Leiderdorps dualisme failliet
Afgelopen week hebben burgers, pers en politici in Leiderdorp het faillissement aanschouwd van het Leiderdorpse dualisme.
Nu kan een scepticus direct metaforisch opmerken dat het Leiderdorpse dualisme al een doodgeboren kind was, maar onder andere dankzij inspanningen van BBL voorman Arnold Staal was er in eerste instantie wel enig teken van leven. Dat teken van leven is met het badwater voorgoed overboord gegaan afgelopen week – althans voor deze collegeperiode.
Lange tijd werd in het lokaal bestuur een monistisch systeem gehanteerd, waarbij wethouders tevens lid waren van de gemeenteraad. Het dualisme werd voor de gemeentelijke overheden in 2002 bij wet ingevoerd. Vanaf dat moment kwamen wethouders niet langer uit de gemeenteraad, en kregen college en raad nadrukkelijk gescheiden taken. Het college werd belast met uitvoerend bestuur, terwijl de raad controleert en verordoneert. Daarmee was idealiter een situatie ontstaan waarbij de raad de onafhankelijke baas is in een gemeente en als het ware opdrachtgever van het college. Zodoende zou de raad zich veel kritischer en onafhankelijker van het college kunnen opstellen, zoals de Tweede Kamer dit al sinds mensenheugenis [1815] kan – en soms doet – ten opzichte van het Kabinet.
In de praktijk pakken de zaken vrijwel overal onveranderd monistisch uit. Coalitiepartijen sluiten simpelweg de rijen, en steunen hun vertegenwoordigers in het college door dik en dun. Onvervalst monisme, waarbij de angst lijkt te regeren dat kritiek uit ‘eigen gelederen’ direct dodelijk is voor een bestuursakkoord of coalitie als geheel. Niets is minder waar, zo bewijst de praktijk in Den Haag sinds jaar en dag. Pas als op fundamentele punten coalitiepartijen zich diametraal opstellen ten opzichte van hun vertegenwoordigers in het college [c.q. het Kabinet] ontstaan crises. Voor het overige heeft de raad in een duaal stelsel een eigen verantwoordelijkheid, en juist daaraan schort het opzichtig. Want de raad – meer in het bijzonder de coalitiepartijen – nemen die verantwoordelijkheid helemaal niet. En dat is kwalijk!
Dat is kwalijk – zeg ik – en ik zal dat uitleggen. Een burger zal zeggen dat dit vooral kwalijk is omdat hierdoor de schijn van achterkamertjespolitiek en gekonkel bewezen wordt, en er voor de burger dus nog steeds geen speld tussen te krijgen is. Helemaal waar. Maar het feitelijke mechanisme dat zich thans manifesteert – waarbij coalitiepartijen zich op monistische wijze aansluiten bij het college – is veel kwalijker in een veel diepere zin.
Sinds het dualisme in 2002 werd ingevoerd, ontstonden al spoedig inmiddels herkenbare reflexen bij de colleges in den lande. Was vroeger sprake van colleges die zelf meestemden met eigen voorstellen [monisme], thans stellen colleges zich schijnbaar serviel aan de raad op. De buitengewoon onderdanige uitspraak ‘uw Raad is de baas’ is inmiddels vermoedelijk de meest geliefde uitspraak van iedere wethouder of burgemeester die zich bekritiseerd voelt.
En in essentie is die uitspraak waar en terecht, echter wat wil het feit? Door de praktijk van in monisme persisterende gemeenteraden ontstaat het verwrongen beeld dat ‘de Raad’ telkens het beleid van het college steunt, terwijl ‘de Raad’ de facto vaak opgedeeld is in een groter deel coalitievertegenwoordigers en een kleiner deel oppositieleden. Als die coalitieleden in de raad zich dus puur monistisch opstellen, ontstaat de wrange situatie dat de raad weliswaar op papier de onafhankelijk toeziende en verordonerende macht is, maar in feite zich bij meerderheid klakkeloos en (vrijwel) kritiekloos schaart achter het collegebeleid. Dat stramien is allang buiten het gangbare gremium om zo afgesproken. Zodoende kan het college zich telkens eenvoudig verschonen van haar beleidsverantwoordelijkheid door de reflex ‘uw Raad is de baas – u draagt het mij op’. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid van een college dus beperkt tot de uitvoeringsverantwoordelijkheid, maar qua beleid maken kan zij zich volledig verschonen door de Raad te wijzen op haar verordonerende macht. Die raad in kwestie is echter in feite vaak alleen de vertegenwoordiging van de coalitiepartijen!
