Waarom projecten vrijwel altijd duurder worden…….
De laatste tijd zijn twee prominente bouwprojecten telkens in het nieuws vanwege de grote kostenoverschrijdingen ten opzichte van het goedgekeurde budget. Het betreft de Amsterdamse Noord-Zuid lijn en de Maastrichtse Campus. Een ander bekend falend project was het Haagse tramtunnelproject.
Deze projecten halen het landelijke nieuws omdat de schaalgrootte de blikvanger is. Maar ook kleine(re) regionale bouwprojecten halen zelden hun targets. Zeg maar gewoon ‘zo goed als nooit’. Dat dergelijke projecten het landelijke nieuws niet halen, is in feite te betreuren. Het zou de Nederlandse bevolking én Den Haag kunnen waarschuwen voor een zeer gevaarlijke trend.
Het is zinvol eens te beschouwen welke aanleidingen voor grote kostenoverschrijdingen prominent in beeld komen.
Aanbestedingprocessen
Lokale overheden zijn ten aanzien van werken (boven een zeker minimaal bedrag) aanbestedingsplichtig conform de Europese Richtlijnen voor publieke aanbesteding. Nationaal geldt dat eveneens een aanbestedingsregiem volgens ARW richtlijnen geldt voor aanbesteding van werken onder de Europese drempelbedragen. Voor grote infrastructurele werken is altijd sprake van aanbesteding middels de Europese Richtlijnen.
Dergelijke aanbestedingsprocessen zijn veelomvattende papieren en juridische draken. De (inter)nationale rechtspraak is voortdurend druk bezet met klachtenprocedures die zien op (vermeende) onregelmatigheden op het procedurele vlak. Het gros van die zaken ziet niet eens inhoudelijk op het aanbesteden werk, maar veel meer op de juridische context van het aanbestedingsproces en de gunning. Dat proces laten we even voor wat het is.
Een aspect van het aanbestedingsproces dat wel zeer relevant is, is de prestatie die de aanbestedende dienst (meestal een overheid) verlangt van de inschrijvers (de aannemers – etc. – die aangeven op een werk te willen inschrijven en een offerte wensen te leveren). In Nederland is het zo dat de aanvrager in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de juiste omschrijving van het werk middels een bestek, een specificatie of een programma van eisen. Daarbij is afhankelijk van de aard van een werk in welke mate de aanvrager uitputtend moet omschrijven wat hij wenst gerealiseerd te zien.
Tegenwoordig is het gebruikelijk bij aanbesteding van grote werken, zeker als die van infrastructurele aard zijn, om prestatie overeenkomsten na te streven. Daarbij stelt de aanvrager een lange lijst van eisen op, op basis waarvan de succesvolle inschrijver het betreffende werk dient te realiseren. Hoewel de overheid de suggestie wekt dat daarmee sec sprake is van prestatiebestekken (in jargon: ‘lumpsum turn key’ of ‘turn key’ werken), is dat in werkelijkheid vaak niet zo. Aanvragers blijken namelijk middels eisenverfijning nog zeer sturend op te treden en de keuzevrijheden aan de kant van de aannemer zeer drastisch te verkleinen c.q. te versmallen. Daardoor is niet alleen de aannemer minder vrij in de keuze, maar is de aanvrager ook nadrukkelijk mede verantwoordelijk voor de keuzetrajecten waarin hij de aannemer middels eisenverfijning stuurde. Dat is wellicht wat complex, en daarom lijkt een simpel voorbeeld handig.
Eisen in een aanvraag laten zich vrijwel altijd categoriseren. Eisen beginnen op hoofdlijnen en eindigen middels verdieping tot fijne eisen op component niveau. Een topeis kan bijvoorbeeld zijn dat een weg een bepaalde normbreedte moet hebben en onderhoudsvrij moet zijn in de eerste twee jaar. Dat laat de aannemer bijvoorbeeld nog de keuze voor drie soorten asfalt. In een meer verfijnde eis voor die weg kan echter staan dat de hoeveelheid neerslag die de weg goed moet kunnen verwerken kleiner of gelijk is aan 10 mm per uur. Dat kan de keuze van de aannemer terugbrengen tot twee asfaltsoorten. De fijnste eis kan dan weer zijn dat bij droge vorst de gladheid van de weg aan de strengste norm moet voldoen. Die fijnste eis kan ertoe leiden dat de aannemer in wezen slechts voor één soort asfalt kan kiezen. Dat gegeven betekent niet alleen dat de aannemer in concreto helemaal geen keuze vrijheid heeft, maar evenzo dat door de verfijningsslag de aanvrager de aannemer bovendien naar één soort asfalt stuurt. Als uiteindelijk die asfaltsoort anderszins niet blijkt te voldoen, dan is het niet perse zo dat de aannemer daar zomaar volledig aansprakelijk voor kan worden gehouden, want de aanvrager liet de aannemer immers impliciet geen keuze. Men kan zich voorstellen dat een veel complexer eisenhuis voor bijvoorbeeld elektrotechnische installaties of besturingssystemen geldt en evenzo in verfijningslagen aannemers tot ‘keuzes’ dwingt. Als de aannemer die niet snel kan vaststellen bij offertevorming omdat hij bijvoorbeeld eerst een stuk ontwerp zal moeten doen, voordat de verfijnde eisen ‘hun werk’ doen richting systeemkeuzes, dan kan een ieder zich voorstellen dat aannemers niet alleen bezwaar maken in de zin van aansprakelijkheid, maar ook regelmatig de trom roeren omdat zij zich misleid voelen omdat ze uiteindelijk blijken nauwelijks of geen vrije keuze van materiaaltoepassing te hebben. Dat soort kwesties spelen prominent bij de bekende meerwerk kwesties die hoofdaanleiding vormen voor budgetoverschrijdingen.
