Banken: een tophypotheek op de toekomst

abnamrobank_eftelingIn de politiek is het tegenwoordig welhaast een doodzonde om naar het verleden te kijken. Terugkijken acht men in het bestuur exponenten van een conservatieve instelling of een afrekencultuur, omdat het verleden huidige bestuurders zo vaak als incompetent bewijst. Toch is het verleden de leerschool voor het heden. Zoals de bekende Britse demagoog Winston Churchill al eens zei dat een volk zonder kennis van het verleden, geen toekomst heeft. Daarmee doelende op de noodzaak van een volksidentiteit (op basis van prestaties uit het verleden) en de lering die het verleden kan bieden, ten goede en ten kwade overigens. Balkenende – een non-demagoog – beoogde in wezen hetzelfde met zijn onhandige VOC metafoor.

Banken waren in het verleden – om met een modern woord te spreken – facilitators. Ze boden de bezitters van enig tijdelijk overtollig geld de mogelijkheid dat centraal, goed beheerd en met enige compensatie voor geldontwaarding te parkeren. Banken waren beheerders en bewakers. Dat was het verleden. Hoe banken zich ontwikkelden, en welke gevolgen dat kan hebben, heeft de zeer recente geschiedenis ons getoond.

muntleidenKorte geschiedenis
In de Middeleeuwen was geld nog een ruilmiddel dat zuiver op de intrinsieke [werkelijke] waarde van het betaalmiddel dreef. Daarom waren munten van goud of zilver, soms van minderwaardiger materiaal. Omdat er in die dagen geen sprake was van een centrale Munt waar geld geslagen (of gedrukt) werd, waren het de metaalmeesters (smidsen) die munten vervaardigden. Zij waren het met metallurgische kennis.

Italië was de bakermat van de westerse banken. Stout gezegd – niet toevalligerwijs ook van witte boorden criminelen die men als maffia placht aan te duiden. Het verband zal spoedig duidelijk worden.

Omdat Italië in die dagen uit een veelheid aan staten bestond, en de handel grensoverschrijdend was, kwamen allerhande vreemde betaalmiddelen bij lokale gemeenschappen in omloop. Onbekende betaalmiddelen dus, wat ertoe leidde dat er altijd een betrouwbaarheidskwestie speelde. Vreemde munten werden dan naar de smidse gebracht, waar de smid voor een paar centen tegenprestatie aan het geluid en gewicht kon vaststellen of een munt ‘zuiver’ was en welke waarde deze vertegenwoordigde. De smidse deed dat op zijn stenen of marmeren werkbank, wat in het Italiaans een ‘banca’ heette. Zie daar de etymologische betekenis van het moderne begrip ‘bank’.

Die smidsen waren de eerste banken. Zij sloegen ook geld op, waren dus ook bewaarders. Bovendien wisselden ze om, in lokale munt. Kortom, allerlei bankhandelingen zoals we ze vandaag de dag kennen. Voor ingeleverd geld kreeg men een bewijs, wat men dezer dagen als een ‘wissel’ zou betitelen. Die wissel was het bewijs dat men het geld bezat. Men kon daarmee dat geld ophalen, maar evenzo daarmee betalen. Uiteindelijk ontstond uit deze cultuur de eerste bank, eind 15e eeuw. Die bank ging ook spoedig geld uit haar snel groeiende opslag uitlenen tegen een vergoeding. Zodoende ontstond heel snel de bank zoals we die goed kennen.

In Nederland was de eerste bank de ‘Amsterdamse Wisselbank’ die ontstond in het jaar dat het Twaalfjarig Bestand in ging, 1609. Kort daarvoor was de VOC opgericht. De bank mocht overigens van het Gewest géén leningen verschaffen. De toeval van de oprichting in het jaar van het ontstaan van de VOC was in werkelijkheid koele berekening. De handel floreerde inmiddels in met name het Amsterdamse. De bank ging echter korte tijd na de teloorgang van de VOC zelf ook over de kop, in 1820. Koning Willem I richtte vier jaar nadien de Nederlandse Handelsmaatschappij op, een soort handelsbank. Nadien volgden enige spaarbanken, waarvan de SNS spaarbank nog steeds bestaat.

solvabiliteitBanken en solvabiliteit
Al spoedig na hun ontstaan ontstonden dus bij banken financiële diensten, zoals het uitlenen van geld. Uitlenen van geld vergroot als het ware het geldvolume in omloop. Want als meneer X 100 euro naar de bank brengt en meneer Y leent tegelijkertijd 50 euro van de bank, dan is er in feite sprake van 150 euro in de markt, die uit die 100 euro ontstond. Dat dit dus een virtueel mechanisme is, beseffen maar weinig mensen. Maar men kan zich voorstellen dat dit de basis is onder het bankwezen. De banken beheren uw geld wel, maar het gros van uw geld geeft de bank weer uit aan leningen (en tegenwoordig investeringen). Binnen de geldstroom in een systeem is dus veel geld dat in feite ‘dubbel’ gebruikt wordt. Banken hebben dus nooit zoveel geld in kas als zijn ontvangen hebben.

Als dus een run op een bank ontstaat, dan is het duidelijk dat de bank niet al haar (virtueel) bewaarde geld kan uitbetalen, want de schuldenaren komen niet tegelijkertijd ineens bij de bank allemaal hun schulden aflossen. Om banken toch pieken in opnames met goed fatsoen te kunnen laten doen én het risico te laten beperken, worden aan banken solvabiliteitseisen gesteld. Solvabiliteit is een moeilijk woord voor de verhouding tussen bezittingen (geld, middelen, eigendommen) en vreemd vermogen (door derden opeisbare geld, middelen en zaken). Men bedenkt dan dat ook u als spaarder in principe (niet altijd) bij een bank tot het vreemde vermogen van die bank wordt gerekend. De bank is u immers uw gespaarde vermogen schuldig.

Banken moeten een zeker percentage van hun activa (eigen vermogen en bezittingen) in kas houden om hun vreemde vermogen (geleend geld) te kunnen dekken. U hebt immers (meestal) een direct opeisbaar saldo op de bank staan. De eisen voor banken liggen momenteel rond een solvabiliteit van 10% (varieert per land enigszins). Dat betekent kort gezegd dat een bank van iedere 100 euro aan totale schuld 10 euro werkelijk liquide kan maken uit zijn bezittingen en eigen vermogen.

Het is wellicht duidelijk dat de waarde van de bezittingen wel eens arbitrair kan zijn. Bezittingen van banken zijn bijvoorbeeld hypotheekleningen. Een hypotheeklening wordt vrijwel volledig als bezitting opgevoerd, want de schuldenaar zal deze immers uiteindelijk terug moeten betalen. Een beperkte correctie wordt toegepast voor een standaard percentage wanbetaling. Als een bank echter veel tophypotheken [hypotheken die de executiewaarde van de onderliggende zaak ruim te boven gaan] heeft vergeven, en deze hypotheken toch goeddeels in haar activa bestanden opneemt, dan is duidelijk dat die activa in wezen overdreven hoog worden aangeslagen. Immers, een normale hypotheek leidt bij wanbetaling tot het bezit van de onderhavige zaak (huis, kantoor, etc.), maar bij een tophypotheek blijft in zo’n geval een fikse restschuld achter. Die restschuld kan de bank vaak niet verhalen op de wanbetaler, want die is zelden in staat die restschuld uiteindelijk alsnog op te hoesten. Men kan zich ook voorstellen dat als huizenprijzen ineens dalen, banken massaal hun hypotheken moeten herwaarderen op risico. De executiewaarde van hun onderpanden neemt dan immers ook af. Het is dus heel belangrijk om de door banken opgevoerde activa kundig te beoordelen op hun tastbare waarde.

Datzelfde geldt (in mindere mate) voor de eveneens aan banken opgelegde garantievermogentoets. Het garantievermogen van een bank is onderdeel van de balans, van het eigen vermogen. Banken moeten een bepaald percentage van het uitgeleende geld reserveren. Dat mag in gestort kapitaal (echt geld) of in aandelen, of in achtergestelde leningen. Spaarder die een bank een achtergestelde lening verschaffen krijgen daarvoor meer rente, maar behoren te weten dat de terugbetaling van een dergelijke lening, die bij faillissement achtergesteld opeisbaar is, helemaal achteraan bij de schuldeisers staat. Dan is er meestal geen geld meer uit een faillissement dat terugbetaald kan worden. Het is vermoedelijk duidelijk dat banken dergelijke vermogenseisen vervelend vinden, omdat ze met dat geparkeerde kapitaal geen investering kunnen doen en dus geen winst kunnen maken. Er is dus een motivatie aanwezig om de netto som van het uitgeleende geld ‘te manipuleren’ zodanig dat dit lager uitkomt. Want hoe lager die netto som, hoe lager het geparkeerde kapitaal en des te meer kapitaal vrijvalt voor investering.

