Een kwestie van klemtóón
Bij Leiden werkend heb ik fietstochten naar de jumelagesteden binnen Europa (mede)georganiseerd. (Krefeld, Oxford en Torun)
Zo kwamen we na zes dagen op de racefiets op 19 september 1990 in onze zusterstad Torun aan.

Een onvergetelijke tocht.
Voor de taalbarrière, men sprak enkel Pools en Russisch toen ter tijd daar, hadden we een Engelstalige tolk en een Duitstalige.
De laatste, Tadeus, had voor de grenscorrecties in de 20ste eeuw in Duitsland gewoond in een stuk dat later Pools werd.
Toen hij hoorde dat ik uit Leiderdorp kwam was zijn eerste reactie Leider Dorf?
Het “helaas” dorp.
Om dit te kunnen duiden komt het nu aan op de klemtoon.
Onze bestuurders (en de raad geeft ze daarvoor alle ruimte) vinden Leiderdorp helaas een dorp en proberen het met zeer veel nieuwbouw stadse trekken te geven met een skyline met hoge silhouetten en een verkeersinfarct dat Los Angeles naar de kroon steekt.
Leggen we de klemtoon anders dan wordt het “het Helaasdorp”.
Het dorp voor NuKuBu’s waar men bij het bepalen van het beleid geen boodschap aan de inwoners heeft.
Vijf keer in de vier jaar zijn deze NuKuBu’s interessant, vier maal bij de WOZ waarde bepaling (alle mooie verhalen van de heer I. Cooijmans op de VVD site van juni ten spijt blijkt de praktijk anders dan het raadsbesluit heeft bepaald en voor veel burgers hoger uit te vallen) en eenmaal bij de verkiezingen.
Van de verkiezingsretoriek een voorbeeld: eind 2005, begin 2006 hadden alle partijen het over de starters op de woningmarkt. Als commissielid heb ik eind 2006 een bijdrage geleverd die o.a. inhield niet alleen naar nieuwbouw te kijken, maar ook naar bestaande bouw en om voortvarendheid gevraagd. Na een enkele discussie daarna is er echter nog niets concreets gedaan en de beoogde notitie voor de laatste commissie ruimte voor deze zomer is al weer verplaatst naar de commissie van 7 oktober.
Zo hebben we alvast een mooi item voor de verkiezingen die in 2010 plaats dienen te vinden en waarvoor dus eind 2009 de partij programma’s klaar dienen te zijn.
Helaas starters, u wordt mogelijk dan pas weer een worst voorgehouden in ruil voor uw stem.
Maar ook een persoonlijke ervaring met een persoonlijk onderwerp trof me en valt onder de categorie helaas, vandaar toch maar de moeite genomen voor deze column.
Ter persoonlijke opluchting want ergens toe leiden doet een inspanning tot het delen van opmerkelijke feiten niet heb ik tot op heden gemerkt.
Het gaat om het vermaledijde parapluverbod betreffende steigers in de Oude Rijn en Zijl.
Op 4 september 2007 de behandeling in commissie 2. Voor tekst en verslag (altijd de commissie volgend op die waarin het stuk geagendeerd is) verwijs ik naar het publieke raads informatie systeem van deze gemeente.
De behandeling gaf voor mij aanleiding op 5 september 2007 een artikel te schrijven op deze site onder de kop: “als bij eenvoudige stukken opmerkingen al kant noch wal raken”.
Inhoudelijk snapt geen raadslid het verschil tussen de Dwarswatering en de Oude Rijn, of wil het niet snappen. Het gaat bij mij ter plaatse om een ongeveer zeventig meter brede, diepe gekanaliseerde rivier, waar veel groot en zwaar vrachtverkeer doorheen gaat wat een hevige golfslag en zuiging veroorzaakt. (zie de recent geplaatste zware aanmeerpalen die verderop ter sprake komen)
De wethouder zegde in ieder geval toe (zie pagina 10 van het verslag) dat een regeling in drie tot vier maanden zou worden getroffen. Dat accepteerde de commissie.
Aangezien het besluit het traject in gaat, zonder rekening te houden met opmerkingen van commissieleden en ongewijzigd door gaat naar de raad en daar, nadat dezelfde kanttekeningen zijn geplaatst door raadsleden, deze raadsleden het oorspronkelijke stuk aannemen rest mij slechts de gang naar de bezwarencommissie.
Deze onafhankelijke commissie, verder te noemen de Kamer, komt op 21 december 2007 bijeen. Ik vraag (door eerdere procedures wijs geworden) wel om een verslag wat mij binnen zes weken (mogelijk een weekje extra vanwege de kerst) door de voorzitter wordt toegezegd.
Nadat deze termijn ruim is verstreken en niets ontvangen hebbende, heb ik driemaal gerappelleerd via e-mail.
De eerste keer geen antwoord. De tweede keer bericht dat mijn mail is doorgezonden naar de betreffende afdeling, de derde keer krijg ik antwoord van……….., nee niet van of namens de voorzitter van de Kamer, maar van de tegenpartij, de ambtenaar die de gemeente vertegenwoordigt. Die meldt doodleuk dat het geen gebruik is om verslagen vooraf te versturen en dat ik een verslag krijg in te zien als de raad op advies van de Kamer, op basis van onder andere dit verslag, een besluit heeft genomen.