Een andere kwestie is de gesteldheid van bouwterreinen en grond- en bodemgesteldheden. Hoewel aannemers de verplichting hebben zich bijvoorbeeld te vergewissen van informatie die zij redelijkerwijs kunnen vergaren, worden regelmatig gegevens beschikbaar gesteld. Die informatie kan beschikbaar zijn uit een vooronderzoek (bijvoorbeeld: is de bodem sterk vervuild, zo ja, dan worden de saneringskosten hoog) of uit eerdere onderzoeken. Als een aannemer die gegevens beschikbaar worden gesteld, mag hij er in wezen vanuit gaan dat die gegevens zich binnen bepaalde aannemelijke accuratesse marges bevinden. Het is immers onwenselijk als alle inschrijvers bijvoorbeeld zelf een bodemonderzoek laten verrichten. Dat zou onnodig veel kosten bij het werk betrekken. Overeenkomsten proberen wel dergelijke verantwoordelijkheden bij aannemers neer te leggen (in de trant van “aannemer neemt verantwoordelijkheid van accuratesse grondgegevens over”), maar men slaagt er zelden in bij disputen dergelijke pretenties waar te maken. Immers, een door de gemeente ingehuurde professionele partij die bodemonderzoek doet vlak voor een project tot aanbesteding komt, kan bij grote afwijkingen van de bevindingen vanuit grondonderzoek, bezwaarlijk de aannemer aanrekenen dat hij het onderzoek niet als leidend voor zijn prijsbepaling hanteerde. Het zou immers onredelijk bezwarend worden en de deur wagenwijd openzetten naar bewust oppervlakkig onderzoek door de gemeente. De rechter matigt dan ook meestal zulke doorschuifbepalingen of vernietigt zo’n bepaling in het geheel.
Een laatste veelvoorkomende kwestie is die van de aannemer die wordt ingehuurd om een door of namens de gemeente vervaardigd ontwerp c.q. bestek te realiseren. Daarbij fungeert de uitvoerend aannemer vooral als bouwer en dus niet als ontwerper. Het betreft dan bijvoorbeeld een door de stadsarchitect ontworpen kunstwerk (in de infrawereld duidt men met het begrip kunstwerk op een brug, viaduct, sluis, etc.) of complex. Met de architect worden vaak bindende afspraken gemaakt dat het ontwerp niet mag worden aangetast. Maar tegelijkertijd blijkt vaak dat wat architecten in het hoofd hebben zitten, bouwkundig slechts met kunstgrepen kan worden gerealiseerd. Als die kunstgrepen niet heel duidelijk worden geduid in het uit te voeren bestek, dan zal de uitvoerend aannemer bij sturing door de architect bij de opdrachtgever aankloppen voor extra vergoeding. Dat laatste geldt evenzo voor aannames die door partijen welbewust worden gedaan.
Aannames – ofwel onzekere uitgangspunten – staan in vrijwel alle grote bestekken, specificaties en ontwerpen. Vrijwel geen groot werk wordt aanbesteed zonder aannames. Het is immers – zeker in Nederland – zo dat bouwwerken met de meest moderne technieken moeten worden gerealiseerd. Die vooruitstrevendheid brengt risico’s mee, die de aannemer lang niet altijd aanvaard als de zijne. Als de gemeente Amsterdam een metrolijn wenst aan te leggen die niet door open werken mag worden aangelegd, en men dus voor het specifieke geval van de oude – niet onderheide – binnenstad een boorproces als enige haalbaar procedé hanteren wil, dan brengt zo’n ‘eerste toepassing’ relatief grote risico’s met zich mee. Als de aannemer zich die risico’s volledig moet toerekenen, wordt zijn tarief onbetaalbaar. Dus worden dergelijke risico’s in voorfases vaak relatief eenvoudig in portefeuille gehouden bij de opdrachtgever. Daarnaast komt het uiterst vervelende fenomeen van onvoorziene omstandigheden of overmacht bij grote projecten veel vaker om de hoek kijken dan bij kortlopende beperkte projecten. Als men wederom het Amsterdamse project neemt – of voordien het Haagse tramtunneltraject – dan is het ondoenlijk de gesteldheid van het gehele beoogde tracé voldoende voor te verkennen. Men neemt aan dat grondmonsters of proefputten een representatief beeld bieden van het gehele tracé, maar door de bewerkelijkheid en risico’s van proeven op tracédelen met aanpalende bebouwing, is het meestal ondoenlijk voldoende proeven te nemen. De risico’s die overblijven, blijven vrijwel altijd voor de opdrachtgever. Wederom geldt immers dat de aannemer zijn risico anders nauwelijks kan prijzen.
