Pikmeer of pik minder
In 1996 bewees de Hoge Raad dat zij een onderdeel uitmaakt van een feodaal systeem doordat zij de Orwelliaanse wijsheid ‘some pigs are more equal than others’ bevestigde als maatstaf binnen een parlementaire democratie voor bestuurlijke dwaling en/of bestuurlijk verwijtbaar onjuist handelen.
Het is ronduit shockerend dat in een parlementaire democratie een wettelijke voetnoot bestaat die het openbaar bestuur immuniseert. Het verhoudt zich zeer slecht met de fundamenten van een democratie, want het refereert immers aan de ondergeschiktheid van het persoonlijke belang aan het landsbelang. Dat soort overwegingen passen meer bij marxisme of fascisme dan bij democratie.
Het infame Pikmeer arrest verwijst naar een kwestie waarbij een ambtenaar welbewust een illegale sliblozing initieerde die de provincie veel geld bespaarde. Het zwaar verontreinigde slib had echter nooit op die locatie – het Pikmeer – mogen worden geloosd. Rechtbank en Hof veroordeelden de ambtenaar, maar de salonfähige überrechters van de Hoge Raad – de ‘ons kent ons’ inner circle van onze rechtsprekende zuil – achtte dat de ambtenaar in zijn functie het algemeen belang diende, strafrechtelijk niet vervolgbaar was en dus in de zin van het strafrecht onschendbaar was. Een feodaal oordeel dat zijn weerga niet kende.
In 1998 kwam er een beperkte aanpassing van het arrest doordat een uitspraak – bekend geworden als het Pikmeer II arrest – bepaalde dat bestuurlijke handelingen die ook als private handeling konden worden gezien wel toetsbaar zouden blijven aan het strafrecht. Een schrale troost.
Immuniteit was voorheen slechts voorbehouden aan de centrale overheid. Men kan zich in goede moede afvragen of dát al wel gewenst is. Hoewel een ieder zich vermoedelijk zaken van algemeen (lands)belang kan voorstellen die inderdaad zouden moeten worden geïmmuniseerd, is voor decentrale overheden goed beschouwd geen rechtvaardiging te vinden voor immuniteit.
In tegendeel, het wordt tijd dat Nederland zich eens gaat afvragen of de zeer beperkte afrekenbaarheid van bestuurders niet eens flink onder de loep moet worden genomen. Het is toch in wezen bizar dat bestuurders – als ze al bestuurlijk afrekenbaar zijn (ze zijn immers vaak allang gevlogen als een verwijtbare kwestie bekend wordt) – als meest ernstige consequentie hun portefeuille moeten inleveren om elders emplooi te zoeken met als bonus riante wachtgeldregelingen en pensioencompensaties?
Het huidige systeem betekent dat men aan alle kanten gefaciliteerd wordt om de zorgvuldigheid van besturen ondergeschikt te maken aan de verantwoordelijkheid die men draagt om goed te besturen en namens de kiezer – de burger – goed op de winkel te passen. Men wordt aan alle kanten gefaciliteerd om megalomane plannen te ontwikkelen, zonder dat men werkelijk afrekenbaar is op de juistheid van budgetten en werkzaamheid van die projecten. Pikmeer faciliteert de bestuurder immers in diens onschendbaarheid en daarom kan men gechargeerd stellen: Pikmeer faciliteert de bestuurder om ongestraft meer geld van de burger te pikken dan voor goed beleid noodzakelijk is.
Onschendbaarheid van de lokale politiek
De onschendbaarheid der bestuurders strekt heel ver. Want heel veel dat een ambtenaar of bestuurder aan handelingen verricht valt onder de bescherming van Pikmeer I en II. In feite vrijwel alle handelingen om projecten – van welke aard dan ook – door de politieke gremia te loodsen. En juist in dat traject gaat ongehoord veel verkeerd.
De kranten staan er dagelijks vol van. Overschrijdingen zijn aan de orde van de dag, en worden in de regel door de verantwoorde bestuurders met een kleurrijk palet aan excuses vergoelijkt. Wellicht dat we dergelijke bestuurlijke spasmen voortaan maar ‘ateliers’ moeten gaan noemen. Als er ergens echter per ongeluk een meevaller is – in jargon een ‘onderschrijding’ – dan zoekt de politiek vaak zelf op meestal vrij ongegeneerde wijze de pers. De Zalm act van de triomfantelijk met de baten zwaaiende bestuurlijke penningmeester wordt dan vaak opgevoerd, veelal met een jolijt uitstralende foto van de bestuurder in kwestie ernaast.
De bron van alles is dus het bestuurlijk traject. Kortom, het traject dat onder de kloeke vleugels van Pikmeer I en II valt. Het kan geen toeval zijn dat een geval met juist die naam het label vormt voor de faciliteit van de bestuurder om ongegeneerd projecten financieel onjuist – dat betekent ‘te laag’ – in te schatten en zodoende de burger op termijn op kosten te jagen. Het is echter typerend voor de bestuurlijke mores om zodanig te handelen. Als een tegenvaller maar goed verklaarbaar is dan is het vertrouwen groot dat er geen politieke – laat staan persoonlijke – schade wordt geleden. Een creatieve vrijbrief voor wanbeleid.