Het dualisme valt of staat dus met de praktische beleidenis ervan door de raad. En welk belang hebben coalitiepartijen – in de regel de grotere partijen en vaak landelijke vertegenwoordigd – om zich werkelijk duaal op te stellen? Geen enkel. Zo wrang en simpel is het. Want zolang de cohesie in de coalitie voldoende wordt bewaakt, en zolang een college geen meetbaar wanbeleid etaleert waardoor zij zelfs niet meer door eigen raadsleden kunnen worden gesteund, is er geen enkele bedreiging van de oude monistische opstelling. Het feit dat wethouders inmiddels geen lid meer van de raad zijn en dus niet meer stemmen voor eigen voorstellen, is een cosmetische mutatie. Immers, voor hen in de plaats treedt een lid van de gemeenteraad aan [van hun eigen partij] dat zich in de regel zal houden aan fractiediscipline en (lokaal) partijbelang. Eigenlijk wordt men zelfs met een extra lid versterkt, nu zowel het nieuwe raadslid als de wethouder in kwestie van dezelfde idelogische statuur zijn. Daarmee is dus de scheiding tussen college en coalitiepartijen – de crux van [en de basis onder] een duaal systeem – compleet cosmetisch geworden. Anders gezegd: het zet geen zoden aan de dijk.
Afgelopen week was in Leiderdorp voor een ieder zichtbaar hoe zich het officiële failliet van het Leiderdorpse dualisme voltrok. Het viel goede verstaanders en oppositieleden al op dat in commissie en raad nauwelijks enige bijdrage kwam van de coalitiepartijen. Het CDA is in Leiderdorp koploper in lemmingengedrag: gezapige en leidzame volgzaamheid. Wellicht verklaarbaar voor een dogmatische partij waarvan haar leden gewend zijn zich klakkeloos en vroom te laven aan een als absoluut gepredikte theorie. Maar ook PvdA en VVD hebben in essentie nauwelijks iets zinnigs in te brengen, tenzij een kwestie een futiliteit betreft. In eerste termijn wil men tijdens de behandeling nog wel eens een schijnbeweging maken voor de bühne, maar als puntje bij paaltje komt sluiten alle coalitieleden zich aan in de polonaise met de wethouder leidend en hossend voorop.
Deze week stonden twee bijzonder markante zaken op de rol. Op dinsdag 4 september een besluit inzake het Centrumpleinplan, en op donderdag 6 september een besluit m.b.t. de bebouwing op de MEAS locatie aan de Van de Valk Bouwmanweg. In beide gevallen was een intensief en duur burgerparticipatietraject ingezet. En in beide gevallen werden tenslotte plannen door het college gepresenteerd die slechts private partijen blij maken, en burgers slachtofferen. Op demagogische wijze werd misleidend gebruik gemaakt door college en coalitie van van begrippen als ‘breed draagvlak’, ‘burgerparticipatie’ en ‘stedenbouwkundige gewenstheden’.
Burgers zijn massaal misbruikt om het etiket ‘in samenspraak en samenwerking met burgers tot stand gekomen’ te kunnen uitdelen aan twee plannen die louter belangen van derden en het college dienen. Burgers waren namelijk in werkelijkheid slechts bij de plannen ‘betrokken’ om hen met het pistool tegen de slaap te laten kiezen uit puur ongewenste scenario’s – van ongewenst tot zeer ongewenst wel te verstaan. De burgers wisten dat als ze totaal niet meededen het minst gewenste scenario sowieso zou worden bereikt, dus met een zwaar gemoed ‘meepraten’ in de door de gemeente gedicteerde staccato werd het devies. Een beetje in de trant van ‘dood gaat u, maar u mag wel kiezen voor de kogel, de strop of het rad’. En zo geschiedde …
Tot zover het voortraject. Toen kwam de eerste behandeling van de beide plannen in de commissie. Inhoudelijk sla ik belangrijke zaken over, omdat ik de beide plannen met steekhoudende argumenten volkomen zou kunnen afschieten, maar me thans slechts wil uiten over de procedurele gang van zaken. De behandeling van beide zaken in de commissie was een sof, een schijnvertoning van de hoogste orde. Waarom?
Zowel op dinsdag als op donderdag bleek dat de buit allang was verdeeld. De coalitiepartijen hadden de vizieren dichtgetrokken, en hun dislocaties was bekend. College partners, zoals een stedenbouwkundige, kregen het zeepkistje, maar een burgervertegenwoordiger met een doorwrocht stedenbouwkundige visie werd geweigerd. Hoe men ook zou argumenteren, welke steekhoudende bezwaren of legitieme verzoeken de commissie ook zou uiten, vast stond dat de coalitiepartijen zouden vasthouden aan het doorsturen van de plannen naar de raad voor aanvaarding.