Dales en Heertje
Emeritus hoogleraar economie Arnold Heertje, een gekend zijlijner in ons land, ontglipte recent een zware beschuldiging richting openbaar bestuur, in bijzonder het voormalige Amsterdamse deel daarvan. Bij RTL-Z schreef Heertje dat oud-wethouder Geert Dales (VVD) van de gemeente Amsterdam de grondlegger was van valse voorlichting inzake het kommerrijke Amsterdamse Noord-Zuidlijn project. Dales zijn voorstelling van zaken richting de Gemeenteraad van Amsterdam betreffende de budgetvastheid van het project was volgens Heertje pure en welbewuste misleiding geweest. Hij vulde die beschuldiging aan met het feit dat de verzameling ambtenaren achter Dales bovendien te incompetent was om dergelijke complexe projecten betrouwbaar te begroten én te begeleiden. Dales had slechts een post van 4% onvoorzien opgenomen in zijn aan de Raad voorgelegde begroting. Heertje voegde daaraan toe dat 25-30% gebruikelijker was.
De emeritus professor had volkomen gelijk in zijn beschuldiging aan het adres van Dales en zijn ambtenaren. Incompetent in het kwadraat en vanuit dat uitgangspunt onverantwoord om met slechts 4% onvoorzien te werken, zeker gegeven het feit dat een zeer vooruitstrevend binnenstedelijk project onderliggend was. Maar om nu te zeggen dat 25-30% onvoorzien een gebruikelijk uitgangspunt is, is overdreven. Dat is een onwaarheid. Als men een project juist begroot en tegen de juiste voorwaarden aanbesteed, is een post onvoorzien van 30% absurd. Daarop kan men immers totaal niet sturen, want wanneer in de projectvoortgang denkt men welke mate van onvoorziene overschrijding te bereiken? Een juist begroot project heeft immers in de vele activiteiten reeds enig vet zitten. Begroten op dezelfde cijfers als de verwachte offertes is onverstandig, hoewel het veel te vaak gebeurt. Een post onvoorzien van 10-15% is echter wel heel gebruikelijk, zeker voor risicovolle projecten. Het grote bezwaar bij het Amsterdamse project was echter dat de onduidelijke post ‘risico opdrachtgever’ niet te prijzen viel. Dales heeft nadrukkelijk verzuimd om de Raad van Amsterdam mee te geven dat er een grote risicopost was, die niet door de aannemers zou worden gedragen. Doodeenvoudig, omdat die aannemers die post weigerden te aanvaarden. En die weigering is al een teken aan de wand, want een betrouwbaar in te schatten risico neemt een aannemer wel op zich, als hij die mag prijzen. Dales zijn presentatie van een strak ingemeten budget en zijn bewering dat 4% onvoorzien voldoende was, misleidde de Gemeenteraad.
Dat Heertje de voormalig wethouder zwaar aanviel is terecht en gezien de arrogantie van Dales in zijn verweer voor de raadsonderzoekscommissie zelfs uitgelokt door de pedante VVD’er. Maar tegelijkertijd kan weer worden vastgesteld dat zelfs de grote en niet van algemeen intellect gespeende Gemeenteraad van Amsterdam zich volkomen heeft laten ringeloren. Zoals voordien de Raad van Den Haag en nadien die van Maastricht. Het geeft maar weer eens aan hoe onhoudbaar de platte democratie is versus competentie. Je kunt wel ambiëren dat iedere inwoner van een land middels een democratisch proces gekozen volksvertegenwoordiger moet kunnen spelen, maar dat is een aanslag op de competentie van het openbaar bestuur. In wezen simplificeert de kieswet en de grondwet het bestuursproces door geen enkele competentietoets mogelijk te maken voor openbaar bestuur. Slechts een enkele functionaris, een enkele minister, moet zich kwalificeren middels een opleidingseis, zoals de Minister van Justitie.
Dales heeft de Gemeenteraad welbewust om de tuin geleid. Maar de Raad heeft zitten slapen. Zoals de Leiderdorpse Raad zich indertijd structureel liet ringeloren door Victor Molkenboer, zo liet de Amsterdamse Raad zich bewust misleiden door Dales. De Amsterdamse Raad heeft zonder aanleiding zich verlaten op de rapporten die Dales voorlegde en melding maakten van haalbaarheid en betrouwbaarheid van het project. Niemand die zich in de mitsen en maren of andere kleine lettertjes verdiepte, niemand die kennelijk de merites van de risico inventarisatie zorgvuldig tot zich nam. Gemeenteraden laten zich blijvend ringeloren door de zogenaamde adviseurs en consultants, die zoals te doen gebruikelijk, hun mitsen, maren en overige voorbehouden duidelijker vermelden dan hun werkelijke verwachtingen.