In onze buurgemeente Leiden is een commissie momenteel bezig te onderzoeken waar het in dit bestuurlijke traject toch steeds fout gaat. Ach ja, op zoek naar de bekende weg met een vooraf bekende uitslag. De ambtenaren van Leiden klagen al lange tijd steen en been dat zij onder bizarre druk worden gezet om het woord van de hun toegewezen wethouder te spreken. Elders is dit niet anders. Wethouders en ambtenaren, Schout en Schepenen, het is een spanningsveld waar de ambtenaar zich vrijwel altijd kansloos weet tegenover de wethouder. Wethouder zegt u? Tja, zelfs de etymologische betekenis van dat begrip voelt aan als een klemmende schoen …
Het is bekend dat wethouders meestal ambiëren om niet anoniem de geschiedenis in te gaan. Ze willen niet als ‘store-keeper’ maar als ‘store-expander’ de boeken in. Progressie is vooruitgang, zo meent men vaak, en dus gaat men lekker ambitieus aan de slag. Maar in de praktijk is men zelden geoutilleerd om plannen verantwoord op te stellen, laat staan ze verantwoord uit te voeren.
De tragiek van de onkunde van een groot deel der bestuurders ligt in de criteria die men stelt voor een aanstelling tot wethouder. Onze wetgeving laat het land – lees de politiek zelf – vrijwel geheel vrij in de aanstellingsgronden voor bestuurders.
In feite is ieder individu dat volgens de wet handelsbekwaam is, gerechtigd om wethouder te worden. Als we dergelijke ruime criteria zouden hanteren voor de beroepen van chirurg of piloot, zou geen mens meer willen worden geopereerd of gaan vliegen. Maargoed, het verschil is dat de rekening van dergelijk dwalen natuurlijk wel erg snel en confronterend komt. Bij de politiek duurt het vaak jaren en dan is de vogel in kwestie allang gevlogen.
Het aanstellen van wethouders is geen volledige carte blanche. We hebben in de politiek een soort veiligheid ingebouwd. Om de ambities van B&W te beteugelen heeft men een volkskapittel aangesteld dat men als Gemeenteraad placht te duiden. Dat vehicle wordt eveneens niet dwarsgezeten door enige kwalificerende eis. Men moet handelsbekwaam zijn, men moet van onbesproken gedrag zijn en liefst minimale belangenverstrengeling vertonen. Kortom, vrijwel iedere weldenkende nette burger met een IQ van 80 of meer kan in een gemeenteraad meebeslissen. De praktijk is dat gemeenteraden net zo vol zitten – mogelijk nog voller – met terzake toetsbare incompetentie als het dagelijks gemeentebestuur.
Hoe wenselijk is het om deze bestuursgremia, deze beslisautoriteiten, te ontbloten van vrijwel iedere vorm van selectiecriteria en bovendien bestuurlijk en persoonlijk zo goed als onschendbaar te maken? U voelt hem al, dat is zeer onwenselijk en toch is het allang een feit!
In feite zijn alle handelingen die plaatsvinden in de gemeenteraad, alle besluiten die daar worden genomen, bedekt met het generieke immuniteitsoordeel van de Hoge Raad met slechts uitzondering voor de zaken die de Raad bij wet heeft gedelegeerd aan B&W: privaatrechterlijke handelingen.
Ofwel, de wethouder die zich ‘aux pardon’ misrekend heeft bij een willekeurig project en de Raad als zodanig heeft misleid, is min of meer onschendbaar. De wethouder die opzettelijk – dat wil zeggen welbewust – de Raad heeft doen dwalen, is voor die welbewuste onoirbare handeling feitelijk onschendbaar. Althans, strafrechtelijk niet vervolgbaar.
Enschede en W4
Het Pikmeer arrest kwam weer nadrukkelijk in beeld toen bleek dat in Enschede een aantal ambtenaren had zitten suffen bij de vergunningverlening en handhaving t.a.v. SE Fireworks, de ontplofte vuurwerkopslag. Het arrest betrof een bestuurlijke handeling, maar één met grote gevolgen. Althans, de sterke geruchten daargelaten dat er ‘meer aan de hand was’ dan alleen een te grote hoeveelheid opgeslagen vuurwerk. Uiteindelijk kostte het mensen hun leven, werden de levens van duizenden ontwricht en die van honderden zwaar getraumatiseerd. In zo’n geval is er meer dan het basale wraakgevoel dat vraagt om rechtvaardigheid.
Als we dan kijken naar zaken die weliswaar menselijkerwijs beduidend minder leed aanrichten, maar lokaal maatschappelijk eveneens van bijzonder grote invloed kunnen zijn, dan praten we over grote projecten die achteraf blijken volkomen onjuist te zijn begroot. In Leiden kent men vele van dergelijke dramadossiers, in Oegstgeest had men er zo één en Leiderdorp heeft ook zijn eigen grote fiasco. Wij hebben W4 en we hadden Victor Molkenboer.