De solvabiliteitstoets (en de garantievermogeneis) – alsmede de beoordeling van de werkelijke waarde van opgevoerde activa – raakt nu juiste de kern van de financiële crisis waar de wereld recent in geraakte. Banken hadden massaal buitengewoon onzekere activa (bezittingen) op hun balans gezet, waardoor het weliswaar leek alsof ze de solvabiliteitstoets haalden, maar waarbij de solvabiliteit bij veel banken naar vrijwel nul zakte, toen bleek dat hun bezittingen geen of nauwelijks waarde hadden. Dat fenomeen werd algemeen aangeduid in de media als windhandel. Men had zelfs risicoportefeuilles verhandeld en als bezittingen opgevoerd. Ook portefeuilles met waardes die vrijwel geheel nominaal waren, ofwel slechts bij de waan van de dag waarde hadden. Zodoende ontstonden bij alle banken zorgen omtrent de balans en leende men elkaar opeens niets meer uit omdat men zelf liquiditeiten moest verzamelen om ‘gezond’ te blijven. En als banken elkaar niets meer lenen, stokt de gehele economie, want dan lenen ze bedrijven in het geheel niets meer.

Verschuiving van bankdoelen
In het verleden waren er slechts enige types banken. Naast de nationale (centrale) bank, die het gehele financiële systeem beheert, had men had de spaarbank, de handels (of zaken) bank en de privé bank. De eerste was de bank waar men in feite niet veel meer deed dan geld naartoe brengen (sparen) of juist geld haalde (lenen). Dat werd naoorlogs uitgebreid tot spaarbanken of commerciële banken, waarbij die laatste consumentenbankzaken combineerden met retailzaken. De handelsbank was een risicovoller onderneming waarbij men voor grotere handelskredieten terecht kon en waar men zakelijk kon bankieren. Later kwamen daar de faciliteiten rond beleggen bij. De private bank was de bank voor vermogende cliënten. Een overzichtelijk stelsel.

De laatste decennia zijn de banktypes grotendeels in elkaar geschoven. Banken zijn in wezen grote concerns geworden, waar men vrijwel altijd alle bovengenoemde activiteiten pleegt en waar zelfs veel aan is toegevoegd, zoals verzekeringen, grootschalige effectenhandel en grootschalige investeringen. Banken werden grote risicodragende ondernemingen in plaats van faciliterende risicoarme dienstencentra. Daar waar vroeger banken – met uitzondering van de handelsbanken – vrijwel volledig afhankelijk waren van winsten uit betalingsverkeer en primaire financiële diensten (rente), zijn banken de laatste decennia veel meer afhankelijk geworden van winsten uit zelfbedachte producten (koopsommen, koppelingen verzekeringen en leningen, beleggingsrekeningen, etc.), beleggingen en investeringen. Hoewel de cliënt altijd de basis is gebleven voor de bank, is de afstand tussen die basis en de bankdoelstellingen veel groter geworden. Dat was het geval tot aan de zomer van 2008 …

Banken waren tot in de jaren zestig/zeventig zelfstandig opererende entiteiten, hoewel toen al heel wat, voorheen onafhankelijke, kleine banken waren samengegaan. Nadien ontstond de rush om toch maar van private onderneming naar naamloos vennootschap om te gaan en een notering aan de belangrijkste indices [beurzen] te bemachtigen. Banken gingen toen dus niet meer rechtstreeks het geld van de cliënten betrekken maar indirect, middels niet-preferente aandelen en obligatieleningen, geld van investeerders aantrekken. Emissies en obligatieleningen genereerden enorme vermogens, waarmee banken werkelijk gingen ondernemen. Als eerste ging men andere kleinere banken overnemen. Zo ontstonden de grote overnamegolven, die met name in het neoliberale tijdperk (1980-2000) tot enorm grote banken uitgroeiden. In Nederland waren twee fusies spraakmakend. ABN en AMRO, beiden al banken die uit fusies groter waren geworden, en ING en de Postbank, voordien ook al (kleinere) fusiebanken. De overname van de toch al grote internationale bank ABN-AMRO door een conglomeraat van banken (met Fortis als sleutelspeler) is niemand ontgaan. In het buitenland ontstonden ook ware molochen.

Het is voor iedereen helder dat die reusachtige banken weinig oog meer hadden voor de individuele rekeninghouder. Zelfs in een klein land als Nederland, was de rekeninghouder nauwelijks meer van belang. Banken waren vooral van de aandeelhouders en obligatiehouders afhankelijk geworden, en de rekeninghouder deed er niet zoveel meer toe. De traditionele verbinding tussen rekeninghouder en bank was dus met de massale beursgang van bancaire instellingen in wezen vrijwel verbroken. Dat op zichzelf moet te denken geven, maar dat gaf het in wezen niet. Althans, men beperkte de zorg erover niet tot de kern van de zaak, maar tot de afdekking van risico’s.

De overweging dat banken nauwelijks meer verbondenheid met de rekeninghouder voelden (de rekeninghouder overigens wél met zijn bank!), maar desondanks wel steeds groter en machtiger werden, leidde tot de definitie van het begrip ‘systeembanken’. Op zich is een systeembank geen banktype in eigenlijke zin, maar een bank die zich zodanig laat definiëren dat het omvallen ervan zou leiden tot een massale ontwrichting van het financiële systeem. Nationaal of internationaal. Er ontstond dus de kwestie bij Nationale Banken dat het omvallen van grote banken zou leiden tot ongebreidelde kettingreacties of buitenproportionele aanslagen op nationale of internationale financiële systemen. Daarop werden afspraken gemaakt door overheden om systeembanken te kunnen ondersteunen als deze in zwaar weer zouden komen.

Daarnaast was er al sinds 1978 [Collectieve Garantieregeling] sprake van een garantie vanuit de Staat (in feite vanuit het bankwezen zelf, maar opgelegd vanuit de Staat) voor een beperkt deel van de saldi die particulieren (en kleine ondernemingen) bij een bank hadden uitstaan bij een faillerende bank. Sinds twee jaar is die garantie flink uitgebouwd. Was het voorheen dat er 20,000 euro werd gegarandeerd op een rekeningsaldo, tegenwoordig is dat 100,000 euro. Dit laatste is echter nog steeds een noodregeling. Het betekent dat de oorspronkelijke 20,000 euro nog steeds in hoofdzaak door de banken zelf wordt opgebracht uit een speciaal fonds. De rest wordt door de Staat zelf gegarandeerd. De regeling houdt dus indirect een groot (extra) risico in voor wel gezonde banken, want zij betalen zelf de regeling tot de 20,000 euro limiet. Bovendien is als kritiek te leveren op de regeling, dat particulieren die onder de grens van gegarandeerde sommen ‘leuren’ met hun spaargeld bij banken die het meeste (rente) betalen – en dus in de regel meer risico’s aanvaarden – niet worden bestraft voor hun risicodragend ‘leuren’, omdat andere banken die minder risicovol met geld omgaan – en dus minder rente betalen – uiteindelijk toch moeten bijspringen als de leurende spaarder wordt gedupeerd. En die kritiek lijkt volkomen terecht. Uiteindelijk zijn het dus alle spaarders die de risico’s van de leurende spaarder bekostigen, want de ‘stevige’ banken verrekenen de kosten voor het risicofonds uiteraard met de eigen rekeninghouders. De regeling zou dus in dat opzicht moeten worden gewijzigd.

ingBizarre fenomenen
Banken hebben dus in de loop van de tijd de band met de ‘gewone’ spaarder losgelaten en zijn zich veel meer op – grotendeels zelfgecreëerde – nieuwe markten gaan storten. Banken en verzekeraars – vaak verbonden in één concern of middels samenwerkingen zodanig samen – hebben talloze feitelijk overbodige producten bedacht en verkocht, die slechts tot doel hadden winst te maken terwijl de risico’s voor henzelf minimaal waren of zelfs verminderden.