Dat terwijl de Amsterdamse Raad had kunnen leren van de Haagse tramtunnelaffaire. Ook daar een lichtzinnig gemeentebestuur dat zich weinig bekommerde om de bij de gemeente liggende risicoportfolio en zich liet misleiden door blinde ambitie. Het werd een catastrofe. Maar het Haagse echec was van geheel andere proporties dan het Amsterdamse. Was in Den Haag nog sprake van een budget van € 139 miljoen en een uiteindelijke kostprijs van € 234 miljoen, in Amsterdam is sprake van – nu reeds – een verdubbeling. De begroting van € 1,4 miljard is nu al goed voor een werkelijke kostprijs van € 3,1 miljard. Dan is er geen sprake meer van een vergissing, maar van grotesk broddelwerk. Zoals Arnold Heertje volkomen terecht Geert Dales voorhield: je bent een beunhaas. Waarvan akte!
Maastrichtse Campus
De Maastrichtse Campus is een prachtig ontwerp. De Spaanse toparchitect Santiago Calatavra was recent nog in het nieuws wegens zijn prachtige ontwerp voor het centraal station van Luik, dat overigens zo’n dissonant is in zijn omgeving, dat het begrip Stedenbouwkundige Visie weer een geheel nieuwe lading heeft gevonden. Calatavra is een architect die zich ontegenzeglijk heeft laten inspireren door Gaudi. De man weet met staal en transparante materialen ongelofelijk indrukwekkende moderne architectuur te tonen, die niet alleen trendzettend is, maar bovenal ook complex in haar eenvoud. Een ieder die van architectuur houdt – zoals ondergetekende – adviseer ik de website van Calatavra te bezoeken: http://www.calatrava.com/main.htm
De Universiteit van Maastricht wilde haar universiteit prominent facilitair vorm geven en koos daarom voor een gedurfd ontwerp van Calatavra. De universiteit werkte samen met de Maastrichtse OG gigant Servatius bij de totstandkoming van het nieuwe universiteitscomplex, waarbij voor het eerst in Nederland een grote campus (naar Amerikaans voorbeeld) zou worden gerealiseerd. Servatius is in deze de opdrachtgevende partij richting markt.
Servatius is een van de woningbouwcoöperaties die uit de eigen schaduw is getreden na de privatisering van de sector. Die onverstandige privatisering heeft alom in den lande voor rampzalige ondernemingen geleid, waar naast absurde salarissen voor bestuurders veel te veel hooi op de vorken wordt genomen door bedrijven die na decennialange beperkte ervaring met tamme beheerportefeuilles ineens als grote onroerend goed ondernemers een te grote broek aantrekken. In Rotterdam leidde het tot het absurdistische ombouwplan van Woonbron van een voormalig HAL schip (SS Rotterdam), dat met goedkeuring van de Minister der kansenwijken tot een grote mislukking werd ten bedrage van slechts € 175 miljoen. Servatius heeft nu een strop die volgens berichten ook al rond de dertig tot veertig miljoen euro bedraagt bij de aanbesteding en bouw van de Maastrichte Campus. De oorspronkelijke budgetten ter grootte van € 165 miljoen zijn dus ook daar reeds 25% overschreden, terwijl de fundatie nog niet eens is afgerond. De bouw ligt inmiddels stil.
In Limburg ligt het Orbis Medisch Centrum. Het Startrek ziekenhuis dat hypermodern is en ook al zo gierend over budget werd gerealiseerd op basis van een futuristische specificatie van gerobotiseerde verpleging en overige volstrekt overbodige modernismen. Zoals bij de Campus ook al het geval, is de afstand tussen ambitie en doelgerichte eerlijke bedrijfsdoelstelling veel te groot geworden. In plaats van personeel rijden er robots rond, zijn allerlei handelingen geautomatiseerd en zijn patiënten voorzien van allerlei fijne elektronica zoals laptops en overige vermaakzaken. Handig, want on-line bestellen van de ziekenhuishap is een van de mogelijkheden. Orbis is ook al zo’n private onderneming die uit de neo-liberale zomer van de laatste twee decennia ontsproot. Aan de rand van het faillissement raakte het dominante regionale Orbis, waarvan de regio Sittard bijkans afhankelijk is. Het leidde zelfs tot Kamervragen dat het bedrijf de continuïteit van de lokale zorg bedreigen zou bij een faillissement. Voor zo’n € 300 miljoen begroot, maar uiteindelijk meer dan € 370 miljoen kostend. En wie zou dat verschil anders betalen dan de consument, in geval van deze instelling dus de patiënt. Gezien de omslag van de medische kosten middels collectieve verzekeringen dus alle patiënten (in spé) van heel Nederland. De aanbesteding van het buitengewoon complexe hypermoderne ziekenhuis – ongekend modern in de wereld – kostte 20% meer dan voorzien.