W4 is een project waar de gemeente zich aan alle kanten bestuurlijk heeft misdragen. Er is welbewust een budget bij de basisplannen neergelegd dat zwaar zou worden overschreden en dat vooraf – door kundige en eerlijke bestuurders – te voorzien zou zijn geweest. De twee belangrijkste posten waren pro memorie aangeduid, wat zoveel betekent als ‘ad hoc in te vullen’. Dat betrof onder meer de zeer kapitaalsintensieve post ‘infrastructuur’. Die post is goed voor het gros van het werkelijke verlies van het project, zeg maar circa 12 miljoen euro. De gemeenteraad heeft zitten slapen bij de besluiten die indertijd werden genomen en toen vlak daarna de VVD wakker werd en goed onderbouwde kritieken op het plan had, snurkte de rest van de Raad door. Alle vervolgbesluiten binnen het W4 traject werden genomen met raadsmeerderheid.
Uiteindelijk leidde het enkele jaren geleden tot een tekort van meer dan de aan Rijkswaterstaat af te dragen 18 miljoen euro op het autonome project. Door noodgrepen en afslanking van de ambitie is het tekort tot ca 12 miljoen teruggebracht, maar op het oorspronkelijke plan kwam men dus meer dan 18 miljoen tekort. Daarnaast sloot de gemeente een bijzonder slechte overeenkomst af met partners en Rijkswaterstaat. Een overeenkomst waarin de gemeente op haar beurt Rijkswaterstaat vrijwel onaantastbaar verklaarde. Dat betekent vrijwel zeker dat veel van het ongerief van het uitgestelde A4 tracébesluit voor rekening en last van Leiderdorp zal blijven. De tekorten zullen dus eerder nog verder oplopen dan verminderd worden.
De grote bestuurlijke animator achter deze tragedie zag de bui indertijd al hangen en solliciteerde zich plotseling wezenloos. Onder meer omdat de negatieve gevolgen van W4 nog niet officieel bekend waren, slaagde de persoon in kwestie erin om burgemeester van Leerdam te worden. Pas ruim na diens aanstelling werden de kwalijke gevolgen van zijn handelen in Leiderdorp bekend. De vogel was al gevlogen.
Onderwijl werd zijn opvolger lange tijd gespaard, wat gevoelsmatig vermoedelijk terecht was. Zijn partij – de PvdA – blijft tot de dag van vandaag volhouden dat er geen sprake was geweest van verwijtbaar handelen door de politiek. Dat Leiderdorp op het W4 project in oorspronkelijke vorm meer dan 18 miljoen euro tekort kwam blijft voor de PvdA onverklaarbare pech. Intimi weten wel beter, het was zuiver wanbestuur met de PvdA aan het roer, maar een gedweeë bemanning van vier andere politieke partijen.
Maar voor dat wanbestuur kon niemand zijn verantwoordelijkheid meer nemen. En voor zover dat wel zo had kunnen zijn, was een ontslag met riante wachtgeldregeling de bestuurlijke kous geweest voor de ervende bestuurder in kwestie. Na diens ontslag zou de kous dus af zijn geweest en zou de gemeenteraad van Leiderdorp – zwaar medeplichtig – gewoon weer zijn overgegaan tot de orde van de dag …
De wenselijkheid van afrekenbaarheid
De afrekenbaarheid van bestuurders in Nederland is bijzonder slecht geregeld. Onze zogenaamde democratische normen en waarden gebieden kennelijk om een bestuurshuis te bouwen waarin men nauwelijks eisen aan de bestuurders hun capaciteiten mag stellen, waarin men hen als bonus vrijwel immuniseert en waarbij een ontslag – onwillekeurig de aanleiding – leidt tot een gegarandeerde riante wachtgeldregeling. Het faciliteert de mogelijkheid dat willekeurig iedere burger de facto bestuurder kan worden en dat deze bestuurder vrijwel onschendbaar is.
In welke mate beantwoordt dit systeem nu aan de rechtvaardigheid en de kwaliteit van bestuur?
Aangezien het recht zijn beloop krijgt, is volgens de wet sprake van rechtvaardigheid. Dat verhoudt zich echter bijzonder slecht met de rechten en plichten die een werknemer bij een willekeurige werkgever heeft. Een werknemer is aansprakelijk voor welbewust onzorgvuldig of kwaadaardig handelen, zowel privaatrechtelijk als strafrechtelijk. Dat is de eerste ongelijkheid. Zijn werkgever is bovendien zowel privaatrechtelijk als strafrechtelijk aansprakelijk jegens een mogelijk gedupeerde derde. Dat is de tweede ongelijkheid. Maar er is ook nog zoiets als een basaal rechtvaardigheidsgevoel. En juist dat is zeer in het geding.
Het voelt voor burgers uiterst onrechtvaardig dat bestuurders vrijwel consequent wegkomen met hun bestuurlijke fouten. De kranten staan vol met overschrijdingen op gemeentelijke budgetten. Zelden echter worden er politieke gevolgen aan verbonden voor de verantwoorde bestuurders. Er wordt vaak nog eerder een ambtenaar geslachtofferd dan een politiek verantwoordelijke wethouder. Vertrekt de bestuurder in kwestie wel, dan kost dat gemeenten – en dus de burgers – tonnen. Dat is niet te bevatten!
Daarbij is de bestuurder regelmatig in staat – als enig politiek beheerder van een dossier – om de informatiestroom zodanig te beïnvloeden dat toch stiekem de politiek en het publieke domein zodanig worden geïnformeerd dat de verzachtende omstandigheden voor de bestuurlijke dwaling voldoende zijn om niet als bestuurder te worden geslachtofferd. Die mogelijkheden worden niet alleen aangegrepen om de misleiding in de basis al mogelijk te maken, maar ook juist vaak om de misleiding achteraf te kunnen camoufleren.