Als men geld leent van een bank betaalt men daarvoor rente. Die rente is veel hoger dan ontvangen rente als men spaart. De te betalen rente dekt immers ook risico’s af van banken. Het risico dat u niet of te laat terugbetaalt is zo’n af te dekken kwestie. Onderwijl hebben banken echter allerlei nieuwe producten ontwikkeld die zowel hun risico verminderen als hun winsten vergroten. Denkt u daarbij aan koopsompolissen en verzekeringen die uw vroegtijdig overlijden of arbeidsongeschiktheid als risico afdekken. U betaalt daarvoor dik geld, dat de bank weer als ‘afdekking’ gebruikt. Maar u betaalt in feite een veelvoud meer dan het feitelijk risico dat uw verzekeringspolis wordt aangesproken. Onderwijl is de betaalde rente nauwelijks gedaald. Kortom, er wordt van twee wallen gegeten door de kredietverstrekker.

Andere zaken zien vooral op beleggingen, in de breedste zin des woords. Reeds in de VOC tijd kon de deelnemer handelen in aandelen die de leverancier niet eens bezat. Pure speculatie en een voorloper van ‘naked short’ gaan (zie onder). Opties werden in allerlei vormen en maten ingevoerd. Dat zijn verkoop- of kooprechten op een mandje (meestal honderd) aandelen. Futures (termijn contracten) zijn transacties waarbij men ‘vandaag’ een prijs afspreekt voor een levering van ‘morgen’. Alle voornoemde financiële producten zijn zogenaamde afgeleide producten, of met een moeilijk woord ‘derivaten’. Ze hebben in wezen – net als de banken met de rekeninghouders – indirecte verbinding met het tastbare product.

In eigenlijke zin zijn het niets meer of minder dan de betere gokproducten. Want vroeger kon men slechts in opties handelen als men de onderliggende aandelen bezat of werkelijk zou aanschaffen (en dit moest borgen). Later hoefde dat alles niet meer. Men kon opties op aandelen die men virtueel bezat gaan verkopen, zo lang het maar aannemelijk was dat men kon betalen als dat noodzakelijk was. Betalen, want men kon de niet in bezit zijnde aandelen immers niet leveren als de kooptermijn van de optie was gepasseerd en men boter bij de vis moest doen. Nog veel zuiverder gokproducten zijn opties op de aandelenindices. Zo kan men al sinds jaar en dag opties verhandelen die de fluctuaties van de diverse indices tot virtueel product hebben verheven. U kunt dus bijvoorbeeld een call-optie (kooprecht) kopen dat de AEX volgende week boven de 350 punten sluit. Een feitelijk product – dat men onderliggende waarde noemt – is er niet. Want als uw optie expireert (verloopt) kunt u geen werkelijk aandeel kopen; er ontstaat dus geen werkelijk kooprecht. Het is dus een gokproduct, hoewel het uiteraard ontstaan is om risicovolle aankopen van aandelen af te dekken.

Datzelfde geldt in nog veel sterkere mate voor ‘short’ gaan. Short gaan is het verkopen van aandelen die men feitelijk niet bezit. Men leent die aandelen en verkoopt ze, met als uitgangspunt (lees: hoop) dat de aandelen zullen dalen. Men kan dan het verschil verzilveren. Hoewel er eveneens redenen van risicoafdekking bij ‘short’ gaan zijn te bedenken (treasuring), wordt het product in feite vrijwel alleen maar als speculatiemiddel gebruikt. Het is een volkomen onwerkelijk financieel product, omdat het geen enkele duurzame economische doelstelling nastreeft. Zuiver een speculatief element, al dan niet gekoppeld aan risico afdekking. Een superlatief van ‘short’ gaan is ‘naked short’ gaan, wat inhoudt dat men de aandelen niet eens leent, maar gewoon volkomen ‘naakt’ speculeert. Dat ‘naked short’ gaan is voor particulieren sinds kort nauwelijks meer mogelijk overigens, omdat men in is gaan zien dat dit product werkelijk een casino van de beurs maakte.

‘Futures’ werden al vroeg als financieel product geïntroduceerd. In wezen heel begrijpelijk. Als men met zijn afnemers prijsafspraken maakt om over enkele maanden te leveren, maar het onderliggende product moet nog worden vervaardigd, wil men zekerheid dat de grondstoffen niet veel duurder worden voordat men geleverd heeft. Zodoende verkocht men het product aan de ene kant en kocht vast grondstoffen voor de toekomstige levering aan de andere kant. Zodoende liep men geen prijsrisico. Maar ook de futures werden spoedig ontdekt als pure speculatie. Zo wordt tegenwoordig in olie zo levendig gehandeld dat een gemiddeld vat Midden Oosten olie tussen de twintig en dertig keer van eigenaar verwisseld voordat het is geleverd. De handel in futures bepaalt zelfs een voornaam deel van de olieprijs. Men kan zich immers voorstellen dat future contracten een vraag (mede) bepalen. Daarmee kan men flink speculeren.

Banken vertolken uiteraard sleutelrollen in de handel rond aandelen en derivaten. Niet alleen hebben banken (en aanverwante financiële instellingen) alleenrecht op het in omloop brengen van deze producten, maar ze zijn ook sterk betrokken bij de emissiekandidaten (bedrijven die naar de beurs willen om daar genoteerd te worden) als zakenbankier, bezitten zelf aandelen, creëren zelf fondsen (mandjes) en hebben dus zowel linksom als rechtsom invloed en belang bij de handel. Daarom blijkt uit onderzoeken dat het er alle schijn van heeft dat banken regelmatig aandelen aanbieden aan cliënten met mooie prospectussen of – bij reeds verhandelde fondsen – met mooie verkooppraatjes, die ze zelf graag kwijt willen of waar ze zelf graag winst op willen draaien. De cliënt denkt dan te beleggen in een goed product of bedrijf, maar de bank wilde vooral graag die aandelen kwijt en centjes verdienen.

Veel kwalijker is het nog geworden toen banken andersoortige risico’s gingen aanbieden in de zakelijke en interbancaire sfeer. Zoals banken al veel langer elkaars risico’s afdekken of delen, begon men creatieve risicoportefeuilles te vormen waarvan men de risico’s begon te verhandelen. Als het ware afgeleide producten (derivaten) van risicoportefeuilles. Zodoende kwamen onwerkelijke Amerikaanse hypotheken (hypotheken die zo ver boven het vermogen van hun afnemers lagen dat terugbetaling vrijwel kansloos was) indirect ook op balansen van West-Europese banken terecht. Toen alle banken vervolgens in de afgelopen twee jaar hun risico’s opnieuw moesten gaan waarderen, bleken vrijwel alle grote banken heel veel lucht te hebben op de waarde van hun bezittingen. Dergelijke derivaten hadden namelijk nauwelijks of geen waarde en werden door herwaardering ankers aan de solvabiliteit van de banken. Die solvabiliteit kelderde overal, wat alle banken op de rem deed trappen. Zodoende ontstond de situatie waarbij banken elkaar niets meer wilden, zelfs niets meer konden lenen. Ze moesten immers allemaal opeens liquiditeit genereren om niet spontaan om te vallen. Een groots domino-effect was het gevolg.

wallstreetDe schrik van de herfst 2008
Toen de financiële crisis uit de VS ineens naar Europa overwoei, waren de epidemische effecten niet van de lucht. Een wereldcrisis ontstond, vanuit een financieel perspectief (blokkering geldstromen), en niet vanuit een economisch perspectief (groter aanbod dan vraag). Mega banken bleken ineens kwetsbare papieren molochen. De werkelijkheid haalde de leugen van virtueel geld en windhandel in. Heel het financiële systeem stond op de grondvesten te schudden.

Men zou zeggen dat de wereld een ‘wake-up call’ kreeg die niet te missen was, maar vooralsnog is daarvan geen signaal op te vangen. Ja, men schrok zich wezenloos. Maar die schrik is nu al uit de benen. In de VS zijn meer dan 100 banken van formaat omgevallen, maar men is daar alweer over tot de orde van de dag. Er werden honderden miljarden in de Amerikaanse bankensector gepompt door de Amerikaanse Staat, maar de bonussen werden en worden rustig op peil gehouden. De vrije markt beeft. De bakermat van libertijns denken, de VS, neigt naar wetgeving die bonusculturen beteugelen moet. Het feit dat de grootste financiële crisis sinds 1929 de wereld trof was geen signaal voor de internationale bankiers dat het anders moet. Het libertijnse denken, de ongebreidelde markteconomie, heeft net zo’n saillante crash gemaakt als het communisme in 1989, maar krijgt de kans om te doen alsof er slechts een verkoudheidje van het financiële systeem aan de orde was. Onwerkelijk, maar waar.