Het zijn voorbeelden van slechte aanbestedingen. Maar aanbestedingen waar direct of indirect de consument of de belastingbetaler ook opdraait voor de meerkosten. De Universiteit van Maastricht zal zijn gebruikers aanslaan voor de kosten, terwijl studiebeurzen worden bevroren. Renteloos bijlenen voor de studenten dus, waarbij de rentekosten omgeslagen worden naar de Nederlandse bevolking. Net zoals bij Orbis, waar de collectieve verzekering wegens te hoge medische declaratiekosten dankzij grappen als het Startrek ziekenhuis veel te duur wordt.
Stokpaardje
De grote projecten zoals hierboven geschetst, die zien op de collectieve sector of simpelweg de lokale bevolking, zijn maar enkele voorbeelden van de massa incompetentie in openbaar bestuur en halfgeprivatiseerde instellingen. Want hoewel de dromers der neoliberalistische stromingen – sommigen tot op de dag van vandaag – denken dat privatisering het antwoord op alles is, is de privatisering van het nutswezen (inclusief banken, wat in concreto een nutssector is) een faliekante mislukking. Bovendien drukken de kosten van die privatisering nog steeds op de collectieve rekening. Want de aanbestedingsflaters van Servatius en Orbis worden gewoon collectief omgeslagen middels directe- of indirecte lastenverhogingen. De student die meer voor zijn kamer, studie of sport betaalt en de collectief verzekerde Nederlander die extra betaalt voor de opgepimpte verzorging in Sittard.
Vooruitgang is een mooi streven. Maar het dient te gebeuren met de menselijke maat, binnen redelijke grenzen. Overheden waren traditioneel tamme en trage volgers, maar tegenwoordig zitten overheden voorin de markt. Het zijn trendzetters geworden. Noem dat maar vooruitgang, maar in wezen is er sprake van ambities en doelstellingen die sec voorbij gaan aan de basisbehoefte die openbaar bestuur heet. Nergens is bedoeld dat openbaar bestuur de taak heeft grensverleggend in de openbare ruimte te ondernemen. Maar men doet dit wel. De vermaledijde PPS constructies – de Publiek Private Samenwerkingen – leveren overheden op die in tandemformatie ondernemen. Dat ondernemen doen die overheden met het door burgers verschafte werkkapitaal. De vroeger o zo ontnuchterende nut- en noodzaaktoets is volkomen uit beeld aan het raken. Overheden kijken naar de buren, willen zich profileren. Een enclave als Maastricht die zich versus universiteitsteden als Amsterdam en Leiden wil profileren als de internationalistische universiteit van Nederland. Ja, het hoger onderwijs heeft het maar slecht. Geld gaat tegenwoordig op aan faciliteiten, uitstraling, allure, maar voor de werkelijke instellingsdoelstelling – kwaliteitsonderwijs – blijft steeds minder over. Lang leve de privatisering en zelfstandigheid.
Met die dramatisch snel gestegen ambitieniveaus in openbare bestuur en periferie is de competentie totaal niet meegegroeid. Deze instellingen en besturen ontberen de kennis. Zoals Arnold Heertje terecht aanmerkt, zijn het beunhazen die het openbaar bestuur vormen. En uitzonderingen daargelaten, is dat een gegeven. Zou een oprecht objectieve commissie van deskundigen in Nederland de grote en grotere aanbestedingen in den lande eens gaan toetsen op doelmatigheid en projectbeheersing, dan zou Nederland een aardschok meemaken als de resultaten ongecensureerd zouden worden gepubliceerd. Geen geregisseerde tragikomedie als de Bouwfraude, die slechts mild oordeelde over de incompetentie van het openbaar bestuur, maar een zwartboek der aanbestedingsblunders.
Maar bestuurlijk Nederland verdedigt zich conform de Dales norm. De bekende Pontius Pilatus stijlfiguur. Victor Molkenboer was de Leiderdorpse Dales, volkomen wars van enige zelfreflectie. Maar wel gauw weggesolliciteerd richting Leerdam, voordat de aarde te heet onder de voeten werd. Nee, aan Victor lag het niet. Aan zijn PvdA ook niet. Die hielden zelfs met natte voeten op de brug, het zinkende schip virtueel drijvend door te wijzen op de komende alles compenserende meevallers. CDA en GL huilden als dommige wolven mee in het bos. Het is tegenwoordig dus een standaardopstelling van een gemeentebestuur. Men neemt niet eens verantwoordelijkheid meer. Iedereen is gek, behalve zij. Hoe grotesk karikaturiseert men daarmee in feite de onhoudbaarheid van het huidige openbare bestuur.