Aangezien voor de belasting- en heffingbetalende burger er slechts één vorm van genoegdoening kan zijn – het wegsturen van een verantwoordelijk bestuurder – is de remediërende psychologische werking van het wegsturen van die bestuurder relatief bijzonder groot. Andere vormen van genoegdoening zijn er niet, zo blijkt eens te meer uit het Pikmeer arrest. Men kan hoogstens bij de volgende verkiezingen een stem op een ander uitbrengen, maar iedere betrokken lokale kiezer weet hoe weinig er lokaal met het verstand wordt gestemd.
Men wordt als burger dus teleurgesteld in de afrekenbaarheid van de politiek. Niet alleen biedt de met een riante wachtgeldregeling vertrekkende bestuurder een schrale en vaak dure troost, maar de burger constateert dat de politiek en het ambtelijk apparaat onmiddellijk daarna weer over gaan tot de orde van de dag. De put wordt direct gedempt en een nieuwe gegraven. Klaar! De burger teleurgesteld en de bestuurder, ach, die was vaak toch al aan verandering toe. Hij vangt hetzelfde salaris, hoeft er nu ineens niets meer voor te doen en kan rustig uitzien naar een nieuwe baan. Welke werkelijke impuls had die bestuurder nu eigenlijk om in de eerste plaats zijn werk naar behoren te doen? Anders dan zijn mogelijk oprechte inborst? Geen!
Verbetering afrekenbaarheid
Het is dus zeer wenselijk dat er een andere soort van afrekenbaarheid komt voor falende bestuurders. Niet alleen omwille van het basale rechtvaardigheidsgevoel, maar vooral om een werkelijke prikkel in te brengen om kwaliteit te leveren, om fouten te voorkomen.
Ten eerste wordt het hoog tijd dat in Nederland opleiding- en ervaringseisen genormeerd gaan worden voor bestuurders. Thans wordt een algemeen geschiktheidoordeel over gelaten aan de lancerende partij [de partij namens wie een wethouderszetel wordt ingenomen] en in tweede instantie aan coalitie en gemeenteraad. Die procedure is veel te vrijblijvend en veel te vatbaar voor inschattingsfouten en coulance jegens iemands capaciteiten. Waarom wordt niet de maatstaf gehanteerd die grote gemeenten vaak toepassen als nieuwe wethouders tijdens een bestuursperiode worden geworven? Dan wordt meestal een commissie van aanstelling geformeerd die de kandidaten stevig aan de tand voelt. Het lijkt me een ideale standaard voor het aanstellen van wethouders in alle gevallen!
Ten tweede dient de strafrechtelijke immuniteit voor gemeentelijke bestuurders te worden afgeschaft. Er bestaan in feite geen zaken op gemeentelijk niveau die dusdanig het algemeen belang dienen dat zij immuniteit rechtvaardigen.
Ten derde dient de riante ontslagregeling voor bestuurders te worden afgeschaft in de huidige vorm. Het is van de zotte dat wanprestatie vrijwel automatisch wordt beloond met ongekorte wachtgeldregelingen en vaak aanzienlijke afkoopsommen voor ongerief en/of pensioencompensatie.
Het is noodzakelijk dat het vangnet voor de bestuurder wordt gekoppeld aan de aanleiding voor diens ontslag. Er moet zelfs de mogelijkheid ontstaan dat een bestuurder die de kluit regelrecht belazerd heeft of grove nalatigheid heeft getoond met niet meer dan de maximale WW-uitkering wegkomt. Dat is voor vrijwel alle bestuurders in de huidige wachtgeldregeling een fikse terugval.
Tenslotte dient het zo te zijn dat bestuurders het oordeel over hun handelen niet kunnen overdragen aan hun opvolger. Dat is nu wel de praktijk. De opvolgend portefeuillehouder erft de schuld ook al heeft hij of zij part noch deel aan de feitelijke schuldvraag. Het zou zo moeten zijn dat de oorspronkelijke ‘dader’ zich niet kan verschonen en in zijn nieuwe ambt of betrekking hetzij bestuurlijk hetzij privaat- of strafrechtelijk in de schuld kan worden aangesproken. Met andere woorden: hoofdelijke aansprakelijkheid.
Een dergelijk nieuw sanctioneel regiem zal vele mensen schuw maken voor het ambt van wethouder. Dat kan men als negatief bijeffect zien. Tegelijkertijd wordt enorm onderschat hoe schadelijk de bestuurlijke flaters en dwalingen zijn voor lokale gemeenschappen en economieën. Met de toenemende decentralisatie zullen ook de effecten van lokaal bestuurlijk falen steeds meer toenemen en zullen de koopkrachteffecten ook steeds meer voelbaar worden.
Met de toename van importantie van lokaal bestuur is er (dus) eveneens een sterk toegenomen vraag naar afrekenbaarheid van de bestuurders. Het vrijblijvende karakter van lokaal bestuur moet worden omgevormd naar een professioneel niveau met een professioneel afrekenmodel. Dat zal niet alleen beantwoorden aan een gevoel van rechtvaardigheid bij burgers, maar eveneens de burger het gevoel geven dat de onaantastbaarheid van bestuurders sterk wordt verminderd. Juist een dergelijke impuls – de bestuurder die weer een tastba(a)r(e) en kwetsba(a)r(e) functionaris én mens wordt – zal bijdragen aan een aanzienlijke verkleining van de afstand tussen burgers en politiek.