Als ik de stukken dan na raadsbesluit krijg blijkt het verslag zeer beperkt en op belangrijke punten incompleet. Vroeg de bezwaren commissie nog aan de ambtenaar hoe stond met de toezegging van de wethouder in september betreffende de doorlooptijd, de ambtenaar antwoordje in de commissie (die was openbaar, dus daar mag uit worden gemeld) dat hij gewoon een jaar de tijd had. Dat vond de commissie op gespannen voet met de toezegging van de wethouder, maar niets daarover in het verslag.
Verder is hij, de gemeente vertegenwoordigende ambtenaar, het met de Kamer eens dat het een slordig besluit is zonder overwegingen en artikelnummers.
Het niet geven van enige inhoudelijke overweging anders dan dat dit het gemakkelijkst is voor de gemeente was voor mij onder andere aanleiding van mijn hele inspreek en bezwaren traject, maar voor commissie en raad was het kennelijk voldoende.
Belangrijkste passage uit het advies van de Kamer is: …. De grief van bezwaarde dat bestaande rechten door het voorbereidingsbesluit niet worden gewaarborgd kan geen doel treffen, nu rechten en plichten niet in een voorbereidingsbesluit worden opgenomen….??
….. De Kamer is van oordeel dat het aannemelijk is dat het parapluplan binnen de termijn van een jaar geformuleerd en vastgesteld kan zijn…..
Dat laatste is zwakker dan de ambtelijke toezegging dat het binnen een jaar gereed is en doet af aan de geloofwaardigheid van de wethouder die toe zegt in drie tot vier maanden de zaak geregeld te hebben. Dus feitelijk ruim een jaar beperkt worden in je rechten, mag je zo ervaren, maar er staan geen belemmeringen in het voorbereidingsbesluit die te beargumenteren zijn. Op zijn plat Hollands, gewoon rechteloos gemaakt door gebruikmaking van slimme vage teksten en inhoudsloze toezeggingen.
Naast de reden dat een paraplu verbod gemakkelijk is voor de gemeente was er de zorg over verrommeling.
Fiets op een mooie dag langs de Zijl en Oude Rijn en kijk ter hoogte van de flats “De drie koningen” hoe netjes de oplossing kan zijn (Zoeterwoudse zijde). Ja ook een Leiderdorper heeft daar voor zijn boot asiel gezocht, te gek voor woorden eigenlijk.
Kijk dan ter plaatse naar links waar de gemeente al weer wat jaren structureel haar gemeentegroen niet bij houdt, zodat de bewoners ter plekke zelf maar bij de struiken aan de kap en snoei moeten om nog naar buiten te kunnen kijken en hoe het onkruid welig tiert.
Dat was de eerste tien jaar wel anders, toen hield de gemeente haar eigen grond en beplanting keurig bij.
De zelfde wethouder, het zelfde onderwerp (verrommeling) maar nu een ander subject betreffende en dus anders beoordelen.
Verrommeling gaan we tegen voor de recreatiefietser langs de Rijn en niet voor de bewoners.
Kijk dan verder ook hoe grote aanmeerpalen en aangelaste loopbruggen nu de Oude Rijn sieren.
Steigers “avant la lettre” kolossaler en beeldbepalende dan dat plankje wat onder kade muur niveau gewenst wordt, in een periode dat aanvragen van burgers ter zijde gelegd worden en qua omvang nu toch echt duidelijk makend dat dit een ander water is dan de Dwarswatering, wat commissie en raad voor ogen heeft.
De hele behandeling, commissie, raad en bezwarencommissie, heeft zich gericht op procedures. Over de inhoud, de noodzaak en het gedrag van water in de Oude Rijn en de gevolgen daarvan is met geen woord gerept. Ik kan nu nog naar de Rechtbank in Den Haag, sector bestuursrecht. Gezien de hele behandeling, de vele mensen die zich er over gebogen hebben en waarvan vele een juridische opleiding hebben “genoten?” zal ik mij die moeite besparen. Toetsen aan procedures zonder de inhoud mee te wegen leidt slechts tot frustratie.
Mogelijk kan men nog eens juridisch discussiëren of van de kant los staande aanmeerpalen (Provincie), onderling verbonden, maar niet met de walkant, zonder meer vrijgesteld zijn van dit gemeentelijke besluit en alleen vallen onder besluit van de Provincie?
Verder hebben toezeggingen kennelijk geen waarde en bestaat de ruimte dat gedane toezeggingen van een wethouder aan de politiek of een voorzitter van de Kamer aan een appellant binnen de organisatie anders worden uitgelegd.
Wel logisch dat door lettergecopuleer en niet te volgen procedures steeds meer burgers niet meer geïnteresseerd zijn of zich nog langer betrokken voelen bij de overheid en zich eerder bedreigd en geremd dan beschermd voelen.
Het wordt geconstateerd door de vice voorzitter van de Raad van Staten, de nationale ombudsman en kamer commissies, om maar enkelen te noemen.
De snel kleiner wordende kring politiek actieven ontkent het en de kring wordt steeds kleiner en daarmee steeds krampachtiger in haar gedrag.
Ik kan nog veel voorbeelden geven, maar laat het hierbij.
Het Helaasdorp zal zichzelf wel instant blijven houden tot het spreekwoordelijke kalf verdronken is.
De burger betaalt het gelag, ook helaas.
Het gaat de gemiddelde burger goed genoeg om zich daar nu geen zorgen over te maken en ik snap dat gedrag steeds beter.
Wouter Deelen









