absurde afromingen, provisies en kosten die rekeninghouders betalen. De banken zijn met recht een grote maffiafamilie te noemen die u financieel beschermingsgeld aftroggelen in ruil voor platvloerse dienstverlening. Ongrijpbare instellingen, waar de capo’s zich reeds ongrijpbaar en onzichtbaar gemaakt hebben en het voetvolk u van repliek dient als u weer eens lastig bent of … een dagje te laat bent met het aanzuiveren van uw onverhoopt met enkele euro overschreden toelaatbare negatieve saldo.</p>
<p>Onwerkelijke peetvaders van Nederlandse banken die algemene bekendheid genieten zijn Rijkman-Groenink, de man die tientallen miljoenen verdiende door de uitverkoop van de ABN-AMRO. De nog veel gladdere Belgische topman van Fortis – Votron – was helemaal een exponent van de ‘maffionale’ aard die de bankwereld inmiddels heeft aangenomen. Maar lieden als Gerrit Zalm – de man die altijd met een kokette glimlach doodvonnissen uitspreekt – en oerdemagoog Dirk Scheringa doen het niet veel minder. Scheringa, die zijn bank kapot gemaakt achtte. Inderdaad – door hemzelf. Als een eigenaar van een bank vrijwel alle winst afroomt om zijn hobby’s te bekostigen, maak hij zijn bank kapot. Scheringa heeft bovendien wanbeleid gepleegd, en zal hopelijk persoonlijk volkomen geplukt worden. Geen centje medelijden met dergelijke sekteleiders die over de rug van de gewone man de poenschepperige hobbyist uithangen. Maar in wezen doen grootbanken niets anders, zij het dat ze zichzelf en hun personeel onwezenlijk belonen voor heel normale niet-schaarse arbeid. Kletspraatjes als zou het bancaire vak unieke kunstjes vereisen, zouden allang ontkracht moeten zijn.</p>
<p>De oerband tussen rekeninghouder en bank is zo ver opgerekt dat het elastiek dreigt te springen. En ondanks het feit dat 2008 het jaar in zal gaan als het jaar dat de zelfkant van het ongebreidelde grootkapitalisme glashelder werd, is de vertroebeling alweer toegeslagen. Pleit ik nu opeens voor de koersverlegging richting socialistische heilstaten met centraal gecommandeerde economieën? Neen, waarachtig niet. Maar een stapje terug mag best. De absurde afkeer die men in het rijke westen heeft ontwikkeld tegen een stukje gezonde beteugeling van de vrijheden is wel het eerste wat noodzakelijk is. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat het gebeurt. Met enkele symbolische ‘ingrepen’ lijken de wereldwijde politici het erover eens dat de bankiers vast zo geschrokken zijn dat we geen herhaling gaan zien. Ik zou zeggen, maak een zin met de volgende woorden: struisvogel … kop … zand.</p>
<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-1652" title="neelie_kroes" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/10/neelie_kroes.jpg" alt="neelie_kroes" width="82" height="123" />Het grote gevaar </strong><br />
De totaal ongebreidelde vrije markt – ik was er een uitgesproken voorstander van tot zo’n tien jaar geleden – heeft bewezen niet te functioneren. Zelfreflectie en zelfregulering werken niet. Ook niet een beetje. Het werkt in het geheel niet. Het jureren vanaf de zijlijn ook niet. Nelie Kroes, tegenwoordig vooral de verpersoonlijking van wat vrouwen allemaal wel niet kunnen bereiken, zit wel mooie sier te maken met haar beleid, maar in wezen is ze juist de kers op de taart van de gefailleerde vrije markt. Want haar boetes van samenzwerende grootondernemers worden niet alleen aan de staten afgedragen waar de overtredingen plaatsvonden, ze worden ook doodleuk verdisconteerd in de prijzen die deze beboete ondernemers later weer op de markt zetten. Kortom, een verkapte belastingbonus en een ophoging van consumentenprijzen als resultaat. Jezelf voor het lapje houden heet zoiets. Nelie is de kampioen. En ze doet het met charme en verve, geef ik haar mee.</p>
<p>In feite is er echter op dit moment een wereldmarkt waarin de markt dicteert. Zoals Microsoft de softwaremarkt dicteert, zo bepalen SHELL, EXXON en BP ook een beetje wat uw benzine kost. De opkomende energiereuzen bepalen binnen afzienbare tijd volledig uw (hoge) energietarieven en genieten van de CO2 hoax, die ze graag met de Groenen in leven houden. We hebben daarnaast grote farmaceutische concerns die bepalen wat u voor medicijnen slikt, welke gevaarlijke ziekten u moet vrezen en wellicht – er zijn al verdachtmakingen – welke virussen uit bepaalde laboratoria ontsnappen. Banken bepalen hoeveel u voor uw geld betaalt of hoe weinig u ervoor krijgt, beleggers hoeveel u voor de olie en koper betaalt. De NS stelt vast hoeveel winst zij op treinvervoer wil maken en de geprivatiseerde zorg hoeveel honderd euro een ziekenhuisbed kost.</p>
<p>De strategie achter de ongebreidelde vrije markt is neokoloniaal. Uiteindelijk verliezen alle kleinere landen iedere strategische positie die ze ooit hadden, tenzij ze overmatig voorzien zijn van bodemschatten of een onomstreden strategische ligging hebben. Alle primaire en secundaire sectoren worden straks gedomineerd door enkele wereldspelers. In die zin is de wereld vrijwel geheel geglobaliseerd. De spellen Risk en Stratego moeten andere spelregels krijgen. Er is straks sprake van een omgekeerd effect van de Marxistische pijler ‘dictatuur van het proletariaat’; het is straks – nu reeds bijna – de dictatuur van de markt, en dan in het bijzonder de niche spelers zoals energiegiganten, megabanken en overige strategisch Tyranosauriërs. Een situatie die zo ongewenst is als maar kan, maar waar stelselmatig naartoe wordt gewerkt. De recente financiële crisis is nog slechts één voorbeeld van de risico’s die de wereld in haar huidige indeling treffen kunnen. Onze massale ‘progressie’ leidt ons tot onwerkelijke en levensgevaarlijk afhankelijkheid. Afhankelijkheid van grote sturende marktmachten en afhankelijkheid van gedicteerde systemen en technologie.</p>
<p>Zonder dat we het beseffen neemt de afhankelijkheid van de markt en geboden middelen zo ongelofelijk toe, dat onze kwetsbaarheid onwezenlijk groot begint te worden. Dat terwijl de kwaliteit van besturen, nationaal en internationaal, even onwezenlijk snel afneemt. De G.20 zit gevangen in eigen paradigma’s, de EU in zijn ongebreidelde drang tot groei; nationale kabinetten falen door visieloos en kansloos beleid sinds Paars II, lokale besturen tonen steeds tragischer vormen van wanbeleid. De wereld loopt over van ongebreidelde ambitie, maar die sluit steeds slechter aan op de noodzaken. Progressie is niet altijd vooruitgang. We dreigen door te slaan. En dat gaat altijd gepaard met chaos, oorlog en ellende. De zelfkant is geen geleidelijke remming, maar ‘boem is ho’. Slechts de voorschokken hebben we een jaar geleden gevoeld. De seismologen staan gereed om de werkelijke aardbeving te meten.</p>
<p>Ik ben ronduit een EU cynicus. De agenda van de EU klopt niet meer. Men is de weg kwijt. Van een economisch machtige en effectieve eenheid is het de laatste twee decennia onder hard-liner globalisten verworden tot een puur politiek instrument met slechts een economisch alter ego. Zwevers als Kohl, Lubbers en Balkenende vinden er hun thuis. Mensen die niet van deze wereld zijn, maar wel hoog met hun hoofd in de wolken leven. Die werkelijk denken dat het begrip beschaving een intrinsieke waarde in zich draagt in plaats van de nominale (geconditioneerde) waarde die het in werkelijkheid heeft. Lieden, die denken dat de menselijke aard werkelijk evolueert in een tempo dat men in intervallen van decennia kan indelen in plaats van in millennia. Politici die denken dat een moloch als EU of NATO besturen met 40 of 50 aangesloten landen duurzaam mogelijk is, in plaats van de oorspronkelijke EU te handhaven waar werkzaam beleid maken al moeilijk genoeg was. Een eenheid die zo gespannen is, zo gekunsteld is, dat de brisante lading ervan ongekende oerkrachten samenbalt. Politieke leiders die Turkije de maat nemen op zijn beperking van persvrijheid, maar EU lid Italië met eenzelfde signatuur gedogen. Een onmachtige, verdeelde en sterk gesegmenteerde EU, die middels een gekunstelde grondwet alleen maar meer macht naar zich toetrekt, die nationale beleidskwesties tot in details betuttelt en die een onwerkelijke vrije markt nastreeft. Ondertussen raakt de EU de grip totaal kwijt op humanitair en sociaal gebied. We lopen over van idealismen, ambities en waanbeelden, maar vergeten dat ieder systeem, iedere organisatie uiteindelijk door mensen wordt gevormd en gedragen. Tot dat ze niet meer gedragen wordt …</p>
<p>In het spoor van de stompzinnig naïeve EU ambitie, ontstonden de noodzakelijke voorwaarden om banken ongebreideld te laten groeien. Banken dicteren de wereld nu de financiële mores. Als een spin in het web, zoals de minister van Financiën in wezen de machtigste minister in een kabinet is, de wethouder van Financiën de meest voorname in een College. Staatsbanken mogen er niet meer komen, zo vindt de politiek. We zijn immers op het pad gekomen van libertijns denken, van de ongebreidelde vrije markt en verstandig enkele schreden terugzetten op een reeds gekozen pad is niet des politieks.</p>
<p>De politiek delegeert haar reeds gedelegeerde macht aan de markt. Terug naar de Middeleeuwen dus, met een feodalisme dat nu vanuit de grote spelers in de markt op de horige burger neerdaalt. Een vicieuze cirkel dus, niets anders. Dat is dus in feite geen progressie, maar regressie. Maar het zijn slechts weinigen die het zien. En zij die het zien roepen in koor: vermeerdering van kennis is vermeerdering van smart. Ofwel, je kunt het maar beter niet (willen) zien, want dan lijd je er minder onder. Tja, kop in het zand. Die struisvogels hebben het evolutionair nog niet eens zo slecht bekeken …</p>
<p><strong>Allert Goossens</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/10/banken-een-tophypotheek-op-de-toekomst/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waarom projecten vrijwel altijd duurder worden&#8230;&#8230;.</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/09/waarom-projecten-vrijwel-altijd-duurder-worden/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/09/waarom-projecten-vrijwel-altijd-duurder-worden/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 24 Sep 2009 23:01:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2009/09/25/waarom-projecten-vrijwel-altijd-duurder-worden/</guid>
		<description><![CDATA[De laatste tijd zijn twee prominente bouwprojecten telkens in het nieuws vanwege de grote kostenoverschrijdingen ten opzichte van het goedgekeurde budget. Het betreft de Amsterdamse Noord-Zuid lijn en de Maastrichtse Campus. Een ander bekend falend project was het Haagse tramtunnelproject. Deze projecten halen het landelijke nieuws omdat de schaalgrootte de blikvanger is. Maar ook kleine(re) [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img align="left" alt="haagse tramtunnel.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/haagse%20tramtunnel.jpg" />De laatste tijd zijn twee prominente bouwprojecten telkens in het nieuws vanwege de grote kostenoverschrijdingen ten opzichte van het goedgekeurde budget. Het betreft de Amsterdamse Noord-Zuid lijn en de Maastrichtse Campus. Een ander bekend falend project was het Haagse tramtunnelproject.</p>
<p>Deze projecten halen het landelijke nieuws omdat de schaalgrootte de blikvanger is. Maar ook kleine(re) regionale bouwprojecten halen zelden hun targets. Zeg maar gewoon ‘zo goed als nooit’. Dat dergelijke projecten het landelijke nieuws niet halen, is in feite te betreuren. Het zou de Nederlandse bevolking én Den Haag kunnen waarschuwen voor een zeer gevaarlijke trend.<span id="more-1530"></span></p>
<p>Het is zinvol eens te beschouwen welke aanleidingen voor grote kostenoverschrijdingen prominent in beeld komen.</p>
<p><strong>Aanbestedingprocessen</strong></p>
<p>Lokale overheden zijn ten aanzien van werken (boven een zeker minimaal bedrag) aanbestedingsplichtig conform de Europese Richtlijnen voor publieke aanbesteding. Nationaal geldt dat eveneens een aanbestedingsregiem volgens ARW richtlijnen geldt voor aanbesteding van werken onder de Europese drempelbedragen. Voor grote infrastructurele werken is altijd sprake van aanbesteding middels de Europese Richtlijnen.</p>
<p>Dergelijke aanbestedingsprocessen zijn veelomvattende papieren en juridische draken. De (inter)nationale rechtspraak is voortdurend druk bezet met klachtenprocedures die zien op (vermeende) onregelmatigheden op het procedurele vlak. Het gros van die zaken ziet niet eens inhoudelijk op het aanbesteden werk, maar veel meer op de juridische context van het aanbestedingsproces en de gunning. Dat proces laten we even voor wat het is.</p>
<p>Een aspect van het aanbestedingsproces dat wel zeer relevant is, is de prestatie die de aanbestedende dienst (meestal een overheid) verlangt van de inschrijvers (de aannemers – etc. – die aangeven op een werk te willen inschrijven en een offerte wensen te leveren). In Nederland is het zo dat de aanvrager in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de juiste omschrijving van het werk middels een bestek, een specificatie of een programma van eisen. Daarbij is afhankelijk van de aard van een werk in welke mate de aanvrager uitputtend moet omschrijven wat hij wenst gerealiseerd te zien.</p>
<p>Tegenwoordig is het gebruikelijk bij aanbesteding van grote werken, zeker als die van infrastructurele aard zijn, om prestatie overeenkomsten na te streven. Daarbij stelt de aanvrager een lange lijst van eisen op, op basis waarvan de succesvolle inschrijver het betreffende werk dient te realiseren. Hoewel de overheid de suggestie wekt dat daarmee sec sprake is van prestatiebestekken (in jargon: ‘lumpsum turn key’ of ‘turn key’ werken), is dat in werkelijkheid vaak niet zo. Aanvragers blijken namelijk middels eisenverfijning nog zeer sturend op te treden en de keuzevrijheden aan de kant van de aannemer zeer drastisch te verkleinen c.q. te versmallen. Daardoor is niet alleen de aannemer minder vrij in de keuze, maar is de aanvrager ook nadrukkelijk mede verantwoordelijk voor de keuzetrajecten waarin hij de aannemer middels eisenverfijning stuurde. Dat is wellicht wat complex, en daarom lijkt een simpel voorbeeld handig.</p>
<p>Eisen in een aanvraag laten zich vrijwel altijd categoriseren. Eisen beginnen op hoofdlijnen en eindigen middels verdieping tot fijne eisen op component niveau. Een topeis kan bijvoorbeeld zijn dat een weg een bepaalde normbreedte moet hebben en onderhoudsvrij moet zijn in de eerste twee jaar. Dat laat de aannemer bijvoorbeeld nog de keuze voor drie soorten asfalt. In een meer verfijnde eis voor die weg kan echter staan dat de hoeveelheid neerslag die de weg goed moet kunnen verwerken kleiner of gelijk is aan 10 mm per uur. Dat kan de keuze van de aannemer terugbrengen tot twee asfaltsoorten. De fijnste eis kan dan weer zijn dat bij droge vorst de gladheid van de weg aan de strengste norm moet voldoen. Die fijnste eis kan ertoe leiden dat de aannemer in wezen slechts voor één soort asfalt kan kiezen. Dat gegeven betekent niet alleen dat de aannemer in concreto helemaal geen keuze vrijheid heeft, maar evenzo dat door de verfijningsslag de aanvrager de aannemer bovendien naar één soort asfalt stuurt. Als uiteindelijk die asfaltsoort anderszins niet blijkt te voldoen, dan is het niet perse zo dat de aannemer daar zomaar volledig aansprakelijk voor kan worden gehouden, want de aanvrager liet de aannemer immers impliciet geen keuze. Men kan zich voorstellen dat een veel complexer eisenhuis voor bijvoorbeeld elektrotechnische installaties of besturingssystemen geldt en evenzo in verfijningslagen aannemers tot ‘keuzes’ dwingt. Als de aannemer die niet snel kan vaststellen bij offertevorming omdat hij bijvoorbeeld eerst een stuk ontwerp zal moeten doen, voordat de verfijnde eisen ‘hun werk’ doen richting systeemkeuzes, dan kan een ieder zich voorstellen dat aannemers niet alleen bezwaar maken in de zin van aansprakelijkheid, maar ook regelmatig de trom roeren omdat zij zich misleid voelen omdat ze uiteindelijk blijken nauwelijks of geen vrije keuze van materiaaltoepassing te hebben. Dat soort kwesties spelen prominent bij de bekende meerwerk kwesties die hoofdaanleiding vormen voor budgetoverschrijdingen.</p>
<p>Een andere kwestie is de gesteldheid van bouwterreinen en grond- en bodemgesteldheden. Hoewel aannemers de verplichting hebben zich bijvoorbeeld te vergewissen van informatie die zij redelijkerwijs kunnen vergaren, worden regelmatig gegevens beschikbaar gesteld. Die informatie kan beschikbaar zijn uit een vooronderzoek (bijvoorbeeld: is de bodem sterk vervuild, zo ja, dan worden de saneringskosten hoog) of uit eerdere onderzoeken. Als een aannemer die gegevens beschikbaar worden gesteld, mag hij er in wezen vanuit gaan dat die gegevens zich binnen bepaalde aannemelijke accuratesse marges bevinden. Het is immers onwenselijk als alle inschrijvers bijvoorbeeld zelf een bodemonderzoek laten verrichten. Dat zou onnodig veel kosten bij het werk betrekken. Overeenkomsten proberen wel dergelijke verantwoordelijkheden bij aannemers neer te leggen (in de trant van “aannemer neemt verantwoordelijkheid van accuratesse grondgegevens over”), maar men slaagt er zelden in bij disputen dergelijke pretenties waar te maken. Immers, een door de gemeente ingehuurde professionele partij die bodemonderzoek doet vlak voor een project tot aanbesteding komt, kan bij grote afwijkingen van de bevindingen vanuit grondonderzoek, bezwaarlijk de aannemer aanrekenen dat hij het onderzoek niet als leidend voor zijn prijsbepaling hanteerde. Het zou immers onredelijk bezwarend worden en de deur wagenwijd openzetten naar bewust oppervlakkig onderzoek door de gemeente. De rechter matigt dan ook meestal zulke doorschuifbepalingen of vernietigt zo’n bepaling in het geheel.</p>
<p>Een laatste veelvoorkomende kwestie is die van de aannemer die wordt ingehuurd om een door of namens de gemeente vervaardigd ontwerp c.q. bestek te realiseren. Daarbij fungeert de uitvoerend aannemer vooral als bouwer en dus niet als ontwerper. Het betreft dan bijvoorbeeld een door de stadsarchitect ontworpen kunstwerk (in de infrawereld duidt men met het begrip kunstwerk op een brug, viaduct, sluis, etc.) of complex. Met de architect worden vaak bindende afspraken gemaakt dat het ontwerp niet mag worden aangetast. Maar tegelijkertijd blijkt vaak dat wat architecten in het hoofd hebben zitten, bouwkundig slechts met kunstgrepen kan worden gerealiseerd. Als die kunstgrepen niet heel duidelijk worden geduid in het uit te voeren bestek, dan zal de uitvoerend aannemer bij sturing door de architect bij de opdrachtgever aankloppen voor extra vergoeding. Dat laatste geldt evenzo voor aannames die door partijen welbewust worden gedaan.</p>