Mijn stokpaardje is daarmee weer van stal. Het is hoog tijd voor een grondige herziening van het openbare stuur. Regionale competentiecentra zijn noodzakelijk. Grote bestuursentiteiten die qua grootte stadsprovincies vormen. Een werkelijke aansprakelijkheid voor openbaar bestuurders, en geen politiek verantwoordelijkheid op afstand met een riant wachtgeld. Aansprakelijkheid, ook als men inmiddels elders in het openbare bestuur aan de slag is. Daarbij de mogelijkheid van tussentijdse gemeentelijke verkiezingen in plaats van de zekerheid van vier jaar besturen. Ambtenaren veel meer loskoppelen van het politieke bestuursdeel dat college heet. De wijze waarop ambtenaren door colleges worden gedwongen politiek correcte nota’s en begrotingen te leveren riekt naar valsheid in geschrifte. Maar wel op legale wijze, zoals het wettelijk is voorgeschreven.
Ik wacht echter nog steeds met smart op de politieke partij die het aandurft om de kwestie van de kwaliteit van het openbaar bestuur aan te kaarten, op de agenda te zetten. Niet de populistische spasmen van D’66 met volkomen zinloze natte kreten als gekozen burgemeesters of premiers. Populisme ten top. Nee, durf eens het mes te zetten in ‘verworvenheden’ als de zich tegen ons kerende ongekwalificeerde democratisch gekozen volksvertegenwoordiger of de buitengewoon beperkte aansprakelijkheid van bestuurders. Durf eens voor te stellen provinciaal bestuur – een erfstuk uit onze republikeinse tijd – op te heffen en Nederland op te delen in een 25 regionale besturen. Af van de 450 gemeentebesturen, af van de moloch van 13 provinciale staten. Wie durft? Wie of wie?
Allert Goossens










Zouden ze mijn stuk gelezen hebben? Kan toch geen toeval zijn :D
http://www.nu.nl/algemeen/2089512/raad-van-toezicht-servatius-stapt.html
A. Goossens
25 september 2009
Allert,
een doorwrocht stuk.
Net als ik (AOW en pensioen flauwekul) berijd jij een stokpaard wat niet vaak genoeg bereden kan worden, de bestuurlijke incompetentie en de daar aan te verbinden verantwoordelijkheid.
Eén door levenswijsheid opgedane ervaring is echter dat wie je waar ook voor verantwoordelijk zou willen stellen, zeker bestuurders, de indekvarianten zullen toenemen, in vorm en omvang.
Je ziet het in de hele maatschappij op elk front. Te beginnen met ouders die hun opvoedkundige verantwoordelijkheid leggen bij de peuterspeelzaal, later de school, de buitenschoolse opvang, de straat en de staat, maar niet bij zichzelf.
Bestuurlijk kijk ik graag naar de ogenschijnlijke details, die door veelheid een verzameling vormen, groter dan de in het oog springende zaken. Daar voel ik me dan weer een eenling in.
Kijk bijvoorbeeld naar de bocht in de Willem Alexanderlaan.
Legio adviezen, de bocht was desondanks te krap en uiteindelijk is niemand aansprakelijk.
Daarna weer langdurig verstoring om deze bocht op kosten van…? te reconstrueren. Daarna weer vele opstoppingen omdat er binnen een jaar verhoogde bushaltes moesten komen omdat er hoe dan ook een bus moest worden omgelegd. Nu dicht voor reconstructie in het kader van de aan en afvoer in het kader van W4. Daarna verkeersregeling omdat de belasting van het kruispunt ongehoord groot gaat worden (twee volle en twee lege vrachtwagens per minuut kruisen hier. Een volle wagen uit het grondverzet laten optrekken kost enige tijd, zeker twee en een verkeersregeling die reeds na een minuut na eerste groen de hele cyclus heeft doorlopen en weer op groen staat, daar geloof ik niet in. De praktijk zal wel uitwijzen hoe veel weerbarstiger zij -die praktijk dus- is dan de theorie) Na deze horde sluiten de vrachtwagens dan elk half uur aan op de opstopping doordat de daar rijdende bus stopt (of de haltes, als dat geen probleem is liggen er umsonst). En zo voort.
En de weg is ongeveer anderhalf jaar open, in ieder geval nog geen twee jaar, waarin zich geen nieuwe feiten aandienden, alles was vooruit voorzienbaar.
En één observatie in dit dorp, zoals ik het zie en ervaar. Ambtenaren hier schrijven geen door het college gewilde stukken, ambtenaren schrijven, op momenten dat het hen uit komt, stukken en laten die het college door de commissie en raad loodsen.
Stukken worden soms verdedigd in de trant van de Wim Kan conference waarbij onze toenmalige koningin Juliana de verhoging van accijnzen voor alcohol en tabak moet aankondigen in de troonrede met net een aantal huwelijken van haar dochters voor de deur.