Bovenal zal het bestuurders bewust maken dat hun beleid kwaliteit verlangt en dat opportunisme en overambitie zijn prijs kent. Juist dat besef zal de algemene kwaliteit van beleid verbeteren. Als een gemeenteraad en de burgerij weten dat de bestuurder in kwestie zich ook als persoon verbindt met een dossier, zich bewust is en weet van zijn persoonlijke aansprakelijkheid als hij anderen (al dan niet opzettelijk) doet dwalen, dan zal dit vast en zeker leiden tot een veel reëler ambitieniveau binnen gemeenten en een sterke verbetering van de beheersbaarheidcomponent.
Het adagium moet dus niet zijn Pikmeer, maar Pik Minder!
Allert Goossens











Allert,
In een adem gelezen en wat ben ik het met je eens.
Geen stuk om verder met voorbeeldjes van bestuurlijk te kort schieten en ambtelijk dwalen op lokaal niveau van haar voetstuk te stoten.
Dat leed komt wel op een ander moment.
Wel een passend voorbeeld bij dit verhaal is een uitspraak van de rechtbank in Breda in een belastingkwestie waar de rechter onder meer zegt, De rechter oordeelt niet over de (on)redelijkheid van de wet.
Dat maakt de cirkel rond.
Dat maakt de weg vrij voor de bestuurders om hun gang te gaan zoals die gaan en ………..
laat ik je niet gaan herhalen, je stuk is me uit het hart gegrepen.
Bedankt,
Wouter
wouter deelen
18 juli 2008
Dank Wouter. Ik kan me voorstellen dat het jou aanspreekt. Ik denk vele luyden. Als je de kermis in Leiden nu een beetje volgt, dan sla je toch achterover van de zelfgenoegzaamheid van het gilde bestuurders aldaar? Onze lokale despoten doen er niets voor onder. Recent de drammerige Peter Glasbeek met zijn totaal overbodige busbaan, ontkenning dat IKEA enige verkeerstoename zou veroozaken en de trambaan naar dat even verkeersluwe (quod non) IKEA. Gardeniers met zijn trotste dividend meevaller van de door ons burgers zelf betaalde extra NUON en ESSENTE winst en Wassenaar die maar blijft volhouden dat W4 geen schandalige flater is. En als klap op de vuurpijl een bestuursconcern dat een nieuwbouw gemeentehuis afdwingt omdat het 35 jaar oude bestaande gebouw volkomen non-conform ARBO zou zijn! 90% van Nederland woont en werkt in oudere onderkomens, maar de Leiderdorpse ambtenaren schreeuwen moord en brand en worden beloond met een gloednieuw gemeentehuis. Terwijl we nog even ruim 12 miljoen tekort komen!
Enfin, laat ik mij niet uitputten door een nog veel langere lijst bestuurlijk dwalen tegen de deur te spijkeren. Het is hoog tijd dat bestuurders werkelijk afrekenbaar worden. Moet je eens kijken hoe de projecten overal dan eens stilvallen … Dan ziet men ineens kansen in duurzaam (her)gebruik en blijven lokale lasten ineens beheersbaar.
Allert Goossens
18 juli 2008
Allert,
Ik moet me bedwingen om niet een grosslist aan bestuurlijke en ambtelijke fouten en blunders te noemen, in aansluiting op jouw voorbeelden uit je reactie.
Maar volgens mij doet dat af aan het aspiratieniveau van je column.
Een onschuldige dan en nu uit het Leiderdorpse ambtelijk apparaat, waarvan we afhankelijk zijn en wat werkt onder verantwoording van het poltitieke bestuur.
Toen Hoofdstraat 134 een serre wilde bouwen, kon dat niet, omdat het huis niet in de gemeentelijke administratie stond en dus niet bestond. Dat heeft veel voeten in aarde gehad, maar de serre staat er en is een aanwinst.
Hoofdstraat 132A en 132 zijn in 1994 opgeleverd. Volgens de gemeentelijke administratie is Hoofdstraat 132A uit 1990 en Hoofdstraat 132 uit 1950.
Jouw roep om verantwoording is ook doorgedrongen bij de politiek.
De verdedigende truckendoos is al wijd opengezet.
Handig onloopt onze premier de discussie over de slechte bestuurlijke kwaliteit door mensen die de vinger op de zere plek leggen, zoals jij en ook ik doe, te bestempelen als gemankeerde mensen die geen oog hebben voor de vooruitgang.
Daarmee de inhoud ontlopend en gaan diskwalificeren op humeur of iets dergelijks.
En de politiek komt er steeds mee weg.
De burger heeft het te goed en laat het lopen en creeert zo de ruimte.
Daarom is de laatste zin uit je column de slagroom op de taart.
Dit stuk van jou zou zo de serieuze pers in kunnen.
Groet,
Wouter
wouter deelen
18 juli 2008
In 1 woord : chapeau !