<p>Aannames – ofwel onzekere uitgangspunten – staan in vrijwel alle grote bestekken, specificaties en ontwerpen. Vrijwel geen groot werk wordt aanbesteed zonder aannames. Het is immers – zeker in Nederland – zo dat bouwwerken met de meest moderne technieken moeten worden gerealiseerd. Die vooruitstrevendheid brengt risico’s mee, die de aannemer lang niet altijd aanvaard als de zijne. Als de gemeente Amsterdam een metrolijn wenst aan te leggen die niet door open werken mag worden aangelegd, en men dus voor het specifieke geval van de oude – niet onderheide – binnenstad een boorproces als enige haalbaar procedé hanteren wil, dan brengt zo’n ‘eerste toepassing’ relatief grote risico’s met zich mee. Als de aannemer zich die risico’s volledig moet toerekenen, wordt zijn tarief onbetaalbaar. Dus worden dergelijke risico’s in voorfases vaak relatief eenvoudig in portefeuille gehouden bij de opdrachtgever. Daarnaast komt het uiterst vervelende fenomeen van onvoorziene omstandigheden of overmacht bij grote projecten veel vaker om de hoek kijken dan bij kortlopende beperkte projecten. Als men wederom het Amsterdamse project neemt – of voordien het Haagse tramtunneltraject – dan is het ondoenlijk de gesteldheid van het gehele beoogde tracé voldoende voor te verkennen. Men neemt aan dat grondmonsters of proefputten een representatief beeld bieden van het gehele tracé, maar door de bewerkelijkheid en risico’s van proeven op tracédelen met aanpalende bebouwing, is het meestal ondoenlijk voldoende proeven te nemen. De risico’s die overblijven, blijven vrijwel altijd voor de opdrachtgever. Wederom geldt immers dat de aannemer zijn risico anders nauwelijks kan prijzen.</p>
<p><strong>Dales en Heertje</strong></p>
<p><a title="arnold_heertje.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/arnold_heertje.jpg" rel="shadowbox[post-1530];player=img;"><img height="124" width="139" align="left" alt="arnold_heertje.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/arnold_heertje.jpg" /></a>Emeritus hoogleraar economie Arnold Heertje, een gekend zijlijner in ons land, ontglipte recent een zware beschuldiging richting openbaar bestuur, in bijzonder het voormalige Amsterdamse deel daarvan. Bij RTL-Z schreef Heertje dat oud-wethouder Geert Dales (VVD) van de gemeente Amsterdam de grondlegger was van valse voorlichting inzake het kommerrijke Amsterdamse Noord-Zuidlijn project. Dales zijn voorstelling van zaken richting de Gemeenteraad van Amsterdam betreffende de budgetvastheid van het project was volgens Heertje pure en welbewuste misleiding geweest. Hij vulde die beschuldiging aan met het feit dat de verzameling ambtenaren achter Dales bovendien te incompetent was om dergelijke complexe projecten betrouwbaar te begroten én te begeleiden. Dales had slechts een post van 4% onvoorzien opgenomen in zijn aan de Raad voorgelegde begroting. Heertje voegde daaraan toe dat 25-30% gebruikelijker was.</p>
<p>De emeritus professor had volkomen gelijk in zijn beschuldiging aan het adres van Dales en zijn ambtenaren. Incompetent in het kwadraat en vanuit dat uitgangspunt onverantwoord om met slechts 4% onvoorzien te werken, zeker gegeven het feit dat een zeer vooruitstrevend binnenstedelijk project onderliggend was. Maar om nu te zeggen dat 25-30% onvoorzien een gebruikelijk uitgangspunt is, is overdreven. Dat is een onwaarheid. Als men een project juist begroot en tegen de juiste voorwaarden aanbesteed, is een post onvoorzien van 30% absurd. Daarop kan men immers totaal niet sturen, want wanneer in de projectvoortgang denkt men welke mate van onvoorziene overschrijding te bereiken? Een juist begroot project heeft immers in de vele activiteiten reeds enig vet zitten. Begroten op dezelfde cijfers als de verwachte offertes is onverstandig, hoewel het veel te vaak gebeurt. Een post onvoorzien van 10-15% is echter wel heel gebruikelijk, zeker voor risicovolle projecten. Het grote bezwaar bij het Amsterdamse project was echter dat de onduidelijke post ‘risico opdrachtgever’ niet te prijzen viel. Dales heeft nadrukkelijk verzuimd om de Raad van Amsterdam mee te geven dat er een grote risicopost was, die niet door de aannemers zou worden gedragen. Doodeenvoudig, omdat die aannemers die post weigerden te aanvaarden. En die weigering is al een teken aan de wand, want een betrouwbaar in te schatten risico neemt een aannemer wel op zich, als hij die mag prijzen. Dales zijn presentatie van een strak ingemeten budget en zijn bewering dat 4% onvoorzien voldoende was, misleidde de Gemeenteraad.</p>
<p>Dat Heertje de voormalig wethouder zwaar aanviel is terecht en gezien de arrogantie van Dales in zijn verweer voor de raadsonderzoekscommissie zelfs uitgelokt door de pedante VVD’er. Maar tegelijkertijd kan weer worden vastgesteld dat zelfs de grote en niet van algemeen intellect gespeende Gemeenteraad van Amsterdam zich volkomen heeft laten ringeloren. Zoals voordien de Raad van Den Haag en nadien die van Maastricht. Het geeft maar weer eens aan hoe onhoudbaar de platte democratie is versus competentie. Je kunt wel ambiëren dat iedere inwoner van een land middels een democratisch proces gekozen volksvertegenwoordiger moet kunnen spelen, maar dat is een aanslag op de competentie van het openbaar bestuur. In wezen simplificeert de kieswet en de grondwet het bestuursproces door geen enkele competentietoets mogelijk te maken voor openbaar bestuur. Slechts een enkele functionaris, een enkele minister, moet zich kwalificeren middels een opleidingseis, zoals de Minister van Justitie.</p>
<p>Dales heeft de Gemeenteraad welbewust om de tuin geleid. Maar de Raad heeft zitten slapen. Zoals de Leiderdorpse Raad zich indertijd structureel liet ringeloren door Victor Molkenboer, zo liet de Amsterdamse Raad zich bewust misleiden door Dales. De Amsterdamse Raad heeft zonder aanleiding zich verlaten op de rapporten die Dales voorlegde en melding maakten van haalbaarheid en betrouwbaarheid van het project. Niemand die zich in de mitsen en maren of andere kleine lettertjes verdiepte, niemand die kennelijk de merites van de risico inventarisatie zorgvuldig tot zich nam. Gemeenteraden laten zich blijvend ringeloren door de zogenaamde adviseurs en consultants, die zoals te doen gebruikelijk, hun mitsen, maren en overige voorbehouden duidelijker vermelden dan hun werkelijke verwachtingen.</p>
<p>Dat terwijl de Amsterdamse Raad had kunnen leren van de Haagse tramtunnelaffaire. Ook daar een lichtzinnig gemeentebestuur dat zich weinig bekommerde om de bij de gemeente liggende risicoportfolio en zich liet misleiden door blinde ambitie. Het werd een catastrofe. Maar het Haagse echec was van geheel andere proporties dan het Amsterdamse. Was in Den Haag nog sprake van een budget van € 139 miljoen en een uiteindelijke kostprijs van € 234 miljoen, in Amsterdam is sprake van – nu reeds – een verdubbeling. De begroting van € 1,4 miljard is nu al goed voor een werkelijke kostprijs van € 3,1 miljard. Dan is er geen sprake meer van een vergissing, maar van grotesk broddelwerk. Zoals Arnold Heertje volkomen terecht Geert Dales voorhield: je bent een beunhaas. Waarvan akte!</p>
<p><strong>Maastrichtse Campus</strong></p>
<p><a title="campus maastricht.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/campus%20maastricht.jpg" rel="shadowbox[post-1530];player=img;"><img height="190" width="254" align="left" alt="campus maastricht.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/campus%20maastricht.jpg" /></a>De Maastrichtse Campus is een prachtig ontwerp. De Spaanse toparchitect Santiago Calatavra was recent nog in het nieuws wegens zijn prachtige ontwerp voor het centraal station van Luik, dat overigens zo’n dissonant is in zijn omgeving, dat het begrip Stedenbouwkundige Visie weer een geheel nieuwe lading heeft gevonden. Calatavra is een architect die zich ontegenzeglijk heeft laten inspireren door Gaudi. De man weet met staal en transparante materialen ongelofelijk indrukwekkende moderne architectuur te tonen, die niet alleen trendzettend is, maar bovenal ook complex in haar eenvoud. Een ieder die van architectuur houdt – zoals ondergetekende – adviseer ik de website van Calatavra te bezoeken: http://www.calatrava.com/main.htm</p>
<p>De Universiteit van Maastricht wilde haar universiteit prominent facilitair vorm geven en koos daarom voor een gedurfd ontwerp van Calatavra. De universiteit werkte samen met de Maastrichtse OG gigant Servatius bij de totstandkoming van het nieuwe universiteitscomplex, waarbij voor het eerst in Nederland een grote campus (naar Amerikaans voorbeeld) zou worden gerealiseerd. Servatius is in deze de opdrachtgevende partij richting markt.</p>
<p>Servatius is een van de woningbouwcoöperaties die uit de eigen schaduw is getreden na de privatisering van de sector. Die onverstandige privatisering heeft alom in den lande voor rampzalige ondernemingen geleid, waar naast absurde salarissen voor bestuurders veel te veel hooi op de vorken wordt genomen door bedrijven die na decennialange beperkte ervaring met tamme beheerportefeuilles ineens als grote onroerend goed ondernemers een te grote broek aantrekken. In Rotterdam leidde het tot het absurdistische ombouwplan van Woonbron van een voormalig HAL schip (SS Rotterdam), dat met goedkeuring van de Minister der kansenwijken tot een grote mislukking werd ten bedrage van slechts € 175 miljoen. Servatius heeft nu een strop die volgens berichten ook al rond de dertig tot veertig miljoen euro bedraagt bij de aanbesteding en bouw van de Maastrichte Campus. De oorspronkelijke budgetten ter grootte van € 165 miljoen zijn dus ook daar reeds 25% overschreden, terwijl de fundatie nog niet eens is afgerond. De bouw ligt inmiddels stil.</p>
<p><a title="orbis.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/orbis.jpg" rel="shadowbox[post-1530];player=img;"><img height="169" width="255" align="left" alt="orbis.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/09/orbis.jpg" /></a>In Limburg ligt het Orbis Medisch Centrum. Het Startrek ziekenhuis dat hypermodern is en ook al zo gierend over budget werd gerealiseerd op basis van een futuristische specificatie van gerobotiseerde verpleging en overige volstrekt overbodige modernismen. Zoals bij de Campus ook al het geval, is de afstand tussen ambitie en doelgerichte eerlijke bedrijfsdoelstelling veel te groot geworden. In plaats van personeel rijden er robots rond, zijn allerlei handelingen geautomatiseerd en zijn patiënten voorzien van allerlei fijne elektronica zoals laptops en overige vermaakzaken. Handig, want on-line bestellen van de ziekenhuishap is een van de mogelijkheden. Orbis is ook al zo’n private onderneming die uit de neo-liberale zomer van de laatste twee decennia ontsproot. Aan de rand van het faillissement raakte het dominante regionale Orbis, waarvan de regio Sittard bijkans afhankelijk is. Het leidde zelfs tot Kamervragen dat het bedrijf de continuïteit van de lokale zorg bedreigen zou bij een faillissement. Voor zo’n € 300 miljoen begroot, maar uiteindelijk meer dan € 370 miljoen kostend. En wie zou dat verschil anders betalen dan de consument, in geval van deze instelling dus de patiënt. Gezien de omslag van de medische kosten middels collectieve verzekeringen dus alle patiënten (in spé) van heel Nederland. De aanbesteding van het buitengewoon complexe hypermoderne ziekenhuis – ongekend modern in de wereld – kostte 20% meer dan voorzien.</p>
<p>Het zijn voorbeelden van slechte aanbestedingen. Maar aanbestedingen waar direct of indirect de consument of de belastingbetaler ook opdraait voor de meerkosten. De Universiteit van Maastricht zal zijn gebruikers aanslaan voor de kosten, terwijl studiebeurzen worden bevroren. Renteloos bijlenen voor de studenten dus, waarbij de rentekosten omgeslagen worden naar de Nederlandse bevolking. Net zoals bij Orbis, waar de collectieve verzekering wegens te hoge medische declaratiekosten dankzij grappen als het Startrek ziekenhuis veel te duur wordt.</p>
<p><strong>Stokpaardje</strong></p>
<p>De grote projecten zoals hierboven geschetst, die zien op de collectieve sector of simpelweg de lokale bevolking, zijn maar enkele voorbeelden van de massa incompetentie in openbaar bestuur en halfgeprivatiseerde instellingen. Want hoewel de dromers der neoliberalistische stromingen – sommigen tot op de dag van vandaag – denken dat privatisering het antwoord op alles is, is de privatisering van het nutswezen (inclusief banken, wat in concreto een nutssector is) een faliekante mislukking. Bovendien drukken de kosten van die privatisering nog steeds op de collectieve rekening. Want de aanbestedingsflaters van Servatius en Orbis worden gewoon collectief omgeslagen middels directe- of indirecte lastenverhogingen. De student die meer voor zijn kamer, studie of sport betaalt en de collectief verzekerde Nederlander die extra betaalt voor de opgepimpte verzorging in Sittard.</p>
<p>Vooruitgang is een mooi streven. Maar het dient te gebeuren met de menselijke maat, binnen redelijke grenzen. Overheden waren traditioneel tamme en trage volgers, maar tegenwoordig zitten overheden voorin de markt. Het zijn trendzetters geworden. Noem dat maar vooruitgang, maar in wezen is er sprake van ambities en doelstellingen die sec voorbij gaan aan de basisbehoefte die openbaar bestuur heet. Nergens is bedoeld dat openbaar bestuur de taak heeft grensverleggend in de openbare ruimte te ondernemen. Maar men doet dit wel. De vermaledijde PPS constructies – de Publiek Private Samenwerkingen – leveren overheden op die in tandemformatie ondernemen. Dat ondernemen doen die overheden met het door burgers verschafte werkkapitaal. De vroeger o zo ontnuchterende nut- en noodzaaktoets is volkomen uit beeld aan het raken. Overheden kijken naar de buren, willen zich profileren. Een enclave als Maastricht die zich versus universiteitsteden als Amsterdam en Leiden wil profileren als de internationalistische universiteit van Nederland. Ja, het hoger onderwijs heeft het maar slecht. Geld gaat tegenwoordig op aan faciliteiten, uitstraling, allure, maar voor de werkelijke instellingsdoelstelling – kwaliteitsonderwijs – blijft steeds minder over. Lang leve de privatisering en zelfstandigheid.</p>
<p>Met die dramatisch snel gestegen ambitieniveaus in openbare bestuur en periferie is de competentie totaal niet meegegroeid. Deze instellingen en besturen ontberen de kennis. Zoals Arnold Heertje terecht aanmerkt, zijn het beunhazen die het openbaar bestuur vormen. En uitzonderingen daargelaten, is dat een gegeven. Zou een oprecht objectieve commissie van deskundigen in Nederland de grote en grotere aanbestedingen in den lande eens gaan toetsen op doelmatigheid en projectbeheersing, dan zou Nederland een aardschok meemaken als de resultaten ongecensureerd zouden worden gepubliceerd. Geen geregisseerde tragikomedie als de Bouwfraude, die slechts mild oordeelde over de incompetentie van het openbaar bestuur, maar een zwartboek der aanbestedingsblunders.</p>
<p>Maar bestuurlijk Nederland verdedigt zich conform de Dales norm. De bekende Pontius Pilatus stijlfiguur. Victor Molkenboer was de Leiderdorpse Dales, volkomen wars van enige zelfreflectie. Maar wel gauw weggesolliciteerd richting Leerdam, voordat de aarde te heet onder de voeten werd. Nee, aan Victor lag het niet. Aan zijn PvdA ook niet. Die hielden zelfs met natte voeten op de brug, het zinkende schip virtueel drijvend door te wijzen op de komende alles compenserende meevallers. CDA en GL huilden als dommige wolven mee in het bos. Het is tegenwoordig dus een standaardopstelling van een gemeentebestuur. Men neemt niet eens verantwoordelijkheid meer. Iedereen is gek, behalve zij. Hoe grotesk karikaturiseert men daarmee in feite de onhoudbaarheid van het huidige openbare bestuur.</p>
<p>Mijn stokpaardje is daarmee weer van stal. Het is hoog tijd voor een grondige herziening van het openbare stuur. Regionale competentiecentra zijn noodzakelijk. Grote bestuursentiteiten die qua grootte stadsprovincies vormen. Een werkelijke aansprakelijkheid voor openbaar bestuurders, en geen politiek verantwoordelijkheid op afstand met een riant wachtgeld. Aansprakelijkheid, ook als men inmiddels elders in het openbare bestuur aan de slag is. Daarbij de mogelijkheid van tussentijdse gemeentelijke verkiezingen in plaats van de zekerheid van vier jaar besturen. Ambtenaren veel meer loskoppelen van het politieke bestuursdeel dat college heet. De wijze waarop ambtenaren door colleges worden gedwongen politiek correcte nota’s en begrotingen te leveren riekt naar valsheid in geschrifte. Maar wel op legale wijze, zoals het wettelijk is voorgeschreven.</p>
<p>Ik wacht echter nog steeds met smart op de politieke partij die het aandurft om de kwestie van de kwaliteit van het openbaar bestuur aan te kaarten, op de agenda te zetten. Niet de populistische spasmen van D’66 met volkomen zinloze natte kreten als gekozen burgemeesters of premiers. Populisme ten top. Nee, durf eens het mes te zetten in ‘verworvenheden’ als de zich tegen ons kerende ongekwalificeerde democratisch gekozen volksvertegenwoordiger of de buitengewoon beperkte aansprakelijkheid van bestuurders. Durf eens voor te stellen provinciaal bestuur – een erfstuk uit onze republikeinse tijd – op te heffen en Nederland op te delen in een 25 regionale besturen. Af van de 450 gemeentebesturen, af van de moloch van 13 provinciale staten. Wie durft? Wie of wie?</p>
<p><strong>Allert Goossens </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/09/waarom-projecten-vrijwel-altijd-duurder-worden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Graaien kost energie</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/08/graaien-kost-energie/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/08/graaien-kost-energie/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 21 Aug 2009 23:01:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2009/08/22/graaien-kost-energie/</guid>
		<description><![CDATA[Ik neem de lezer vandaag mee naar graailand. Wouter Bos, exponent van links aaien en rechts graaien in de hedendaagse politiek, heeft heel sterke standpunten bij de graaicultuur. Die cultuur is foei-foei. Graaien is asociaal, vindt onze minister van financiën. Vroeger lag het prerogatief van graaien bij de geestelijken, de adel en de vorst. Mooie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a title="graaien.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/08/graaien.jpg" rel="shadowbox[post-1489];player=img;"><img height="125" align="left" width="186" alt="graaien.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/08/graaien.jpg" /></a>Ik neem de lezer vandaag mee naar graailand. Wouter Bos, exponent van links aaien en rechts graaien in de hedendaagse politiek, heeft heel sterke standpunten bij de graaicultuur. Die cultuur is foei-foei. Graaien is asociaal, vindt onze minister van financiën.</p>
<p>Vroeger lag het prerogatief van graaien bij de geestelijken, de adel en de vorst. Mooie tijden waren dat. Mooi, want het was iedereen duidelijk waar er gegraaid werd en wat ermee gebeurde. Het werd verbrast of gebruikt voor een nieuw kasteel of klooster, en daarnaast om een oorlogje te voeren.<span id="more-1489"></span></p>
<p>Vandaag de dag wordt gegraaid door de nieuwe adel, de bankiers, de multinationals en niet te vergeten de politiek. De doelen voor het graaigeld zijn niet gewijzigd. Er wordt lekker verbrast, er wordt een nieuw gebouwtje neergeplempt en hier en daar voeren we een duurbetaald oorlogje.</p>