In Nederland, dat met (uitzonderingen daar gelaten) nooit aan de bizarre bonuscultuur meedeed, is er weinig veranderd. Iedereen is weer over tot de orde van de dag. Een nieuwe bankfusie staat voor de deur – Fortis en ABN-AMRO – en de banken keren zich weer richting rekeninghouder. Hé, wat zeg ik nu? De banken keren zich weer naar de rekeninghouder? Dus toch iets veranderd? Nou nee, men keert zich niet uit morele overwegingen weer richting rekeninghouder, maar uit commerciële overwegingen. Omdat nu immers blijkt dat de rekeninghouder weer melkkoe kan zijn in tijden van droog brood in andere marktsegmenten, is de rekeninghouder nu de verschaffer van het weerstands- en werkvermogen van banken geworden. Want hoewel de Euribor rente – de rente die banken (als basis) onderling rekenen – met 0,5% extreem laag staat, wordt er voor een beetje lening gerust 12% rente aan de consument gevraagd. Mensen met hypotheekcontracten op basis van variabele rente, betalen niet een procent of 4, zoals gebruikelijk zou zijn, maar gerust 7 of 8% of meer. Bankkosten voor gewoon bankkieren zijn steeds hoger aan het worden. Particulieren betalen opeens tientallen euro’s per jaar voor een simpel bankpasje. Hoewel men zou verwachten dat alle elektronische bankzaken de kosten voor banken hebben verlaagd, betaalt men juist steeds meer aan de bank voor volledig geautomatiseerde transacties. Zakelijke cliënten zijn al helemaal de sigaar. Op gewone zakenrekeningen krijgt men geen cent rente, maar voor iedere overboeking betaalt men geld, naast de reguliere maandelijkse afrekening voor het feit dat men überhaupt een zakelijke rekening heeft. Er zijn nog steeds banken – zoals staatsbank Fortis bijvoorbeeld – die geld via lucratieve tussenrekeningen overboeken, zodat het niet direct maar pas een werkdag later op de rekening staat. Dat terwijl het geld per direct interbancair overboekbaar is. Banken zijn grootgraaiers, waarbij de exorbitante bonussen slechts symptomen zijn van een doodzieke branche, die structureel enorme winsten maakten over de ruggen van eenvoudige rekeninghouders. De vraag dringt zich nadrukkelijk op in welke mate systeembanken nog commerciële beursgenoteerde instellingen zouden moeten zijn.

dsb_bankDSB bank werd door de media op een genante manier gecriminaliseerd de afgelopen tijd. Niet dat DSB onwerkelijke beschuldigingen van woekeren aan de broek kreeg, maar zij is geen uitzondering in de branche, en de media suggereerden dat wel. Alle banken hebben gewoekerd bij het leven, maar hadden geen Lakeman om het aan de kaak te stellen. Kennelijk zijn de Nederlandse media vergeten dat vrijwel alle verzekeraars inmiddels schikkingen hebben getroffen voor woekerpolissen, dat banken stelselmatig onwerkelijke provisies vangen voor eenvoudige dienstverlening, dat verzekeraars eenvoudige medewerkers ongelofelijke bonussen en emolumenten bieden op kosten van de verzekerden en dat aandelen-lease producten door vele banken werden aangeboden.

Banken en verzekeraars zijn instellingen geworden die onwerkelijke winsten maken. Winsten die in grote mate mogelijk worden gemaakt door de absurde afromingen, provisies en kosten die rekeninghouders betalen. De banken zijn met recht een grote maffiafamilie te noemen die u financieel beschermingsgeld aftroggelen in ruil voor platvloerse dienstverlening. Ongrijpbare instellingen, waar de capo’s zich reeds ongrijpbaar en onzichtbaar gemaakt hebben en het voetvolk u van repliek dient als u weer eens lastig bent of … een dagje te laat bent met het aanzuiveren van uw onverhoopt met enkele euro overschreden toelaatbare negatieve saldo.

Onwerkelijke peetvaders van Nederlandse banken die algemene bekendheid genieten zijn Rijkman-Groenink, de man die tientallen miljoenen verdiende door de uitverkoop van de ABN-AMRO. De nog veel gladdere Belgische topman van Fortis – Votron – was helemaal een exponent van de ‘maffionale’ aard die de bankwereld inmiddels heeft aangenomen. Maar lieden als Gerrit Zalm – de man die altijd met een kokette glimlach doodvonnissen uitspreekt – en oerdemagoog Dirk Scheringa doen het niet veel minder. Scheringa, die zijn bank kapot gemaakt achtte. Inderdaad – door hemzelf. Als een eigenaar van een bank vrijwel alle winst afroomt om zijn hobby’s te bekostigen, maak hij zijn bank kapot. Scheringa heeft bovendien wanbeleid gepleegd, en zal hopelijk persoonlijk volkomen geplukt worden. Geen centje medelijden met dergelijke sekteleiders die over de rug van de gewone man de poenschepperige hobbyist uithangen. Maar in wezen doen grootbanken niets anders, zij het dat ze zichzelf en hun personeel onwezenlijk belonen voor heel normale niet-schaarse arbeid. Kletspraatjes als zou het bancaire vak unieke kunstjes vereisen, zouden allang ontkracht moeten zijn.

De oerband tussen rekeninghouder en bank is zo ver opgerekt dat het elastiek dreigt te springen. En ondanks het feit dat 2008 het jaar in zal gaan als het jaar dat de zelfkant van het ongebreidelde grootkapitalisme glashelder werd, is de vertroebeling alweer toegeslagen. Pleit ik nu opeens voor de koersverlegging richting socialistische heilstaten met centraal gecommandeerde economieën? Neen, waarachtig niet. Maar een stapje terug mag best. De absurde afkeer die men in het rijke westen heeft ontwikkeld tegen een stukje gezonde beteugeling van de vrijheden is wel het eerste wat noodzakelijk is. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat het gebeurt. Met enkele symbolische ‘ingrepen’ lijken de wereldwijde politici het erover eens dat de bankiers vast zo geschrokken zijn dat we geen herhaling gaan zien. Ik zou zeggen, maak een zin met de volgende woorden: struisvogel … kop … zand.

neelie_kroesHet grote gevaar
De totaal ongebreidelde vrije markt – ik was er een uitgesproken voorstander van tot zo’n tien jaar geleden – heeft bewezen niet te functioneren. Zelfreflectie en zelfregulering werken niet. Ook niet een beetje. Het werkt in het geheel niet. Het jureren vanaf de zijlijn ook niet. Nelie Kroes, tegenwoordig vooral de verpersoonlijking van wat vrouwen allemaal wel niet kunnen bereiken, zit wel mooie sier te maken met haar beleid, maar in wezen is ze juist de kers op de taart van de gefailleerde vrije markt. Want haar boetes van samenzwerende grootondernemers worden niet alleen aan de staten afgedragen waar de overtredingen plaatsvonden, ze worden ook doodleuk verdisconteerd in de prijzen die deze beboete ondernemers later weer op de markt zetten. Kortom, een verkapte belastingbonus en een ophoging van consumentenprijzen als resultaat. Jezelf voor het lapje houden heet zoiets. Nelie is de kampioen. En ze doet het met charme en verve, geef ik haar mee.

In feite is er echter op dit moment een wereldmarkt waarin de markt dicteert. Zoals Microsoft de softwaremarkt dicteert, zo bepalen SHELL, EXXON en BP ook een beetje wat uw benzine kost. De opkomende energiereuzen bepalen binnen afzienbare tijd volledig uw (hoge) energietarieven en genieten van de CO2 hoax, die ze graag met de Groenen in leven houden. We hebben daarnaast grote farmaceutische concerns die bepalen wat u voor medicijnen slikt, welke gevaarlijke ziekten u moet vrezen en wellicht – er zijn al verdachtmakingen – welke virussen uit bepaalde laboratoria ontsnappen. Banken bepalen hoeveel u voor uw geld betaalt of hoe weinig u ervoor krijgt, beleggers hoeveel u voor de olie en koper betaalt. De NS stelt vast hoeveel winst zij op treinvervoer wil maken en de geprivatiseerde zorg hoeveel honderd euro een ziekenhuisbed kost.