Mirjam
20 juli 2008
Meesterlijke column Allert. Ik sluit me aan bij Wouter wat betreft de opmerking: “Dit stuk van jou zou zo de serieuze pers in kunnen”. Een column waar een groot deel van ons bestuur eens goede nota van zou moeten nemen.
Op wat je in je reacties aangeeft, ga ik niet in. Op de een of andere manier komen wij hierover in conflict terwijl de neuzen wel dezelfde kant op staan (weliswaar vanuit een andere invalshoek). Vind het ook niet gepast in deze column.
Het gaat per slot van rekening over de inhoud van de column en die is subliem.
Sjoerd Postma
20 juli 2008
Allert,
Normaal reageer ik nauwelijks of nooit op columns, doch deze keer kan ik me niet inhouden. Geweldige, in één adem gelezen, column. Ik hoop dat velen in het (politiek) circuit in ons dorp dit uitstekende column-werk van jou lezen en er (desnoods alleen voor henzelf) iets mee doen; dán alleen is er wat bereikt!
Gr. Simon Weeda
Simon Weeda
21 juli 2008
Allert, Mirjam, Sjoerd en Simon
Het is te hopen dat in ieder geval de raad nu gaat inzien dat niet elke misstap of flater of wat dan ook een incident is, maar dat de verzameling aan incidenten aangeeft dat er structureel wat goed mis is.
Lees een paar jaar columns stelselmatig terug en het zelfde mismanagement komt onder steeds andere titels en andere onderwerpen weer terug.
Vandaar mijn onderstreping van de laatste zin van Allert zijn betoog. Beste burger pik niet alles, wees op uw gemeente bestuur net zo kritisch als u op andere, u nader aan het hart staande, zaken bent.
Toen ik een jaar geleden uit de commissie stapte was ik te ongeduldig om de verbeteringen af te wachten heette het. Het is daarna alleen nog maar in pijlsnelle richting neerwaarts gegaan, een afdaling waarmee door een vaardig renner een Tour de France etappe gewonnen zou kunnen worden, maar waarmee een dorp toch echt in het ravijn belant.
En of je Pontiac dan nog tikt, dat is niet relevant.
Wouter
wouter deelen
21 juli 2008
Er is iets structureel mis met het Leiderdorpse openbaar bestuur. Dat is een stelling die ik vanuit mijn functie niet zomaar kan of mag onderschrijven.Feit is wel dat het aantal “incidenten” aanzienlijk hoger ligt dan in vergelijkbare plaatsen. Daarvoor hoef ik slechts mijn archief met dat van mijn collega\’s te vergelijken. Ook ik ben niet gewoon om op deze veelgeprezen site te reageren, maar aan vier van de vijf personen die tot nu toe hun mening gaven, wil ik wel het volgende vragen. Jullie hebben of hadden de kans om er iets aan te doen. Maar twee van jullie stapten bewust uit de politiek. En twee anderen maken nog wel deel uit van het lokale parlement, maar hun toon is daarbij heel wat milder dan doorgaans op dit forum wordt gebruikt.
Want het is inderdaad mooi, zo\’n column van Allert, maar ik weet als geen ander dat het geschreven woord veel aan kracht heeft verloren. Kortom, wat denken jullie, naast reageren op deze site, te gaan doen aan de door jullie geconstateerde misstanden in Leiderdorp?
Mvg Loman (Leidsch Dagblad)
Loman
22 juli 2008
Loman, goed dat je reageert hoewel de hoofdredactie van het LD dat vast anders ervaart.
Het is te makkelijk te stellen dat er twee mensen uit de politiek stapten en dat te koppelen aan ‘er dan kennelijk zelf niets aan willen doen’. Ik denk dat jij weet dat mijn reden uit de politiek te stappen niets van doen had met het onvermogen van een individu om het systeem te veranderen, maar met een onverenigbaarheid van modus operandi binnen mijn toenmalige fractie. Voor Wouter weet ik dat ongeveer dezelfde mores geldt.
Daarnaast vind ik het te makkelijk om te roepen dat verandering van binnenuit moet komen. Zoals jij vast wel weet komen veranderingen – zeker kantelingen – nooit of bij zeer hoge uitzondering van binnenuit. Omwentelingen van een geparkeerd systeem komen van buiten uit. Het is veel meer dan een lokaal dilemma dat het bestuurlijke gremium in Nederland bijkans onaantastbaar is. Het vraagt zelfs om hele fundamentele juridische aanpassing om mijn geuite wensen van schendbaarheid van het bestuurlijke huis te realiseren. En daaraan voorafgaand moet een heel fundamentele discussie worden gevoerd. Wat de kwestie nog verder compliceert is het feit dat de slager zijn eigen vlees moet keuren. Kortom, het nationale bestuur van Nederland moet het bestuurlijke huis zelf beduidend kwetsbaarder gaan maken voor kwaliteitsmeting en afrekenbaarheid. Daarvoor moet nogal wat geschieden!
In de tussentijd is het de taak van het lokale gemeentelijke bestuur om de kwaliteit werkelijk te bewaken. In die zin is je reactie waardevol. Inderdaad schort het daaraan, maar hoewel ik de boys van BBL lang niet altijd aan mijn zijde tref qua opvatting, ken ik hen goed genoeg te weten dat hun inzet en politieke gedachten oprecht zijn. Dat kan ik bepaald niet zeggen van het CDA en PvdA en in belangrijke mate ook van de VVD. De raadsleden van die partijen verzaken de boel al heel lang.