<p>Hoewel Wouter Bos wil doen geloven dat de grootgraaiers zich in de markt bevinden is niets minder waar. In Nederland zeker, bevinden de grootgraaiers zich in en rondom de politiek. Hoge directe belastingen, hoge indirecte belasting, enorme bergen accijnzen en heffingen, leges en rechten en last but not least een feodaal systeem van heftige boetes op geërfd geld, verhuizen en auto’s kopen (en rijden). Wouter Bos is de personificatie van graaien, maar leidt de aandacht af met zijn verkrampte glimlach en zijn wijzende vingertje. Niemand die ziet dat als Wouter wijst, zijn andere hand achter zijn rug ook een vinger omhoog wijst. De middelste …</p>
<p><strong>Gemeentelijke graaicultuur</strong></p>
<p>Typerend, vandaag op nu.nl (citaat uit artikel over sterk uiteenlopende leges der gemeenten):</p>
<p><em>&#8220;VEH maakt zich zorgen over de prijsstijgingen die gemeenten doorvoeren. In Rheden en Dirksland stijgen de leges voor een lichte bouwvergunning dit jaar met 85 procent. Volgens VEH komt dit doordat er minder bouwaanvragen worden gedaan.Dit leidt tot gaten op de begroting van de gemeenten die vervolgens worden afgewend op de aanvragers van bouwvergunningen.&#8221;</em></p>
<p>Deze woekerpraktijken zijn al twee decennialang gaande. Sinds Paars zijn de gemeenten zo vrij als een vogeltje om hun lokale lasten te bepalen. Er is wel een glazen plafond afgesproken als het op bijvoorbeeld OZB aankomt, maar de glazenwasser doet de ogen even dicht als de gemeente met een goed excuus (lees: rotsmoes) komt om er &#8216;dit jaar&#8217; vanaf te mogen wijken. Maak je opeens een sprong van 40% of zo. Leges wordt massaal mee gerommeld. Precariorechten idem en wat te denken van zoiets als toeristenbelasting?</p>
<p>In Den Haag bespaart men steeds meer op de lagere overheden. Wat de provincie betreft vind ik dat terecht, maar hef die overbodige bestuurslaag dan ook op. Wat gemeentes betreft is het gewoon verkapte graaierij. In Den Haag weet men dondersgoed dat er lokaal bijgebeund wordt, maar dat geeft niet, want des te meer kan worden bespaard op de gemeentebijdragen. Gewoon ordinair en indirect graaien.</p>
<p><strong>Genaaid worden met energie</strong></p>
<p>Het zelfde was en is het geval met de energieaandelen. De consument betaalt een schandelijke prijs voor een kW stroom of een kuub gas en vooral de leveringskosten.</p>
<p>Dankzij de in de politiek zo bejubelde privatisering &#8211; en nadien marktwerking &#8211; werden energiemaatschappijen verplicht hun toko&#8217;s op te delen in producent, leverancier en transporteur. Iedere energiereus werd zo in drieën gedeeld. En drie bedrijven die voorheen één waren kunnen bezwaarlijk voordeliger leven.</p>
<p>Die transporteurs die hebben met elkaar afgesproken – natuurlijk niet op papier &#8211; dat het erg duur is om stroom te transporteren en aan uw deur af te leveren. Was voordien niet zo, maar marktwerking kost nu eenmaal geld en dat wist u, dus gewoon even bijpassen.</p>
<p>Die kabeltjes lopen over en door grond van gemeenten. Dat is gebruik van grond. En gebruik van grond betekent dat gemeenten dat niet anderszins kunnen gebruiken. Natuurlijk, meestal wordt grond voor kabeltracés gebruikt die toch niet bebouwd zou worden, maar dan gebruikt de transporteur nog steeds gemeentegrond. En dat heeft een prijs. Precariorechten noemt men dat. Net zoiets feodaals (in een land waar eigenaarschap zo hoog in het vaandel staat!) als erfpacht. Gebruikers van de grond voor kabels dienen jaarlijks alleen al in Leiderdorp tonnen aan de gemeente af te dragen. Die tonnen worden door de consument, de stroomtrekkert, lekker betaald natuurlijk. Want u bent de afnemert en dus betaalt u de ‘kostprijs’ plus een vrachtje winst voor de leveranciersketen.</p>
<p>Daarnaast willen de maatschappijen hun aandeelhouders blij houden. Dus wordt een flinke eenheidsprijs gerekend voor energie. De vette marge die daarop zit gaat niet zitten in betere centrales, betrouwbaardere versterkers, beter transport of anderszins geneugten voor het systeem, maar gaat naar de directie (met graaisalarissen), massa&#8217;s inleners (met graaisalarissen) en vooral naar de aandeelhouders (overheden). Leiderdorp kreeg jaarlijks zo&#8217;n anderhalf miljoen euro dividend van NUON. Best lekker.</p>
<p>Anderhalf miljoen en een paar ton precariorecht. Zeg even gemakshalve 2 miljoen per jaar bonus van NUON. Dat gedeeld door zo&#8217;n 9,000 huishoudens die Leiderdorp rijk is, betekent dat ieder Leiderdorp huishouden een bedrag van jaarlijks Euro 222,00 via de energiemaatschappij aan de gemeente Leiderdorp betaalde.</p>
<p><strong>Hoe gaat het straks?</strong></p>
<p>Nu er verkocht is, ontvangt Leiderdorp geen dividend meer. Zolang het duurt mag men nog wel precariorechten heffen. Die paar ton inkomsten blijven nog even bestaan. Leiderdorp ontvangt enkele tientallen miljoenen voor de overdracht van haar aandelen. Die miljoenen zijn ernstig nodig om het begrotingsgat te dekken dat het dramatisch verlopende W4 project achterlaat. Daarvan is zeker de helft, mogelijk zelfs tweederde straks dus in een gapend gat verdwenen. De baat die dan overblijft van die eenmalige opbrengst is dat er langere tijd geen rente voor geleend geld hoeft te worden betaald. Een schrale troost. Er resteren nog enkele miljoenen, maar die zullen wel het weerstandsniveau van de gemeente moeten opleuken, zodat er niets duurzaam kan worden geparkeerd met plezierige baten als rente of rendement.</p>
<p><a title="W4 leiderdorp.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/08/W4%20leiderdorp.jpg" rel="shadowbox[post-1489];player=img;"><img height="186" width="560" alt="W4 leiderdorp.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/08/W4%20leiderdorp.jpg" /></a></p>
<p>De Leiderdorpse miljoenen zullen dus spoedig verdwijnen. Geen of nauwelijks baten, al helemaal niet in de toekomst. Weggevallen is er anderhalf miljoen euro jaarlijkse inkomsten. Dat is ongeveer vier keer wat er aan som OZB jaarlijks binnenkomt en dus een gevoelige verlies voor de penningmeester. Die anderhalf miljoen structureel lagere inkomsten gaan uit de lengte of de breedte door de burgers worden bijgepast. Er wordt meer belast of minder gelust. Ofwel, u betaalt de pret direct of indirect.</p>
<p>Het grote voordeel (!) van de deal van de Nederlandse overheden om onze energiegiganten te verkopen, is dat diezelfde overheden die tot voor kort honderden miljoenen (u leest het goed!) ontvingen aan dividenden, dat vanaf volgend jaar niet meer krijgen. De energieprijs zal er echter niet door dalen. De consument betaalt gewoon dezelfde energieprijs en die 222 euro per gezin, komt dus niet in mindering. De consument betaalt dus alsof er niets veranderd is, maar de geldstroom is omgelegd richting buitenland. U betaalt voortaal aan RWE of Vattenfall, want daarheen verdwijnen de door u betaalde opcenten.</p>
<p>Thuis blijven overheden echter zitten met een vuiligheidje. Nu zullen er overheden zijn waar men verstandig belegd, hoewel je dat na de Zuid-Holland affaire en ICESAVE affaire nauwelijks meer kunt geloven. Maar het gros heeft direct of op enige termijn een uitstekende doel (lees: ambitie of gat) voor de eenmalige ‘meevaller’.</p>
<p>De politiek keek vroeger nog naar de toekomst. Een ouderwets woord ‘staatsmanschap’ werd daaraan geplakt. Dat woord kent men niet meer, is weggejorist uit de politieke vocab. Tegenwoordig regeert populisme, de waan van de dag. De enige toekomst die men in beeld houdt, is die van de eerstvolgende verkiezingen en die van de eigen partij. Kortom, die eenmalige baat die je in jouw regeringsperiode scoort, zul je ook in jouw periode uitgeven. Niet de volgende politieke IDOLS winnaar laten verbrassen. Massaal zijn Nederlandse overheden momenteel bezig vergaderingen te beleggen om het zoet van NUON en ESSENT te besteden.</p>
<p>Die bestedingen komen er. Wijs zou zijn de gelden duurzaam te beleggen en vooral de vruchten te gebruiken om de structurele inkomstenverliezen door de energieaandelenverkoop bij te passen. De praktijk zal zijn dat gemeenten hun ambities waar gaan maken (althans, gaan materialiseren) en/of dat bestaande gaten worden dichtgeplempt. Die dichtgeplempte gaten, zo redeneert men, doet dan weer meerjaren reserveringen voor rentekosten vrijvallen. En zo redeneert men omgekeerd dat die geneugte batig is voor de burger. En hoewel dat gedeeltelijk zo is, neemt het niet weg dat de eenmalige baat op deze wijze oneigenlijk wordt gebruikt.</p>
<p>Linksom of rechtsom, dat geld zal bij de meeste overheden over tien jaar weg zijn. Dan valt er voor iedere overheid een structureel gat. Voor sommige al veel eerder. Maar over tien jaar weet geen kiezer meer dat de oorzaak lag in de energiedeal. Dan zijn er alweer nieuwe flaters begaan die de aandacht kunnen afleiden en de argumenten kunnen vormen onder de verhoging van OZB, precariorechten, erfpachten, grafrechten, leges, toeristenbelasting, parkeerboetes, en lustenverlaging.</p>
<p><a title="vattenfall.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/08/vattenfall.jpg" rel="shadowbox[post-1489];player=img;"><img height="119" align="left" width="159" alt="vattenfall.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/08/vattenfall.jpg" /></a>Het is simpel. De 222 euro van nu wordt zomaar 300 euro van morgen. Want de afdracht aan RWE of Vattenfall zal niet worden verlaagd. De 222 euro blijft dus. De dividenden gaan naar het buitenland en niet langer naar uw eigen overheid. Die eigen overheid mist dat geld, maar wil de ambities niet bijstellen, hoewel dat optisch gezien toch zal worden geprobeerd. De komende tien jaar zult u ervaren dat u steeds meer gaat betalen. Die 222 euro blijft en daarbij wordt u middels een of meerdere van voornoemde lokale belastingen, heffingen, rechten of leges extra aangeslagen. Het onderscheidelijke vermogen te alloceren wat nu werd veroorzaakt door de energiedeal, hebben we niet. En in de toekomst raakt dat verband helemaal uit beeld. Maar op welke wijze dan ook, de consument en burger betalen voor de werelddeal die de overheden maakten met RWE en Vattenfall. U – beste brave burger – betaalt het speelgeld …</p>
<p><strong>Privatisering</strong></p>
<p>Over de mislukking van de privatisering van de nutssector kan ik een ellenlang betoog schrijven. Ik zie het, u gelooft me meteen! Ik zal u sparen en het kort houden.</p>
<p>De privatiseringdecreten vanuit Brussel (en Straatsburg) zijn deerniswekkend. Het zijn weerzinwekkende exponenten van libertariërs die de trom roeren in Europa. Stekeblind fundamentalistisch neoliberalisme. Dezelfde stroming die ons in de gevreesde uitersten bracht van ongebreidelde marktwerking, maar dan een marktwerking die betekent dat wie groot is groter wordt en wie klein is kleiner. In plaats van de Staat die heerst, het grootkapitaal dat bepaalt. In Brussel meende men dat ook de nationale invloed op het nutswezen moest verdwijnen. Nutssectoren privatiseren is echter een gotspe en wie mij (langer) kent, weet dat ik er direct mordicus op tegen was toen het in de jaren negentig werd opgelegd.</p>
<p>Een markt die nooit een markt kan worden, zal (dus) ook nooit als een markt werken. In Nederland hebben doorgeslagen liberalen (ja, ik spuug in eigen eten!) bijvoorbeeld de marktwerking in de zorg doorgedrukt. Werkt niet, ja averechts. De zorg is onbetaalbaar geworden – niet in de laatste plaats door tomeloze bijsanering van de giga instroom aan vreemdelingen die nooit een cent meebetaald hadden. De marktwerking in de zorg is gelijk aan nul. De controle is eraf, slagers die eigen vlees keuren en we staan nog slechts aan het begin van de negatieve exponentenstroom in de zorg. Amerikaanse taferelen zullen we niet krijgen, maar een goed stuk hun kant op schuiven zal zeker gebeuren. Een verkwanselde voorsprong.</p>
<p>Marktwerking in het Openbaar Vervoer is net zulk falend beleid geweest. Overigens door Brussel gedicteerd (immers: nutswezen), maar gretig door Den Haag geadopteerd. Openbaar vervoer is net zo min als zorg een markt zoals bedoeld in het mechanisme ‘marktwerking’. Als het al een markt oplevert, dan slechts in grote steden waar de vervoersstromen nog enige gedeelde baat kunnen opleveren. Maar OV is een bedrijf dat in dienst van de economie hoort te staan, dat geen geld oplevert maar kost. Het hele principe van marktwerking kan dus niet eens bestaan, zeker niet als men een integrale marktwerking verwacht. Stompzinnig er dus naar te streven.</p>
<p>Gevolgen waren eerst BTW op de tarieven (want opeens een private dienst) en vervolgens onwerkelijke kostenstijgingen. Kwam bij dat toen de privatisering kwam, onze overheid miljarden onderhoudsachterstand aan wegen en sporen kende. NS erfde een antiek net met antieke middelen. Zat weliswaar in de prijs inbegrepen, maar – u ziet hem al komen – u als consument mag het gelag bijpassen, want NS ging uiteraard aan de slag. Gevolgen waren jaarlijkse prijsstijgingen van procenten boven de inflatie. Het kromme is dat de overheid een vinger in de pap houdt en zo bijvoorbeeld het gedrocht HSL tussen Amsterdam en Moerdijk aanlegde. Een lijn die helemaal niet kan, die helemaal niets oplevert en zo ontzettend veel kost dat ze nooit wordt terugverdiend.  Het enige gewin is de ervaring voor nationale aannemers – dat men met enige fantasie nog een geneugte kan noemen – en 30 minuten tijdwinst naar de Belgische grens. De reiziger betaalt verhoudingsgewijs echter meer extra dan de tijdwinst oplevert. Een beter bewijs dat tijd geld is, is er niet, maar dat gezegde bedoelde te bepalen dat tijdwinst, geldwinst was. En dat is dus in het HSL geval omgekeerd aan de orde. Tijd kóst geld.</p>
<p>Bij aanbesteding van busdiensten blijkt inmiddels al een aantal jaar dat in de buitengewesten contracten slechts één of zelfs geen inschrijvers opleveren. Logisch, want een privaat bedrijf gaat niet lekker staan bijpassen op de diensten waar regelmatig een boerendochter op weg naar school in zit. De liberalisering van de taximarkt is helemaal een mislukking van formaat geworden. U betaalt meer, kunt bijkans uw moerstaal niet meer spreken in de taxi omdat geen blanke chauffeur het beroep meer wil uitoefenen onder de huidige omstandigheden en als de Tom Tom uw bestemming niet kent, bent u in last, want de chauffeur kent slechts de route naar de plaatselijke bank en zijn woonhuis. Holé hole, wat een jolijt.</p>
<p>Marktwerking in het water leverde slechts op dat onze watermarkt zich verkavelde zoals ze reeds verkaveld was. Door wat geruil werden grotere kavels verdeeld, maar kiezen tussen waterleveranciers is niet aan de orde. Er is niets veranderd, anders dan dat u veel meer voor uw water betaalt dan voorheen, om te beginnen al door de dubbele ‘faux-pas’ dat u BTW betaalt over water. Water is een eerste levensbehoefte en ooit is afgesproken dat over eerste levensbehoefte geen BTW wordt betaald. Dat convenant is terzijde geschoven. U betaalt inmiddels zelfs geen 6 maar deels zelfs 19% BTW over uw water. Dus luxe belasting. Zogenaamd om uw watergebruik te temperen. In feite ordinair gegraai. Het is nog slechts wachten voordat uw volledige gebruik hoog wordt aangeslagen.</p>
<p>Water en stroom zijn twee media die in theorie uitstekend over afstanden kunnen worden vervoerd. In theorie, en dus is een ‘markt’ ook slechts in theorie mogelijk. Want water over lange afstanden vervoeren omdat u toevallig bij Y in plaats van lokale leverancier X hebt ingekocht, gebeurt natuurlijk niet. X levert u gewoon, maar handelt het virtueel met Y af. Zo ook met stroom. Want stroom transporteren kost veel stroom. Er is namelijk sprake van aanzienlijk verlies tijdens transport. Helaas, de weten der fysica bepalen dat stroom vervoeren en stroom opslaan stroomverlies betekenen. Stroom wordt massaal verhandeld, maar vooral virtueel. Net zo als u virtueel groene stroom koopt (tegen een hogere prijs), want er wordt slechts gehandeld in certificaten. In Scandinavië is groene stroom over, en dus worden de groene certificaten verkocht. Die koopt de lokale Nederlandse stroomboer en die mag dan zeggen dat hij groene stroom levert. U betaalt daar graag meer voor, want u wilt u schuldgevoel afkopen dat u zoveel CO2 produceert. En die CO2, zo is u wijs gemaakt, is de oorzaak voor het broeikaseffect. Die hoax vraagt om een nieuwe Luther, want de CO2 hoax is hetzelfde als het Katholieke aflaatsysteem. Koopt uw zonden af, en leeft verder in zonde. Want als u onzondig zou leven zou de Katholieke Kerk niet meer vangen. Dat systeem wordt nog steeds gehuldigd, alleen zijn het niet langer de geestelijken maar de politici die het toepassen. Moraal van het verhaal: u wordt belazerd en betaalt ervoor.</p>
<p>Privatisering van de nutssector heeft ontzettend veel geld gekost aan de burger en niets opgeleverd. In tegendeel. De private partijen hebben onmiddellijk bespaard op onderhoud en vervanging. U krijgt nog dezelfde stroom, gas en water als voordien, maar tegen een dubbel tarief. Lang leven de marktwerking.</p>
<p>Kennen we dan geen voorbeelden van geslaagde liberalisering? Jawel, in Nederland heeft de privatisering van de telecommunicatie de consument vruchten opgeleverd. In eerste instantie werd de consument genaaid door de BTW toeslag die na de privatisering van de PTT direct haar deel was. Maar inmiddels heeft zich toch een redelijke prijsontwikkeling voorgedaan. De Nederlandse consument is momenteel zelfs de beste geserveerde cliënt van Europa. De prijzen zijn laag, de producten zijn goed en het systeem is betrouwbaar. De logge oude PTT heeft in het mobiele netwerk werkelijk moeten delen met andere spelers. Het vaste net is nog onwerkelijk duur. En datzelfde geldt voor de kabelexploitanten die hoge prijzen vragen voor het gebruik van de kabel, maar die prijzen versus de toename van de aangeboden producten tonen ook een relatief neerwaartse spiraal. Privatisering lijkt ook daar te gaan werken. Logisch, want communicatie en de digitale logistiek zijn immers marktwaardige producten. En niet alleen vanwege hun innovatieve karakter, maar ook vanwege het feit dat de producten werkelijk in een grote markt verhandelbaar zijn. In tegenstelling tot water, gas en stroom die slechts virtueel goed verhandelbaar zijn in de markt.</p>
<p>Al deze privatiseringen in het nutswezen hebben de consument – met uitzondering van het laatst besproken onderwerp – dus slechts windeieren gelegd. De consument betaalt veel en veel meer voor producten op de vrije markt en wordt bovendien middels publieke en private samenwerkingen in de verbintenissensfeer indirect gepakt, zo mag wel blijken uit bijvoorbeeld de bespreking van de energiedeal.</p>
<p><strong>Moraal van het verhaal</strong></p>
<p>De moraal van het verhaal is mijn stokpaardje. Ons huidige bestuurssysteem is failliet. De bestuursorganisatie in Nederland is rot. Onder het mom van de schijndemocratie is de afstand tussen burger en politiek niet alleen gevoelsmatig groot. Die is in werkelijkheid nog veel groter. Bestuurlijk Nederland graait zich wezenloos omdat een werkelijke prikkel tot beheersing ontbreekt.</p>