Jouw voorstel van een aantal Kreissen met opheffing van een aantal gemeentegrens overschrijdende taken en provincie ondersteun ik. Overigens begreep ik bij een recent bezoek aan Oxford dat ook daar een aantal\
wouter deelen
2 oktober 2009
Wouter, er schijnt een stuk van je reactie te zijn weggevallen. Gebeurt op deze site helaas wel vaker …
Ik begrijp je punt betreffende de WA weg. Ik vind overigens dat slechts verwijtbaar t.a.v. de eerste te krappe bocht. Hoewel ik niet weet wie daarvoor verantwoordelijk was, was dat een denk- of uitvoeringsfout. Het feit dat de WA weg nu voor zwaar bouwverkeer wordt misbruikt, is ook niet te vermijden. Ik denk dat de WA weg – ook nu reeds aangelegd – uitstekend werkt voor Leiderdorp. Of bij de financiering rekening is gehouden met de extra slijtage, betwijfel ik zeer. Zoals je weet heb ik als LL commissielid indertijd overzichten gevraagd van tot bouwweg aangewezen wegen, juist met de motivatie die wegen te monitoren op gevaar (vervuiling zorgt voor gladheid of opspattende stenen) en extra slijtage. Het is aan de gemeente om met RWS af te stemmen in welke mate men gecompenseerd wordt voor die bouwschade. Als dit niet is geregeld kan de gemeente ook nog aanspraak maken op onrechtmatige daad.
Overlast voor de buurt door de stremmingen is evident. Ik geloof dat we ons moeten realiseren dat dit soort bouwprojecten te allen tijde ergernis en last meebrengen, en dat een gemeente als gastheer slechts beperkt sturend kan optreden. We moeten wel oppassen onze vaak terechte grieven niet buitenproportioneel te laten rusten op schouders die de oorzaken niet of nauwelijks kunnen beinvloeden.
Ambtenaren schrijven maar al te vaak wel degelijk op of voor wat hen politiekbestuurlijk wordt gedicteerd. Ik heb het met eigen ogen geconstateerd bij cliënten van mijn bedrijf en weet dat het in gemeenten maar al te vaak voorkomt dat beleidsambtenaren of directieleden heel sterk door het DB worden (bij)gestuurd. Dat neemt niet weg dat ook ambtenaren grote fouten maken. Precies de reden voor mij te opteren voor grote stadsregio’s met centrale competentiecentra, ter voorkoming van de vele schaaltje 9 ambtenaren die schaaltje 12 (of hoger) beslissingen moeten nemen.
A. Goossens
3 oktober 2009
Allert je leest naast mijn reactie, jammer.
Het gaat er niet om of de bocht een uitvoeringsfout was en het nut van de Willem Alexanderlaan en de overlast van het bouwverkeer maar om het feit dat binnen een jaar daar vier keer aan hersteld en gewerkt moet worden met afbreken wat weken eerder werd opgebouwd, gewoon boerenverstand denkwerk.
En wat jij bij je klanten ziet klopt, maar maak de oversteek en lees dat ik in Leiderdorp sterk het gevoel heb dat hier niet het DB, zijnde het college, de sturing geeft maar het ambtelijk apparaat. Legio voorbeelden in prioriteitsbesteding etc. Wat jij bij andere klanten aantreft is waar, maar ging het hier niet om.
Wouter
wouter deelen
4 oktober 2009
Nu ja, mij gaat het wel om verwijtbaarheid en aansprakelijkheid Wouter. Het maakt nogal een verschil of een aanpassing door een fout van een gemeente of een aannemer geschiedt. Maar in feite begrijpen we elkaar best wel.
En hoe de gemeente Leiderdorp als het PvdA roosje schuttert, blijkt wel als men naar het nieuwe streekplan WA kijkt, waarin de nog maar net droge rotonde Acacialaan / Ericalaan / Hoogmadeseweg opeens een kruising MOET worden … Ongelofelijk. Overigens vind ik het al lachwekkend dat die Hoogmadeseweg nu opeens welgeteld één 30 km bord telt. De weg voldoet in het geheel niet aan de 30 km zone criteria. Gewoon lekker 50 rijden. Als je geflitst wordt naar de rechter stappen en wordt de boel teruggedraaid. Half beleid, zoals men ook altijd op de Achthovenerweg terzake heeft gevoerd. Regelrechte schande.
Als je dan die arrogante stemmige kop van die Zonnevylle weer op het journaal ziet met zijn famous thirty seconds, omdat hij zo nodig opeens compenserend zijn mening moet geven over de Kroonprins zijn villa en de gage van het KH, dan denk ik bij mezelf, wat doet Leiderdorp nog met die despotenburgemeester? De man heeft half ondernemend Nederland op 30 april verplicht zware kosten laten lijden, omdat we zo nodig van hem nationale rouw moesten voelen en wil dit nu snel compenseren door het KH even de maat te nemen. Populist. Ik hoop dat ze figuurlijk zijn benen breken en zijn lintjesbaantje hem wordt afgepakt. En dan direct maar die wet van Nadorst erin dat burgemeesters maximaal drie periodes mogen zitten. Hoog tijd dat Zonnevylle de kuierlatten ombindt. Want in zijn eigen dorp bakt hij ze donkerbruin, puur wanbeleid. Bandeloze wethouders, zwabberbestuur en ongelofelijk wanbeleid. Maar wel op de nationale tv even een instituut de maat nemen. Prima hoor, inhoudelijk helemaal mee eens met die kritiek op het KH. Maar niet uit zijn mond! Heb eerst maar eens je eigen zaakjes op orde. Maar dan geeft narcisus Zonnevylle niet thuis. De fluim.