Tegelijkertijd is een van de meest belangrijke invloeden op de politiek – althans op de publieke opinie – de pers. De pers is als het ware een Dolmetscher van het politieke gebeuren richting burgers. De lokale pers is echter wars van kritiek op de politiek in Leiderdorp. Zo heb ik zelf kunnen constateren dat mij grote epistel indertijd over W4 en de risico’s van dat project door drie kranten hartelijk gefiled is en geen letter ervan werd gebruikt om courante en accurate vragen te stellen. Achteraf is het natuurlijk fijn schrijven over wederom een tegenvaller in Leiderdorp en de politieke spasmen die men dan ziet van oppositie, coalitie en B&W. Maar mij en vele andere oprechte politici gaat het om preventie. Daarin helpt de pers totaal niet. In tegendeel, kritische politici werden vaak als ‘zurig’ of ‘negatief’ geafficheerd in plaats van dat er enige vorm van onderzoek door de media werd verricht.
En ja ik weet het, de hoofdredactie van het LD vindt jullie verslaggevers en geen journalisten. Maargoed, dan moet je als pers ook niet zeuren dat je abonnees afhaken en je dagblad nauwelijks meer serieus wordt genomen. Laat staan politici de maat nemen over vermeende passiviteit. Als de pers al vindt dat ze zuiver reactief moet zijn, wat moeten burgers dan nog voor accurate en adequate informatie uit de krant halen? Dan lopen ze altijd achter de feiten aan. Maar ja, dat vindt de hoofdredactie van het LD jullie taak – achter de feiten aanlopen. Dat is jou persoonlijk niet verwijtbaar, beste Loman, maar als je journalistiek enige ambitie hebt en verder wilt komen dan notulist voor de agglomeratie Leiden, zou ik elders emplooi zoeken. En anders zul je het moeten doen met de a la carte service van o.a. de Leiderdorpse politiek …
Desalniettemin is de moraal van je verhaal helder. Wat zijn de lokale politici in Leiderdorp van plan te gaan doen? Mag ik mijn reputatie als zwartkijker herbevestigen door de vraag te mutileren? Wat kunnen de lokale politici die hier regelmatig posten doen? Zolang PvdA, CDA en VVD de rijen constant gesloten houden, de VVD zich uitput haar verkiezingsprogramma en geloofsbrieven op te rekken tot onhoudbare proporties, gebeurt en verandert er niets. Daarbij, het meeste kwaad is allang geschied. Hoewel … dat gemeentehuis fiasco kan nog worden teruggedraaid ….
Allert Goossens
22 juli 2008
Loman. Dank voor je reactie. Stel het zeker op prijs. Je erkenning dat er iets structureel mis is met het Leiderdorpse openbaar bestuur doe mij goed. Simon en ik zijn inderdaad burgerlid van BBL en dragen ons steentje daar duidelijk in bij naast de andere zaken. Jij stelt dat de toon minder is tijdens de cie vergaderingen. Ik moet dat deels bestrijden. Het is mij opgevallen dat als BBL, ondergetekende dus, aan het woord is, jij vaak niet aanwezig bent of eerder weggaat en de betreffende onderwerpen onder mijn verwoording door jou dus niet gehoord worden. Ik betreur dat al heel lang omdat daar zaken in aangevoerd en verwoordingen worden toegepast die zeker in jou “pers” straatje zouden vallen.
De laatste keer heb je dat een beetje goed gemaakt met de opmerking over “de kerntaken van de gemeente” en “de belachelijke twee ton euro voor de nieuwe huisstijl” maar dat neemt niet weg dat ik je aanwezigheid wat meer op prijs zou stellen. Laat Simon voor zichzelf spreken.
Ik ben wel met je eens dat ik iets meer binnen de lijnen moet lopen tijdens de cie en raadsvergadering dan dat ik hier doe. Ik heb me op een redelijke manier aan de normen te houden onder de bezielende blik van de voorzitter. Maar je kunt er staat op maken dat ik dat niet tijdens de pauze of de wandelgangen discussies doe.
De laatste keer heb ik o.a. bij de cie ruimte Mc Daniel tijdens de pauze behoorlijk de les gelezen over zijn arrogante opmerking over de VVD site en met name over de column van Jan inzake de ringweg Leiden je wel bekend. En zo doe ik dat gestadig dus maak je geen zorgen.
Vergis je daarnaast niet in de impact van de site. Die doet vele afvalligen en bedrieglijke elementen gruwelen.
Die PvdA figuren zijn overigens regelmatig de klos in de wandelgangencultuur met hun burgerbedrog, dat kan ik je garanderen, en zo grijp ik er nog wel een paar regelmatig, dus maak je geen zorgen.
Sjoerd Postma
22 juli 2008
Beste Loman,
Ik heb een jaar in de commissies meegedraait, zo een 720 uur aan lokale politiek besteed.
In die tijd nimmer duidelijke antwoorden gekregen of openlijk voldoende medestanders gevonden.
Lees mijn column klemtoon. De commissie en raad vraagt wat, knikt wat en er gebeuren andere zaken en ieder gaat door.