<p>De beide Pikmeer arresten – <a target="_blank" href="http://www.spleiderdorp.nl/2008/07/18/pikmeer-of-pik-minder/">ik besprak ze al eens</a> – tonen aan dat de bestuurder onaantastbaar is. Je kunt hem of haar hoogstens naar huis sturen, maar in tegenstelling tot de falende werknemer, krijgen ze dan vette bonussen mee. Zogenaamde parachutes, omdat ze zo’n financieel verlies zouden lijden. Welnu, ik zie liever beter bezoldigde bestuurders met werkelijke aansprakelijkheid, dan het gratuite gemarchandeer van nu.</p>
<p>Bestuurders zijn (juridisch) niet of nauwelijks verantwoordelijk en nemen al helemaal geen verantwoordelijkheid. Met politieke verantwoordelijkheid sjoemelt men al aan alle kanten. Aansprakelijkheid is al helemaal niet in beeld. Als bestuurder kan ik de gehele stad oplichten, voor miljoenen of zelfs miljarden, zonder één centje aansprakelijkheid. In een private onderneming falen, kan me nog een civiele procedure opleveren van mijn werkgever, maar bestuurlijk bestaat dat niet. Dan moet er werkelijk een strafrechtelijke kwestie spelen. Kortom, we zijn overgeleverd aan bestuurlijke gremia die als enige afrekening aanvaarden – ze zullen wel moeten – dat er op een zeker moment gestemd moet worden.</p>
<p>Bovenstaande feiten resulteren in een landelijke en decentraal bestuur in dit land dat totaal niet geprikkeld wordt verantwoord met uw en mijn geld om te gaan. Als we mazzel hebben zit er een moreel verantwoord college of kabinet dat in elk geval de schijn van beheersing ophoudt, maar linksom of rechtsom, wordt er steeds meer afgekalfd van uw en mijn vrij besteedbaar inkomen. Ik kan dat wel hebben, u misschien ook, maar onderaan de streep komt een steeds meer uitdijende groep huishoudens die het politieke grootgraaien niet meer kan bekostigen. Laat staan dat ze het kunnen begrijpen.</p>
<p>Dit alles overwegende is het ongelofelijk dat geen der politieke partijen in Nederland een rigoureuze kanteling van het bestuurlijke systeem op de agenda heeft staan. De populisten pur sang van D’66 zijn de enigen die nog een poging doen, hoewel de verkeerde kant op. Zij streven nog meer papieren democratie na. Dat is niet het antwoord. Het antwoord is professionalisering van alle decentrale besturen. Juist niet verdere democratisering.</p>
<p>Nederland is toe aan een duidelijker kader voor decentrale besturen. Kaders in de zin van begrenzing van de graaicultuur, verantwoordelijkheid- en aansprakelijkheidsbepalingen voor bestuurders en beperking van lokale autonomie ten aanzien van de uitvoering van wetgeving. Regulering – hoe onliberaal ook – is noodzaak. Simpel, het kind heeft aangetoond de vrijheid niet aan te kunnen. Dan wordt een deel van de vrijheid ingeperkt. In feite de logica achter het bewustzijn dat systemen, dat organisaties nu eenmaal door mensen worden gevormd. En dat mensen, mensen zijn. Mensen met hun instinctieve eigenschappen waarbij meer vectoren richting ego gericht zijn dan richting omgeving.</p>
<p>Nederland is ook toe aan professionalisering van bestuur. Stadsgemeenten die de ruim 400 gemeenten terugbrengen tot hoogstens 40. Zulke gemeentes maken provincies volmaakt overbodig, wat ze bestuurlijk, cartografisch en demografisch allang zijn. Die 40 stadsprovincies, naar het Duitse Kreismodel, dienen flinke professionaliseringsslagen te maken. Ze dienen centrale competentiecentra te hebben voor ambtelijke ondersteuning, projectmanagement en financiële zaken. Lokaal servicepunten voor de oude individuele gemeenten. De tragiek van ondermaatse ambtenaren in kleine gemeenten zal verdwijnen. Een dergelijk systeem maakt overheden weer tot competente (markt)partijen, waarvan kwaliteit, kennis en kunde mag worden gevraagd. Decentrale inefficiëntie zoals momenteel massaal aan de orde is voorbij. Ruimtelijke frivoliteiten en het op de vierkante kilometer concurreren tussen piepkleine gemeenten evenzo. Stads- en streekbeleid kan beter en effectiever worden afgestemd in plaats van in vele ondemocratische, non-transparante en ineffectieve streek- of regiobesturen. Nadeel is dat de burger gevoelsmatig minder in de melk te brokkelen heeft, maar dat had hij toch al niet, dus feitelijk verandert er niet veel op dat vlak. Gevaar kan zijn, zeker in de transformatiefase waarin oude sentimenten overleven, dat de huidige steden veel overlast naar de streken zullen willen exporteren.</p>
<p>Dat alles wordt gekoppeld aan werkelijke bestuurlijke verantwoordelijkheid. Het Pikmeer arrest moet middels aanvullende wetgeving worden gerepareerd. Ambtenaren en bestuurders moeten net als normale mensen (!) verantwoordelijk en aansprakelijk zijn en blijven voor hun daden. Niet kunnen wegsolliciteren als ze afrekeningen zien aankomen en hun opvolgers laten bloeden. Niet met grove gouden handdrukken driejarige vakanties houden omdat ze gefaald hebben. Wachtgeld is te billijken, maar dat flink korten als er verwijtbaar gefaald is. En bij grove verwijtbaarheid – wat men privaatrechtelijk onder wanbestuur zou grossieren – dezelfde sancties als voor de private bestuurder. Niet meten met meer maten, maar maten gebruiken om meer te meten. Meten doet weten en na weten kunnen we afrekenen.</p>
<p>In de wereld van vandaag waarin lokale overheden enorm ambitieuze projecten aangaan, waarin een neoliberale overheid competenties als de Bouwdienst heeft weggesaneerd omdat dit een marktinstituut zou moeten zijn, is de huidige overheid [in de breedste zin des woords] zo goed als incompetent geworden als het hoogwaardige kennis en kunde betreft. De overheid beheert wel, weet nog net wat, maar niet langer hoe. Ze besteedt aan, maar mist intussen de eigen instituten om te weten wat, hoe en wanneer. Gevolgen van doorgeslagen liberaal denken, van de verstomming der zinnen die ertoe leidde te denken dat de markt de ideale zelfregulerende spindel is in de maatschappij. Helaas, het experiment is mislukt. We zijn toe aan een moderne herinrichting van bestuurlijk Nederland, waarbij we niet moeten schromen om regulerend enigszins terug te keren op onze liberale schreden. Professionalisering en optimalisering van het openbaar bestuur is geen wenselijkheid, maar noodzaak. Gebeurt het niet, dan zal de Nederlandse burger steeds meer gelag betalen voor bestuurlijk falen. En er komt een punt dat dit tot meer leidt dan slechts een ongewenste groot electoraat voor extreme partijen ….</p>
<p><strong>Allert Goossens </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/08/graaien-kost-energie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Conservatief</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/04/conservatief/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/04/conservatief/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Apr 2009 11:33:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2009/04/28/conservatief/</guid>
		<description><![CDATA[We zijn planologisch oerconservatief Nederlanders profileren zich regelmatig in binnen- en buitenland als een progressief handelsvolkje dat zich regelmatig vooraan in de verandercycli begeeft. Dat is in veel opzichten wellicht een accurate voorstelling van zaken. Planologisch zijn we echter bezig van progressief juist oerconservatief te worden. Ik ga uitleggen waarom ik dat vind. De zee [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="netherlands 1559 1600.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/04/netherlands%201559%201600.jpg" rel="shadowbox[post-1410];player=img;"><img height="133" align="left" width="157" alt="netherlands 1559 1600.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/04/netherlands%201559%201600.jpg" /></a>We zijn planologisch oerconservatief</strong><br />
Nederlanders profileren zich regelmatig in binnen- en buitenland als een progressief handelsvolkje dat zich regelmatig vooraan in de verandercycli begeeft. Dat is in veel opzichten wellicht een accurate voorstelling van zaken. Planologisch zijn we echter bezig van progressief juist oerconservatief te worden. Ik ga uitleggen waarom ik dat vind.</p>
<p><strong>De zee van ooit …</strong><br />
Ooit had de zee vrij spel in het gehele westen, noordwesten en zuidwesten van Nederland. In de late Middeleeuwen en nadien – tot aan de jaren zeventig – staken wij vele stokjes om het wassende water tegen te gaan en onze voeten droog te houden. We zorgden ervoor dat de getijdeninvloeden buiten de zeeweringen bleven en wonnen nieuw land aan door inpoldering. Een praktijk die ons water- en civieltechnisch management tot ongekende en wellicht zelfs ongeëvenaarde proporties opdreef.<span id="more-1410"></span></p>
<p>Nog steeds beheersen wij de kennis en kunde om kunststukjes op te voeren als het aankomt op beteugelen van de zee of haar oerkracht juist aanwenden of geleiden. Zelfs de qua inhuren van kennis uiterst terughoudende Amerikanen smachten naar Nederlandse civil engineers om de VS te behoeden voor al te veel waterschade door toenemende orkanen en eventuele tsunami’s.</p>
<p>In eigen land werd de vorige eeuw nog heel wat land op de zee herwonnen. Immers ooit was er veel meer droog dan nat, bestond de Noordzee niet en was Groot-Brittannië gewoon deel van het geheel. En daarvoor hoeven we niet eens terug naar de oerwereld, het supercontinent Pangaea van 225 miljoen jaar geleden. Nog slechts 65 miljoen jaar geleden was Engeland nog een geheel met het continent, de periode die wij als het Krijt kennen. Zelfs 9,000 jaar geleden lag de Noordzee tussen Nederland en Engeland nog droog.</p>
<p>Toen de moderne mens in het Nederlandse kwam wonen was de zee echter een feit, net als de Zuiderzee, een van de grootste binnenzeeën van Europa. Maar in de late Middeleeuwen ontdekten wij de geneugten van het polderen en wisten wij veel gebieden permanent droog te houden. Nadien wonnen we zelfs grote stukken land aan, sloegen in de jaren dertig een mooie afsluitdijk, polderden nog wat meer, stelden Zeeland veilig en als laatste prestatie werden de Flevopolders gecreëerd, onze jongste provincie. Voor deze overwinningen op het water verdienden we wereldfaam. Faam die onze grote aannemers en technische instituten tot de dag van vandaag commercieel kunnen uitbuiten in de gehele wereld. Waar waterbouwkundige huzarenstukjes moeten worden verricht, zijn vrijwel altijd Nederlanders van de partij.</p>
<p><strong>De progressiviteit van ooit …</strong><br />
Maar de eeuwenoude evolutie van onze wedijver met de zee begint te verstommen. We waren altijd uiterst inventief om ruimtelijke uitdagingen te combineren met waterbouwkundige uitdagingen. Die tijd lijkt achter ons te liggen. We durven niet meer zo goed, zo lijkt het. Onze conservatieve stedenbouw en planologische paradigma’s zorgen er inmiddels voor dat we ook waterbouwkundig niet meer zo goed durven in eigen land. Een paar voorbeelden om dit te onderbouwen.</p>
<p>Nederland heeft een ongekende kinetische energie voorhanden in een getijden- en stromingmachine die de Noordzee heet. Ieder etmaal wisselen de getijden, stromingen langs onze kust zijn op diverse plaatsen sterk. Onze rivieren die uitmonden in de Noordzee bieden eveneens een aanzienlijke stroming. De debieten [stroomverschil tussen twee punten] in rivieren zijn zodanig dat daaruit energie kan worden gehaald. Dat principe verstonden onze oude molenaars al. Zij gebruikten immers hun molens om ambachtelijk zwaar werk voor hen te laten verrichten.</p>
<p>De grote toename aan noodzakelijke waterbergingen in seizoenen van hoge rivierstanden, biedt ongekende mogelijkheden om potentiële energie uit water te halen. De druk van 20 meter waterkolom – zijnde 2 bar boven atmosferische druk – kan middels een buizen en generatoren systeem een geweldig mooi gesloten systeem van energie opwekking bieden in waterbergingen. U kent de wet van de communicerende vaten. Als ik parallel aan de waterberging buizen aanbreng die op de bodem van de waterberging aangesloten zijn, dan drukt het water in die buizen zich met een druk van 2 bar boven atmosfeer naar boven. Als ik die buizen nog eens versmal, neemt de druk exponentieel toe. Middels het oeroude systeem van weerstandbiedende schoepen in de top van de buizen kan ik stroom genereren terwijl het water gewoon terugstroomt in het reservoir. Een schitterend systeem, eenvoudig, goedkoop en in wezen te simpel om niet toe te passen.</p>
<p>Naast die enorme hoeveelheid voorhanden kinetische en potentiële energie is er ook nog eens de interne energie in thermodynamische processen. Een voorbeeld daarvan is blauwe energie. Dat is energie die gegenereerd kan worden door omgekeerde elektrodialyse waarbij een membraan tussen zoet en zout water uit het potentiaalverschil [cathode / anode] tussen beide media elektrische energie weet te genereren. Een prachtig en volkomen schoon proces en met de huidige technieken commercieel toepasbaar. De afsluitdijk is een excellente locatie voor de constructie van meerdere blauw watercentrales, omdat het zoete(re) water van het IJsselmeer zich aan de ene zijde van de dijk bevindt en het zoute water van de Waddenzee aan de andere zijde. De spuisluizen in de dijk zijn overigens voor energie opwekking uit debieten buitengewoon geschikt.</p>
<p>Nederland ligt kortom aan een schatkamer, een oneindige voorraad medium om volkomen schoon energie op te wekken. Er waren tijden dat Nederland zulke buitenkansen direct zou uitbuiten …</p>
<p>De kansen die deze schatkamer bieden zijn buitengewoon boeiend als we kijken naar andere structurele uitdagingen van dit kikkerlandje. Meso en macro planologische kwesties, zoals het ongebreideld inbreiden van de Randstad, zonder dat die Randstad zelf uitdijt. Kortom, een progressieve vorm van verdichting die – relatief – exponentieel is.</p>
<p>Een bijkomende kwestie is die van de immer groeiende main port Schiphol. Toen deze luchthaven ooit het levenslicht zag in de Haarlemmermeerpolder, kende zij een vrije omgeving. Die kwam voor de oorlog echter al in het gedrang wat onder meer – weinig Leiderdorpers weten het – aanleiding was tot de ontwikkeling van serieuze plannen om voor de KLM een apart vliegveld te ontwikkelen in de polders oost van … Leiderdorp. Geluk bij een ongeluk voor Leiderdorp was de Duitse invasie van 1940, die de plannen acuut torpedeerde. Inmiddels biedt Schiphol een ongekend planologisch probleem voor de Randstad. En niet alleen dat. Ook een milieueffect van heb ik jou daar.</p>
<p>Een derde kwestie is de ongekende congestie in het westen des lands als het op transportbewegingen aankomt. De enorme verdichting van de Randstad door bewoning en uitbreidende handel en nijverheid leidt inmiddels tot een zodanige congestie, zeker in stedelijke omgeving, dat oplossingen in wezen onmogelijk zijn te realiseren.</p>
<p>De laatste kwestie – wederom van waterbouwkundige aard – is de wetenschap dat het waterpeil van onze Noordzee de komende decennia gestadig zal stijgen. Het is noodzakelijk dat als tegenmaatregel een grondige herziening van onze kustdefensie wordt verwezenlijkt. Dat punt brengt me tot het bruggetje wat ik zoek …</p>
<p><strong><a title="brug.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/04/brug.jpg" rel="shadowbox[post-1410];player=img;"><img height="145" align="left" width="148" alt="brug.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/04/brug.jpg" /></a>Bruggen verbinden ….</strong><br />
Niets schept meer genoegen dan synergie. Synergie is als het ware het bundelen van energie. Het is een bundeling waarbij het product van twee of meer processen een meerwaarde oplevert jegens de som van de delen. Synergie is dus wat we zoeken als we een aantal prangende en duurzame kwesties moeten op zien te lossen in onze maatschappij.</p>
<p>Er is een gebundelde oplossing voor 1) de massale opwekking van schone energie, 2) de ophoging en verbetering van de waterkeringen en kustdefensie, 3) de toename van de vraag aan tijdelijke waterbergingen, 4) de planologische druk op de Randstad inzake wonen, werken en verkeer en 5) mainport Schiphol. Wie zou durven beweren dat een dergelijke gebundelde oplossing geen synergetische waarde heeft?</p>
<p>Bruggen verbinden. Het is dus noodzakelijk bruggen te slaan tussen grote uitdagingen als deze te slaan zijn. En dat is mogelijk.</p>
<p>Nederland was Nederland niet als het niet tenminste een derde van haar oppervlak op de zee had veroverd. Dat heeft ze gedaan en ons huidige zenuwstelsel – de Randstad – ligt voor een voornaam deel op ‘veroverd land’. Het bizarre is dat we vooral hebben ingebreid sinds we onze duinen en zeeweringen hebben gebouwd of versterkt. We kijken binnenwaarts, niet buitenwaarts. Waarom?</p>
<p>Laten we vaststellen dat we inmiddels tientallen miljarden hebben gereserveerd om onze kustdefensie gedurende vele decennia te verhogen en versterken. Dan doen we vooral door een passieve introverte oplossing te zoeken. Het versterken van onze huidige kustlijn. Maar waarom kiezen we niet de route die onze voorvaderen kozen, en veroveren we nieuw land op de zee? De beide Maasvlakten waren uitstekende pilot projecten om aan te tonen hoe (relatief) eenvoudig dat is.</p>
<p>Stel nu dat we een strook van tien kilometer uit de kust van Rotterdam tot aan Den Helder erbij willen veroveren. We houden dan de geleidelijke vorm van onze kust vast, zodat ernstige stromingsverstoringen niet optreden. Die strook land wordt deels voorzien van kustweringen met ingebouwde generatoren die de getijdenverschillen en de stroomverschillen gebruiken om energie op te wekken. Daarvan kunnen er eenvoudig zoveel worden gebouwd dat de gehele Randstad van voldoende energie kan worden voorzien.</p>
<p>Dat nieuw aangewonnen land kan een of twee nieuwe volkomen modern geplande steden huisvesten alsmede een nieuw aan te leggen Schiphol mainport. Langs de kust kan een prachtige rechte autoweg worden aangelegd die aansluit op de (dan werkelijke) rondwegen rond Rotterdam, Den Haag en Alkmaar. Op de locatie van het huidige Schiphol kan op verstandige wijze nieuwbouw plaatsvinden binnen de Randstad. De Schiphol gerelateerde handel en nijverheid kan deels worden verplaatst met de luchthaven.</p>
<p>Het grote voordeel dat een dergelijk plan biedt, is dat buitengewoon goede planologische keuzes kunnen worden gemaakt die voor de verandering eens niet stuiten op honderdduizend praktische en psychologische bezwaren, maar waarbij men een stad, een agglomeratie en een infrastructureel vrijwel geheel ongehinderd door bezwarende locatiefactoren kan plannen en bouwen. Zoals de steden Abu Dhabi en Dubai gepland zijn gebouwd.</p>
<p>De kansen die een vooruitstrevend mega project als boven beschreven bieden zijn eigenlijk te groots om allerhande bezwaren aan te voeren. Er is enerzijds een mega investering noodzakelijk, maar anderzijds zijn de baten die van ongekende duurzame werkgelegenheid voor vele ambachten en bedrijven, het voorkomen van de miljardeninvestering in versterkte kustdefensie als dode investering omdat het ten bate van landaanwinning wordt besteed, de verkoop van de enorme hoeveelheid grond in de Haarlemermeerpolder die thans door Schiphol wordt bezeten, de verlichting van het Randstadse in de zin van wonen, werken en verkeer, de ruimtelijke winst die een einde kan maken aan de onwerkelijke en onnatuurlijke verdichting van de Randstedelijke binnensteden en bovenal de enorme kansen die er liggen in het duurzaam genereren van schone energie door de dubbele benutting van zeeweringen als passieve defensieve objecten en als generatoren voor energie.</p>