De strategie achter de ongebreidelde vrije markt is neokoloniaal. Uiteindelijk verliezen alle kleinere landen iedere strategische positie die ze ooit hadden, tenzij ze overmatig voorzien zijn van bodemschatten of een onomstreden strategische ligging hebben. Alle primaire en secundaire sectoren worden straks gedomineerd door enkele wereldspelers. In die zin is de wereld vrijwel geheel geglobaliseerd. De spellen Risk en Stratego moeten andere spelregels krijgen. Er is straks sprake van een omgekeerd effect van de Marxistische pijler ‘dictatuur van het proletariaat’; het is straks – nu reeds bijna – de dictatuur van de markt, en dan in het bijzonder de niche spelers zoals energiegiganten, megabanken en overige strategisch Tyranosauriërs. Een situatie die zo ongewenst is als maar kan, maar waar stelselmatig naartoe wordt gewerkt. De recente financiële crisis is nog slechts één voorbeeld van de risico’s die de wereld in haar huidige indeling treffen kunnen. Onze massale ‘progressie’ leidt ons tot onwerkelijke en levensgevaarlijk afhankelijkheid. Afhankelijkheid van grote sturende marktmachten en afhankelijkheid van gedicteerde systemen en technologie.

Zonder dat we het beseffen neemt de afhankelijkheid van de markt en geboden middelen zo ongelofelijk toe, dat onze kwetsbaarheid onwezenlijk groot begint te worden. Dat terwijl de kwaliteit van besturen, nationaal en internationaal, even onwezenlijk snel afneemt. De G.20 zit gevangen in eigen paradigma’s, de EU in zijn ongebreidelde drang tot groei; nationale kabinetten falen door visieloos en kansloos beleid sinds Paars II, lokale besturen tonen steeds tragischer vormen van wanbeleid. De wereld loopt over van ongebreidelde ambitie, maar die sluit steeds slechter aan op de noodzaken. Progressie is niet altijd vooruitgang. We dreigen door te slaan. En dat gaat altijd gepaard met chaos, oorlog en ellende. De zelfkant is geen geleidelijke remming, maar ‘boem is ho’. Slechts de voorschokken hebben we een jaar geleden gevoeld. De seismologen staan gereed om de werkelijke aardbeving te meten.

Ik ben ronduit een EU cynicus. De agenda van de EU klopt niet meer. Men is de weg kwijt. Van een economisch machtige en effectieve eenheid is het de laatste twee decennia onder hard-liner globalisten verworden tot een puur politiek instrument met slechts een economisch alter ego. Zwevers als Kohl, Lubbers en Balkenende vinden er hun thuis. Mensen die niet van deze wereld zijn, maar wel hoog met hun hoofd in de wolken leven. Die werkelijk denken dat het begrip beschaving een intrinsieke waarde in zich draagt in plaats van de nominale (geconditioneerde) waarde die het in werkelijkheid heeft. Lieden, die denken dat de menselijke aard werkelijk evolueert in een tempo dat men in intervallen van decennia kan indelen in plaats van in millennia. Politici die denken dat een moloch als EU of NATO besturen met 40 of 50 aangesloten landen duurzaam mogelijk is, in plaats van de oorspronkelijke EU te handhaven waar werkzaam beleid maken al moeilijk genoeg was. Een eenheid die zo gespannen is, zo gekunsteld is, dat de brisante lading ervan ongekende oerkrachten samenbalt. Politieke leiders die Turkije de maat nemen op zijn beperking van persvrijheid, maar EU lid Italië met eenzelfde signatuur gedogen. Een onmachtige, verdeelde en sterk gesegmenteerde EU, die middels een gekunstelde grondwet alleen maar meer macht naar zich toetrekt, die nationale beleidskwesties tot in details betuttelt en die een onwerkelijke vrije markt nastreeft. Ondertussen raakt de EU de grip totaal kwijt op humanitair en sociaal gebied. We lopen over van idealismen, ambities en waanbeelden, maar vergeten dat ieder systeem, iedere organisatie uiteindelijk door mensen wordt gevormd en gedragen. Tot dat ze niet meer gedragen wordt …

In het spoor van de stompzinnig naïeve EU ambitie, ontstonden de noodzakelijke voorwaarden om banken ongebreideld te laten groeien. Banken dicteren de wereld nu de financiële mores. Als een spin in het web, zoals de minister van Financiën in wezen de machtigste minister in een kabinet is, de wethouder van Financiën de meest voorname in een College. Staatsbanken mogen er niet meer komen, zo vindt de politiek. We zijn immers op het pad gekomen van libertijns denken, van de ongebreidelde vrije markt en verstandig enkele schreden terugzetten op een reeds gekozen pad is niet des politieks.

De politiek delegeert haar reeds gedelegeerde macht aan de markt. Terug naar de Middeleeuwen dus, met een feodalisme dat nu vanuit de grote spelers in de markt op de horige burger neerdaalt. Een vicieuze cirkel dus, niets anders. Dat is dus in feite geen progressie, maar regressie. Maar het zijn slechts weinigen die het zien. En zij die het zien roepen in koor: vermeerdering van kennis is vermeerdering van smart. Ofwel, je kunt het maar beter niet (willen) zien, want dan lijd je er minder onder. Tja, kop in het zand. Die struisvogels hebben het evolutionair nog niet eens zo slecht bekeken …

Allert Goossens

Geschreven door Allert Goossens

28 oktober 2009

13 reacties

Laatste reactie door Sjoerd Postma

13 reacties op 'Banken: een tophypotheek op de toekomst'

Abonner op reacties met RSS or TrackBack to 'Banken: een tophypotheek op de toekomst'.

  1. Ik heb een foutje in het artikel gemaakt door te suggereren dat de VOC in 1609 werd opgericht. Dat was natuurlijk 1602.

    Het artikel lijkt aan te sluiten op de overdonderende ING aankondiging van maandag 26 oktober jl. Dat is echter schijn. Sjoerd kan beamen dat ik het artikel al het weekend aanbood aan hem. Ik kan u verzekeren geen voorkennis te hebben gehad, anders had ik wel mijn aandelen ING verkocht :( . Het onderwerp is er echter wel actueler door geworden, voor zover het door de DSB crisis van afgelopen weken natuurlijk al niet actueel genoeg was …

    Rest mij u te melden dat de auteur posities heeft in Aegon en ING. :)

    A. Goossens

    28 oktober 2009

  2. Inderdaad. Het artikel is aangeleverd afgelopen zondag 25 okt. 09 om 21:48. Om technische redenen was het niet mogelijk het artikel eerder te plaatsten. De website is het afgelopen weekend totaal vernieuwd.

    Het artikel zelf is bijzonder boeiend. Tijdens het plaatsen en op maat maken kom je op veel websites die over dit onderwerp handelen. In trance heb ik een aantal artikelen gelezen over b.v. de geschiedenis van het geld in Nederland. Het verhaal van de persoonlijke strijd van Philips de II tegen Willem de Zwijger. In de ban, 25.000 gouden kronen, dood of levend. Zout, het witte goud, als ruilmiddel. Een van de belangrijkste producten voor de (ruil) handel van Afrika. Even gangbaar als goud.

    Wat de alinea over de DSB betreft. Het mag geen reden zijn om naar andere banken te wijzen die dezelfde malversaties zouden hebben uitgevoerd (of nog uitvoeren). Die komen ook aan de beurt.
    Bij DSB ging dit veel verder. Naar ander banken wijzen is niet reëel in deze. De gelieerde irritante Lening.nl mag in het geheel genoemd worden. Een massa aan mensen is bewust gedupeerd door schelm Scheringa en kornuiten. In verhouding veel meer dan bij andere instellingen en over een veel breder gebied. Het zou teveel worden om dit nu aan te geven. Een groot aantal van die mensen (met kinderen) is tot de bedelstaf veroordeeld en komt nu voor rekening van de staat (gemeente). Bankroet, faillissementen en schuldsaneringen. En over de gezondheid van de gedupeerden maar niet te spreken. Genoeg info op Internet bij b.v. observatrix.nl. De kwalijke rollen van bestuurders. O.a. ook Gerrit Zalm is niet vrij te pleiten.

    Maar wel een dijk van een artikel Allert.

    Sjoerd Postma

    28 oktober 2009

  3. Sjoerd, ik heb naar mijn beste weten nergens DSB of Scheringa beschermd. Ik heb slechts aangegeven dat DSB helemaal geen uitzondering is en wel zo wordt geportretteerd door de media. Je zit ernaast te stellen dat DSB meer dan andere banken de mensen heeft belazerd. Dat is nu wat ik bedoel met de media die dergelijke drogbeelden schapen. DSB zat in geldleningen. Logisch dat als het overbelening betreft DSB prominent in beeld komt. Maar woekeren met polissen is gemeengoed.