A. Goossens
6 oktober 2009
Om met Kaatje Kater instemmend te spreken hear, hear.
wouter deelen
6 oktober 2009
Vandaag weer zo’n pracht bericht in het nieuws. Het nieuwe (volkomen overbodige) pareltje van onze Koninklijke Marine, de nieuwe JSS (Joint Logistic Support Ship) wordt geen 265 miljoen euro, maar 364 miljoen. Slechts 99 miljoen duurder ofwel 40%. Volgens het persbericht van defensie komt dit door infaltiecorrecties (!) en strengere milieu-eisen.
Inflatiecorrectie. Dat is een standaard leugen tegenwoordig voor overheidsoverschrijdingen. Kosten die standaard in elk plan zijn verwerkt, maar die verbonden zijn aan een inschrijfprijs. Zoals alle militaire middelen van formaat is de JSS gewoon aanbesteed. Prijs stond dus vast.
Nee. De crux van het verhaal is dat het schip door talloze wijzigende eisen zoveel duurder wordt. Zo moet het schip ook een voorname rol in de commandovoering op zee – met internationale staven aan boord – kunnen vervullen. De Nederlandse marine wil ook daarin een leidende rol. Al net zo zinvol voor onze piepkleine marine als onderzeeërs, twee amfibische schepen en geleide wapen systemen voor kruisraketten, terwijl Nederland nooit in de hoogste geweldsspectra mee wil draaien.
Het is ongelofelijk hoe in dit geval de TK zich om de tuin laat leiden. Alhoewel, Jack de Vries staat in de TK voor de klas als het materieel betreft. De wethouder Hekking van Defensie. Jack de Vries kennen we in Leiderdorp goed. Liegt als eerste reflex, draait als tweede reflex. Dat alles geserveert met een onuitwisbare (uit)lach op die gladde bakkus. Het is toch ongelofelijk dat een eerste prijsmutatie naar de Kamer direct 40% extra betekent? En dan krijgen we de JSF ook nog voor de kiezen straks.
Overigens natuurlijk gisteren ook enig nieuws vanuit een andere maritieme hoek. Het feestproject in Rotterdam, van voormalig HAL schip SS Rotterdam. Gisteren meldde Minister van der Laan dat er weer 28 miljoen euro bijkomt, bij het gierend uit de hand gelopen kostenplaatje. Dat zijn echt de laatste extra kosten, beloofde de Minister.
A. Goossens
5 november 2009
http://www.nu.nl/binnenland/2144211/besluit-noord-zuidlijn-was-verkeerd.html
Herkent u de parallellen met het Leiderdorpse W4 project?
A. Goossens
15 december 2009
Citaat uit reactie van de PvdA fractie in Amsterdam:
“De PvdA vindt dat de positie van het college van burgemeesters en wethouders niet ter discussie staat. Volgens de partij zijn meerdere stadsbesturen en gemeenteraden verantwoordelijk voor het debacle. “Wij voelen absoluut niets voor zwartepieten en moddergooien”, aldus de PvdA. “Daar schieten we helemaal niets mee op.”
Kennelijk is de PvdA opleiding voor Raadsleden zo vorm gegeven, want telkens als de PvdA de partij is die in het hart van de schuldvraag staat (kortom: hoofdschuld draagt), dan meldt men dat zwartepieten en moddergooien van hen niet mag. Thunnissen en MacDaniel lulden net zo uit hun nek. De beroepsjokkebrokkken! Ze wilden graag gespaard worden. De beide schandvlekken zitten nog steeds in Leiderdorp in de politiek. Thunnissen gaat gelukkig weg, maar MacDaniel, een misleider van groot formaat, gaat op voor zijn lintjestermijn (ofwel, de derde).
De Amsterdamse GL fractie is in tegenstelling tot de Leiderdorpse wel bij de les gebleven. Zoals de Leiderdorpse VVD in de vorige periode waarschuwde, zo deed GL dat in Amsterdam:
“Wij hebben toen al gezegd: je kunt nooit de financiële risico’s dragen, het is niet goed uitgezocht en de financiële afspraken met het Rijk deugen niet“.
Het is weer duidelijk. Er is sprake van een structureel wanbeleid bij de laagste overheden als het aankomt op dit soort mega-ambitieuze projecten.
Hoe lang gaat het nog duren voordat Nederland bestuurlijk grote stappen gaat maken? Want met het gehobby van incompetente gemeenteraden mag men dan denken een of ander democratisch iets vorm te geven, maar democratisch naar de verdoemenis gaan voelt echt niet lekkerder dan ietsje minder democratisch de zaak redden. Op naar een technische (technocratischer) beleid!
A. Goossens
15 december 2009