<p>Een vooruitstrevend megaproject, dat vermoedelijk twee generaties bouwtijd vergt. Maar een project dat Nederland economisch een enorme motor geeft, duurzaamheid aan alle kanten uitademt, buitengewoon veel prangende kwesties duurzaam oplost en dat dus vele vliegen in een klap slaat. Ik besef maar al te goed dat dit plan weggehoond wordt door politici. Dromen zullen ze het noemen. Ik heb het ooit in de VVD Leiden besproken, en daar werd schamper gelachen. Politici durven zich aan dit soort plannen niet te wagen. Waarom niet, als het zo’n duurzame oplossing voor veel problemen kan bieden, als het zoveel kan betekenen voor economisch én ecologisch Nederland? Progressief denken is er noodzakelijk om de kansen van dit plan te zien én in te zien dat het helemaal niet zo’n onrealistische droom is. Kijk slechts naar wat de Emiraten realiseren in de Golf om te zien hoe realistisch landaanwinnen kan zijn …</p>
<p><strong>Bruggen ophalen ….</strong><br />
De praktijk is echter dat de politiek – het bestuur van het land – liever bruggen ophaalt dan slaat. Zo nu en dan een loopbruggetje leggen, als het populistisch gezien waarde heeft. Maar structurele visies, visies met staatsmanschap, die zijn er inmiddels niet meer. Politiek namelijk onverkoopbaar. Liever je profileren middels normen en waarden of juist het tegendeel (PVV), dan een ambitieuze én haalbare visie nastreven. Je kop durven uitsteken, gewoon omdat je daarvoor staat.</p>
<p>Nee, bestuurlijk Nederland breidt liever in. Hoe typerend dat de collectieve Gemeenteraden van Noord-Brabant bijkans ontploften toen een mega mall in Tilburg werd voorgesteld. Het zou alle binnensteden van Noord-Brabant failleren, zo was het idee. Tja, die ideeen bestonden ook toen winkelcentra überhaupt voor het eerst ontstonden, toen grootgrutters en warenhuizen kwamen. Uiteindelijk blijkt er altijd sprake van verbetering, maar wint de conservatieve massa het vaak van de progressieve ziener.</p>
<p>Hoe typerend dat klassieke grachtensteden als Den Haag, Haarlem, Alkmaar en Leiden worstelen met immense logistieke problemen. De binnensteden staan muurvast. Waarom? Omdat we nog het planologische denkbeeld van de Middeleeuwen hebben als het binnensteden beleid betreft. Lullig, maar de demografische ontwikkelingen hebben niet stilgestaan. Was Leiden anno 1574 nog een stadje met 8,000 inwoner, vandaag de dag heeft ze er 120,000. Door vrijwel diezelfde binnenstad wringen zich nu duizenden auto’s, daar waar vroeger paarden en wagens, later trammetjes zich met moeite tussen de grachten door wisten te laveren.</p>
<p>Leiden komt deze week met een Blauwe Zone plan. Geweldig. Meer parkeerplaatsen, meer restricties op vrij parkeren buiten het stadshart en dus geen oplossing. Leiden heeft een stadshart dat nooit meer zal kloppen zoals vroeger. Het mist de demografische samenstelling om hoogwaardige winkels te trekken, maar mist vooral de infrastructurele ruimte om al die aan- en afvoer van winkels en consumenten te kunnen verwerken. Oplossing zou zijn om de winkelfunctie, met uitzondering van bijvoorbeeld markt en curiosa, te suburbaniseren. Volgen van het Duitse, Franse en Amerikaanse model, van winkelcentra aan de rand van de stad met uitmuntende bereikbaarheid. Als die Oostvlietpolder dan zo nodig ingekleurd moet worden, suburbaniseer dan de Haarlemmerstraat nering naar dat gebied en stop met het trekken van verkeer naar de ondoordringbare binnenstad. Kun je gelijk dat verdomd incourante maar o zo dure RGL boemeltje schrappen. Steek dat geld in het herschikken van je binnenstad en constateer dan dat je ineens je enorme vervoersprobleem in Leiden centrum opgelost hebt. Maar ja, je moet wel durven als politiek. En conservatief zijn is altijd nog veeeeeel veiliger dan je nek uitsteken. Hoewel, straks roept men nog dat anno 2009 een tramlijn aanleggen rete progressief is van de Leidse en provinciaalse despootjes. Laat ik dat risico maar niet lopen door te zeggen dat Leiden oerconservatief is door een terminaal stadshart koste-wat-kost met pappen en nathouden in leven te houden …</p>
<p>Bestuurlijk Nederland IS oerconservatief. We hebben niet alleen te maken met van die idyllische stadsbestuurdertjes – die niet dwars gezeten door enige kennis en visie de ene na de andere stad naar de malle moer helpen – maar ook met oerconservatief bestuurlijk denken als het aankomt op bestuurlijke vernieuwing. We rijden in één dag tegenwoordig met de auto naar zuid Frankrijk, vliegen in een paar uur naar de andere kant van de wereld, we bellen met Pim de eskimo met ons mobieltje, maar in Nederland wil wel elk dorpje, elk gehuchtje graag zelfstandig zijn. In het kader van ‘we hebben in 1568-1648 niet voor niets voor onafhankelijkheid gestreden’ vordert iedere leefgemeenschap nog lekker de eigen autonomie. Dat Nederland daarom grenzeloos planologisch verrommelt is daarom niet verwonderlijk.</p>
<p><strong><a title="obama-change-poster.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/04/obama-change-poster.jpg" rel="shadowbox[post-1410];player=img;"><img height="167" align="left" width="110" alt="obama-change-poster.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/04/obama-change-poster.jpg" /></a>Waar blijft die ‘change’?</strong><br />
Ik hoop enorm dat de omslag komt. De omslag waarbij visie weer terugkeert in de politiek, waarbij sterke bestuurders (liefst veel technocraten) opstaan die weer over de verkiezingen durven te kijken, waarbij populisme verliest van realisme, en waarbij we ons bestuursmodel eens op niveau van de huidige tijd gaan brengen. Ik wil slagvaardige lokale overheden die streken besturen, geen dorpen of stadjes. Ik wil provincies als bestuurslagen zien vertrekken, omdat ze volslagen overbodig zijn. Ik wil een centrale overheid die in plaats van 200 nieuwe verboden per jaar die tot in mijn huiskamer ingrijpen, zich bekommeren om het macrobeleid van morgen, overmorgen, volgend jaar en volgden decennia.</p>
<p>Ik wil af van dat klagersvolk in de politiek dat musiceert op de noten van het volk en zich bezighoudt met symptomen als bonussen en graaigedrag. Zolang de politiek zelf de grootste graaier – zonder behoorlijk product – blijft, moeten ze hun belerende koppen dicht houden. Vliegen afvangen, spoeddebatjes, politiek correct gereutel, het moet eens afgelopen zijn met de vluchtige pop-politiek in Den Haag.</p>
<p>We zijn keihard toe aan onze eigen Barrack Obama. Ik wil iemand in Nederland horen roepen dat we de bakens weer eens gaan verzetten, in plaats van de regressie politiek van eng Grijs. Niet terug naar af, maar af naar vooruit. Visie op de toekomst in plaats van eigenwijsheid ten aanzien van het verleden.</p>
<p>Ik stem op de eerstvolgende partij die in zijn verkiezingsprogramma realistische progressieve toon biedt en waarvan ik het gevoel heb dat ze dat waar kunnen en willen maken. Mijn plan voor een ‘nieuw land’ zal ik vast niet terugvinden bij de partijen, want dat is veel te veel gevraagd voor de durfniksen en bangerikken in het huidige politieke speelveld. Maar de partij die mij aan kan tonen dat ze verder durft te kijken dan morgen en waarvan ik werkelijk het idee heb dat ze over de toekomst nadenken, die gaat mijn stem krijgen. Vooralsnog heb ik in mijn hoofd om de eerst komende verkiezingen voor het eerst van mijn leven niet te gaan stemmen. Ik ben namelijk geen conservatief …</p>
<p><strong>Allert Goossens  </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/04/conservatief/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kwaliteit openbaar bestuur &#8211; deel 3</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-3/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-3/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Feb 2009 23:01:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/13/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-3/</guid>
		<description><![CDATA[Leiderdorpse Raad De gemeenteraad in Leiderdorp is vermoedelijk typerend voor het prototype gemeenteraad in Nederland. Een aantal goed opgeleide mensen die midden in de maatschappij staan, een aantal passioneel betrokken lokale leden, die echter qua competentie onvoldoende gekwalificeerd zijn en een aanzienlijk aantal volslagen incompetente leden die over de hele linie falend bestuur etaleren. Helaas [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a title="GemeentehuisStatendaalder.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/GemeentehuisStatendaalder.jpg" rel="shadowbox[post-1332];player=img;"><img height="95" align="left" width="125" alt="GemeentehuisStatendaalder.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/GemeentehuisStatendaalder.jpg" /></a>Leiderdorpse Raad</strong></p>
<p>De gemeenteraad in Leiderdorp is vermoedelijk typerend voor het prototype gemeenteraad in Nederland. Een aantal goed opgeleide mensen die midden in de maatschappij staan, een aantal passioneel betrokken lokale leden, die echter qua competentie onvoldoende gekwalificeerd zijn en een aanzienlijk aantal volslagen incompetente leden die over de hele linie falend bestuur etaleren.<span id="more-1332"></span></p>
<p>Helaas is Leiderdorp geen uitzondering als het aankomt op de armoede van kennis en kunde in gemeenteraden in Nederland als het aankomt op zwaarwegende besluiten en integraal beleid. Ten eerste is ook in Leiderdorp het dualisme totaal niet gearriveerd. De traditie van een college dat de Raad dicteert en waar de coalitiepartijen gedwee achteraan hobbelen wordt in Leiderdorp van harte omarmt. Zelfs als uit alle feiten en gebeurtenissen de stompzinnigheid daarvan blijkt, wijkt men niet af. Er wordt niet gezocht naar de beste coalitie voor het dorp, maar naar de meest comfortabele. Er wordt niet op competentie een coalitie gevormd, maar op basis van serviliteit van de kleinste partner. Men kent vaak de reglementen niet eens als het aankomt op procedures en begrippen. Politici die 12 jaar lang in de Raad zitten halen de betekenis van begrippen als moties van afkeuring en wantrouwen nog door elkaar. Men is in de coalitiepartijen zuiver reactief ingesteld, in plaats van duaal en proactief. Men verzuimt daarmee de controlerende taak naar behoren uit te oefenen, maar men acteert ook niet als verordonnerend in de zin van proactief beleid makend.</p>
<p>Dat zijn gedragingen, waar met enige goede wil nog een motivatie voor gevonden kan worden. Veel erger is het dat in de gemeenteraad van Leiderdorp de competentie ver onder de maat is. Met uitzondering van de VVD fractie, heeft geen van de fracties een goede financieel expert. Als het aankomt op kennis en kunde voor grote investeringstrajecten is wederom de VVD de enige leverancier, zij het met burgerraadsleden.<br />
De PvdA heeft maatschappelijk ontwikkelde lieden in haar midden, maar toont haar intellectuele bagage zelden. Drie van haar vier raadsleden zijn qua opleidingsniveau en maatschappelijke relevantie competent, maar politiek dusdanig progressief en reactief dat zij daarmee welbewust meewerken aan grote investeringsrisico’s. Het vierde raadslid is een appendix, zoals iedere partij een applauslid heeft.<br />
Het CDA ontbeert iedere vorm van kennis en kunde, maar heeft wel enkele maatschappelijk betrokken ‘goedwillende’ raadsleden. Enige intelligente inbreng in het debat heeft de fractie niet en ze wordt bovendien voorgezeten door een primus inter pares met grote politieke bloedarmoede en een uiterst conservatieve inborst.<br />
De fractie van GL is al sinds jaar en dag een droevige verzameling principieel maatschappelijk verontwaardigde dames – analoog aan de immer verongelijkte, hijgerige ‘eeh … eeh … eeh’ voordame van de landelijke fractie.  Niet dwars gezeten door enige kennis, kunde en politieke vaardigheid begaat de GL fractie flater op flater, maar niemand neemt hen werkelijk serieus. Ze zijn horend doof en ziende blind voor enig inzicht of verstandig betoog. Ze worden gedreven door ondefinieerbaar idealisme met een schier onbenaderbare gave voor uitgebreide uiteenzettingen over de nano-futiliteiten in het lokale beleid.<br />
BBL is een lokale partij met een oprechte inborst, een oprechte inzet voor de burger, maar met evenzo een groot gebrek aan technische en wetenschappelijke know-how. De partij wordt vooral gedreven door inzet, maar weinig door gogme. Bovendien lijkt bij BBL telkens de interne verdeeldheid parten te spelen als het aankomt op daadkracht op de juiste momenten. Te vaak laat de kennis binnen die fractie zich overstemmen door een emotionele (oud)fractievoorzitter. De partij zou buitengewoon aan kracht winnen door intellect in haar fractie te laten prevaleren boven gezelligheid en door het interne debat meer op de technische kennis en kunde te doen richten dan de politiek strategische spelletjes te willen spelen.</p>
<p><strong>Hoe is de kennis en kunst in het College vertegenwoordigd?</strong></p>
<p>Wethouder Glasbeek (PvdA) is een uitstekend onderlegde man, met een in theorie prima portfolio om tot een goede bestuurder te kunnen uitgroeien. Hij heeft het grote manco zijn aandacht te willen verdelen, zijn twee petten van lokaal en regionaal bestuurder te willen blijven dragen en teveel aan zijn ambtenaren over te laten waardoor veel fouten op zijn conto kunnen worden geschreven. Buiten het feit dat hij politiek niet van mijn signatuur is, voor mij persoonlijk met afstand de in potentie beste bestuurder.</p>
<p>Jeff Gardeniers is een excuuswethouder. Had nooit wethouder van financiën mogen worden, want mist iedere competentie daartoe. Heeft bovendien een twijfelachtige reputatie qua openheid. Doet eerlijk, is het zelden. Heeft altijd dubbele agenda’s, fluistert te vaak. Belangrijkste is dat deze man totaal niet geoutilleerd is voor financiën, de meest voorname portefeuille. Heeft niets zien aankomen, zwetst consequent over meevallers en onderkent geen tegenvaller tijdig. Doet altijd neerbuigend als daarmee de angel uit een debat kan worden gehaald en heeft vreselijk lange tenen. Is geen stevige bestuurder, zoals een wethouder financiën moet zijn en is alles behalve wat Leiderdorp nodig heeft in zware tijden. Prototype bestuurder van kleine gemeente. Wachtgeldkandidaat nummer één wat mij betreft.</p>
<p>De nieuwe wethouder van GL ken ik niet. Kan ik dus geen oordeel over geven.</p>
<p>De burgemeester van Leiderdorp is iemand bij wie de perceptie wat een burgervader vooral moet zijn – het uithangbord van een gemeente – nooit heeft postgevat. Een norsige man, die zich te pas en te onpas laat voorstaan op zijn functie en vermeende (en gedateerde) juridische kennis, en alles behalve een kapitein op het schip, hoewel me een vergelijking met Captain Edward John Smith [van de Titanic] invallen. Daarnaast een weinig eloquente functionaris, die in staat is zwaarmoedige pathetische toespraken te houden die na drie zinnen de toehoorders aan de vakantiefoto’s, de boodschappenlijst en de wedstrijd voor aanstaande zondag doen afdwalen. Een burgemeester die zich te vaak wereldvreemd toont en in geen enkel opzicht zich positief heeft onderscheiden in een periode dat Leiderdorp haar bruidsschat naar de lommerd bracht.  In tegendeel, hij kwam, hij zag en waste zijn handen.</p>
<p>In Leiderdorp is de gemeenteraad een praatclubje waar het belangrijker is dat het gezellig blijft, de klok niet verder gaat dan 2400 uur en er minimaal geïnterrumpeerd wordt, dan dat er daadwerkelijk scherp gedebatteerd mag worden. Overigens zijn die scherpe debatten, als ze eens worden uitgelokt, vooral om den keizers baard. Partijen hebben vooraf de hazen hun TomTom omgehangen en de mores wil dat alleen de oppositie tijdens de vergadering geacht wordt de hazenpaden te doen wijzigen. De coalitie staat stram in de houding achter het college. De sorry cultuur is in Leiderdorp tot lokaal gebruik verheven. Wethouders nemen in Leiderdorp zelden tot nooit hun verantwoordelijkheid. Gewoon, omdat dat kan in Leiderdorp.</p>
<p>Een lokaal manifest door burgerverenigingen ingebracht, waarin de gemeenteraad van Leiderdorp eens flink de waarheid werd gezegd, landde slechts bij één partij zoals het hoorde. Die partij – BBL – koos het stof en toonde daarmee aan te beseffen wat de basis van hun raadsvertegenwoordiging eigenlijk is: volksvertegenwoordiging. De andere partijen bakten er weinig of niets van, en wierpen alle verantwoordelijkheid van zich af. Vervelend, want als burger kun je dus straks slechts BBL belonen om de anderen te straffen voor zoveel arrogantie. Maar ik heb goede hoop dat BBL flink in zetels zal stijgen, als ze maar eens terugkomen van hun blunder een nieuwbouwgemeentehuis te faciliteren. Want met die blunder verwijs ik graag naar wat ik eerder zei over competenties inzake complexe investeringen …</p>
<p><strong>Moraal van het verhaal  </strong></p>
<p>De ongehoorde incompetentie van raadsleden in den lande en de wrange vruchten die dit inmiddels oplevert voor de verrommelde invulling van de ruimte, voor de financiële lasten van gemeenten en de willekeur aan lokaal beleid zal – zo ben ik overtuigd – gaan leiden tot een nieuwe bestuurlijke revolutie.</p>
<p>Vroeger of later zal men in Den Haag in gaan zien dat het gerommel met 421 verzamelingen halve of hele amateurs in lokale besturen onhoudbaar is. Zoals Leiderdorp het afgelopen decennium van gemoedelijk slaapdorp tot gestresste buitenwijk van Leiden – met navenante lasten – is verworden, zo torsen steeds meer gemeenten de last van lokaal wanbestuur. Eén periode van lokaal wanbestuur is goed voor decennia lang structureel hogere lasten, omdat gemeenten (godzijdank) niet de instrumenten hebben nog extremer te belasten. Anders zou de beer geheel los gaan. Maar het betekent dat als we lang genoeg doorgaan, vroeg of laat vrijwel alle gemeenten gezorgd hebben voor immense lokale lasten en flink verminderde lokale lusten.</p>
<p>De incompetentie van de Nederlandse gemeenteraden zal leiden tot het besef in Den Haag dat we toe zullen moeten naar het Duitse model van regionale besturen. Het Kreismodel, waarbij veel grotere agglomeraties door een enkel bestuur worden geleid. Bovendien zal dat gepaard moeten gaan met het oprichten van regionale competentiecentra met financiële, juridische, bedrijfskundige en bedrijfseconomische deskundigheid zodat grote investeringen door professionals en niet langer door incompetente lokale ambtenaren worden beheerd. In grotere gemeenten is het voordeel dat de meeste fracties veel sneller competentie eisen kunnen stellen aan raadsleden en bestuurders, en daarmee de beperkingen van de selectiekansen van nu kunnen omzeilen. Men hoeft dan niet langer gemeenteraadsleden te kiezen uit een select groepje welwillenden [onder het mom van ‘we hebben niets beters ….’] , maar men kan voorsorteren op competentie. Bovendien de kans de vergoeding voor dat intensieve raadswerk naar een acceptabel niveau op te schroeven. Met competentiecentra als facilitators voor beleid mag de burger veel meer kwaliteit van besturen verwachten, zelfs eisen, dan nu. Men moet daar ook een afrekenmodel aan koppelen, zodat wethouders niet automatisch op wachtgeld komen, maar werkelijk aansprakelijk worden voor wanbeleid. Niet zoals nu beperkt aansprakelijk, maar met een gouden parachute. Dat motiveert niet, dat werkt verkeerd.</p>