    Het gros van de cliënten bij DSB heb ik weinig medelijden mee. Lenen tot je erbij neervalt. Zoek het uit. Een gevolg van de meer is niet genoeg mentaliteit. Ik ken zoveel voorbeelden in mijn directe omgeving van mensen die welbewust geld lenen in de wetenschap dat vermoedelijk nooit te kunnen terugbetalen. Zorg van morgen zeggen ze dan. Geen medelijden als ze dan uiteindelijk op een houtje moeten bijten. Sorry. Voor mensen die zorgvuldig proberen te zijn en dan in moeilijkheden komen heb ik alle empathie. Maar die winkelden niet bij DSB. Nee, zij die overal afgewezen waren kwamen daar uit. Of zij die veel rente wilden vangen, de geldhongerigen.

    De mensen die bij andere banken annex verzekeraars zoals Labouchere (Dexia), ASR (voorheen Fortis-AMEV), Aegon, AFAB, etc. etc. werden belazerd, werden niet minder belazerd dan bij DSB. En ook niet in beperktere aantallen, me dunkt. Bij de eerste drie ging het om veel grotere aantallen bedotte mensen. En om veel en veel grotere bedragen. Assurantiekantoren en verzekeringsmaatschappijen boden monsterlijke salarissen. Simpele vertegenwoordigers reden in dikke bakken, kochten giga huizen en konden het breed laten hangen. Koopsompolissen met standaard tot 50% netto afromingen. Voor grote bank- en verzekeringsconcerns, die in tegenstelling tot AFAB of DSB daar niet vrijwel volledig van afhankelijk waren voor hun winsten. Nee Sjoerd, je hebt het nog steeds niet helemaal begrepen. De branche is door- en door rot, niet slechts enkele spelers. De DSB was geen uitzondering, slechts één van de spelers.

    En ja, zou het toeval zijn dat het vooral VVD politici, commissarissen en directeuren (Zalm, Nijpels, de Grave, Hoogervorst) zijn die in het spel betrokken waren? Vast niet. Zij zijn de exponenten van de ongebreidelde vrije markt. Net zo min toeval als dat het vaak PvdA politici zijn die bij wanstaltige projecten en lokaal politiek falen zijn betrokken. De PvdA zoekt haar macht in de vele bestuurslagen die ons land kent, de VVD liever in de markt.   

    A. Goossens

    28 oktober 2009

  4. Inderdaad een dijk van een artikel en ondanks dat de materie mij niet vreemd is, is het een genoegen alles weer eens zo geordend aangeboden te krijgen.
    Bedankt daarvoor Allert!
    Een opmerking over de DSB wil ik kwijt. Ik heb de bank zelf altijd gemeden en dat mijn omgeving ook aangeraden.
    Laat onverlet dat er hele volksstammen zijn die staan te kwijlen bij een nieuwe keuken of een autoinruil en die na al bij zes banken te zijn afgewezen steeds verder bereid zijn te gaan om aan leengeld te komen. Nu de DSB om is en de volgende grote kredietverlener ook beterschap heeft belooft verandert er niets. Ik werd nog tijdens de DSB deconfiture opgebeld door louche aanbieder voor als ik niet meer bij DSB terecht kan (ik ben gelukkig volledig vrij van dit soort kredieten). Zolang veel mensen verder willen springen dan hun polsstok lang is blijven dubieuze aanbieders in het klein of groot opereren. Door net als bij Icesave de gretige spaarder tot enig slachtoffer te wijzen vind ik het niet te verteren dat iedere aan DSB bank hypotheek verlenende klant slachtoffer is.
    Kortom zolang men zelve geen maat kan houden dan gaat het verkeerd of je nu lener bent of bonusjager.

    En Allert ik lijd met je mee als aandeelhouder ING maar roep alleen mezelf ter verantwoording waarom ik deze positie heb ingenomen, daar hoeft niet nog weer een stichting voor in het leven te worden geroepen.

    Sjoerd naast Zalm denk ik ook (als liberaal van huis uit) dat Nijpels ter verantwoording moet. Tot het ABP pensioen verplicht baal ik er van dat de hoogste posten daar kennelijk voor uitgerangeerde politici zijn. Het is geen zeldzaam kunstje zoals Allert aangeeft, maar enige vaardigheid en vakmanschap is toch vereist. En huidige politici zijn in trek als ze mooie oogopslag hebben en fraai kunnen praten (Pechtold bijvoorbeeld) maar bekwaamheid moet in je in die categorie helaas niet meer zoeken. Dus terug van de weg met de volledig vrije markt, maar dan ook wel in een land waar de overheid niet stuurloos is en de politici geobsedeerd door hun volgende ambitie, of dat nu de regio hier of Europa is.

    Wouter

    Wouter

    28 oktober 2009

  5. Beste Allert,

    Ik denk toch dat mensen beschermd moeten worden tegen DSB’achtige praktijken. Niet een ieder heeft de kracht zich te weren tegen schijnbare beloften en toezeggingen. De grote misleiding van kredietverstrekkers. Zelfs mensen met een negatieve BKR registratie worden niet uitgezonderd. Impulsleningen waarvan velen het overzicht niet hebben. Hoeveel mensen zo als jij en ik zijn daadwerkelijk in staat hun persoonlijke geldzaken te overzien. Hoeveel mensen sluiten leningen af waarvan zij de werkelijke waarde niet eens begrijpen. De rekenvaardigheid en het financieel inzicht van de gemiddelde Nederlander is beroerd. En dan rest de vraag: Wanneer moet je de mensen gaan beschermen tegen zichzelf.
    Recentelijk is de rekenvaardigheid van verpleegkundigen aan de kaak gesteld d.m.v. een test. Slecht 1,6% van de deelnemers kon de vragen van de test beantwoorden. En of die rekenvaardigheid nu van toepassing is op de inhoud van een fles, een aantal pillen over de dag verdeeld of de eigen beurs, dat maakt dan in feite niet meer uit.

    Ook de postorder bedrijven pleit ik niet vrij. De rente die zij berekenen bedraagt meen ik 18%. Het gaat hier natuurlijk wel om kleinere bedragen maar je komt ze altijd tegen bij mensen die in de WSNP zitten of komen.

    Ik denk dat er een moet wet komen tegen inconsequente verleidingen met financieel gevolg al dan niet via de media. Er zou beter gelet moeten worden op het inkomen. Banken moeten dat beter toetsen om de kredietwaardigheid en afloscapaciteit vast te stellen. Bij de gemeente verstrekte leningen voldoen in ruime mate aan dit soort normen. Werkelijk alles wordt gecheckt (w.o. gezinssamenstelling, woonlasten, auto, telefoonabonnementen e.d.) om te bezien of mensen aan hun aflossingen kunnen voldoen. Voor de werkelijke minima zou dit betekenen dat deze mensen in ieder geval voor de noodzakelijke aanschaf van bv. een wasmachine d.m.v. de Bijzondere Bijstand gefaciliteerd gaan worden. Iets wat veel gemeenten rondom ons al doen. Het bedrag zouden moeten krijgen om overmatig lenen bij banken en postorderbedrijven tegen te gaan. Dat scheelt weer schuldsaneringen die de maatschappij een veelvoud kosten. Een druppel op de plaat overigens.

    Natuurlijk zijn er meerdere kredietverstrekkers die DSB naar de kroon steken in misdadige praktijken. Die komen ook wel. Ben het er mee eens dat de financiële misdaad van DSB in de media exorbitant wordt opgeblazen Daar is Scheringa zelf ook debet aan met zijn patserige verhalen van eigenbelang en mediageile attitude. Olie op het vuur. Zijn aandeel in het schaden van onze medemens is groot. Van mij mogen ze hem leeghalen en zijn eventuele kompanen ook.

    Sjoerd Postma

    28 oktober 2009

  6. Nee Sjoerd nu niet gaan praten over wettelijke bescherming. Het gros is willens en wetens hun hebzucht achterna gegaan.
    Kijk naar eerdere reacties van mij over hoogopgeleid.
    Als deze mensen zich verhuren claimen ze hoogwaardig denkwerk te kunnen verzetten en voor het bedrijf te kunnen beslissen en dan thuis kunnen ze niets meer? Of gaat het daarom zo rottig, de zaak omdraaiend, omdat mensen die incompetent zijn hun eigen huishouden te bestieren tegenwoordig zich op sleutelposities manouvreren die ze ook niet aan kunnen.
    Ontlast de mensen niet van hun eigen verantwoordelijkheid want dan minacht je ze pas echt.
    Leer mensen weer eerst na te denken want zo ingewikkeld is een huishoudboekje nu ook weer niet. Mensen grootschalig inschatten dat ze dat niet zouden kunnen als ze dat echt zouden moeten, dat is pas echt cynisch.