Was er op dinsdag nog enige sprake van serieuze vertegenwoordiging in de commissie door de coalitiepartijen – hoewel dit voor de uitkomst niets uitmaakte – op donderdag waren voor een ieder herkenbaar de mindere goden aangeschoven. De vazallen mochten het vuile werk opknappen. Bizar was dat de VVD – met haar recht op drie commissieleden – met slechts één man was vertegenwoordigd terwijl fractievoorzitter Meyer lekker ontspannen op de tribune zat. Jongste bediende Jan Suijkerbuijk, verre van politiek handig, mocht de door pseudo-liberalen Cooijmans en Meyer voorgebakken kastanjes uit het vuur slepen. Genoegzaam zat Meyer samen met de grote wijze voorganger van de lokale CDA fractie de schijnvertoning in de arena te observeren. Ze kenden het script, en zagen dat de regisseur het toneelstuk kundig leidde tot het gewenste plot. De PvdA had gelukkig Schmidt afgevaardigd. Zonder enige gêne hield meneer een obligaat sociaal-democratisch verhaal. De PvdA wist weer wat goed voor het volk was. Waarom dan burgers betrekken als de PvdA het toch beter weet? Curieuze interpretatie van ‘sociaal-democratie’ hebben die regenten toch!
Toen vervolgens de wethouder in kwestie [Wassenaar] met een enorm dedain de vragen van de oppositie begon te beantwoorden – voor zover hij ze wilde beantwoorden – was het een ieder helder. De buit was verdeeld, de kaarten geschud – er was met de beste argumenten van de wereld geen beweging meer te krijgen in het oorspronkelijke voorstel. Wassenaar grossierde in leugens, onzuiverheden, bluf en onwerkelijke beeldvorming. Hij kende eerdere raadsbesluiten niet, wist zogenaamd niet wat de inhoud van relevante convenanten van de gemeente met belanghebbenden was, en kon ‘helaas geen kant meer op’. Maar Cees had troostende woorden … ‘uw raad is de baas …’. Ja hoor Cees, wij zijn de baas. Maar jij bent baas der bazen – ‘capo di tuti capi’ zoals dat in toepasselijk Camorra jargon heet. De oppositie weet (inmiddels) dat de ‘cosa nostra’ [=onze zaak] door niemand bedreigd mag worden. De Camorra families onder de hoofden Van Jaarsveld, Thunnissen en Meyer hebben het hoofd allang in de schoot van de Peetvader gelegd. Gedwee lopen zij mee in de processie die B5 heet: Belazeren, Bedonderen, Bekonkelen, Bekokstoven en Betalen.
Uiteindelijk werden de emoties hoog opgespeeld. De oppositie vocht hard, strooide met snedige zinnen en confronteerde het college en de coalitiepartijen met kiezers- en burgerbedrog. Meer dan de bekende boze frons van wethouder Gardeniers, en een beledigde sneer van Glasbeek leverde het niet op. Tja, de burgers belazeren is een ding, maar o wee als je als wethouder voor leugenaar wordt uitgemaakt! De waarheid doet pijn. Helse pijn, he Peter?!
Het faillissement van het dualisme in Leiderdorp – ik kom tot een afronding – is een feit. Het betekent dat iedere bespreking over bestuurlijke vernieuwing bij voorbaat zinloos is, en eigenlijk door de oppositie [m.u.v. Ylan de Waard van GL natuurlijk – zij verstaat het zich telkens volkomen te vergalopperen als oppositielid] simpelweg zou moeten worden geboycot. Raadsbehandeling van de dossiers Centrumplein en MEAS is volmaakt zinloos. De oppositie zou moeten overwegen direct tot stemverklaring over te gaan in de raad. Want welk doel dient men nu door een zinloos achterhoedegevecht te leveren als het merendeel van de raad – coalitiepartijen en de immer afwezige Voets – niet thuis geven? Als het merendeel van de raad zich niet duaal, maar zuiver monistisch opstelt? Zelfs de meest ontvankelijke en legitieme beroepen op verstandig en verantwoord beleid, onderbouwd met feiten en cijfers, leiden niet tot enige verandering van standpunt bij de coalitie.
‘Cosa Nostra’ blijft een zaak van ‘hun’ en wordt nooit van ‘ons’.
Deze ontwikkeling verklaart de burger volmaakt overgeleverd aan het wanbeleid van het huidige college, en de oppositiepartijen tot figuranten in een macaber spel. Het faillissement van het Leiderdorps dualisme is een feit – kwestie nu nog is: wie wordt de curator?