<p>De tijd van de romantische dorpsnotabelen ligt ver achter ons. De dokter en de notaris zijn niet meer de enige heren van stand die vol aanzien aanschouwd werden als ze met de blinkende T-Ford door de straat tuften. Het gelijkheidsbeginsel heeft wat dat betreft ook in die zin maatschappelijk postgevat. Dat was een goede ontwikkeling. In dat geelgrijze foto plaatje paste vroeger echter ook een gemeenteraad waarin de opgeleide heren van stand zaten. Het grote voordeel van die tijd was, dat de leden van de Raad tenminste waren opgeleid, van goeden huize kwamen en vaak maatschappelijk gelauwerd waren. Welk een contrast zien wij heden ten dage, met Raden gevuld met allerlei pluimage, maar zelden met een overdaad aan intelligentie, competentie en visie. Zoals ik wel vaker tegen de progressieve luyden zeg: niet alle vooruitgang is verbetering.</p>
<p><strong>Slotwoord</strong></p>
<p><a title="allert goossens.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/allert%20goossens.jpg" rel="shadowbox[post-1332];player=img;"><img height="119" align="left" width="97" alt="allert goossens.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/allert%20goossens.jpg" /></a>Het is absolute noodzaak dat men in Den Haag op zeer korte termijn gaat beseffen dat ons bestuursmodel staat te wankelen op zijn sokkel. We zijn slachtoffer aan het worden van onze eigen dromen over gelijkheid en de kansen voor iedereen. Waarom kiezen we er niet voor dat iedereen, onwillekeurig talent of intelligentie, arts, piloot of ingenieur kan worden? Dat antwoord kunt u zelf wel geven. Waarom kiezen we er dan wel voor dat iedere minkukel maar in een gemeenteraad zitting kan nemen en zwaarwegende beslissingen voor u en mij kan nemen? Voor mij is het raadsel en na zelf een periode van zeven jaar nauw betrokken te zijn geweest bij het gebeuren in de Leiderdorpse politiek, is dat raadsel nog veel groter geworden. Het werkt simpelweg niet!</p>
<p>Ik heb soms het idee dat we het veel te goed hebben om ons te realiseren hoe onze openbare ruimte, onze lokale financiën en onze algemene lokale belangen onder onze voeten en voor onze ogen verkwanseld worden door lokaal wanbestuur. De goedwillende en kwalitatief goede bestuurders leggen het af tegen het leger wanna-be’s, de massa’s mensen die zich middels het metier van lokaal politicus maatschappelijk een rol willen toebedelen en de mensen die elders maatschappelijk niets konden presteren en het in de politiek soms tot verrassende hoogte kunnen schoppen. Wij burgers willen dat niet zien, willen dat niet geloven en willen het vooral ons niet aantrekken.</p>
<p>Zoals recent onderzoek uitwees zijn de mensen die zich politiek geëngageerd voelen, die zich bij politiek betrokken voelen een veelvoud vatbaarder voor depressies of zelfs erger dan zij die zich verre van politiek engagement houden. Zou het dan zo zijn dat ik het eigenlijk gewoon verkeerd zie en dat het nauwelijks betrokken voelen bij de politiek van het gros der burgers juist de meest gezonde oplossing is? Gewoon, omdat je minder betrokken voelen bij het wanbeleid wegens onze welvaart gewoon kan?</p>
<p>Het zal dus nog vele depressies kosten voordat we lokaalbestuurlijk structurele verbeteringen zullen zien. En van depressies wordt alleen Erwin Krol vrolijk. Laat ik dan maar de Erwin Krol zijn van de politiekbeschouwelijke soort, want ik heb er heel wat depressies voor over om de competentie in het lokale bestuur een veelvoud te verhogen en de incompetentie met het scribentenzwaard te blijven bestrijden. Wat jij Sjoerd?</p>
<p><strong>Allert Goossens </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-3/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kwaliteit openbaar bestuur &#8211; deel 2</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-2/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-2/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Feb 2009 23:01:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/12/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-2/</guid>
		<description><![CDATA[Een competente Raad is toeval Vanuit de context van de grondbeginselen van de democratie geredeneerd, waarbij aan volksvertegenwoordigers geen rechtstreekse competentie eisen mogen worden gesteld, is het dus wel beschouwd pure mazzel als een gemeenteraad vooral bestaat uit competente mensen. Dat ervaart de lezer wellicht als een gedurfde stelling. Maar als we deze stelling nog [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img height="143" align="left" width="114" alt="iceberg.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/iceberg.jpg" />Een competente Raad is toeval</strong></p>
<p>Vanuit de context van de grondbeginselen van de democratie geredeneerd, waarbij aan volksvertegenwoordigers geen rechtstreekse competentie eisen mogen worden gesteld, is het dus wel beschouwd pure mazzel als een gemeenteraad vooral bestaat uit competente mensen. Dat ervaart de lezer wellicht als een gedurfde stelling. Maar als we deze stelling nog iets omstandiger onderbouwen, zult u het wellicht als houdbaar(der) aanvaarden.</p>
<p>De vraag die men kan stellen is namelijk wie zich nu voor een raadlidmaatschap beschikbaar stelt in een welvarend land.<span id="more-1329"></span> Het antwoord daarop is niet eenvoudig te onderbouwen. Het is echter een gegeven dat raadswerk tijd kost. Als men het raadswerk goed wil doen, kost het veel tijd. Men kan met gerust hart stellen dat het gros der geslaagde maatschappelijke bestuurders en managers die tijd ontbeert en daarom bij voorbaat niet meedoet.</p>
<p>Als men de tijdskwestie onverhoopt wel overwint, is er de kwestie van de mores. Het is een praktijkgegeven dat raadsleden zich in het politieke spel – zowel binnen eigen gelederen als in de politieke arena an sich – thuis moeten voelen. Het is gebleken dat goed opgeleide en maatschappelijk geslaagde bestuurders en managers – vaak in hun reguliere werkkring gewend aan het principe dat de rede en intelligentie prevaleert – zich enorm laten afschrikken door de veel minder transparante mores in de politiek.</p>
<p>Maatschappelijk voor bestuurs- en beleidfuncties opgeleide kandidaten vallen dus vrijwel allen af als potentieel kandidaat en doen zij desondanks wel mee, dan haken zij vaak zeer snel af. Dat fenomeen zien we vooral bij de bestuurlijk meest onderlegde partijen CDA en VVD en beduidend minder bij idealistische partijen als GL en SP. Dat is uit recent onderzoek naar het binnenlands bestuur weer eens overduidelijk gebleken.</p>
<p>Kortom, hoewel er geen sprake is van een vooropgezette selectie op competentie is er wel sprake van een schifting. Dat is geen positieve, maar juist een negatieve selectie. Dat betekent eenvoudig gezegd dat de vijver waaruit het openbaar bestuur voor haar volksvertegenwoordigers moet vissen, vooral vissen bevat van de midden- en ondermaat.</p>
<p>Een conclusie door deductie en eentje die mijn stelling verder onderbouwt dat het beschikken over een grosso modo competente Raad eerder toeval dan waarschijnlijkheid betreft.</p>
<p><strong>Kwaliteit openbaar bestuur</strong></p>
<p>De kwaliteit van het openbaar bestuur is onderwerp van grote zorg. Niet alleen bij mij – als gekend criticus van het lokale bestuur. Mijn (oude) partij de VVD was een groot voorstander van een kleine centrale overheid en een grotere verantwoordelijkheid voor gemeenten. Ik ben daarover van meet af aan zeer negatief kritisch geweest in de uitvoeringsvorm die men voor stond. Ik geloof alleen in een kleinere overheid als er competente grotere gemeenten worden gevormd.</p>
<p>Nederland kent momenteel 421 gemeenteraden. Het aantal deelraden is mij onbekend. Deze 421 gemeenteraden hebben stuk voor stuk verregaande vrijheid hoe zij de maatschappelijke en fysieke ruimte ordenen en beheren. Zij worden daarin maar zeer ten dele gestuurd, betutteld of beperkt door hogere overheden.</p>
<p>Dat was in voorgaande era niet heel anders en er waren vroeger zelfs meer gemeenten. Wat echter een grote en wezenlijke verandering teweeg bracht was dat – mede op initiatief van de VVD – gemeenten naast het verkrijgen van meer autonomie en beleidsverantwoordelijkheid, meer (eigen) inkomstenbeleid moesten gaan voeren.</p>
<p>Daar is het vooral mis gegaan. Gemeenten zijn verworden tot bestuurlijke ondernemingen waar buitengewoon risicodragend wordt ondernomen en geïnvesteerd. Gemeenten zijn zelfs met elkaar gaan concurreren. Regionaal en interregionaal. Men wil de grootste ‘Mall’, het grootste meubelcentrum, de grootste moskee, het grootste stadion, men wil het mooiste stadscentrum, het meest luxueuze sportcentrum, de best bereikbare binnenstad, de meest unieke kantoorpanden. Ga zo maar door. Die ambities zijn niet zelden slechts de ambities van enkele dagelijkse bestuurders, die erin slagen gemeenteraden te enthousiasmeren en met zalvende woorden kokette plannen door de Raden te jassen.</p>
<p>De zelfkant van die moderne lokale bestuurscultuur is niet alleen financieel voelbaar in steeds meer gemeenten. Er ontstaat ook een onstuitbare verrommeling van de openbare ruimte, een gebrek aan thematiek en concentratie, een inrichtingsplanning die soms diametraal, soms diagonaal op landelijk beleid staat. Een centrale overheid die omwille van bereikbaarheid bedrijven suburbaniseert terwijl de naar inkomsten en werkgelegenheid hunkerende gemeente ze juist aantrekt. Een centrale overheid die thematische en geleide invulling van de ruimte ambieert, terwijl de gemeenten ieder voor zich hun verzorgingsgebied naar eigen goeddunken invullen. Een centrale overheid die ambieert om culturele landschappen visueel toegankelijk te houden langs voorname verkeersaders, terwijl gemeenten uit inkomstendrang die visuele geneugten juist blokkeren met kantoren en industrie.</p>
<p>Bovengestelde zaken zijn niet persé zaken die direct de kwaliteit van gemeenteraadsleden raken, maar meer het gevolg van selectieve blindheid of juist selectieve visie van gemeenteraden. Indirecte gevolgen dus van kwaliteitsarmoede.</p>
<p>Beduidend ernstiger wordt het als men de loep hangt boven de bedrijfseconomische mores in de Nederlandse gemeenten. Men hoeft maar een aantal opvolgende jaaroverzichten OZB te downloaden om een voorindicatie te vinden voor gemeenten waar iets flink mis is gegaan in de afgelopen jaren. Plotselinge harde stijgingen van de OZB zijn daarvoor de beste indicatie. In dergelijke gemeenten is men speculatief op de bips gegaan, heeft men de budgetten niet kunnen aanhouden en was sprake van meer dan marginale overschrijdingen. En dat zijn geen uitzonderingen! Ik daag u uit een paar overzichten naast elkaar te leggen en u zult schrikken. Niet voor niets stijgt het landelijke OZB gemiddelde structureel ruim boven de geldontwaardigingstrend.</p>
<p><strong>Bedrijfseconomische aspecten</strong></p>
<p><a title="SBCmodel.png" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/SBCmodel.png" rel="shadowbox[post-1329];player=img;"><img height="120" align="left" width="98" alt="SBCmodel.png" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/SBCmodel.png" /></a>Het gros der gemeenteraadsleden is niet competent genoeg om de vaak ingewikkelde dagelijkse financiën van een gemeente op de merites te toetsen. Laat staan dat men in staat is complexe projecten of investeringstrajecten op de kwaliteit te beschouwen. In Leiderdorp ben ik van die praktijk getuige geweest, elders blijkt het niet anders te zijn. Een beetje googlen en men stelt eenvoudig vast dat vrijwel iedere gemeente tegenwoordig zijn eigen tranendal heeft.</p>
<p>Ik ben zelf al een twintig jaar werkzaam in een sector waar grote investeringen worden gedaan. De groot aannemerij in de industriële en infrastructurele omgeving. Buitengewoon complexe materie met een schijnbaar onstuitbare evolutie in aard en omvang van projecten, in de complexiteit van de onderliggende techniek en problematiek, en bovenal de contractuele achtergrond. Ik werk vrijwel uitsluitend met bedrijfseconomen, ingenieurs en juristen. Mensen die stuk voor stuk academisch zijn geschoold of tenminste HBO denkniveau hebben. In hun competentie gevormd door ervaring en dan nog vaak geconfronteerd wordend met onvolkomenheden, onderschatte risico’s en valkuilen. Dat zijn grosso modo competente functionarissen in een buitengewoon dynamische en veeleisende omgeving.</p>
<p>Gemeenteraadsleden moeten regelmatig in diezelfde omgevingen besluiten nemen. Zij moeten investeringen met een fiat sanctioneren, tussentijdse rapportages kunnen beschouwen op kansen en bedreigingen en daarnaast nog maatschappelijke wenselijkheid van bepaalde aspecten toevoegen. In Leiderdorp heb ik van dichtbij meegemaakt hoe dat in de praktijk werkt. Geen enkel lid van de Leiderdorpse gemeenteraad was in de periode 2000-2006 in staat een goede overweging te maken over de massa projecten die over de Raad werd uitgestort. Kennis kwam van enkele burgerleden, die bovendien slechts bij de VVD zaten wat voor een politiek uitgebalanceerde beeldvorming niet handig is.</p>
<p>Die kennis- en kundearmoede in de Raad, als het aankomt op bedrijfseconomische kennis van dergelijke grote investeringstrajecten, wordt in kleinere gemeenten niet gecompenseerd door kundige ambtenaren. Ambtenaren met kennis van dergelijke veelomvattende complexe investeringen zitten bij grote gemeenten of de centrale overheid. Daar vinden ze de uitdaging en het juiste salaris. Wethouders zijn zelden onderlegd in de materie, en degene die in Leiderdorp de man met de touwtjes in handen was, was het beslist niet. Dat was een demagoog en megalomaan, niet dwars gezeten door enige kennis terzake, maar wel voorzien van een overdosis redenaarskunst waarmee de gemeenteraad zich als kuddedieren liet meesleuren.</p>
<p>Die volstrekte kwaliteitsarmoede in gemeenteraden is niet alleen in directe zin levensgevaarlijk, maar ook in indirecte zin. Omdat de Raden nauwelijks in staat zijn investeringsplannen op de merites te beschouwen, worden de schaarse leden met kennis – die lastige vragen stellen of tegenstemmen – als dwarsliggers of recalcitrante elementen geportretteerd – vaak zelfs in de meest expliciete vorm door de lieden die zelf het minst door kennis worden geplaagd (ik noem geen namen Bart ?). In plaats van het zich optrekken aan competentie, zet men zich af tegen competentie en wordt beschouwelijke oppositie afgedaan als negativisme, oppositionele retoriek of opstandigheid. Ook dat heb ik zes, zeven jaar lang mogen meemaken. Naast die cultuur van het isoleren en karikaturiseren van de kennis, ziet men bovendien het uiterst kwalijke maar o zo gebruikelijke effect van het ambtelijke apparaat dat – aan de leiband van de wethouder(s) – gemeenteraden welbewust te lage begrotingen voor grotere investeringen aanbiedt om collegevoorstellen soepeltjes door de Raad te loodsen. Helaas denkt een bijzonder groot deel van Nederland dat de praktijk van vrijwel altijd ‘duurder’ uitvallende projecten meestal komt door onvoorziene zaken en de boosaardige markt. In veel gevallen is er echter sprake van – al dan niet opzettelijke – onderschatting van benodigde investeringsbudgetten.</p>
<p><strong>Allert Goossens</strong></p>
<p>Deel twee van drie<br />
<strong>Deel drie: 13 februari a.s. </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kwaliteit openbaar bestuur &#8211; deel 1</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-1/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-1/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 10 Feb 2009 23:01:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/11/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-1/</guid>
		<description><![CDATA[Openbaar bestuur(loos)? In 2008 schreef ik al eens over de beperking van afrekenbaarheid van openbaar bestuurders in het kader van de beide Pikmeer arresten. Analoog aan een sterk gevoel van onbehagen bij een deel der “citoyen” van Leiderdorp ten aanzien van het functioneren van het lokale openbare bestuur [gegeven het recent gepresenteerde manifest], wil ik [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img height="117" align="left" width="95" alt="Allert Goossens.jpeg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/Allert%20Goossens.jpeg" /><strong>Openbaar bestuur(loos)?</strong></p>
<p>In 2008 schreef ik al eens over de beperking van afrekenbaarheid van openbaar bestuurders in het kader van de beide <a href="http://www.spleiderdorp.nl/2008/07/18/pikmeer-of-pik-minder/">Pikmeer</a> arresten. Analoog aan een sterk gevoel van onbehagen bij een deel der “citoyen” van Leiderdorp ten aanzien van het functioneren van het lokale openbare bestuur [gegeven het recent gepresenteerde manifest], wil ik iets zeggen over de kwaliteit en afrekenbaarheid van leden van de gemeenteraad.</p>
<p><span id="more-1326"></span></p>
<p><strong>Begrippen uitgelegd</strong></p>
<p>Onder het openbaar bestuur vallen ook de leden van de gemeenteraad. Een gemeenteraad is het lokale equivalent van de Tweede Kamer. Het wordt gevuld met gekozen volksvertegenwoordigers. Sinds in 2002 de wet dualisering gemeentebestuur werd aangenomen, is de gemeenteraad net als de Tweede Kamer een strikt gescheiden gremium geworden van het dagelijks bestuur. Dat dagelijkse bestuur wordt lokaal vorm gegeven door burgemeester en wethouders en landelijk door het Kabinet. Een voornaam onderscheid is de in wezen dubbele rol van de burgemeester op lokaal niveau. Hij maakt zowel onderdeel uit van het dagelijks bestuur als de gemeenteraad, die hij voorzit maar waarin hij als voorzitter geen stem heeft. De primus inter pares van het kabinet – de premier – zit de Tweede Kamer niet voor. De Tweede Kamer heeft een eigen voorzitter.</p>
<p>Volgens de Trias Politica – het principe van de scheiding der machten – hebben TK en gemeenteraad dezelfde rol, en Kabinet en College van B&amp;W evenzo. De volksvertegenwoordigingen controleren, budgetteren en verordonneren en bovendien benoemen zij (de wethouders).</p>
<p>Het gemeentebestuur wordt door veel mensen abusievelijk begrepen als zuiver het dagelijkse bestuur dat door B&amp;W wordt vormgegeven. Het gemeentebestuur wordt echter nadrukkelijk door gemeenteraad en B&amp;W samen gevoerd, waarbij de laatste gemandateerd is door de Raad – en deels vanwege de gemeentewet – om bepaalde taken zelfstandig uit te voeren. Voor die taken is B&amp;W echter volledige verantwoording verschuldigd aan de Raad. De gemeenteraad is echter het hoogste orgaan in een gemeente analoog aan de TK, dat het hoogste orgaan is in het landsbestuur.</p>
