Wet werken naar vermogen ontbeert maatschappelijke analyse
11 maart 2011 | Sociaal Totaal – door Olga Hoekstra
De plannen van de overheid om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt worden ingegeven door financiële argumenten en niet door een duidelijk onderliggende maatschappelijke analyse. Het risico is dat de Wet Werken naar Vermogen alleen over geld gaat en niet over mensen. Dit stelde Ray Geerling tijdens het congres ‘Eén regeling aan de onderkant’. Een impressie van een middag bijpraten over de onderkant.
De wet Werken naar Vermogen moet de WsW, WWB, WIJ en de Wajong samenvoegen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Dit is een ingrijpende verandering die absoluut nodig is in het sociale zekerheidsdomein stelt Ray Geerling, zelfstandig adviseur en directeur van de Geerling & Geerlings Groep. Maar de kritische vragen moeten niet uit de weg worden gegaan.
Verleiden
Niet alleen het ontbreken van een vooraf opgestelde maatschappelijke analyse, maar ook het feit dat weinig tot geen aansluiting is met het onderwijs en werkgevers, is een minpunt. Werkgevers worden in de huidige plannen niet genoeg verleid om de doelgroep van de nieuwe wet straks in dienst te nemen. Dit terwijl het toeleiden naar (betaald) werk het uitgangspunt is. Iedereen moet werken naar vermogen. Als je inzetbaar bent voor 40 procent op de arbeidsmarkt, wordt je inkomen voor 40 procent geacht te komen uit werk. De rest wordt aangevuld met een uitkering.
Afroming
Voor de hele doelgroep komen daarnaast dezelfde instrumenten beschikbaar om hen naar werk te begeleiden. Maatwerk lijkt in de nieuwe wet niet meer mogelijk. Geerling ziet hierin een zwak element van de nieuwe regeling. Het kan labeling en selectie in de hand werken. “Stigmatisering zal altijd tegen het individu werken”.
Hij krijgt hierin bijval van wetenschapper Romke van der Veer, hoogleraar Sociologie van de arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ook Van der Veer waarschuwt voor mogelijke selectie en afroming als uitvoerders in de nieuwe wet straks sec worden beoordeeld op de uitstroom van klanten naar werk. Eerst worden de makkelijke gevallen bemiddeld, de moeilijke klanten blijven op het tweede plan. “Maar dit komt voor bij alle organisaties die worden afgerekend op resultaat”, nuanceert Van der Veer.
Shared Service Centra
Of de uitvoering van de nieuwe wet bij 418 de gemeenten moet komen te liggen, daar plaatsen beide stevige kanttekeningen bij. Van der Veer stelt dat decentrale uitvoering de voorkeur heeft, maar dat het niveau van gemeenten te laag is. Geerling pleit voor het tot stand brengen van een dertigtal Shared Service Centra: regionale samenwerkingsverbanden tussen verschillende gemeenten. Er moet afscheid worden genomen van alle eigen systeempjes en werkwijzen. Geerling: “De sociale dienst organiseren in grote settings en niet meer op basis van 200 tot 300 klanten.”
Many Hands
Wel is het van belang dat verantwoordelijkheden goed worden vastgelegd en dat er een gedegen controle komt wil werken in dit soort samenwerkingsverbanden slagen, waarschuwt Van der Veer. Hij refereert aan het Many Hands probleem: “Je werkt in een netwerk. Dit kan ertoe leiden dat mensen zich niet meer verantwoordelijk voelen en zaken worden afgeschoven.”
Er moeten inderdaad een beperkt aantal uitvoeringsorganisaties komen, stelt de wetenschapper. Maar wie daar de financiële verantwoordelijkheid voor moet krijgen, daar zit volgens hem de politieke angel.
Eén budget
Sowieso moet goed worden nagedacht over hoe de nieuwe regeling te financieren. Dat de scheiding tussen een W-deel en I-deel met bijbehorende gescheiden geldstromen niet werkt, daar lijkt consensus over te bestaan. Gastspreker Yvonne Bieshaar, directeur van Sociale Dienst Drechtsteden formuleert het zo: “Eén wet, één budget en één uitvoerder. Geef de sociale zekerheid terug aan de samenleving, aan de klant en aan de werkgever.” “Keep it simple”, is haar advies.
2013
Hoe de regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt er uiteindelijk zal uitzien, is nu moeilijk te voorspellen. Er vinden op dit moment onderhandelingen plaats tussen onder meer de VNG en het ministerie van SZW. Het is wachten op het uiteindelijke wetsvoorstel, met daarin de (concept)tekst van de wet. Wel is al duidelijk dat de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2012 niet gehaald zal worden. Naar verwachting zal dit een jaar later worden.
—-