    Wouter

    Wouter

    28 oktober 2009

  7. Ja Sjoerd, ik ken jouw (algemene) overwegingen in deze. Maar dit land is heel ambivalent. We willen alles zelf bepalen, maar als het mis gaat is het de schuld van de Staat. Nu moeten er weer allemaal huisregels worden gesteld. Ik ben het daar maar zeer ten dele mee eens. Veel meer is er een cultuuromslag nodig waarin a) normen en waarden weer terugkeren, b) mensen weer eens wat leren op school (want ook het onderwijs is een walhalla van zwevende freubeljuffen geworden die ‘alle vrijheid voor de kinders’ verdedigen) en c) waarin mensen die willens en wetens de mist ingaan ondanks 100.000 waarschuwing niet door collectief omgeslagen schuldsaneringen een zachte landing kunnen maken.

    Ik heb in mijn leven vijf mensen gekend in schuldsaneringsprocessen en alle vijf ‘guilty as hell’ aan hun eigen schuldenbergen. Geen gestraalde ondernemers (want die mogen van onze politiek verpieteren), geen trieste gescheiden vrouwtjes, maar bij het volle verstand de boel flessen of welbewust meer lenen dan een bruto jaarsalaris. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Echte gedupeerden mogen van mij zacht aan de grond worden gezet. De eigen-schuld schuldenaren moeten wat mij betreft tot de laatste cent terugbetalen. Kom nou zeg!

    In Nederland zijn er meer regels waar bedrijven aan moeten voldoen dan waar ook. Maar het is een beetje als met de airbag. Toen die in de auto kwam, bleken er niet minder aanrijdingen plaats te vinden, maar bleek een onterecht gevoel van extra veiligheid te ontstaan dat leidde tot gevaarlijker rijgedrag.

    Leningen krijgen met een BKR registratie is kolder, Sjoerd. Zelfs DSB begon daar niet aan. Tenzij er sprake was van een futiliteit. Want die BKR registratie heb je zo. Ik heb er ook één, want ik was één van de Duisenberg-optanten na een legio-lease vuiligheidje. En dat betekende automatisch een BKR notitie. Nooit last van gehad en terecht. Maar een BKR registratie voor wanbetalen in zijn algemeenheid betekent deur dicht bij banken, ook DSB. Dat DSB als nieuwkomer zich vooral richtte op de kredietaanvragers die elders nul op het rekest kregen, is best te begrijpen. Maar de wijze waarop tienduizenden zich hebben laten overkreditieren zie ik meer als een symptoom van lamgeslagen domheid bij een groot deel van ons volk, dan een signaal dat de overheid weer moet gaan pappen en nathouden.

    Dat is iets waar jij veel te snel naar teruggrijpt. Vadertje en moedertje staat. Kom zeg. Alsof ons dat garanties biedt. Ik zond je vandaag het EU overzicht van de belastingdruk ontwikkeling binnen die vermaledijde EU. Weerzinwekkend. Zoals ik al vaker zei, grootgraaien door de markt wordt door de politiek voor gedaan. Geheel Europa zucht onder onwerkelijke belastingen. Gemiddeld gesproken 35-40% van het BNP dat naar overheden gaat als belasting (in alle vormen). Gelegaliseerde diefstal. Weinigen weten nog dat Egmond en Hoorne tegen Philips II in opstand kwamen om de negende en tiende penning, ofwel de verhoging van de belasting van 8 naar 10%. Ze hebben hun rompen sindsdien al vaak omgekeerd in hun graven, want inmiddels is het 40% en groeiende. Met nog meer zware overheidstaken zie ik slechts nog meer lasten op ons afkomen. Dank je de koekoek. Het gaat er om dat mensen tegenwoordig niets meer hoeven voelen. Zelfs een corrigerend pak op de broek mag niet meer van Gristenfreak Rouvout. Tja, zachte heelmeesters.

    Systeembanken moeten worden aangepakt, moeten terug worden gebracht tot niet-beursgenoteerde bedrijven die dus weer in private handen komen. Daar ben ik sterk voor. De rest mag zich commerciele of zakenbank noemen en lekker speculeren. Weet iedereen waar hij zijn geld kan brengen en verliezen. Maar Nederland volplempen met regeltjes omdat we steeds meer ééncellige in onze maatschappij hebben? Nee dank je hartelijk …

    A. Goossens

    28 oktober 2009

  8. Wouter. Duidelijk is dat er een groep is die willens en wetens hun hebzucht achterna zijn gelopen. Daar ben ik het mee eens. Duidelijk is dat er ook een grote groep is die dat niet gedaan heeft. En vaak is dat de wat zwakkere groep in onze samenleving, die toch een belangrijk deel van het totaal uitmaakt.
    Ik heb mensen zien struikelen na de aankoop van hun huis doordat de wolven hun kans schoon zagen door beloften niet gestand te doen of gewoon niet uit te voeren wat vermeld werd. Overruled door kleine lettertjes en verborgen verplichtingen gekoppeld e.d. Juridisch misschien nog wel aan te vechten maar financieel uitgemergeld tot op het bot niet eens meer in staat om een jurist te bekostigen. Door beslagen verlamd met een wachtlijst van 9 maanden voor advies. Voor een toevoeging rechtsbijstand kwamen ze niet in aanmerking gezien het kennelijke vermogen wat door het bezit van onroerend goed een rol speelt. En na de gedwongen of overhaaste verkoop onder de hypotheekwaarde was het kwaad al geschied.
    Ik vind je reactie overigens wel boeiend en kan me goed verenigen in een aantal punten. Maar laten we nou juist die groep die jij aangeeft niet als voorbeeld voor het totaal nemen.

    Allert. Ik denk niet dat we te allen tijde de Staat de schuld geven als het met onze persoonlijke omstandigheden mis gaat. Ik vind dat wat te kort door de bocht. Dat de Staat mogelijkheden heeft om zaken in de toekomst te voorkomen doordat zich wijzigingen voorgedaan hebben in omstandigheden van maatschappelijke aard, dat gebeurt. Vaak te laat. Het kalf is al verdronken. Wel op tijd voor die groep die het mogelijke volgende slachtoffer zou kunnen worden. Dat er dan weer een ander fenomeen op gaat staan, dat denk ik wel. Maar dat is de dynamiek van de ontwikkelingen in de samenleving. Vroeger hadden we te maken met de leeftijd waarvoor een film geschikt was. Nu is dat na lange tijd voor de verkoop van computergames actueel aan het worden. Voor mij precies hetzelfde alleen de naam is anders.

    Lening met BKR registratie gecompenseerd door hoge rente. Dat is een feit en staat als een paal. Dat wil ik je wel meegeven.
    Wat die vijf gevallen van WSNP betreft. Dat zou best kunnen. Ik heb tot op heden met veel en veel meer gevallen van die WSNP te maken gehad. En nog steeds. Weer vaak mensen die aan de zwakke kant van de samenleving staan en gemangeld werden of worden door uitbuiting, diefstal, echtscheiding, verkeerde informatie, procedure fouten en noem maar op. Dit voor zover het bevattingsvermogen van toepassing zou zijn. Ik heb daar in de loop der jaren mensen uit zien komen die het echt redden.
    In de tien jaar dat de wsnp nu in werking is, zijn er 120.000 mannen en vrouwen het traject gepasseerd. Meer dan 70% van de schuldenaren sloot het traject schuldenvrij af!!!!! En uit nader onderzoek is gebleken dat die schuldenvrije situatie ook nog eens bestendig is. Ik ben blij met die wet voor een nieuwe kans.

    Over volplempen met regeltjes wil ik het helemaal niet hebben. Ik haat dat. Sterker nog: de wet en regelgeving verminderen. Klare duidelijke invulling aan een wetgeving die kort maar krachtig afrekent met de mazen die iedere keer weer leiden tot nieuwe regelgeving.
    Mazen die door de slimmeriken in onze samenleving gebruikt worden om de verantwoording die mensen zelf behoren te nemen, te ondermijnen.
    Klare taal, klare wijn.

    Sjoerd Postma

    28 oktober 2009

  9. Het WNSP traject schuldenvrij afsluiten is vrijwel altijd een verwijzing naar het feit dat men zich (minimaal) drie jaar aan de regeling en afspraken heeft gehouden, Sjoerd. Daarna wordt de restschuld kwijtgescholden. Dat weet jij als je er veel mee te maken had.