<p>Een gemeenteraad is dus een onafhankelijk bestuursorgaan dat een eigen verantwoordelijkheid heeft met als hoofdtaak het controleren van het dagelijks bestuur en het beleid. Een verantwoordelijkheid die zich niet laat matigen door coalities of collegeakkoorden, hoewel menigeen (binnen en buiten de politiek) anders meent.</p>
<p><strong>Verantwoordelijkheid versus aansprakelijkheid</strong></p>
<p><img height="116" align="left" width="80" alt="snowhanger.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2009/02/snowhanger.jpg" />In tegenstelling tot leden van het dagelijkse bestuur, heeft een gemeenteraadslid inzake zijn of haar raadswerkzaamheden géén aansprakelijkheid, anders dan die aansprakelijkheid die wegens het – civielrechtelijk of strafrechtelijk &#8211; overtreden van de wet een raadslid natuurlijk wel ten deel valt. Bestuursrechtelijk is een raadslid in wezen niet aansprakelijkheid. Voor de goede orde: als een raadslid zich dus aan bijvoorbeeld corruptie, collusie, verbreken van geheimhoudingsplicht, etc. juridisch vergaloppeert dan is dat een civielrechtelijk dan wel strafrechtelijke overtreding of delict, zoals dat voor iedere burger geldt. In zijn of haar competentie of functioneren als raadslid is een lid van de gemeenteraad niet aansprakelijk voor een politiek of bestuurlijk onverstandige of onjuiste handeling. Het gemeenteraadslid legt slechts jegens de kiezer verantwoording af. Zelfs verantwoording afleggen richting fractie, fractievoorzitter of partijbestuur is puur omwille van consensus aan de orde. Een raadslid is immers net als een Tweede Kamer lid op persoonlijke titel vertegenwoordigd in de Raad.</p>
<p>Dit betekent dat een gemeenteraadslid na in de Raad te zijn gekozen middels rechtsgeldige verkiezingen en te zijn ingezworen, zijn zetel in principe voor vier jaar verzekerd weet. Daar is ‘geen kruid tegen gewassen’. Die verzekering geldt voor een Raadslid nog meer dan voor een Tweede Kamer lid, omdat de gemeentewet (in principe) voorschrijft dat slechts bij herindeling van een gemeente tussentijdse verkiezingen kunnen worden uitgeschreven. Dat geldt niet voor de TK, waar tussentijdse verkiezingen niet ongewoon zijn.</p>
<p>Een gemeenteraadslid zit dus goed nadat hij of zij is ingezworen. Er staat geen sanctie op afwezigheid, er staat geen sanctie op het structureel onthouden van de stem bij stemming, er staat geen sanctie op extravert of extravagant gedrag (als in de zin van ‘ontslag’), er staat geen sanctie op lamgeslagen domheid en er staat geen sanctie op gecertificeerde desinteresse of onttrekking aan de werkzaamheden van een raadslid in algemene zin. Kortom – carte blanche.</p>
<p>In die zin is een lid van de gemeenteraad in Nederland dus onaantastbaar. Hij of zij mag de grootste kolder verkopen, de meest ridicule standpunten (binnen de kaders van de wet) innemen, met alle winden meewaaien, zich in wezen volslagen belachelijk maken en compleet onverantwoord stemgedrag vertonen zonder dat zich dat vertaalt in het gedwongen afscheid moeten nemen van de zetel. Zelfs als een reglement van orde een gemeenteraadslid de toegang tot de vergaderingen der Raad kan ontzeggen – bijvoorbeeld wegens structureel wangedrag – dan nog is een zetel niet van betrokken volksvertegenwoordiger af te nemen. Althans, zo lang deze zich dus binnen de wet begeeft. Een veroordeling door de rechter kan aanleiding zijn een zetel wel te ontnemen, maar over dergelijke casussen praten we hier niet.</p>
<p><strong>Competentie versus democratie</strong></p>
<p>Het wordt door vrijdenkers en neo-revolutionairen als een groot goed gezien dat een ieder die volgens de wet handelsbekwaam, lokaal ingezetene en van goede antecedenten is, in principe deel kan en mag uitmaken van een gemeenteraad. Deze idealistische norm, die algemeen in Europa haar intreden deed in het begin van de 19e eeuw [maar pas een ruime eeuw later haar werkelijke gestalte kreeg], voorkomt dat aan competentie van volksvertegenwoordigers eisen mogen worden gesteld anders dan voornoemd. Die grenzenloosheid ten aanzien van competentiekaders geldt voor alle volksvertegenwoordigers.</p>
<p>Curieus is het dat het evangelie van de democratie – zoals vooral vaak uitgedragen door partijen met een linkse statuur – regelmatig in verband wordt gebracht met de Griekse schetsen rond deze bestuursvorm. Helaas, in het klassieke Griekenland – als zodanig überhaupt niet bestaande toentertijd – was geen sprake van democratie voor allen.</p>
<p>In wezen stamt de wenselijkheid van toegankelijkheid van virtueel een ieder tot het volksvertegenwoordigerschap af van het romantische denken van mensen zoals Jean Jacques Rousseau [1712-1778]. De absolute wens te komen tot een zekere volkssoevereiniteit, waarbij de wens van het algemene volk leidend dient te zijn voor het bestuur. Een gedachtegang waar D’66 met haar streven naar de directe democratie [middels bindende referenda] ook sterk naar lijkt te verlangen. Het ‘Power to the people’ principe. Het in wezen volkomen falen van dat systeem tijdens de Franse Revolutie [1789-1799] had al een waarschuwing kunnen zijn dat al te romantische gedachten over volkssoevereiniteit slechts koren op de idealistische of utopistische molens zijn, maar in een werkelijke samenleving eenvoudigweg slecht houdbaar zijn. Niet houdbaar vanwege demografische ontwikkelingen (bevolkingsgroei) en niet houdbaar wegens de feitelijke waan van de dag effecten.</p>
<p>Nederland koos in navolging van andere landen voor de indirecte democratie. Een democratie met volksvertegenwoordigers. Bovendien werd gekozen voor de toepassing van de wijsheden van een andere maatschappelijke denker, Montesquieu, die voor de gescheiden machten [Trias Politica] pleitte. Het opdelen van het bestuur in drie zuilen, die het ontstaan van gecentreerde macht dienden te voorkomen. Montesquieu zijn denkbeelden over autocratie [alleenheerschappij] voor de hoogste bestuurslagen zijn gauw vergeten. Het beroemde Griekse driemanschap sprak geen reclame voor onze huidige democratie uit. Plato was een fel tegenstander van onze vorm van democratie, omdat hij de gevaren onderkende van de dictatuur van het volk. Aristoteles was ook fel tegenstander van de volksdemocratie. Socrates was de man die zelfkennis een voorwaarde achtte voor het etaleren van beschouwelijke kennis, en daarmee impliciet al verwees naar de noodzaak van kennis bij politici om juist te kunnen besturen. In wezen was er in het klassieke Griekenland geen enkele bestuursvorm die op onze huidige democratie leek. Zelfs de Atheense democratie, die het dichtste bij onze bestuursvorm kwam, sloot vele burgers uit. De verwijzingen naar de Griekse democratie hoort dan ook eigenlijk niet veel verder te gaan dan tot de etymologische verklaring van het begrip, dat voor demos [volk] crateo [heersen] staat.</p>
<p>In de Nederlandse grondwet is het recht op gelijke behandeling als eerste artikel genoteerd. Dankzij de verlichting, dat samenviel met de eerder genoemde Franse omwenteling, ontstond het zweverige beginsel van gelijkheid. Dé facto een beginsel dat antidarwinistisch is en daarmee tot een onnatuurlijke conditionering zou kunnen worden gedevalueerd. Het gelijkheidsbeginsel heeft zich ontwikkeld tot een beginsel dat enerzijds buitengewoon goede kanten heeft (gelijkheid sexe, ras, geloof, etc.), maar anderzijds de onwerkelijke uitwerking dat het gecombineerd met de democratische bestuursvorm zou moeten leiden tot gelijke kansen voor onwillekeurig iedere burger in de volksvertegenwoordiging.</p>
<p>Het feit dat iedere burger in wezen recht heeft zich tot volksvertegenwoordiger te laten kiezen heeft ertoe geleid dat aan competentie eisen voor volksvertegenwoordigers hoegenaamd geen eisen kunnen en mogen worden gesteld.</p>
<p>Als men zich verdiept in de essentie – de wezenlijke betekenis – van die uitsluiting van competentie eisen voor volksvertegenwoordigers, dan herkent men al snel dat daarin gevaren schuilen. Zeker als men dit afzet tegen de zware taak die volksvertegenwoordigingen hebben als hoogste gezagorganen in bestuurlijk Nederland.</p>
<p><strong>Allert Goossens</strong></p>
<p>Deel één van drie</p>
<p><strong>Deel twee: 12 februari a.s.<br />
Deel drie: 13 februari a.s. </strong><br />
.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2009/02/kwaliteit-openbaar-bestuur-deel-1/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Is politiek voor de domme?</title>
		<link>http://www.spleiderdorp.nl/2008/11/is-politiek-voor-de-domme/</link>
		<comments>http://www.spleiderdorp.nl/2008/11/is-politiek-voor-de-domme/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 Nov 2008 23:01:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Allert Goossens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.spleiderdorp.nl/2008/11/29/is-politiek-voor-de-domme/</guid>
		<description><![CDATA[Een aanzienlijk deel van de intelligentsia verafschuwt de (hedendaagse) politiek. Een ander deel is juist heel actief. Dat is een aardig gegeven om eens nader te beschouwen. De filosofieën van Aristoteles, die een mengvorm van aristocratie [naar hem vernoemd] en democratie als ‘minst slechte’ vorm beargumenteerde, vormen voor het afhakende deel der intelligentsia een goed [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a title="aristoteles.gif" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/aristoteles.gif" rel="shadowbox[post-1220];player=img;"><img height="117" align="left" width="110" alt="aristoteles.gif" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/aristoteles.gif" /></a>Een aanzienlijk deel van de intelligentsia verafschuwt de (hedendaagse) politiek. Een ander deel is juist heel actief. Dat is een aardig gegeven om eens nader te beschouwen.</p>
<p>De filosofieën van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Aristoteles">Aristoteles</a>, die een mengvorm van aristocratie [naar hem vernoemd] en democratie als ‘minst slechte’ vorm beargumenteerde, vormen voor het afhakende deel der intelligentsia een goed alternatief. Aristoteles was bepaald niet gecharmeerd van de huidige democratie. Stemrecht diende in zijn visie nog verworven te worden en voorbehouden te zijn aan de ervaren wijze denkers en de gegoede burgerij. Aristoteles had in die zin dan ook veel met het empirisme, ofwel het uitgangspunt dat ervaring leidt tot kennis. Temporaine beschouwd was Aristoteles in wezen dus meer een <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Technocratie">technocraat </a>dan een democraat.<span id="more-1220"></span></p>
<p>Marx zijn evangelie van gelijkheid en rechtvaardigheid kan het bij de politiek juist betrokken deel der intelligentsia weer meer bekoren.  Het sterk dogmatische <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Marxisme">Marxisme </a>(en haar afgeleiden) is in feite een vorm van utopisme. Utopisme en irrationalisme zijn sterk verbonden met het Marxisme. In eerste instantie lijkt het tegenstrijdig dat juist intelligentsia – vooral wetenschappelijk aangelegde lieden – neigen naar een vorm van utopisme, maar juist een wetenschapper – in zijn zoektocht naar grensverlegging en empirische waarden – bereikt veel door zijn fantasie te laten werken en door niet-geijkte paden te verkennen.</p>
<p>In wezen zijn intelligentsia vaak of buitengewoon ‘soft’ – en neigen zij naar een zeer sociale gelijkheidsstructuur – of zijn zij zeer voor een technocratisch geleide samenleving waar kennis en kunde prevaleren boven ideologie. Dat zijn dus tegengestelde – divergerende – stromingen.</p>
<p>De reden waarom de ‘softe’ intelligentsia vooral in de politiek zijn vertegenwoordigd is eenvoudig. Ideologie is een veel emotionelere drijfveer dan technocratie. De emotie en de bevlogenheid van een ideoloog – een vaak overtuigd gelovige in een haast ideële samenlevingsvorm – profileert zich veel sterker dan de techneut die zich op ratio en empirische waarden baseert. Het is enigszins vergelijkbaar met de gelovige [theïst] die zich verhoudt met de ongelovige [atheïst]. De gelovige kan zich in wezen niet beroepen op een bewezen werkelijkheid en dient zich bij dat gebrek aan (empirisch) comfort veel meer uit te putten in zijn bevlogen en omstandige bewoordingen dan de atheïst die zich door wetenschappelijke waarden en gegevens gesteund weet. De technocraat voelt zich echter vaak veel minder thuis in de redenaarskunst dan de eloquente ideoloog omdat de technocraat vaak wars is van de sofistische en demagogische elementen die ideologen etaleren. Dat staat als het ware diametraal op de basis van de technocraat, die immers zoekt naar kernwaarden en bewezen feiten.</p>
<p><strong>Ontwikkelingen in de politiek</strong></p>
<p><img height="132" align="left" width="126" alt="rijken-colijn2.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/rijken-colijn2.jpg" />De moderne democratie – die bepaald anders is dan die van voor 1945 – schrikt intelligentsia die niet sterk ideologisch bevrucht zijn, af.</p>
<p>Voor 1945 was Nederland in veel opzichten echter een democratie met sterk technocratische elementen, zo u wilt zelfs met een milde aristocratische ondertoon uiteraard gelardeerd met de religieuze wortelen die vrijwel alle parlementariërs hadden. In het era 1848-1918 werd de politiek zelfs gedomineerd door technocratie met een liberale aristocratische ondertoon en was onze politiek met haar censuskiesrecht [=kiesrecht voor mensen met een bepaald inkomen of hoger] in wezen veel dichter bij Aristoteles zijn streven dan onze moderne democratie met zijn evenredige vertegenwoordiging.</p>
<p>Na de socialiseringslag in de samenleving en de introductie van algemeen kiesrecht [1917] – ook voor vrouwen [1919] – kwam de moderne democratie in haar embryonale fase terecht. Ondanks deze stappen bleef de politieke arena voorbehouden aan technocraten en aristocraten, tot de rechts-nationalistische stromingen in de jaren dertig in wezen de introductie van ‘gewone luyden’ introduceerde. De puberale fase van de moderne democratie.</p>
<p>Desondanks bestonden kabinetten uit vooral aristocraten en buitengewoon hoog opgeleide lieden, vaak zelfs (voormalige) captains of industry of maatschappelijk zeer hoog aangeschreven personen. Uiteraard waren daarbij – in de verzuilde samenleving – geloof en overtuiging vrijwel altijd aanwezig. Gemeenteraden en colleges waren vrijwel geheel gevuld met notabelen. Slechts de hoogste klassen waren vertegenwoordigd. Nodeloos te stellen dat zij vooral voor eigen parochie predikten en uiterst conservatief en dogmatisch dachten en handelden.</p>
<p>Vlak na de oorlog kwam een tweede belangrijke modernisering van de democratie van de grond. Er kwam een duidelijke ontzuiling, waardoor de vrijwel stelselmatig aanwezige verbondenheid met de kerk verminderde. Daarbij werd de politiek langzamerhand toegankelijker voor de gewone man en kwamen de socialisten veel prominenter in beeld. De eerste veertien jaar na de oorlog waren de socialisten in alle kabinetten vertegenwoordigd. Het was de vroeg adolescentie fase van de moderne democratie.</p>
<p>Nochtans was in deze periode nog steeds sprake van relatief veel hoog opgeleide politici, in Kamer en kabinet. Daarbij eveneens nog een aanzienlijke vertegenwoordiging van coryfeeën van voor de oorlog.</p>
<p>In de jaren zestig ontstond in feite pas de moderne democratie die we thans kennen, waarbij de mondigheid en het activisme uiteraard in samenleving en politiek een grote vlucht namen. Mogelijk kan men dit zelfs het begin van het populisme noemen, met een partij als D’66 als absolute vrucht van de kleine revolutie van de jaren zestig.</p>
<p>De kanteling die in de eeuw 1848 – 1948 plaatsvond in de politiek kan men meervoudig duiden als het begrip armoede in beeld komt. De eerste periode was het de rijkdom die volkomen domineerde boven de armoede, en in die zin was de armoede van de politiek het gebrek aan vertegenwoordiging van de gewone man in Den Haag. Vanaf 1948 werd echter een trend ingezet waarbij de armoede in de politiek zich anders kan laten duiden. Door de emancipatie van de arbeidspartij, van het socialisme in het algemeen, kreeg de gewone man een steeds sterkere vertegenwoordiging in de politiek. Dat zou zich steeds verder ontwikkelen. Daarmee werd het gevestigde intellect in de politiek langzaam verdrongen. Idealisme en sociale dogmatiek namen in de tweede helft van de 20ste eeuw geleidelijk toe in de politiek, zowel landelijk als lokaal. Daarmee kwam een verrijking van het spectrum, maar niet noodzakelijkerwijs ook een verrijking van het intellect.</p>
<p>Vanaf de jaren tachtig ontstonden twee duidelijk nieuwe stromingen, die nieuwe tegenstellingen in de politiek lieten zien naast het oude links-rechts en religie-seculier. Er ontstonden neo-liberale [VVD] en links-populistische [CPN, PSP, PPR] stromingen. In de jaren negentig kwam daarbij het rechts-populisme. Logisch dat de traditionele lijn links-rechts toen werd verbannen. Men begon zich politiek te sorteren in drie dimensies in plaats van in twee, voor zover in de periode 1930-1945 het fascisme en het nationaalsocialisme al geen extra dimensie aan de links-rechts lijn hadden toegevoegd.</p>
<p>In de zin van diversiteit nam de politiek een grote vlucht. Er was voor vrijwel iedereen een smaak en ondanks fusies van diverse partijen in het naoorlogse, is er heden ten dage een zo divers palet aan politieke smaken en geuren dat de effectiviteit van de politiek enorm is verminderd. Daar waar vroeger in de supermarkt de keuzes eenvoudig waren tussen een of twee producten met eenzelfde doel of smaaksoort, zijn er vandaag vakken vol met alternatieven. Het maakt de keuze er niet eenvoudiger op, maar desondanks ambieerde de burger ook een gelijke diverse keuze in het politieke spectrum. Het gevolg is versnippering en de nog immer niet gestilde ambitie van de naïeve burger ooit een partij te vinden die zich volledig conformeert naar de wens van de burger. Die wens is echter zo volatiel dat de partijen die inspelen op diezelfde volatiele burger zich zelden van een vast kernelectoraat verzekerd weten. Slechts de traditionele zuilenpartijen kennen de trouw van een min of meer vaste kern. De overige partijen, zelfs de traditionele Partij voor de Arbeid, bevinden zich in een steeds concurrerender spectrum.</p>
<p>Is die ontwikkeling een verrijking? Optisch wellicht wel, maar intrinsiek bepaald niet. Staatsmanschap – de visie voor overmorgen – is een onbezoldigde deugd geworden. Het loont niet meer en het gelijk van gisteren is politiek nauwelijks te verzilveren. De politiek is daardoor een walhalla geworden voor de demagoog, de populist en de intrigant. Zij heeft daarmee een enorme devaluatieslag ondergaan.</p>
<p><strong>Kansen en bedreigingen</strong></p>