Leiderdorps dualisme failliet. Ik word stil van dit betoog. Of moet ik zeggen visie.
Geen speld is er tussen te krijgen. Een realistisch zorgvuldig opgebouwd geheel.
Ere wie ere toekomt. En die eer is voor Allert.
Sjoerd Postma
10 september 2007
Beste Allert
Mijn complimenten. Een prima stuk en een goede analyse. Het faillissement is daar van het dualisme. Ik had al niet zo een hoge pet op van de PvdA en het CDA maar de VVD valt pas echt door de mand. Als raadslid van de VVD roept dat het raadplegen van burgers niet belangrijk is omdat dat raadslid gekozen is dan snap je niet hoe de huidige maatschappij in elkaar steekt. Het ergste is dat individuele raadsleden van de coalitie allerlei andere geluiden laten horen, maar ze durven deze niet te ventileren in de raadzaal.
Ik ben in een aantal mensen zeer teleurgesteld en de geloofwaardigheid in de politiek ben ik op dit moment volledig verloren. Het pluche is voor sommige belangrijker dat een eerlijk debat op basis van feiten. Ik wil mijn woorden netjes houden maar van een democratisch gehalte in Leiderdorp is geen enkele sprake meer. Het dualisme is dood, ik heb pogingen ondernomen maar ik ben te moe om nog veel woorden hieraan te wijden. Allemaal verloren energie omdat klaarblijkelijk andere belangen belangrijker zijn dan als volksvertegerwoordiger eerlijk je werk te doen. Alle eer voor jou Allert
Arnold
10 september 2007
Arnold – jij ben de persoon bij uitstek die je enorm hebt ingespannen om het dualisme in Leiderdorp te laten slagen. Die lauweren kan niemand je afpakken, ook de schaamteloze coalitiepartijen niet. We moeten op korte termijn maar eens overleggen hoe we als oppositie met de huidige impasse omgaan. Het is tijd voor een niet te missen statement. Want dit kan echt niet langer zo. Leiderdorp moet weten dat ze ook na Molkenboer massaal gepiepeld worden door PvdA, CDA en VVD. Ik zeg: de barricades op!
Allert Goossens
11 september 2007
Allert
Ik ben het helemaal met je eens. De coalitie vraagt keer op keer constructief mee te werken. Diverse keren hebben wij dat ook gedaan. Kijk naar de W4 problematiek.Van enig constructief meewerken van de coalitie is geen enkele sprake. De liefde moet iedere keer van een kant komen. Ik denk dat we de Leiderdorpse bevolking via een andere weg dan via de Raadszaal moeten informeren over de risico\’s die dit college en het vorige college hebben genomen en nu nog steeds nemen. Ook moeten we ze informeren over het feit dat de inspraak van de burger bij dit college een wasse neus is en dat er enorm veel geld over de balk wordt gegooid.
Arnold
12 september 2007
Na het bijwonen van de Presidium vergadering van gisteren, ben ik nog verder overtuigd dat het dualisme volkomen failliet is. De partijen zaten tegenover elkaar met een duidelijke coalitie/oppositiescheiding, en een absente CDA.
Het CDA vond het onnodig aanwezig te zijn, hoewel Van Jaarsveld consequent overloopt van kritiek op de toonzetting en inhoud in Raad en Commissie. Kan hij natuurlijk makkelijk doen, want zelf brengt het CDA nooit wat in.
Maar duidelijk was dat PvdA en VVD kritiek hadden op de toon van vorige week, en probeerden te overtuigen dat ze bijzonder duaal te werk gaan. Dat dit volslagen ongeloofwaardig is, was voor iedere aanwezige bij de debatten van de afgelopen week bij voorbaat helder.
Ik verwacht een kolom van Sjoerd hierover, dus zal verder het gras niet voor zijn voeten wegmaaien. Maar een ding staat overeind: het dualisme is morsdood in Leiderdorp!
Allert Goossens
18 september 2007
@ Allert
Je verwacht een column van mij over het Presidium van gisterenavond.
Nu gaan we ons op glad ijs bewegen. Alle aanwezige bezoekers van die avond kennen hun eed of belofte. Ondanks dat het niet te kennen is gegeven, zou er redelijkerwijs aangenomen kunnen worden dat hier zaken besproken zijn die anders achter gesloten deuren behandeld zouden worden. Van een aantal weet ik dat wel zeker.
Ik neem wel mijn verantwoording hierin. Ik wil mij hier eerst over beraden. Denk even met mij mee!
Sjoerd Postma
18 september 2007