    De 30% die het niet haalt, houdt zich niet aan de richtlijnen en afspraken. Het is een enorme collectieve last.

    Ik herhaal nog maar eens. Mensen die werkelijk buiten eigen schuld in de sanering komen, prima dat zij worden geholpen. Maar het gros heeft zich willens en wetens diep in de schulden gestoken. Sterker nog, ik ken een geval van een vriendin van mij die welbewust het systeem pootje lichte door bij vier banken een schuld van 10,000 gulden aan te vragen, en alle vier de offertes gelijktijdig te aanvaarden. Doordat op het moment van aanvaarding de BKR registratie nog niet was gepost, kon ze vier keer haar limiet lenen. Toen ze in 2004 in de sanering kwam, was de schuld opgelopen tot 40,000 euro. Uiteindelijk heeft ze daarvan 12% werkelijk betaald en was nadien schuldenvrij. Vraag het de mensen betrokken bij de WSNP en ze zullen je melden dat een heel groot deel der saneerders op deze wijze ontsnapt aan persoonlijk faillissement, door drie of vier jaar afzien. Ik ben daar tegen.

    A. Goossens

    29 oktober 2009

  10. Allert. Vreemde vriendinnen heb jij. Maar ter zake. Wij zijn het er over eens dat mensen die werkelijk buiten eigen schuld in de wsnp komen, geholpen moeten worden.
    Wij zijn het er ook over eens dat mensen die zich willens en wetens diep in de schulden gestoken hebben, deze wet niet verdienen. Daar zit dus een steekje los.
    Ik ken de procedure om tot de schuldsanering toegelaten te worden op mijn duimpje. Ik ken de onderzoeken te op en te na. De instellingen voor de schuldsanering zijn toegewezen zijn niet achterlijk. Vele gesprekken heb ik met vertegenwoordigers van deze instellingen gevoerd. Zelf ben ik ook nog wel eens voor verrassingen komen te staan bij mensen die ik bijstond, waarbij in het voortraject zaken niet goed waren aangeleverd, buiten de schuld van de schuldenaar, maar wel zijn/haar verantwoording. Die zaken worden altijd goed opgelost.
    En trouwens, het traject kan ook een jaar zijn.

    En inderdaad. Die 30% die het niet haalt is een enorme collectieve last. Ik moet er niet aan denken dat dit 100% zou zijn. Mensen die tot levenslang zijn veroordeeld zonder kwaliteit van leven en in zijn totaliteit als last voor de samenleving. Ik gruwel en zie de samenleving vervallen tot anarchie en criminaliteit. Wie niet te eten heeft gaat rare dingen doen.
    Laten we proberen die mensen die wij kennen en in de wsnp zitten motiveren dat eerlijkheid het langst duurt. Geef ze zicht op een toekomst. Wie geen doel heeft gaat dwalen.

    Sjoerd Postma

    29 oktober 2009

  11. Sjoerd als de staat iets zou moeten doen, dan is het het verbeteren van het basis onderwijs. Lees in NRC van 28 oktober, katern, pagina 3 binnenland het artikel Basisscholen vervrouwelijken.
    Kern de opleiding tot professor aan de lagere school accademie spitst zich toe op het omgaan met kinderen, niet op kennisoverdracht. Dat doet jongens afzien van de Pabo die ze te soft vinden met onderandere veel knutselwerk.
    De oplossing die het sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt in een rapport aanbied aan de staatsecretaris is wat meer acht slaan op de verlangens van de mannelijke Pabostudenten en het plaatsen van tafeltennistafels en tafelvoetbalspelen op de Pabo’s.
    Kijk wij leerden in die vermaledijde vijftigerjaren nog in klas vier (laat ik het niet te ambitieis maken) redeneersommen ook in de trant van Piet heeft tien gulden hij moet verplicht zevenvijftig besteden aan vaste verplichtingen, hij wil een aanta zaken kopen voor bij elkaar vijftien gulden. Wat kan Piet maximaal kopen, bij welke keuze heeft hij de meeste artikelen bij welke keuze het waardevolste. Inderdaad ook verpleegkundigen kunnen niet meer rekenen, de exacte faculteiten moeten extra toetsen en bijspijker programma’s geven, er is geen inhoudelijke basiskennis meer. En deze mensen worden dus tot prooi gemaakt van de lepen.
    De staat moet mensen niet meer afhankelijk maken door ze te omgeven met nog meer regeltjes maar ze weerbaar maken door ze met noodzakelijke kennis toe te rusten, zodat ze als burger zelf keuzes kunnen maken.
    Dat is mensen serieus nemen en echt het niet snappen van een huishoudboekje, dat zijn er maar weinigen en die zouden dan misschien ook maar geen huis moeten kopen, maar gewoon huren.
    Dus geef ze geen zicht op een toekomst als ze in de puree zitten, maar geef ze zicht op een toekomst omdat ze niet in de puree komen.
    In feite subsidieer je via de staat nu uiteindelijk de profiteurs die deze mensen die niet goed opgeleid zijn in meest minimale  basisprincipes en maak je ze kwetsbaar door ze basiskennis te onthouden.
    Nu weet ik dat veel mensen in de puree verdienen aan deze schuldsaneringsbehoefte, vanaf televisieprogramma’s, sociale diensten, schuldsaneerders, budgetbegeleiders en zo voort, maar bij een goede basisschool is dit niet nodig!
    Wouter

    Wouter

    29 oktober 2009

  12. Helemaal mee eens Wouter.

    Sjoerd Postma

    29 oktober 2009

  13. Spijker, kop, Wouter. Het onderwijs is een aanfluiting geworden. De pedagogiek op de PABO’s wint het van lestechnieken en werkelijke opleiding. Mijn grootvader zaliger was directeur van de ouderwetse PA, waar onder meer mijn moeder haar opleiding afrondde. Hij drukte mijn moeder altijd op het hart het pedagogische aspekt vooral niet te overdrijven. Dat vond hij iets voor zwevers. Maar hij voorzag kennelijk dat die zwevers, die niet alleen het onderwijs om zeep hebben geholpen in dit land, de overhand zouden krijgen.
    Kennis is macht, een eeuwenoud adagium. Ik ben van jongs af aan een kennisvreter geweest. Vermoedelijk mijn vader als voorbeeld, die ontzettend veel leest en een buitengewoon geleerde heer is. Maar ik constateerde ook in mijn leven dat mensen je vaak met een spottende glimlach bejegenen als je kennis toont. Hoezo weet jij dat? Niet voor niets werden natte kreten als ‘lekker belangrijk’ jarenlang standaard antwoorden voor de jeugd en oudere jongeren. Recent nog, leerlingen die middels een landelijke actie in opstand komen tegen meer lesuren. Hoe gek moet het worden? Als PABO ‘studenten’ met 3 op de 10 stralen voor een eenvoudige reken- of taaltoets, dan toont dat aan dat er iets goed mis is in het onderwijs. Ik heb er nauwelijks enige commotie om gemerkt.

    Vroeger was het zo dat mensen de kleine lettertjes standaard wantrouwden. Tegenwoordig vertrouwt men kennelijk iedereen. Opgeleide mensen die zich door een DSB laten tillen, en kennelijk niet de wenkbrauwen fronzen als een huis met waarde 100 voor 180 gefinancierd wordt. Moet ik dan medelijden hebben met deze luyden als ze uiteindelijk de tering naar de nering moeten gaan zetten? Sorry, maar ik wil best enige empathie met hun lamgeslagen domheid hebben, maar medelijden … dat heb ik niet. Ga maar heerlijk op de blaren zitten. Zal je leren.

    Tegelijkertijd heb je (Wouter) volkomen gelijk dat de overheid in goed onderwijs moet investeren. Maar met lieden als de veredelde columnist Plasterk hoef je niets te verwachten. Die is ook weer bezig met absurdistische cosmetiek, door bijvoorbeeld Hoger Beroeps Onderwijs een nog hoger academisch gehalte (op papier) te geven. Wat kopen we daarvoor? Laat basisonderwijs weer een basis zijn waar kinderen werkelijk wat leren, hef dat verdomde VMBO op en breng specialistische opleidingen als MAVO, LEAO en LTS terug. En zorg dat academici weer eens een brief in goed Nederlands kunnen schrijven. Want het is wat dat betreft over de gehele linie weerzinwekkend slecht geworden. En die onderopgeleide generatie moet straks de kar trekken voor vele behoeftigen. Dat wordt nog wat!

    A. Goossens

    29 oktober 2009

Reageer op dit bericht.