<p><a title="renaissance.jpg" href="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/renaissance.jpg" rel="shadowbox[post-1220];player=img;"><img height="142" align="left" width="140" alt="renaissance.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/renaissance.jpg" /></a>De laatste twee tot drie decennia hebben we ook lokaal de wrange vruchten van de laatste kleine <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Renaissance">renaissance </a>geplukt. De lokale politiek – provinciaal of gemeentelijk – is geen monopoly meer voor de notabelen. In de zin van het doorbreken van klassenstructuren is dat wellicht een winpunt. Ten aanzien van de kwaliteit – althans de intellectuele bagage en opleiding die notabelen in de meeste gevallen hadden – is het bepaald geen deugd.</p>
<p>De niet-ideologisch georiënteerde intelligentsia worden tegenwoordig vrijwel niet meer op enige wijze aangetrokken door de politiek. Als zij zich al laten verleiden tot de politiek, dan haken zij met regelmaat spoedig weer af, murw geslagen door de irrationele structuren en gewoonten die de politiek zo onlogisch maken. In de politiek is iedereen namelijk nominaal gelijk. De intellectueel dient zich te verhouden met de proleet en de weinig geschoolde, als die een zetel of functie hebben weten te bemachtigen. Daarbij ervaart de intellectueel dat zijn bewijsbare of aannemelijke kennis en inzicht wordt ‘over-powered’ door de schreeuwer of <a href="http://www.encyclo.nl/zoek.php">eloquente</a> opponent. Er wordt niet gestuurd of beslist op de rede of op de empirische werkelijkheid, maar op de emotie en de ideologie. Zaken die voor een technocraat nauwelijks zijn te verwerken. Het is een van de hoofdoorzaken voor de intelligentie armoede in de lokale politiek. De intelligentsia voelen zich niet erkend, niet op waarde geschat en vooral oncomfortabel bij de ‘waan van de dag’ en ‘streberei’ binnen de lokale politiek.</p>
<p>Lokale politiek is steeds meer het walhalla geworden voor de gelukzoeker en opportunist. Men hoeft nog niet eens bijzonder goed gebekt te zijn, als men het mechanisme maar kent en beheerst van het zoeken van opportune verbindingen en verbonden. Bij gebrek aan interesse voor de lokale politiek bij veel partijen, zeker die welke zich centraal of enigszins rechts van het midden begeven, komen lichtgewichten boven drijven.</p>
<p>Het fnuikende element is dat mensen die in het dagelijks leven zich niet of nauwelijks zouden kunnen ontworstelen aan de onder- of middenmaat, in met name de lokale politiek kansen zien om macht naar zich toe te trekken. In de lokale politiek kan men immers zonder al te veel inspanning – en zeker zonder al te veel carrière terzake – soms tot een grote macht reiken. Dat doet zeker opgeld voor de partijen aan de linkerkant van het spectrum, waar men uit de aard der zaak de dogma’s van gelijkheid en rechtvaardigheid laat prevaleren boven geschiktheid. De activistische inspanning en gedrevenheid wint het van het koele intellect en overleg.</p>
<p>De gemiddelde gemeenteraad in een Nederlandse gemeente kent daarom inmiddels een stuitende armoede als het aankomt op technische kennis en kunde. Wethouders die worden aangesteld zonder dat zij terzake als (des)kundige bestuurders zouden kunnen worden aangemerkt en raadsleden die zuiver en alleen op basis van een arbitraire partijselectie op kieslijsten verschijnen. Competentie is een ondergeschoven kwaliteit geworden.</p>
<p>Met de recente decentralisatie van het beleid, hebben gemeenten veel meer verantwoordelijkheid gekregen. Gemeenten hebben enerzijds meer te zeggen in lokale uitvoering van centraal beleid, maar anderzijds ook meer verantwoording gekregen het centraal beleid te ondersteunen. Gemeenten hebben meer autonomie gekregen in het regelen van hun financiën, maar tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid tot verwezenlijking van regionaal beleid. De gemeentelijke portfolio is in die zin verrijkt met meer verantwoordelijkheid, meer macht en meer manipulatieve instrumenten.</p>
<p>Die ontwikkeling is parallel verlopen met de verarming van de kennis en kunde in diezelfde gemeenten. De uitdijende portfolio aan beleidsverantwoordelijkheid en autonomie verhoudt zich omgekeerd evenredig met de afgenomen kennis. Daarbij zijn veel beleidszaken door toegenomen civielrechtelijke en bestuursrechtelijke complexiteit tot een hoger competentieniveau gestegen. Daarbij kan men denken aan de toegenomen Europese regelgeving, de veel complexere aanbestedingsrichtlijnen, de enorm toegenomen milieuwetgeving en vooral ook de introductie van de juridisch en financieel uiterste complexe Publiek Private Samenwerkingen. Dergelijke fenomenen vereisen competenties bij lokale overheden die zich – wederom – omgekeerd evenredig verhouden tot de ontwikkeling van de samenstelling van zowel het politieke als het ambtelijke gremium.</p>
<p>Ook de centrale overheid heeft deze merkwaardige contradictoire ontwikkeling doorgemaakt, vooral onder leiding van een neoliberale stroming die streeft naar kleine overheden. Men heeft de centrale overheid sterk verarmd als het aankomt op kennis. Kenniscentra zijn afgebroken, grondig weggesaneerd. Zo zijn er met name bij de in Nederland zeer belangrijke ministeries als VROM en Verkeer en Waterstaat duizenden ambtenaren met specialistische kennis verdwenen. De overheid als deskundig opdrachtgever is bij kans verdwenen. Men huurt de kennis nu voor veel geld in op de markt. Een zaak die zowel landelijk als lokaal leidt tot buitenproportionele inhuur van derden. Dat mechanisme op zich is niet verkeerd. Maar het is een enorme bedreiging voor de kennisportfolio van de centrale en decentrale overheid. Men huurt de kennis immers selectief in en men raakt afhankelijk van sommige partijen. Daarbij blijft men in de dagelijkse bestuurszaken de interne kenniscentra node missen. Dat biedt enerzijds kansen voor opportune bestuurders, maar het biedt vermoedelijk veel meer bedreigingen door een zeker vorm van ‘van banque’ beleid.</p>
<p><strong>Pikmeer en lokale competentie</strong></p>
<p><img height="73" align="left" width="125" alt="aansprakelijk.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/aansprakelijk.jpg" />Recent schreef ik een groot artikel over de (on)werkelijkheid inzake de beperkte afrekenbaarheid van de lokale bestuurder ten aanzien van (wan)beleid (<a href="http://www.spleiderdorp.nl/2008/07/18/pikmeer-of-pik-minder/">klik hier</a>). In Nederland is het Pikmeerarrest [I en II] in feite leidend geworden voor de beoordeling van de mate waarin een bestuurder of ambtenaar aansprakelijk is voor gevoerd beleid. Daarin zit een zeer sterke beperking van aansprakelijkheid ingebouwd. Het komt erop neer dat de lokale bestuurder voor een aanzienlijk deel van zijn dagelijks werk een zekere immuniteit bezit. Daar waar een gewone burger of burgerfunctionaris wél civielrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor zijn handelen, is de overheidsbestuurder meestal geheel of gedeeltelijk beschermd door wetgeving en jurisprudentie die hem immuniseren. Een onwezenlijk en in feite feodaal fenomeen.</p>
<p>Die extreme bescherming van de bestuurder wordt des te kwalijker als men dat gegeven naast de afnemende competentie van de (gemiddelde) bestuurder en zijn ambtenaren legt. In concreto betekent die divergerende ontwikkeling dat steeds vaker een bestuurder zich juridisch kan verschonen van afrekenbaarheid. Er ontstaat dus een steeds groter vacuüm tussen beleid en afrekenbaarheid, een steeds grotere kans op wanbeleid zonder gevolgen voor de veroorzaker(s). Het komt erop neer dat het wegsturen van een bestuurder in wezen steeds vaker aan de orde zal zijn.</p>
<p>Dat wegsturen van bestuurders een toenemende trend is blijkt al uit de cijfers. In 2006 stapten er nog 53 wethouders [29 wegens vertrouwensbreuken] in Nederland op, maar in 2007 waren dit er al 131 [waarvan 77 wegens vertrouwensbreuken]. Overigens was 2004 met 145 vertrokken wethouders een unieke trendbreker. Over het algemeen is de trend opwaarts, zeker sinds in 2002 het duale systeem werd geïntroduceerd en de band ‘fractie-wethouder’ minder sterk werd. Het jaar 2008 ligt op koers een nieuw ‘all time high’ te scoren.</p>
<p>Desondanks kan men los van de stijgende trendlijn constateren dat er eveneens een trend lijkt te ontstaan om bestuurders steeds meer te vergeven. Het was in de jaren negentig volmaakt ondenkbaar dat een vermijdbaar verlies van 1 miljoen gulden een wethouder vergeven zou worden. Vandaag de dag zien we wethouders die met een mea culpa en een goede tranentrekker wegkomen na een Multi miljoenenverlies – en niet alleen in Leiderdorp.</p>
<p>Een deel van de oorzaak ligt hem beslist in de financiële context. Een wethouder wegsturen betekent dat er een nieuwe aantreedt en dat de oude daarnaast op de begroting blijft drukken omdat zijn wachtgeld betaald moet worden. Stuurt men een heel college naar huis, dan zijn er zo drie, vier of vijf wethouders die als boekhoudkundig schaduwcollege op de begroting drukken.</p>
<p>De politiek laat de enige mogelijkheid op afrekenbaarheid dus vaak varen ten faveure van continuïteit en beperking van de kosten. Soms is hier iets voor te zeggen, zeker als een wethouder zelf in feite een competent bestuurder is en de oorzaak echt bij bijvoorbeeld een slecht functionerende ambtenaar ligt. Maar een weinig competente wethouder laten zitten omwille van een wachtgeldclaim, is incompetent besturen door een Gemeenteraad. Want die incompetentie kost geld en vaak veel meer geld dan het wachtgeld dat opgehoest moet worden. Daarnaast gaat men stelselmatig voorbij aan het feit dat slecht functionerende bestuurders handhaven voor burgers het zoveelste teken aan de wand is dat bestuurlijk Nederland onbetrouwbaar is. Merkwaardig is het dat politici die de mond vol hebben over de afstand tussen politiek en burger zelden schromen hun ‘eigen’ gildegenoten veel te lang de hand boven het hoofd te houden. Het wegsturen van wethouders is namelijk niet alleen een bestuurlijke noodzaak, maar eveneens een remedie voor de pijn voor wanbeleid bij de burgers. Genoegdoening is een onderschat fenomeen.</p>
<p><strong>Exemplarisch Leiderdorp</strong></p>
<p><img align="left" alt="zandput.jpg" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/zandput.jpg" />Bovenstaande beschouwing mag dan ‘en generale’ gesteld zijn, ze is exemplarisch voor de politieke status in Leiderdorp. In Leiderdorp is sinds een kleine tien jaar een ongelofelijke politieke armoede ontstaan. Veel gearriveerde politici verdwenen uit de lokale politiek en werden opgevolgd door een selectie aan dominante strebers, die op onnavolgbare wijze het tafelzilver van Leiderdorp naar de lommerd hebben gebracht.</p>
<p>Victor Molkenboer – een pure demagoog van het zuiverste water – gesteund door twee hardvochtige partijgenoten heeft Leiderdorp volkomen uitgeleverd aan zijn hersenspinselen. Deze op en top progressieve PvdA’er heeft het gehele dorp verhypothekiseerd aan zijn megalomane plannen. Hij heeft met een veel te grote vork hooi geschept en het ene na het andere project geïnitieerd en aan de gemeenteraad weten te verkopen middels zijn alom bekende eloquente stijl. Onvoorwaardelijk en zonder uitdaging gesteund door zijn eigen partij, de zielloze CDA en een kansloze Groen Links fractie. Leiderdorp investeerde ver boven haar maat, ondanks talloze onderbouwde kritieken van de grootste lokale partij, de VVD. Er moesten vijf projecten langs de A4 worden ontwikkeld, een Centrumpleinplan worden opgezet en zodoende twee stedenbouwkundige assen ontstaan die het dorp een nieuw karakter en stads elan zouden geven. Dat alles zou strikt budgetneutraal geschieden.</p>
<p>Inmiddels is Leiderdorp volkomen in de ellende geraakt. De uitgevoerde elementen van het Masterplan W4 en Masterplan Centrumplein leverden tot nu toe een tekort op van zo’n 25 miljoen euro. Dat tekort werd verminderd door diverse elementen te versoberen of niet uit te voeren. Zo wordt het Centrumplein niet gebouwd, de Engelendaal niet versmald en de twee groene en stedenbouwkundige assen zijn geschrapt. Net als een jachthaventje in de Oude Rijn en een dynamisch stadscentrum op de locatie van het huidige gemeentehuis. Zouden die zaken wel zijn uitgevoerd, dan waren we vermoedelijk op -35 miljoen geëindigd.</p>
<p>Men kan zich vergissen. Vergissen is menselijk. Maar een vergissing is een marginale fout. Het verschil tussen budgetneutraal volgens het Masterplan en -25 miljoen volgens hetzelfde Masterplan (zelfs zonder de eerder opgesomde niet uitgevoerde elementen) is geen vergissing meer, maar een blunder en een gevolg van pure misleiding. Blunders en misleidingen waarvoor de hoofdrolspeler zich niet verantwoordelijk voelt – wat gezien zijn narcistische inslag niet verbaast – maar waarvoor hij ook niet aansprakelijk kan worden gesteld.</p>
<p>Die aansprakelijkheid zou men wel jegens de facilitators – de hem steunende gemeenteraadsleden en fracties – kunnen aanvoeren. Zes gemeenteraadsleden die Molkenboer consequent steunden [MacDaniel, Thunnissen, Hollands, van Reijn voor de PvdA, Vons voor GL en van Jaarsveld voor het CDA] zitten nog in de Raad. Wethouder Gardeniers, thans om andere redenen ook al zeer omstreden, is ook nog in functie. Geen hunner toont ook maar enig berouw, toont ook maar enig gevoel voor verantwoordelijkheid voor het grootste debacle in de Leiderdorpse politiek ooit.</p>
<p>Recent stapte de VVD uit het huidige college omdat men vindt dat de burgers niet middels OZB verhoging een deel van het gelag van links wanbeleid moeten hoeven betalen. Dat was ook als zodanig in het collegeakkoord overeengekomen. Zelfs in het voorjaar opnieuw bekrachtigd door CDA en PvdA. Inmiddels weet Leiderdorp wat het woord van die beide partijen waard is. Men zou zeggen dat CDA en PvdA in alle nederigheid de hamer zouden overlaten aan de VVD, BBL, LL en mogelijk zelfs GL. Na zo’n wanprestatie past slechts oppositie. Niets is minder waar. Het wanbeleid wordt gecontinueerd omdat GL zo serviel is om aan te schuiven.</p>
<p>Men ziet geen heil in een bestuurscrisis bij GL. En dat is nu precies waar competentie en emotie elkaar uitsluiten. GL heeft met afstand de minst competente fractie van Leiderdorp, al heel lang trouwens. Momenteel wellicht meer dan ooit. PvdA en CDA zijn hoofdverantwoordelijk voor de financiële troebelen in dit dorp. Vriend en vijand erkent dat, hoewel men twisten over de afrekenbaarheid. Maar zelfs GL zou – als ze competent waren – moeten erkennen dat PvdA en CDA op zijn minst de gigantische beleidsfouten van de afgelopen jaren niet hebben herkend. Ze zijn dus bewezen incompetent. Dan is er toch geen enkele plausibele reden om een bestuurscrisis te voorkomen? Een bestuurscrisis is juist het enige logische traject.</p>
<p>Het was de VVD die in grote lijnen de afgelopen jaren de grote risico’s van de projecten voorzag, of er althans op wees dat temporiseren van de ambitie de risico’s zou verminderen. Als de GL werkelijk het beste met Leiderdorp voor had, zou ze samen met de VVD en BBL een college vormen. Dat zou getuigen van het juist inschatten van competentie en van de eerlijke politieke verhoudingen.</p>
<p>Maar niets daarvan. GL prefereert een linksdogmatisch beleid en denkt vooral aan zichzelf. In de vorige periode schoof GL al aan terwijl er in het collegeprogramma niets was te vinden dat zich met GL liet identificeren. Men stemde zelfs voor een Brede School aan de snelweg, bebouwing van grote delen van de Houtkamp en de grootst mogelijke bomenkap in de geschiedenis van Leiderdorp (m.u.v. de Hongerwinter) vond in die periode plaats. Leiderdorp werd door de milieubeweging zelfs als een zeer weinig milieu- en natuurbewuste gemeente aangeduid. Maar GL stapt nu dus met dezelfde vermaledijde partijen in zee. Puur omdat GL wil regeren. Het pluche lonkt, de rede verliest wederom.</p>
<p><strong>Tragiek</strong></p>
<p><img height="106" align="left" width="159" alt="leiderdorpers.JPG" src="http://www.spleiderdorp.nl/wp-content/uploads/2008/11/leiderdorpers.JPG" />De tragiek van het geheel is dat het gros der burgers van Leiderdorp weinig doorheeft van de perikelen. Hoewel de Leiderdorpse burger tijdens de laatste verkiezingen duidelijk maakte dat er wel relatief veel burgers betrokken zijn bij de lokale politiek. De VVD won tegen de landelijke trend in een zetel, terwijl de PvdA en GL – wederom tegen de landelijke trend in – procentueel verloren. Helaas behielden zowel PvdA en GL hun zetels. Duidelijk was dat te weinig burgers zich bewust waren van de lokale competenties en incompetenties.</p>
<p>De tragiek is dus dat de kwaliteit van de lokale overheid steeds schrijnender vormen aanneemt. De regelgeving voor afrekenbaarheid van wanbeleid feodaal en ongeschikt blijft. De drempel voor ontslag van incompetente bestuurders steeds hoger lijkt te worden, maar de burger op zo’n grote afstand blijft staan dat het in het stemhokje nauwelijks tot afrekening komt.</p>
<p>Of zou het zo zijn dat de burger – net zoals de trend in de samenleving – steeds vaker zijn eigen schaapjes op het droge wil werken, omdat de burger zich realiseert dat of je nou door de kat of de hond gebeten wordt, de lokale politiek toch zelden kwaliteitsbeleid zal laten zien en het dus in feite weinig uitmaakt op welke fractie je stem uitbrengt?</p>
<p>Het mag bekend zijn dat ik zelf een voorstander ben van grote regionale overheden, min of meer volgens het Duitse Kreis model. Het gerommel in dorpjes en kleine steden moet maar eens over zijn. Regionale overheden met sterke competentiecentrums die in staat zijn de uitdagingen van de huidige maatschappij kundig te verwerken.</p>
<p>Daarbij ben ik een nog groter voorstander van de afrekenbaarheid van bestuurders en competentietoetsen voor gemeenteraadsleden. Wachtgeld moet geen automatisme zijn en welbewust wanbeleid dient civiel- of zelfs strafrechtelijk vervolgbaar te worden gesteld. Bovendien dient een vertrokken bestuurder ook a-postiori  ter verantwoording te worden geroepen en desnoods in zijn nieuwe betrekking te worden ontslagen. Het zal bestuurders behoeden voor overmatige risico nemen en het zal het gevoel van verantwoording nemen [of aangemeten krijgen] door bestuurders bij burgers aanzienlijk vergroten.</p>
<p>De wal zal het schip vroeg of laat keren. Ik ben ervan overtuigd dat de bestuurswetgeving binnen nu en enkele decennia stringenter zal worden gesteld. De enorm toegenomen afrekenbaarheid in het civiele verkeer verhoudt zich divergerend met de haast feodale onaantastbaarheid van het publieke bestuur. Daar zal een mouw aan worden gepast. Wat mij betreft eerder dan later. Want eigenlijk is het al vijf over twaalf. Voor Leiderdorp zeker. Dat kan zich opmaken voor nog twee jaar politieke rampspoed met een PvdA – CDA – GL college dan slechts tegenvaller op tegenvaller zal moeten opbiechten en wellicht nog wat kansen zal zien nog een paar extra euro te verbrassen.</p>
<p>De armoede van de politiek is in feite ook de armoede van de burger. De vraag die men dan kan stellen is: wie is er nu dommer, de politicus die zijn kansen ziet en grijpt, of de burger die hem kiest?<br />
Beantwoord u die vraag zelf maar als lezer&#8230;&#8230;..</p>
<p><strong>Allert Goossens </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.spleiderdorp.nl/2008/11/is-politiek-voor-de-domme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