Mijn palmares na een jaar was een senseo apparaat in de raadsleeskamer en een nietig bordje geen drinkwater bij het monument zicht op arcadie.
Ik ben gestopt omdat dit zinloze energieverspilling is.
Nu maar hopen dat voldoende Leiderdorpers de politiek volgen om hun keuze te maken bij volgende verkiezingen.
Het openbare RIS is daar heel behulpzaam bij.
Het feit dat ik feitelijk inhoudelijk genegeerd werd in de commissie ontneemt mij niet het recht om mijn verbazing over het gebrek aan bestuurskracht te blijven ventileren.
En de hoeveelheid incidenten waar ik alleen al weet van heb of mij als burger noodzaken in een bijna voortdurende correspondentie met de gemeente te treden zijn voor mij aanleiding om te praten over structureel mis.
Dat mag dan niet bon ton zijn tegenwoordig, maar als ik de kritiek beluister uit omringende gemeenten en ons presteren zie, dan mogen er wat eenogen rondlopen, maar leven we echt in het land van de blinden.
Nee Loman ik heb me ruim bovenmodaal als burger ingezet om een bijdrage te leveren via de politiek, maar eens houdt het op.
Ik heb zelfs eens aangeboden ambtelijk in dienst te treden.
Ik ben voor mijn dagelijkse leefomgeving afhankelijk van deze gemeente en blijf haar handel en wandel volgen en mijn verbazing uitspreken.
Maar laat ik je bijdrage serieus nemen beste Loman, laat je in je uitingen nog sprekender uit, dat ontneemt deze columnisten mogelijk op onderwerpen hun lust te reageren.
Daarnaast treft ons niet alleen de lokale politiek, maar ook de landelijke. Naast de bocht bij de Erica laan op lokaal niveau zitten we hier ook met de uitblijvende realisatie A4 (in het kader van het gewraakte W4 project) zijn we zo langzamerhand het enige land zonder hogesnelheidstrein, loopt de Betuwelijn niet, ligt de misinvestering haven Delftzijl er en ga zo maar door.
Het punt is, we hebben het te goed. Een overschrijding van 100%, daarvoor klop je aan bij de burger, die betaalt om zich niet te hoeven verdiepen in de zaken en case closed.
Terug lokaal.
Lees de raadskrant van een paar maanden geleden. Herhaling van de verkiezingsprogramma \’s. Weinig gerealiseerd.
Vraag mij dus niet waarom ik gestopt ben, vraag de zittende raadsleden waarom ze doorgaan.
Groet,
Wouter
Klik op de link voor de column van Wouter: Een kwestie van klemtóón http://www.spleiderdorp.nl/2008/06/20/een-kwestie-van-klemtoon/
wouter deelen
22 juli 2008
Hallo Loman,
Als antwoord op je vraag wat we (uit de politieke arena gestapten) denken te doen, naast reageren op deze site : daarmee doen we (en voor mij persoonlijk geldt dat ik ook post op de site van het LD…) ongeveer hetzelfde als jij dus. We krijgen er alleen niet voor betaald, grinn…! Buiten dat laten de meesten van ons zich wel degelijk ook in de arena zelf horen.
Dat het geschreven woord veel aan kracht heeft verloren, deel ik niet met je. Naar mijn eigen indruk heeft het idee dat het geschreven woord aan kracht verloren heeft, te maken met de achteruitgaande kwaliteit van dat geschreven woord. Van werkelijke onderzoeksjournalistiek is in Nederland – gek genoeg, ons volkje is er(zeker geschiedkundig gezien) “eigenwijs” genoeg voor ;) – helaas zelden sprake en regelmatig is aan nieuwsberichten, krantenartikelen en opiniestukken duidelijk te merken dat de schrijver (journalist ?) nauwelijks tot geen moeite doet tot onderzoek naar feiten, cijfers en achtergronden. Vaak zie je exact hetzelfde bericht in meerdere kranten en op Teletekst. En helaas….. ook jij moet de hand in eigen boezem steken, in elk geval wat “de cijfers” betreft; er zijn er geen 2 maar 3 bewust uit de politieke arena gestapt : Allert, Wouter en ondergetekende. En reken maar dat dat voor alledrie pas na zéér ampel beraad en zelfonderzoek gedaan is.
Zoals Allert terecht zegt in zijn reactie komt een verandering van een geparkeerd systeem zelden van binnenuit. Maar anders dan hij geloof ik nog steeds dat de gesloten rijen wel degelijk “opengebroken” kunnen worden; we druppelen van “buitenaf”, middels het geschreven (en soms in de raadszaal gesproken) woord, regelmatig en hardnekkig water op de rots en uiteindelijk zal daar toch een uitholling of barst in komen. En ook al heb ik persoonlijk wel eens het idee dat het met een (figuurlijke ! ik ben géén anarchist in gewelddadige zin) staaf dynamiet sneller gaat, ik weet ook dat “geduld” (oftewel “hardnekkigheid”) een schone zaak is. Langzaam of snel, van binnen- of van buitenaf : je hebt een drive (of niet…) en die uit zich op allerlei manieren.
Mirjam
22 juli 2008
I rest my case …: http://www.leidschdagblad.nl/nieuws/regionaal/rijnenveen/article3743595.ece/GroenLinks_biedt_jongeren_raadszetel_aan
Allert Goossens
5 augustus 2008